het poparchief

Hoe het internet er met de nieuwe Radiohead vandoor ging (2003)

In 2003 – tijden van Napster, Bush en SARS – toog onze huidige hoofdredacteur Erik van den Berg naar Londen om Thom Yorke te spreken over Hail To The Thief. Een plaat die ver voor de releasedatum al de wereld overging als illegale download, toen nog een opzienbarend verschijnsel. Een plaat die bovendien werd gemaakt in net zulke vage, verontrustende tijden als nu. Gelukkig, aldus Yorke, was daar de ‘opbeurende’ nieuwe Radiohead.

Het Poparchief komt tot stand in samenwerking met Collectie Nationaal Pop Instituut, onderdeel van het Allard Pierson – De Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Laten we eens netjes beginnen waar ons vorige Radiohead-verhaal eindigde: Hail To The Thief vroegtijdig – eind maart – gelekt op internet. Consternatie. Overal recensies, analyses en commentaren. Bandleden pissig, producer Nigel Godrich pissig, cynici nuchter: zal wel een gewiekste marketingtruc van de band zelf zijn geweest. Knipoogje naar de albumtitel. ‘Typisch Radiohead natuurlijk.’ 

Op het moment dat die OOR in de winkels ligt, val ik – in een Londense hotelkamer met daarin Thom Yorke – maar eens met de deur in huis. Er kan nog net een zuur lachje af. ‘It’s all true! We hebben het zelf gedaan. Ik beken!’ Hij is snel seri­eus. Nee, ze hebben de dader nog altijd niet. Het moet iemand geweest zijn die werk­te in de studio, of er in elk geval toegang toe had. Het enige wat men heeft kunnen achterhalen, is de exacte datum. ‘Waarschijnlijk is het extreem vroeg in de ochtend gebeurd, toen er nog niemand was. Iemand heeft een computer aangezet, de muziek gekopieerd en de computer weer uitgezet. Vervolgens is ie weggegaan ik snap alleen niet waarom het pas maanden later op internet opdook. Waarom niet meteen?’ 

Maar eigenlijk, zegt Thom, kan dat hele intemetverhaal hem allemaal niet meer sche­len. En heeft ’t hem vooral weer eens geconfronteerd met de negatieve bijver­schijnselen van een platencontract bij een major. ‘Het stoort me dat we onze CD eind maart hebben afgerond, inclusief het artwork, en dat we nog tot juni moeten wachten voor ie in de winkels ligt.’ Schrale troost: Hail To The Thief is het laatste album dat Radiohead contractueel voor Parlophone/EMI moet afleveren. Thom knikt. En veert dan op. ‘O, maar we zijn heel blij met EMI hoor, begrijp me niet verkeerd, we willen graag blijven. Maar eigenlijk… moet je me niks vragen over de toekomst van Radiohead. Ik weet ’t niet, niemand van ons weet ‘t. Eerst maar eens alle promotionele shit rondom de release afronden. Plus de tournee. Tegen die tijd zijn we ongetwijfeld weer volkomen gaar gestoofd en opnieuw niet in staat om na te denken over de toekomst [lacht]. Bovendien heb ik het afgelopen jaar genoeg geworsteld met de toekomst. De hele nieuwe plaat gaat erover.’ En nee, niet z’n persoonlijke toekomst. ‘Als Hail To The Thief één ding niet is, is het wel een persoonlijke plaat.’ 

Radioberichten

Als Thom vervolgens uitlegt hoe dat precies zit, blijkt de nieuwe Radiohead-CD toch persoonlijker dan hij wellicht denkt. De kiem voor Hail To The Thief, althans voor de thematische rode draad ervan, werd gelegd in de zes maanden sabbatical die Radiohead voor zichzelf had ingepland nadat de allerlaatste (Japanse) toerverplichtingen voor voorganger Amnesiac waren afgerond. Elk bandlid koos zijn eigen manier om het hoofd leeg te maken en Thom zocht, met vriendin Rachel en zoontje Noah, het platteland op. De afzondering. ‘Ik heb eigenlijk maar drie dingen gedaan: met mijn kind bezig zijn, teksten schrijven en op vaste tijden naar de radio luisteren.’ Hij weet het nog heel precies, dat van die radio, ’s Ochtends van zeven tot negen uur, ’s middags van één tot half twee en ’s avonds tussen zes en zeven. ‘Radio 4. Nieuws, actualitei­ten, commentaren.’ 

Na een tijdlang een strakke dagindeling te hebben gevolgd, begon zich voorzichtig een coherent verband tussen die drie activiteiten te vormen. ‘Door al die radioberichten drong heel langzaam tot me door hoe de wereld er anno 2002 bij lag. Want in dat jaar moet je Hail To The Thief situeren: de 11 september-kater, de oorlog in Afghanistan, de terreurparanoia, de waanzin, de hysterie, de angst… Ik kreeg steeds meer het gevoel van: dit is een overgangsfase naar een héél andere tijd, een heel andere manier van leven, een andere manier van omgaan met elkaar, ik dacht al snel: dit gaat mis, dit komt niet meer goed. Nooit meer. En hoe ga ik dat mijn zoon vertel­len? Dat was de mindset van waaruit ik teksten ben gaan schrijven.’ 

Daarna, zegt Thom, kwam ook nog eens de woede. ‘En de onmacht, het cynisme, de vragen. Hoe moest ik in hemelsnaam een kind grootbrengen in een wereld als deze? Ik verzon een werktitel voor de plaat: The Gloaming. Een oud woord voor avondschemering. Dat vond ik een mooi beeld: het verwoordde vrij letterlijk de overgangsperiode naar een duistere tijd. Als de anderen op dezelfde golflengte als ik hadden gezeten, was dit het meest deprimerende en negatieve Radiohead-album ooit geworden.’ 

Hybride

De anderen. Thom doelt op zijn vier groepsgenoten: de gitaristen Jonny Greenwood en Ed O’Brien,  bassist Colin Greenwood  en drummer Phil Selway. Want terwijl Thom worstelde met zijn weinig opbeurende nieuwe inspiratiebronnen, zaten zij op een heel andere trip. Een muzikale. Sleutelwoorden: pop, gitaren, liedjes. En de lol daarvan.

Terug naar old school Radiohead dus eigenlijk, maar dan met de ken­nis en verworvenheden die de jaren van Kid A en Amnesiac hadden opgeleverd – de jaren dus eigenlijk dat ze ‘concepten’ als popmuziek, gitaren en liedjes haatten. In die tijd wilde Radiohead maar één ding, zegt Thom: niets meer te maken hebben met wat ze daarvóór deden. Een extreem andere richting op. Experimenteren. Gewoon, for the saké of it. ‘We hadden het gevoel dat we alles hadden gedaan wat mogelijk was met zang, gitaren en drums. Er moest meer zijn. En dat was er ook. Zolang het duurde. Twee platen hebben we nodig gehad om iets voor onszelf te bewijzen, vraag me niet wat; het is in elk geval goed geweest. Ik denk dat we nu een mooie hybride van het oude en het nieuwe Radiohead zijn, organisch en poppy, maar ook elektro­nisch en avontuurlijk.’ 

Maar daar ging dus een kleine botsing tussen Thom en de andere bandleden aan vooraf. Thom knikt. Maar het was een zachte bot­sing. Hij en de rest zaten al snel op dezelfde golflengte. Ook op aandringen van Thoms vriendin. ‘Toen we op het platteland zaten, heb ik één keer met haar over de volgende Radiohead-plaat gepraat. Ze zei: laat ’t gebeuren. Maak er vooral niks geforceerds van. Dat vond ik een mooie gedachte. Bij de eerste de beste bandmeeting heb ik hetzelfde geroepen: laten we deze plaat gewoon laten gebeuren. Er ging een zucht van verlichting door de groep [lacht], iedereen verwachtte dat ik weer moeilijk zou gaan doen. Maar het leek me een goed plan. Zat de wereld op een deprime­rende Radiohead-plaat te wachten? Nee. Ik vond dat mijn teksten door de muziek opgetild moesten worden. Er moesten opgewekte songs en melodieën bij. want dat is Hail To The Thief voor mij: een opbeurende plaat.

Totale stilte

Na de sabbatical werd het strakke tijdschema netjes vervolgd: drie maanden materiaal schrijven en instuderen, dan een kleine tournee om de boel uit te testen en vervolgens de nieuwe CD opnemen. In Los Angeles, in een week of zeven. Uitzonderlijk snel, naar Radiohead-maatstaven. ‘Mijn teksten waren een momentopname, de muziek moest dat ook zijn, vonden we. Op gevoelsniveau zat er een afstand tussen die twee zaken, maar ze moesten elkaar wél versterken. Dat is sowieso iets waar ik aan hecht. Ik kan geen woede of pijn uiten met harde muziek achter me. Het liefst zou ik totale stilte hebben, ik bewonder en respecteer de Public Enemy- of Dead Kennedys-aanpak, alles heel erg in your face, maar bij mij zou ’t niet werken.’ 

De plaattitel kwam ondertussen minder snel. Het moest iets zijn dat de contradictie in de muziek aangaf, zegt Thom. De energie en de opwinding van de muziek tegenover de woede en de paranoia in de teksten. ‘Iedereen roept nu dat de titel verwijst naar die anti-Bush-kreet, maar da’s onzin. Ironisch genoeg kwam ik ‘m tegen in een verhaal over een Amerikaanse president van een eeuw eerder. Die werd The Thief genoemd. Het was een vergelijkbare situatie: ook hij was min of meer door z’n vader in het zadel geholpen… Hail To The Thief is vooral een cynische titel. Hij is van hetzelfde kaliber als collateral damage: per ongeluk gevallen burgerslachtoffers. Een wrang eufemisme. Friendly fire is ook een mooie. Da’s toch de grap voorbij? Tegelijk verbeeldt het de hypocrisie en het banale in het denken van de Amerikanen. Op een even hilarische als weerzin­ wekkende manier.’ 

Nu we toch bezig zijn: ook het feit dat Hail To The Thief een anti-Amerikaanse plaat is die tegelijkertijd voor het grootste deel in Amerika is opgenomen, ziet er op papier nogal ironisch uit. Thom knikt. ‘Dit is in alle opzichten onze Amerikaanse plaat, ja. Een protestplaat, gemaakt in het hol van de leeuw. Alleen: hij is nooit zo bedoeld. Wat je zegt is waar, maar ’t is toeval. En misschien is het niet eens zo’n overdreven anti-Amerikaanse plaat. Hij is gericht tegen wat sommige – met de nadruk op sommige – Amerikanen hebben aangewakkerd en aangericht. De junta, zeg maar. Hij is gericht tegen een bepaalde, typisch Amerikaanse mentaliteit, die ontstaan is vanuit domheid en egocentrisme. Een mentaliteit waarvan ik me pas bewust werd toen ik, tijdens onze sabbatical, besefte hoe dichtbij het allemaal kwam. En hoezeer het te maken had met de toekomst van m’n eigen kind.’ 

Vaderschap

Waarbij Thom niet gevoelig blijkt voor het argument dat hij toch een welgestelde rockster is die zijn kind zoveel beschutting kan geven als ie zelf wil. Sterker nog, daar wordt Thom boos om. ‘Je bedoelt private schools en zo? Atoombunkers? Rot op. Daar zijn mijn vrouw en ik faliekant op tegen. Mijn zoon moet opgroeien in een natuurlijke omgeving, niet tussen celebrities en andere geprivilegieerden, ik denk zelfs dat mijn bekendheid en rijkdom de zaken alleen maar verergeren. Want mijn zoon krijgt, nu al, te maken met mensen en omstandigheden waar ie normaal nooit mee te maken zou hebben… Je doelt op I Will zeker? Ja, daar komen kinde­ren en atoombunkers in voor. Maar dat is een oud nummer. Van vóór mijn vader­schap. Met die song worstelden we al ten tijde van Kid A… Maar ik bedoelde eigenlijk een toekomst in het algemeen, niet eens zozeer een mooie toekomst. Dat zijn de gedachten die deze plaat hebben gekleurd. Is er wel een toekomst? Ik ben geschrokken van die gedachten. Ik ben ook geschrokken van de fuckin’ boosheid die in me zat. Dat herkende ik pas op ’t laatst, toen ik alle teksten nog eens bekeek. Die hatelijkheid in bijvoorbeeld A Punch-Up At A Wedding: helemaal nooit zo bedoeld. Maar ik zag geen reden om er nog iets aan te veranderen.’ 

Nu hij toch zelf over die song begint: ergens op een fansite suggereerde een fan dat dit Thoms stiekeme ode aan John Lennon is. ‘Echt?’ Hij is er even stil van. ‘Hm… Het zou zo kunnen zijn. Scherpe observatie, ik geef toe, het heeft ook wel een Plastic Ono Band-achtige woede in zich [lacht]. Ken je die plaat, met Mother erop en zo? Het is Lennons primal scream-album. Dat gevoel herken ik wel terug in A Punch-Up, ja.’ 

Goed. Maar we waren dus nog in Amerika. Los Angeles om pre­ cies te zijn. Precies de surrealistische, idiote omgeving die Thom nodig heeft, vindt ie. ‘Da’s ook de enige reden waarom we erheen gingen. Ik functioneer het beste als ik me ontheemd voel, weg van m’n roots. Hoe weirder de omgeving, hoe beter. Natuurlijk, je kunt roepen dat L.A. zowat het tegenovergestelde is van waar die miserable bastards van Radiohead voor staan, maar geloof me, het is tegelijk hóógst inspirerend. Ook voor iemand als Stanley Donwood, die de laatste jaren onze hoezen ontwerpt. Hij was nog nooit in L.A. geweest en werd helemaal gek van alle indrukken. Binnen een dag had hij zich volgezogen met ideeën en was er een idee voor het artwork van de plaat.’ 

Fuck de zanger

Terug naar het hier en nu. Want als Hall To The Thief in al z’n pessimisme en zwartgalligheid vooral een momentopname is, maakt dat benieuwd naar Thoms huidige geestestoestand. ‘Niet zo héél erg anders’, klinkt het bijna verontschuldigend. ‘Het is obses­siever dan ik dacht, ik zie het allemaal nog steeds vrij somber in. Zoals ik al zei: vraag mij liever niet naar de toekomst. Of naar mijn toekomst. Want volgens mij kan het op korte termijn ongeveer… vier kanten opgaan. Óf ik zal vanaf nu nooit meer iets fatsoenlijks produceren óf ik word krankzinnig óf niemand geeft ooit nog ene fuck om Radiohead óf de noodzaak om als groep iets te doen verdwijnt volledig, omdat de omstandighe­den om ons heen zodanig veranderen dat we geen bestaansrecht meer hebben.’ 

Alsof Radiohead zich ooit iets heeft aangetrokken van die omstandigheden. Als er één groep is die al sinds 1997 volledig losstaat van de muzikale tijdgeest… Thom weet het. ‘Maar kunnen we overal mee wegkomen? Ik betwijfel het. Al zal het schelen dat we op de nieuwe plaat proberen die zweem van ernst, van belangwekkendheid, van quasi-kunstzinnigheid van ons af te schudden. De ballast is weg. Kid A en Amnesiac zaten daar vol mee. Dat waren eigenlijk elitaire, arrogante platen: dit is wat, we doen, take it or leave it. Ook voor ons leidde dat af. De nieuwe CD is voor ons geen big deal meer. Want we weten nu dat een Radiohead-plaat op globaal niveau helemaal niks, nada betekent. We hebben gewoon een popplaat gemaakt.’ 

Vandaar ook, benadrukt Thom, dat we de nieuwe CD – ondanks z’n politieke lading – vooral niet als een statement of manifest moeten zien. ‘Oké, ik kijk naar de wereld om me heen en ik laat me meesleuren, maar het gaat nergens heen. Ik geef geen antwoorden, geen clues, geen oplossingen. Ik ventileer m’n emoties. Je moet tijdens het luisteren denken: laat die Yorke maar zaniken, laat ie zich maar lekker afrukken, het gaat tóch om de muziek [lacht]. Als ik zelf naar muziek luister, let ik ook niet op de tekst, ik kick op geluiden, op muzikale vondsten, op het klankbeeld. Fuck de zanger. Ik geloof niet in bood­schappen. Niet meer. Ik geloof ook niet meer in het samengaan van boodschap en kunst. Kunst appel­leert aan het oermenselijke gevoel voor esthetiek. Een boodschap, zeker een politieke, is een stoorzen­der. zeker als die boodschap de kiem is geweest van waaruit de muziek is ontstaan. Dan slaat het helemaal dood. Kunst en dialectiek verdragen elkaar slecht. Luister gerust naar mijn stem, mijn emo­ties, mijn zangmelodieën, maar negeer mijn woorden. Dat is de enige boodschap die ik heb.’ [lacht] 

Klooien met computers

Dat Thom Yorke tegenwoordig vooral in zichzelf en z’n ingebeelde, duistere toekomstperspec­tief zit opgesloten, mag ook blijken uit zijn desinteresse in het aanbod aan nieuwe muziek. Dreunde hij bij vorige interviewgelegenheden altijd graag een lange rij nieuwe muzikale ontdekkingen op, dit­maal blijft het bij een zwijgend schouderophalen. ‘Ik hoor momenteel niet zo veel. Ik heb in elk geval niks met die zogenaamde New Rock Revolution. Allemaal onzin. Ik bedoel, je hebt retro en je hebt oh please fuck off-retro, snap je?’ 

Eigenlijk vindt Thom zijn muzikale rol binnen zijn eigen band momenteel het interessantst. ‘Laat mij maar lekker klooien met computers en samplers. Ik hou ervan dingen in elkaar te zetten, weer uit elkaar te halen en vervolgens ondersteboven en achterstevoren terug te zetten. I fuck things up. Naast zingen is dat mijn rol in de band. Hoewel mijn invloed op het geluid nu veel minder is dan ten tijde van Kid A. Ik heb geleerd me in te houden. Ik stamp niet langer overal doorheen.’ 

Verder is hij ervan overtuigd dat Hail To The Thief opnieuw een Radiohead-fase definitief afsluit. Omdat hij het gevoel heeft dat de groep op ’t randje van de zelfparodie staat. ‘En ik heb te veel groepen óver die rand zien gaan. Sindsdien ben ik vastbesloten om daar scherp op te letten. We zijn nu weer even een popband, omdat dat nodig was. Even lekker doen waar we goed in zijn. Maar hoe blij ik ook ben met onze nieuwe plaat en hoeveel lol we ook hebben in wat we momenteel doen, in feite is het een gepasseerd station. We staan stil. Dit is OK Computer 2. Wat we vanaf nu gaan doen, mag in geen enkel opzicht meer lijken op wat we al gedaan hebben. Dus nee, we gaan niet nóg verder terug, zoals ieder­ een verwacht. Er komt geen tweede The Bends. Daar is geen enkele reden toe. En dit is geen rigoureu­ze persoonlijke beslissing die ik hier, nu, tegenover jou, neem. Dit is een onderwerp waar we binnen de band onlangs uitvoerig over hebben gesproken. Als die vier toekomstopties die ik daarstraks noemde zich niet aandienen, zullen we over pakweg twee jaar volstrekt onherkenbaar zijn als Radiohead. Althans, dat hoop ik. Het is het enige toekomstperspectief waar ik volledig vrede mee heb.’ 

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

OOR ontsluit de pophistorie: elke dag een klassiek verhaal!
het poparchief

OOR ontsluit de pophistorie: elke dag een klassiek verhaal!

We gaan iets leuks doen. Nu heel het land toch zo'n beetje in lockdown zit, unlocken wij het OOR-archief. Of minder ...
Blauwe Vear
album
Jack Poels

Blauwe Vear

‘Een Americana-album uit America’, zo noemt de trotse labeleigenaar het. Een ex-Limburger die het ook was opgevallen dat zanger-liedjesschrijver Jack ...
Gigaton
album
Pearl Jam

Gigaton

Bijna zeven jaar hebben we erop moeten wachten: een nieuw Pearl Jam-album. OOR’s meest gestaalde Pearl Jam-watcher recenseert 'Gigaton', track ...

Hoe het internet er met de nieuwe Radiohead vandoor ging (2003) | OOR