Thom Yorke zegt dat de controverse rond Radioheads optreden in Israël in 2017 hem ’s nachts letterlijk wakker houdt. In een gesprek met de Britse kant The Times noemt hij de publieke druk ‘een heksenjacht’ en spreekt hij over het gevoel voortdurend beoordeeld te worden op morele zuiverheid.
De kwestie begon in 2017, toen Radiohead besloot op te treden in Tel Aviv, ondanks oproepen van de internationale BDS-beweging (Boycott, Divestment and Sanctions), die kunstenaars aanspoort Israël te mijden. Yorke weigerde, uit de overtuiging dat kunst vrij moet blijven van staatsbeleid.
Sindsdien blijft de band onderwerp van discussie. Tijdens een concert in Melbourne in 2024 kwam het tot een incident waarbij iemand uit het publiek herhaaldelijk riep: ‘Hoeveel dode kinderen zijn er nodig voordat je de genocide in Gaza veroordeelt?’
In het interview met NME zegt Yorke: ‘Ze vertellen me wat ik met mijn leven heb gedaan en wat ik nu moet doen, en dat wat ik denk zinloos is. Mensen willen mij en mijn werk wegvagen, terwijl het zoveel betekent voor miljoenen mensen. Het is niet aan hen om me dit af te nemen – en ik beschouw mezelf niet als een slecht mens.’
Yorke verklaart dat hij niet opnieuw in Israël zal optreden zolang premier Benjamin Netanyahu aan de macht is. ‘Ik zou nog geen 5000 mijlen in de buurt van het regime van Netanyahu willen zijn’, zegt hij. Gitarist Jonny Greenwood, die getrouwd is met een Israëlische vrouw, denkt daar anders over en benadrukt tegelijk dat hij blijft samenwerken met Israëlische én Arabische muzikanten en zich niet kan vinden in een volledige culturele boycot.
Greenwood noemt de polarisatie rondom het debat ‘deprimerend’. Volgens hem zoeken mensen aan de linkerzijde naar verraders, terwijl de rechterzijde juist uit is op bekeerlingen en lijken muzikanten als hij en Yorke daarin het dichtstbijzijnde doelwit.
Foto Anne-Marie van Rijn