het poparchief

De grote wiettest met UB40: 'Goed interview dit!' (1983)

In 1983 speelde David Bowie twee avonden op rij in De Kuip. OOR’s Erik Timmerman ging echter naar Rotterdam om een héél ander verhaal te halen. Twee dagen op pad met voorprogramma UB40, wat al snel ontaarde in een jolig-wetenschappelijke ‘dopetest’. Resultaat: “Een goed interview!”. Met een dubieuze glansrol voor Lesley Woods van postpunkband Au Pairs. De tekeningen zijn van Ali Campbell en Brian Travers.

Het Poparchief komt tot stand in samenwerking met Collectie Nationaal Pop Instituut, onderdeel van het Allard Pierson – De Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

David Bowie heeft het misschien zelf niet geweten, maar aan zijn twee concerten in Rotterdam zat ook nog een aardig voorprogramma gekoppeld: Icehouse en UB40. Natuurlijk lag de vaderlandse pers voortdurend op de loer voor elk snippertje Bowie-info. Het had mij het overigens ook wel wat geleken om Davids voeten te mogen kussen, zijn hielen te likken of van dichtbij om zijn grapjes te schaterlachen, maar helaas mocht dat er niet van komen. De strenge hoofdredacteur besliste anders. Ik moest een weekeindje optrekken met de mindere goden. ‘Maak het maar gezellig,’ riep het meedogenloze opperhoofd nog vanuit zijn luxueuze fauteuil. Aldus geschiedde; ik pakte mijn tandenborstel en vertrok naar Rotterdam voor de UB-40-dopetest.

Het lag voor de hand, want alle vorige keren dat ik de jongens van UB40 opzocht, passeerden de joints aan de lopende band en dan meestal onder het genot van een slepend reggaemuziekje uit de cassetterecorder. Al vanaf de eerste keer dat de band hier voor optredens was, weten ze de weg naar de hasj- en wietwinkeltjes goed te vinden. Het schijnt nu eenmaal bij een reggaeformatie te horen.

Als ik zaterdag rond het middaguur bij het hotel aankom, zijn de eersten net opgestaan. Sologitarist Robin en trombonist/percussionist Norman zitten al aan het ontbijt en weldra druppelen ook de anderen één voor één binnen; toaster Astro, bassist Earl, saxofonist Brian, slaggitarist Ali en toetsenman Michael. We missen er één, tenminste Gus, de tourmanager, mist er één. Gus is namelijk de man die letterlijk alles regelt en dus ook de godganselijke dag bezig is met neuzen tellen. Jimmy, de drummer, ligt op bed en is nog net in staat te mompelen dat hij zich helemaal niet goed voelt. Hoewel het zich vrij ernstig laat aanzien, lijkt het erop dat niemand zich echt zorgen maakt. Er worden wat grapjes gemaakt over ritmeboxen en Norman vertelt me bloedserieus dat Ali en Earl ook kunnen drummen en dat hij zelf, als het moet, kan bassen.

De tourbus vertrekt zonder Jimmy naar De Kuip, want Gus wil ter plekke regelen dat UB40 die middag een soundcheck kan doen. Nou, reken maar dat die Gus behoorlijk tekeer is gegaan, want een soundcheck kan er die dag niet af en aldus besteden de muzikanten hun middag met wat doelloos rondhangen in en om de kleedcabine. Michael vertelt me dat de groep de afgelopen tijd bezig is geweest met het opnemen van een nieuwe elpee, waarop alleen coverversies van oude nummers komen te staan. In de studio kreeg UB40 onder andere hulp van de Jamaicaanse organist Jackie Mittoo, een oudgediende die al in het begin van de jaren zestig bij The Skatalites speelde.

Jimmy is inmiddels toch uit bed gekropen en naar het stadion gebracht. Een opgetrommelde medicijnman ontfermt zich over de bleke drummer, die zienderogen opknapt nadat de griep met wat drugs uit de apotheek is weggedrukt. Gus maakt zich nog één maal kwaad over de organisatie en zegt vlak voor het optreden; ‘Oké, jullie krijgen alsnog jullie soundcheck. Het begint straks en duurt een klein uur. Het zal een belediging zijn midden in het gezicht van het publiek. Vijftigduizend mensen zullen weglopen.’ En Brian informeert bij mij; ‘Als ze allemaal fluiten, dan betekent het dat ze het slecht vinden hè?’

Het blijkt allemaal wel mee te vallen. In feite reageert het publiek zelfs behoorlijk enthousiast. Visueel is het concert echter niet erg spectaculair. Er mag dan ook geen gebruik gemaakt worden van de lichtinstallatie. Het kan de pret niet drukken, want die dag kiest het publiek z’n eigen held. Heel wat ogen zijn gericht op een jongen in een lichtgeel T-shirt, die als een idioot staat te dansen. Voor zijn wildste sprongen krijgt hij zelfs donderende ovaties. Ook veel applaus als de jongens uit Birmingham van het podium stappen. Het ‘We want more’ is echter tevergeefs; toegiften zijn verboden voor de voorprogramma’s.

Aangezien de meesten er wel voor voelen om ook nog even het optreden van God zelf te aanschouwen, zal de tourbus pas na het Bowie-gebeuren teruggaan naar het hotel. Brian en ik lopen het veld op en zonder zonnebril wordt de saxofonist bijna niet herkend. Als we later op de lichttoren worden toegelaten en daar naast Earl de show staan te bekijken, komen er af en toe wat mensen om een handtekening. Om niet in het gedrang te komen, verlaten we even voor het einde het veld en zien backstage nog net een glimmende limo onder politiebegeleiding wegzoeven. Bowie, sneller dan het geluid, want de laatste noten van zijn set galmen nog na.

In het kleedhok ontmoeten we Lesley Woods van de inmiddels opgeheven formatie Au Pairs. Ze houdt een nog halfvolle fles port in haar hand en waar de andere helft is, kunnen we zó wel zien. Lesley komt ook uit Birmingham en is een oude bekende van de jongens van UB40. Als we naar de bus lopen, wankelt ze met ons me

‘Maar nu moet er toch echt gewerkt worden’, begin ik in het hotel tegen Brian en Ali en stel voor een dubtest te doen op hun kamer. ‘Wat zeg je daar Erik?’ vraagt Ali. ‘Dubtest,’ herhaal ik. ‘Je bedoelt dopetest,’ zegt Ali, en het woord is nog met gevallen of ook Norman meldt zich spontaan aan. Zes joints mogen de heren uittesten en hun bevindingen worden geregistreerd door mijn recordertje.

JOINT Nr. 1
Indonesische wiet

Ali is de eerste die mag proeven. ‘Wat is het?’ vraagt hij aan mij. ‘De eerste,’ antwoord ik. Brian vraagt zich af of mijn recorder het allemaal wel kan bolwerken en biedt me aan om af en toe wat belangrijke details in het microfoontje te spreken. Dit bijvoorbeeld: ‘Lesley van de Au Pairs komt net binnen en heeft veel langer haar dan de laatste keer dat we haar zagen.’

Ali weet inmiddels zeker dat er wiet in de joint zit maar heeft geen idee welke soort. ‘Het zou eigen teelt kunnen zijn.’ Voordat Brian gaat proeven wil hij eerst weten welke tabakssoort er in de joint zit. En dan: ‘Het is zeker geen eigen teelt, het is meer als…’

Ali: ‘Het is wiet hè?’
Brian: ‘Ja zeker, maar ik vind het meer als Columbiaanse of eh…’

Hij wordt onderbroken door Lesley, die onderuit in een stoel hangt en met haar ogen dicht vertelt: ‘Weet je dat ze hier wiet van eigen bodem hebben, die werkelijk niet onderdoet voor andere soorten? Waar heb je deze vandaan?’

Brian: ‘Ik weet het niet, het is een test, het is nog geheim. Wij moeten het raden.’
Lesley: ‘All right, laat mij eens proberen.’
Brian tegen mij: ‘Het is zeker geen Nederlandse hé? Het gaat zelfs meer de kant op van de Jamaicaanse.’

Lesley is er zeker van dat het Nederwiet is. En Norman na enkele trekjes: ‘Ik zal jullie vertellen wat dit is, het is goed.’ En ook hij sluit zich aan bij de mening dat het wiet is.

JOINT Nr. 2
Rode Libanon

All: (onmiddellijk): ‘Dit is Libanon.’
Lesley: ‘Wauw…’
Brian: ‘Laten we niet zeggen wat het is, totdat iedereen ‘m geprobeerd heeft.’
Lesley: ‘Denk jij dat het Libanon is, Brian?’
Brian: ‘Deze heb ik nog niet gehad, dat is namelijk de tweede.’ Hij pakt mijn recorder en spreekt in: ‘Les ziet er erg opgewonden uit, ze zit met haar vingers op de zijkant van de stoel te trommelen.’
Intussen laat Norman de joint uit zijn handen vallen. Commentaar van Brian; ‘Dit is een booby-trap-joint die net geëxplodeerd is.’

Als de joint weer is aangestoken, hangt Lesley boven mijn recordertje en vraagt; ‘Wauw, wat is dit voor machine. Gewoon een taperecorder?’
Brian zegt ook te denken dat het dit keer om Libanon gaat.
Ali: ‘Ik ben er zeker van dat het Rode Libanon is.’
En Norman; ‘It’s good man, it’s fucking good.
Brian: ‘En jij Lesley?’
Lesley: ‘Same again, Dutch Homegrown.

JOINT Nr. 3
Nederwiet

Brian: ‘Ik denk dat dit een nepper is. Of het zou slechte eigen kweek kunnen zijn.’
Norman: ‘Het is zeker wiet.’
Brian: ‘Als het eigen kweek is, dan is het wel slechte.’
Norman: ‘Het is goed man.’

Brian: ‘Leuk interview hè?’
Lesley: ‘Wat? Is dit een interview?’
Brian: ‘This is the great dope-test.’
Ik: ‘Het is voor de muziekkrant.’
Lesley: ‘Ik denk dat het Nederwiet is.’
Ali: ‘En ik denk dat het een soort wiet was.’

JOINT Nr. 4
Nigeriaanse wiet

Als Lesley in slaap dreigt te vallen met de vierde joint tussen haar vingers, vraag ik haar of ze het al weet.

Lesley: ‘Oh,…’
Brian: ‘Ze denkt weer dat het Nederwiet is.’
Lesley: ‘De wat?’
Ik:’De joint.’
Lesley: ‘Ik zou me kunnen vergissen, maar ik denk dat-ie wel uitstekend is… Oh mijn God. Is er een bar in deze kamer?’
Ali: ‘Jawel, maar hij is dicht en ik heb geen sleutel en ook geen idee waar die kan zijn.’

Ali liegt geen woord, maar weet volgens mij donders goed dat het deurtje zonder sleutel geopend kan worden.
Brian: ‘Ik denk dat het wiet is, denk jij ook niet Norman?’
Ali: ‘Ja, het is wiet.’
Norman: ‘Nee, ik weet het niet. Ik denk dat het niets is.’
Lesley: ‘Ja, ik denk dat het wiet is.’
Norman: ‘Ik kan het niet proeven.’
Brian: ‘Maar dit is echt goeie, dus…’
Norman: ‘Ja, maar weetje; ik ben zo verdomde stoned.’

JOINT Nr. 5
Zwarte Afgaan

Brian: ‘Dit is zeker hasj, maar ik weet niet welke.’
Norman: ‘Ik denk dat het zwarte is… maar het ruikt meer als Libanon… ja, zeker weten: het is Libanon.’

Even later komt Norman toch weer terug op de zwarte.
Brian verontschuldigend: ‘Hij verandert zo vaak omdat hij stoned is.’

Ali zegt beïnvloed te zijn door Norman en denkt dat het Libanon zou kunnen zijn. Brian houdt het dan ook op Libanon. Lesley verdwijnt naar het toilet en Brian loopt er achteraan met mijn recorder voor wat ‘historische opnamen’.

Brian: ‘Lesley, dit is voor het blad, ik wil even opnemen dat je aan het pissen bent.’
Lesley: ‘Moet het echt?’
Brian: ‘Yes Les, it’s cool, it’s fashionable.

JOINT Nr 6
Marokkaanse hasj

Brian: ‘Dit is een goed interview, want na een normaal interview voel ik me altijd veel misselijker.’
Lesley: ‘Voel jij je niet misselijk? Nou ik wel.’

Brian pakt de recorder en spreekt in: ‘Lesley van de Au Pairs is misselijk, maar de jongens van UB40 niet, want dat zijn machomannen en zij kunnen dus alles en iedereen onder de tafel drinken en roken. Zij zijn namelijk jongens van de werkende klasse, die in de goede buurt zijn opgegroeid en altijd geloofwaardig zijn, hoeveel geld ze ook zullen verdienen.’

‘Maar Lesley heeft meer gedronken,’ help ik.
Brian: ‘Tja, dat is een punt dat we moeten tegenspreken, want…’ er volgt een speech vol opschepperij. Als Brian klaar is met zijn gepoch, vraag ik hem hoe hij over de laatste joint denkt.

Brian: ‘Dit is goedkope massa-geproduceerde hasj.’
Norman: ‘Het zou zwarte kunnen zijn. Ik durf er bijna op te zweren.’

Ali kan het echt niet meer beoordelen en Brian zegt nu zelfs dat het een nep-joint is. Ik vraag of hij bedoelt te zeggen dat er alleen tabak in zit.

Brian: ‘Misschien ja, maar als ik het mis heb, dan zou het goedkope Marokkaanse kunnen zijn.’
Norman: ‘Ik denk dat het Camel is.’
Brian: ‘Wat denk jij Lesley?’
Lesley: ‘Camel.’
Brian: ‘Ik denk niet dat Lesley dit interview erg serieus neemt.’

Lesley: ‘Oh, ik ben misselijk.’
Brian: ‘Je maakt een grapje. Wil je wat drinken?’

Terwijl ik onthul wat er in de zes joints zat, duikt Lesley kreunend op het bed. Ze slaakt een kreet als ze iets tussen de lakens vindt. Het is maar een saxofoon. We zijn het er over eens dat naarmate de test vorderde, de prestaties steeds slechter werden en verbinden dan ook een interessante conclusie aan de test, zodat het allemaal toch nog wetenschappelijk lijkt: ‘Een dope-test is leuk, maar na de vierde joint ben je zeker te stoned om nog serieus deel te kunnen nemen.’

Nadat Brian en Ali zeer nadrukkelijk tegen Lesley gezegd hebben dat ze vooral niet op de bedden moet kotsen, verlaten we de kamer.

Au Pairs met rechts Lesley Woods

De volgende morgen zijn Lesley’s eerste woorden: ‘Oh, I’ve been such an idiot.’ maar verder heeft de vorige avond geen nadelig effect gehad op haar humeur. Ze blijkt nuchter zelfs behoorlijk opgewekt en ook de anderen zijn in goede stemming. Gelukkig maar, want er moet hard gewerkt worden. Omdat ook vandaag alle fotografen het te druk zullen hebben met het fotograferen of afdrukken van Bowie voor de Nieuwe Revu, zullen Brian en Ali illustraties maken voor bij het verhaal.

De tweede dag loopt gesmeerd. Mét een een apart mengpaneel naast dat van Bowie is het geluid er een stuk op vooruitgegaan. Na het optreden gaan de bandleden terug naar het hotel om nog snel wat uren in bed te kunnen doorbrengen. Ze zijn moe en ’s nachts op drie uur zal de bus weer richting Engeland vertrekken, waar de band meteen op een vliegtuig richting Verenigde Staten zal stappen voor een tournee van 5 weken met soms 2 optredens per avond. Niemand lijkt er echt zin in te hebben. Lesley rijdt met mij terug naar Amsterdam. De dag na de verkiezingen heeft ze Engeland verlaten, misschien wel voorgoed. De hoofdstad van Nederland blijft voorlopig haar basis. In de auto dommelt ze af en toe wat in.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

A Hero's Death
album
Fontaines D.C.

A Hero’s Death

‘Een introverte, introspectieve plaat’ moest het worden, die ‘moeilijke tweede’, zo vertellen de mannen van de Ierse postpunktrots Fontaines D.C ...
Made Of Rain
album
The Psychedelic Furs

Made Of Rain

Je hebt vintage postpunkbands die zelfs op pensioengerechtigde leeftijd nog beluisterbaar nieuw werk uitbrengen (al houdt het na Wire en ...
Fontaines D.C.: 'De insteek was dit keer postpunk-Beach Boys'
interview

Fontaines D.C.: ‘De insteek was dit keer postpunk-Beach Boys’

Dit interview met Grian Chatten en Conor Deegan III, respectievelijk zanger en bassist van het Ierse Fontaines D.C., vond plaats ...

De grote wiettest met UB40: 'Goed interview dit!' (1983) | OOR