het poparchief

Belle and Sebastian: een rondje Glasgow met Stuart (2003)

In 2003 bracht Belle and Sebastian Dear Catastrophe Waitress uit, het zesde album van het zachtjes swingende gezelschap rond opper-melancholiekerd Stuart Murdoch. OOR’s Tom Engelshoven zocht hem op in Glasgow, waar de zanger hem al gauw meenam naar buiten. Op naar Queens Park. Op zoek naar konijnen en de diepere betekenis achter het nu klassieke B&S-album.

Het Poparchief komt tot stand in samenwerking met Collectie Nationaal Pop Instituut, onderdeel van het Allard Pierson – De Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Glasgow is een grauwe, deprimerende en wat armoedig aandoende stad. Het kantoor van Belle & Sebastian bevindt zich vlakbij Glasgow central Station, in een aftands negentiende eeuws gebouw, Step Into My Office, Baby. Dat is de titel van het openingsnummer en de eerste single van Dear Catastrophe Waitress, de nieuwe plaat van Belle & Sebastian, maar in de realiteit betekent het betreden van Stuarts kantoor dat je in een enorme puinhoop terechtkomt. 

ONUITGEPAKTE DOZEN, volgestapelde bureau’s, rondslingerende prullaria. De man zelf maakt een wat schichtige indruk. Hij is gekleed in een ouderwets uniform. Van de politie? Of van een conducteur? Wie zal het zeggen. Hij draagt tevens een paraplu. Die kan nog wel eens van pas 

komen in deze contreien. Ik heb een enorme Edammer kaas voor hem meegenomen. Maar hij blijkt geen zuivelproducten te eten. ‘Wees niet bang, die komt wel op, de andere bandleden zijn gek op kaas.’ Hij drinkt ook geen alcohol, thee of koffie. Daar krijgt hij huiduitslag van in zijn gezicht. Vandaar. 

Hij wil met ons naar buiten. Stuart is een buitenman, een fervent wandelaar die graag de bossen en parken van Glasgow opzoekt. Een hardloper ook, hij traint de laatste maanden weer voor de marathon. Op zijn achttiende liep hij er al eens één. Tijd: 2 uur en 58 minuten. Hij is ook een dromer, een mijmeraar. Wat hij droomt en mijmert vormt de basis voor zijn uiterst persoonlijke teksten. Maar daarover later meer.

Stuart is ook een man van de kerk. Hij zingt niet alleen in Belle & Sebastian, een groep die hij in zijn dagboek op internet spottend een ‘onkreukbare indie-status’ toedicht, maar ook in een kerkkoor. ‘If you find yourself caught in love / Say a prayer to the man above,’ luidt dan ook een van zijn typische zinsnedes op Dear Catastrophe Waitress. Hij houdt ook van baseball en voetbal. Hij is niet voor Celtic of de Rangers, maar voor het bescheiden Ayr. Vooral is hij is een man die lijkt te leven in een romantisch ideeënrijk van filosofie en kunst. Iemand die dweept met Franse literatuur en film (nouvelle vague, film noir). En die dweept met vrouwen, Stuart is ook een vrouwenman. Zijn ideale vrouwen zijn vaak Juliet Binoche-achtige types, die hij in zijn teksten op haast hoofse manier begeert. Ze sieren de hoezen van de platen van Belle & Sebastian. 

HIJ WIL DUS NAAR BUITEN, naar de trein. Op Glasgow Central Station beent hij als een gazelle naar het perron van de circle line. Zijn schichtigheid begint iets af te nemen als hij in de wagon plaatsneemt. Al gauw razen we over de brug van de River Clyde. De hemel breekt open; de zon begint te schijnen. Twee haltes verder stappen we uit en lopen richting een park, Queens Park. Daar wil hij het interview doen, in een Green House, een botanische kas. Hij houdt van botanische kassen, want het is er altijd warm. Desondanks gaan we buiten op een bankje zitten, in het zonnetje. 

Tigermilk, de eerste plaat van Belle & Sebastian uit 1996, opende met ‘I was surprised / l was happy for a day in 1975’ (The State I’m In). Nu, zeven jaar later, zingt hij in Stay Loose, het afsluitende nummer van Dear Catastrophe Waitress: ‘Happiness is not for keeping, happiness is not my goal.’ Oftewel: zijn oeuvre begint en eindigt met een gevoel van ongelukkigheid. Hoe typerend voor de melancholieke tristesse van alles dat Belle & Sebastian heeft gemaakt. Stuart is inmiddels op zijn gemak en brandt los in redelijk verstaanbaar Schots: ‘Ik zie geen echt verband tussen mijn tekst van toen en die van nu. Ik ben nu volwassener. Een paar jaar geleden, toen ik jonger was, voelde ik me alsof het geluk mij verlaten had. Alsof het lot tegen me samenspande. Een soort paranoia. Als je ouder wordt realiseer je je dat je geluk moet aanvaarden als het naar je toekomt. En als je ongelukkig bent, moet je dat accepteren. Zonder bitter te zijn. Geluk moet geen levensdoel zijn, je kunt er toch geen controle over uitoefenen.’ 

Het werk van Belle & Sebastian draagt de sfeer uit van een groep jonge mensen die muziek nodig heeft als een beschermingsmechanisme tegen de grote boze buitenwereld. Hij bevestigt dat, maar zegt: ‘Dat is vanzelf zo ontstaan. Het overkomt me gewoon. Een buitenstaander kan veel 

beter beoordelen waar de muziek voor staat dan ik. Dat het zo klinkt komt natuurlijk ook door mijn manier van leven en de mensen met wie ik omga.’ 

Het lijkt inderdaad haast logisch dat iemand die opgroeit in een grauwe stad als Glasgow gaat fantaseren over een artistieke exotische wereld ergens ver weg: in dit geval het gedroomde Parijs van Stuart. ‘Natuurlijk, je gaat idealiseren, romantiseren. Zo ben ik, maar ik zou dat ook gedaan hebben als ik in een andere stad was opgegroeid. In mijn hersenen zal altijd een kamertje gereserveerd zijn voor zulke oorden.’ Zo zingt hij op zijn nieuwe plaat ook over Tokio, waar bij het station van Harajuku elke zondagmiddag een bende verklede travestieten en modieuze exhibitionisten rondparadeert: ‘I’d rather be in Tokyo / I’d rather listen to Thin Lizzy-oh / Watch the Sunday gang in Harajuku / There’s something wrong with me/ I’m a cuckoo’ (I’m A Cuckoo). ‘In elke song van mij,’ zegt hij, ‘kun je voorbeelden van geromantiseer en vervreemding aantreffen.’ 

Hij vervolgt: ‘Daar liep ik in Tokio, in die rare stad, luisterde naar Thin Lizzy en zag al die gekken rondlopen. Dat moment bleef me bij. Het overkwam me. En in een veel donkerder tijd, misschien een jaar later, toen ik heel depressief was, herinnerde ik me dat moment weer.’ Voelt hij zich werkelijk cuckoo (gek)? ‘Nee, ik voel me niet gek. Maar de persoon in het liedje geeft toe hij misschien wel gek is. Gek, omdat hij naar iets ver weg verlangt, in plaats van zijn eigen realiteit.’ 

IN WAT HIJ NU ZELF ALS een zwak moment betitelt heeft hij gezegd dat er alleen maar nummers op zijn platen mogen staan die hem aan het huilen hebben gebracht. ‘Ik probeer iets moois te maken en dat put me uit. En als de song dan klaar is voel ik opluchting en ontroering. Soms ben je wel een jaar aan een plaat aan het werken. Schrijven, arrangeren. In een studio verblijven, kilometers van de bewoonde wereld. Dan zijn er momenten dat je breekt. Je woont in de songs. En als ze dan niet ‘werken’, dan tast dat je hele leven aan. Zeker.’ 

Een belangrijke notie in het werk van Belle & Sebastian is ‘niets doen’. De hoofdpersonen van de liedjes lummelen wat rond, beleven heel wat ‘nothing days’. ‘Niets doen is iets wat ik koester heel diep! Omdat vanuit dat nietsdoen tedere gedachtes opkomen. Ideeën. Inspiratie. Dat zijn de dingen die mijn leven richting geven. Het is bijna alsof ik een spion ben. Men overhandigt mij dossiers. En ik wacht, wacht op mijn instructies. En ineens krijg ik ze. Dat kan een idee voor een song zijn, voor een schilderij, of een film. Ineens wordt mij uitgelegd wat ik de komende weken ga doen.’ Voelt hij zich nooit een klein beetje schuldig, over dat nietsdoen? ‘Niet meer. Ik heb besloten minder hard voor mezelf te zijn. Weet je wat zo raar is? Als je minder streng voor jezelf bent en tegen de mensen zegt: ‘Ik ga doen wat ik zelf wil,’ dan respecteren ze je vanzelf meer. Vroeger zou ik zoiets nooit hebben durven zeggen.’ 

IN ZIJN DAGBOEK, te vinden op de bandsite, publiceerde hij ook een gedicht: I’m In Love With My Therapist / She’s the only one who understands me / The only one that never demands of me’. Stuart beaamt het plechtig. Ik besluit maar niet te informeren of dat gedicht op werkelijkheid berust. In plaats daarvan vraag ik of hij een schooluniform droeg, toen hij jong was. ‘O, zeker.’ Het schooluniform, de dwangbuis van de jeugd in het Britse schoolsysteem. Daarna de maatschappij der volwassenen die zijn eisen stelt, waarvoor hij in zijn muziek wil vluchten. En de romantische zanger die later in het leven verliefd is op zijn therapeute die juist geen eisen stelt. Het lijkt een logische drieëenheid in zijn universum. 

‘Gedichten, die vooral,’ verklaart hij, ‘zijn momentopnames, een destillatie van je gedachten. Maar als je jezelf de hele tijd zo nederig voelt, dan ben je niet van nut voor de maatschappij.’ 

Wat is de rol van de kerk in zijn leven? ‘Wel, ik ga er elke week naartoe. En ik zing in het koor en help de mensen van de kerk.’ Hoe verenigt hij dat met zijn ‘onkreukbare indie-status” ‘Hoe ik dat verenig? Nou, ik leef gewoon mijn leven.’ Hij windt er geen doekjes om: ‘O, ik geloof zeer zeker in God. Ik ga naar een protestantse kerk. En soms zijn mijn persoonlijke overtuigingen iets anders dan het dogma van de kerk. Maar daar valt goed mee te leven. Al voor de band bestond ging ik naar de kerk, vanaf mijn tweeëntwintigste, denk ik. Daar ben ik nooit mee gestopt.’ En hoe zat het dan met de seks, drugs en rock & roll? ‘Het is voor mij nooit een probleem geweest om die met de kerk te combineren.’

Op dat moment schiet er op het gazon voor ons bankje een konijn voorbij. ‘Kijk,’ zegt hij, ‘dat is zeer ongebruikelijk in Glasgow.’ Ik vraag hem naar de song My Wandering Days Are Over op debuutplaat Tigermiik. ‘Mijn zwerversjaren bleken allerminst over,’ stelt hij berustend. ‘Maar zo voelde ik me toen. Alle puzzelstukjes vielen samen, omdat ik eindelijk een groep had. Weet je, mijn songs zijn allemaal autobiografisch en fantasie tegelijk. Soms slaat de balans de ene kant uit, dan weer de andere. Maar als ze louter op realiteit zouden berusten, zouden ze niks voorstellen.’ 

BELLE & SEBASTIAN is vernoemd naar een Franse kinderserie, waarin het weesjongetje Sebastian vriendschap sluit met een grote donzige hond. Belle. ‘Ik zag die serie toen ik zes was. Ach, we hebben die naam zomaar gekozen. In 1995, voor de groep bij elkaar kwam, schreef ik een verhaal over een jongen van midden twintig die zijn leven maar niks vond. Hij geeft gitaarles aan een jong meisje dat heel veel talent heeft. Hij helpt haar met songs schrijven. Haar leven is prachtig. Maar voor hem is het enige dat hij heeft dat gitaarles geven aan haar. Dat ene uurtje in de week dat hij met haar songs kan zingen. Omdat ik me die kinderserie vaag herinnerde, noemde ik hen Belle en Sebastian.’ 

Was Belle in werkelijkheid ook Isobel Campbell, die een tijdlang bandlid van B&S zou zijn? ‘Ik kende Isobel toen nog helemaal niet. Haar ontmoette ik pas zes maanden later.’ Hij denkt diep na: ‘Wat de tv-serie onderscheidde van andere kinderprogramma’s was dat hij duister en melancholiek was. Dat is wel bij me blijven hangen.’ 

Naast melancholie lijkt – zie de hoezen van zijn platen – Stuart gefascineerd door dromerige meisjes met jongensachtige kapsels. ‘Nou’, wijst hij me bijna streng terecht, ‘ik ben gefascineerd door eigenlijk alle meisjes, meisjes in het algemeen.’ Hij grist het platenhoesje van Dear Catastrophe Waitress van me af en opent die bij een zwartwitportret van het meisje dat ook de albumcover siert. ‘Hoe kun je nou niet gefascineerd zijn door zo’n meisje?’ Niet bepaald een Britney Spears-meisje. ‘Nee, dat weet ik wel, maar ze is gewoon mooi, heel mooi. Alles komt neer op je eigen smaak. Dit is mijn soort meisje. Misschien romantiseer ik vrouwen te veel. Ze kunnen me in moeilijkheden brengen. Dat kan zeker. Maar is dat ongewoon? Heel veel relaties hebben hun ups and downs. Het gebeurt je gewoon.’ 

WIE IS EIGENLIJK de serveerster uit de albumtitel? Een meisje dat ik eigenlijk helemaal niet kende. Ongeveer zes jaar geleden werkte ze in een café waar ik altijd kwam. Ze was daar net begonnen. Ze had precies hetzelfde T-shirt aan dat het meisje op de hoes draagt, met het opschrift: Stressée, Moi? Het was zaterdag, het café zat vol mensen. Er waren allemaal gezinnen, kinderen jankten. De situatie was gespannen. Zij had geen ervaring en droeg een dienblad vol maaltijden. En liet die vervolgens vallen. Meteen was het hele café stil, op de huilende kinderen na. Vervolgens ging ik naar de wc en schreef een briefje aan haar. Precies de tekst van de song: ‘Dear Catastrophe Waitress / I’m sorry you seem to have the weight of the world on your shoulder / I cherish your smile.’ 

In die jaren deed ik dat soort dingen heel vaak, briefjes schrijven aan vrouwen. Ik vond dat ik mezelf wel voor gek kon zetten. Ik gaf het briefje aan een van de andere serveersters en die gaf het aan haar. Maar ik heb nooit met haar gesproken. Al gauw stopte ze met die baan. Ik zag haar nooit meer terug. Misschien freakt ze nu uit, want zes jaar later komt er een CD uit met op de voorkant een vrouw die haar T-shirt draagt. Stressée, Moi?’

‘Nee’, zegt hij, ‘ik spreek geen Frans. Was het maar waar. Ik overweeg naar Parijs te verhuizen voor een halfjaartje. Om er een taalcursus te doen. Lijkt me geweldig.’ Waar komt zijn fascinatie met Frankrijk en Parijs vandaan? ‘Van de film. Daar ben ik dol op. Het begon met A Bout De Souffle. Die heb ik talloze keren gezien. Godard, Truffaut, Malle, Chabrol. Ik heb ook veel Franse boeken in vertaling gelezen. Maar dat wil ik niet meer, ik wil ze in het Frans lezen.’ 

IN HET NUMMER You Send Me zingt hij: ‘Every sound is tame, every group the bleeding same.’ Interesseert hij zich nog wel voor de hedendaagse popmuziek? ‘Wat ik daar zing is voor mij waar. Gewoon omdat ik als mens veranderd ben. Ik luisterde heel veel naar popmuziek in de jaren tachtig. Toen kon ik er geen genoeg van krijgen. In de jaren negentig kocht ik al veel minder platen. En nu koop ik helemaal niks meer. Ik wil mijn geld besteden aan films kijken. Ik volg de popmuziek helemaal niet meer.’ 

Is hij misschien ook een beetje Wrapped Up In Books, zoals hij in het gelijknamige nummer op zijn nieuwe plaat zingt? ‘Dat is een verhaaltje over een jongen en een meisje. Ken je de film Une Femme Est Une Femme van Godard? Dat gaat over een jong getrouwd stel dat niet meer met elkaar praat. Ze liggen in bed en willen elkaar beledigen. Eerst loopt de man naar een boekenplank, haalt er een boek vandaan, kijkt er in, neemt het naar haar mee en laat haar een fragment lezen. Vervolgens doet zij hetzelfde. Ze zoeken beledigende passages. In de song gebeurt bijna het omgekeerde. Om een of andere reden kunnen ze niet verder in hun relatie. Misschien gaan ze allebei vreemd. Dus moeten ze eikaars genegenheid voor elkaar nog eens extra uit- spreken. En dat doen ze door over boeken te praten. Ze ruilen boeken, geven elkaar boeken. Dat is hun enige vorm van communicatie.’

Wat vormt de inspiratie voor het muzikale gedeelte van zijn liedjes? Hij weet het niet. ‘Heel soms word ik wakker en het hele liedje ligt klaar. Met tekst en al. Maar meestal is het zoals de beeldhouwer die een grote steen in zijn tuin vindt. In die steen bevindt zich het liedje. En dat moet ik er dan uitbeitelen. Een song als I’m A Cuckoo schreef ik diep in de nacht, ik wist meteen wat de andere bandleden erbij moesten spelen, zo vaak gebeurt dat niet. Maar die song klonk in de studio ook meteen zoals ik hem in mijn gedachten al gehoord had. De band is ook veel belangrijker geworden. Toen we begonnen draaide alles om mij. Maar toen we beter werden, kreeg ik meer vertrouwen in de andere bandleden. Daardoor werd ik ook een ander mens. Daardoor zijn het nu ook veel meer groepsnummers dan louter mijn nummers.’ 

Hij staat plotseling op. ‘We moeten weg. We moeten terug naar de stad, waar de band op ons wacht.’ We lopen het park uit. Ik houd al wandelend de taperecorder bij zijn gezicht. Wat klopt er van het gerucht dat Belle & Sebastian begon als een eindexamenproject? ‘Zo was het niet. Op de universiteit was er een cursus muziekbusiness. Ik zat niet op die cursus. De studenten moesten een band bij elkaar brengen, die een plaat moest maken. Hun opdracht was die plaat te marketen. Het was een soort dummy en wij waren de dummies. Toen ze me vroegen was er helemaal geen band. Dat was eind 1995. Omdat ze me vroegen had ik eindelijk een doel in mijn leven, ik zocht allemaal muzikanten bij elkaar. Zo was er heel snel een band. En toen maakten we Tigermilk, eerste oplage duizend stuks.’ Wat waren zijn muzikale invloeden destijds? Folkmuziek? ‘Nee. Het enige wat ik wilde was een band met een viool, een cello, een trompet en een piano. Die instrumenten moesten net zo belangrijk zijn als de gitaar. Het moest een barokke groep zijn, een kamerorkest. Ik luisterde toen naar Orange Juice, The Smiths, Felt. Dat waren toen mijn favorieten. Maar aan die bands dacht ik helemaal niet toen we Tigermilk maakten.’ 

Hoe oud was hij toen hij zijn eerste song schreef? ‘Ongeveer 24, 25. Oud, dus. Ik had net gitaar leren spelen.’ En toen hij zestien was, waar luisterde hij toen naar? ‘Toen luisterde ik naar Yes. En Led Zeppelin, Jimi Hendrix, Deep Purple, Van Halen.’ Hij grinnikt: ‘Yeah yeah, rockbands.’ 

Je ziet zelden een konijn in Glasgow.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket
abo-actie

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket

OOR deelt uit! Neem een halfjaar- of jaarabonnement op OOR en kies je eigen cd-pakket. We hebben de keuze uit ...
Paradiso schrapt 60 banen: 'Het hek is van de dam'
muziek in coronatijd

Paradiso schrapt 60 banen: ‘Het hek is van de dam’

Ook voor de popmuziek zijn het ongekende tijden. In dit blog signaleert en bespreekt OOR-columnist en mede-thuisblijver Hooijer de ontwikkelingen in ...
Onze favoriete albums van de eerste helft 2020
special

Onze favoriete albums van de eerste helft 2020

2020 maakt er een modderboel van, maar hey, we zijn op de helft: 1 juli. Tijd voor ons traditionele ‘tussenstandje’ dus: de ...

Belle and Sebastian: een rondje Glasgow met Stuart (2003) | OOR