het poparchief

Hoe Depeche Mode zijn gram haalde met 'Violator' (1990)

Tieneridolen? In 1990 rekende Depeche Mode voorgoed af met dat imago, dankzij Violator en de single Enjoy The Silence. OOR’s Erik van den Berg sprak de voldaan grijnzende songschrijver Martin Gore. Over het idool-zijn, sex, religie en… de kater na een interview.

Het Poparchief komt tot stand in samenwerking met Collectie Nationaal Pop Instituut, onderdeel van het Allard Pierson – De Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Depeche Mode was het zat. Zat om telkens maar weer het Britse journalistendom welwillend te woord te staan, om hun telkens hetzelfde te moeten vertellen en om telkens tot de conclusie te komen dat de daaruit voortvloeiende artikelen ongegeneerd de vloer aanveegden met de groep. ‘Op dat moment besloten we maatregelen te nemen. We deden simpelweg geen interviews meer. Door een jaar lang vooral de Engelse pers te ontwijken, hebben we uiteindelijk het nodige respect teruggewonnen. Nu we weer interviews doen, staan ze allemaal te dringen en pakken de verhalen plotseling wèl positief uit.’

Martin Gore, het componerende babyface van Depeche Mode, is zichtbaar geamuseerd. Tien jaar on the road is hem bepaald niet aan te zien en zijn gelukzalige grijns geeft hem iets van een schooljongen die zojuist de grootste etterbak van de klas een pot inkt over het hoofd heeft gekieperd. Belhamel haalt gram. Hoewel, alle geruchten omtrent de relatieve stilte van de laatste jaren ten spijt, heeft de minachting van de serieuze muziekpers de groep geen windeieren gelegd: ook zonder interviews werden de singles hits en verkochten de veehallen moeiteloos uit. En dat laatste lag minder aan de standaardkwaliteit van het Depeche Mode-materiaal dan aan de tronies van Gore en zijn secondanten Dave Gahan, Alan Wilder en Andrew Fletcher.

‘Dat was de voornaamste reden voor het sarcasme van de pers. Men zag zalen vol schreeuwende tieners en nam toen een besluit: Depeche Mode kan niks zijn. Terwijl in plaatrecensies toch altijd de kwaliteit van de composities werd aangehaald, zij het uiterst summier. Heel flauw.’

CAMOUFLAGE

‘Maar ik geef toe dat we zelf ook fouten hebben gemaakt, vooral aan het begin van onze carrière. We waren nog erg jong en wisten totaal niet wat ons overkwam. Van carrièreplanning hadden we nog nooit gehoord, met elk interview stemden we in. En dat terwijl we geen van vieren eigenlijk wisten wat we wilden. We hebben toen rare dingen gedaan en gezegd.’ Martin doelt onder andere op het ridicule SM-imago dat hij zich gedurende enige tijd aanmat en wat hij nu ‘een jeugdzonde’ noemt. ‘Maar ik vraag me af of we er spijt van moeten hebben. We bestaan tenslotte tien jaar en worden nog altijd succesvoller.’

In dit laatste proces speelt het nieuwe album Violator (‘een grap, die naam. Geen mens verwacht zo’n deathmetal-titel bij een groep als Depeche Mode’) een belangrijke rol. De meningen over de plaat lopen uiteen, maar vast staat dat het materiaal nog altijd een ongekende kracht heeft en het muzikale idioom wederom uiterst herkenbaar is: sterke popsongs, weergaloos gezongen en gegoten in een nergens overdadige, elektronische setting. Geen nieuwe invalshoeken, maar luistergenot tot in de vezels. De welhaast traditioneel (na Master & Servant en Blasphemous Rumours) provocerende songtitel blijkt wederom de (vorige) single. Personal Jesus, te zijn. Opzet? ‘Provocatie is nooit het achterliggende idee geweest bij die songs. We zagen het meer als een uitdaging. Kijk, het is natuurlijk heel makkelijk om veilige liedjes te schrijven, maar het leek ons leuker om te kijken of singles met een dubieuze titel óók in alle radioprogramma’s zouden worden gedraaid. Het vormde tevens een testcase: zijn mensen in staat door zo’n titel héén te kijken en naar de werkelijke betekenis van het liedje te graven. Tot nu toe pakte het goed uit, het werden allemaal hits.’

Zijn Depeche Mode-songs méér dan ze lijken? ‘Ik denk het wel. De popsong-aankleding is feitelijk een vorm van camouflage. Toegankelijke muziek, waarnaast de tekst het werk doet en de mensen de ogen opent. Een communicatievorm waarvan ik de functionaliteit bewezen acht. Veel independent-bands kennen dat mechanisme niet. Ze hebben goede dingen te zeggen, die zeker gehoord moeten worden, maar ze verpakken het m dusdanig ontoegankelijke muziek dat ze uiteindelijk vrijwel niemand bereiken. Niettemin heef onze aanpak ook gênante bijwerkingen: fans zingen bij optredens vrolijk de teksten mee, maar beseffen intussen nauwelijks wat ze zingen.

Misschien maar goed ook. Martin Gore’s tekstuele wereld is niet de vrolijkste en de soms bizarre verwijzingen naar religie en sex (geen onalledaagse combi, zie ook Prince en Nick Cave) zouden de vele idolate tieners toch maar van de wijs brengen. Waarom worden deze arme drommels trouwens met zoveel zwaarmoedigheid bekogeld? ‘Het zijn simpelweg de dingen die me bezighouden. Maar je hebt gelijk: veel teksten worden door het publiek absoluut niet begrepen. Toen we Personal Jesus uitbrachten, ging iedereen er van uit dat we bekeerd waren. Men verwachtte dat het eerstvolgende album Depeche Mode’s Slow Train Coming zou worden. Volslagen onzin natuuriijk; Personal Jesus handelt over mensen die hun liefdespartner op een voetstuk zetten, zodanig dat het een soort religieuze figuur wordt waar men volledig op vertrouwt. Dat pikten maar weinig mensen op.’

ELECTROBLUES

‘Religie fascineert me omdat het een mysterie voor me is. Er zit iets heel krachtigs in het geloof, maar wat dat is weet ik niet. Veel mensen zoeken naar een doel in hun leven en vinden dat in het geloof. Persoonlijk heb ik dat doel nooit gevonden, dus religie is nog altijd iets ongrijpbaars voor mij. Het schijnt dat je er troost in kunt vinden; omdat sex ook die functie kan hebben, combineer ik die twee aspecten vaak.’

Toch staan bij Gore beide onderwerpen altijd ten dienste van een liefdesrelatie en weten de liefdesliedjes zodoende de oppervlakte te ontstijgen. Ik haat keurige lovesongs, ja. Ik haat het sowieso om voortdurend de aangename kant van het leven te schilderen. Dat is niet realistisch. Het leven is vaker moeilijk dan eenvoudig. Maar misschien is het ook wel een natuuriijke reaktie op alle vrolijke muziek om me heen. De meeste dansmuziek kan ik best waarderen, maar het is teleurstellend hoe weinig diepte erin zit. Als je geen zin hebt om te dansen, kun je er niks mee.’

Iets wat van de muziek van Depeche Mode in ieder geval niet gezegd kan worden. Wie niet swingen wil, kan luisteren. Niet alleen naar de grijsgetinte observaties van Gore maar ook naar, zoals hij beweert, de rijkdom van de muziek. ‘Daar komt een zeer breed spectrum aan invloeden bij kijken. Gospel, doo-wop, vroege rock & roll, glitterpop, maar ook klassieke en elektronische mu2iek. Ik verwerk het allemaal, maar als luisteraar, je moet er wel voor gaan zitten. Zo heeft een song als Personal Jesus een doodordinaire bluesriff, al is de context is geen gebruikelijke. Naar mijn idee is het volslagen onzinnig om regressieve muziek te maken. Je moet vooruit. Een bluesplaat maken kan iedereen tegenwoordig; dat is absoluut geen uitdaging meer. Maar elektronica met blues mixen, hoe banaal dat ook mag klinken, vormt wel degelijk een uitdaging. Dat soort dingen maakt muziek weer interessant en daar probeer ik me mee bezig te houden.’

Het mag dan duidelijk zijn dat Martin Gore muzikaal de dienst uitmaakt binnen Depeche Mode, een en ander verschaft hem echter niet alle vrijheid: de korte vakantie die de groep na het uitbrengen van de voorlaatste studioplaat Music For The Masses (zo’n titel bood voorlopig voldoende voer voor kwaadwillenden) inlaste, gebruikte Gore voor het opnemen van een mini-soloalbum met louter covers, The Counterfeit EP. Hierop vonden ’s mans all-time favourites hun weg in een muzikaal jasje dat in niets verschilde van het groepsgeluid. Over het hoe en waarom is hij uiterst bescheiden.

 

‘Het was een project dat ik al heel lang wilde doen. Ik had er plotseling tijd voor. Maar ik heb er verder geen enkele promotie voor gedaan. Geen single, geen video, geen interviews. Gewoon de plaat gemaakt en uitgebracht. Ik had dat project ook met de hele groep kunnen doen, maar dan was er een compromis uitgerold. Onze smaken verschillen nogal extreem, namelijk.’

VOOROORDELEN

‘Wat Depeche Mode al die jaren op de been heeft gehouden? Dat verschilde. In de beginjaren was Vince Clarke (later in Yazoo, nu in Erasure – EvdB) de drijvende kracht; hij had de meeste ambities. Vreemd genoeg haakte hij af toen we echt doorbraken. Toen we beseften dat we het ook zonder hem konden redden, zijn we doorgegaan. Een beetje te enthousiast waarschijnlijk, want juist doordat we op een gegeven moment in elk tv-programma en elk tijdschrift opdoken, bereikte het publiek een verzadigingspunt. Men werd een beetje moe van ons imago, dat destijds nogal poppy was. Daar wortelt veel van de scepsis in die menig journalist en muziekliefhebber later deed besluiten dat we een oninteressante groep waren. Maar men vergat ons verder te volgen en bleef hangen in die vooroordelen.’

‘Momenteel houdt de strakke organisatie binnen de groep ons overeind. Ieder heeft zijn functie. Ik schrijf de songs, dat heeft iedereen geaccepteerd en daar is iedereen tevreden mee. Alan is de belangrijkste muzikant in de groep; hij is klassiek geschoold en weet veel van elektronica. Dave is de frontman, de zanger, en Andrew is eigenlijk de enige non-muzikant. Hij behartigt onze zakelijke belangen en fungeert als manager. Hij maakt deel uit van de groep omdat hij op die manier goed situaties kan inschatten, maar natuurlijk ook omdat hij goede muzikale ideeën heeft.’

‘Maar ook als die perfecte organisatie er niet zou zijn, ik doorgaan. Muziek maken is een verslaving voor me geworden. Zelfs als Depeche Mode zou ophouden te bestaan, zou ik songs blijven schrijven. Ik begrijp nu ook goed waarom veel oude rockers nooit opgeven en gewoon steeds opnieuw een comeback maken.’

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket
abo-actie

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket

OOR deelt uit! Neem een halfjaar- of jaarabonnement op OOR en kies je eigen cd-pakket. We hebben de keuze uit ...
Paradiso schrapt 60 banen: 'Het hek is van de dam'
muziek in coronatijd

Paradiso schrapt 60 banen: ‘Het hek is van de dam’

Ook voor de popmuziek zijn het ongekende tijden. In dit blog signaleert en bespreekt OOR-columnist en mede-thuisblijver Hooijer de ontwikkelingen in ...
Onze favoriete albums van de eerste helft 2020
special

Onze favoriete albums van de eerste helft 2020

2020 maakt er een modderboel van, maar hey, we zijn op de helft: 1 juli. Tijd voor ons traditionele ‘tussenstandje’ dus: de ...

Hoe Depeche Mode zijn gram haalde met 'Violator' (1990) | OOR