het poparchief

The Who: Townshend over de nadreun van 'Tommy' (1972)

Pete Townshend, de molenwiekende koning van de explosieve gitaarriff, wordt vandaag 75 jaar. Een traktatie namens hem: het allereerste interview dat we met de gitaarlegende deden. Jaartal 1972. OOR bestond nog maar net en de dreun van Tommy (1969), ’s wereld bekendste rockopera, was nog altijd voelbaar in de muziekwereld. Pim Oets zocht de schepper op in Londen.

Het Poparchief komt tot stand in samenwerking met Collectie Nationaal Pop Instituut, onderdeel van het Allard Pierson – De Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Fotografie Barend Toet

Je zult Pete Townshend niet vaak volkomen ontspannen rond zien lopen. Meestal teistert een wat gehinderde, vermoeide uitdrukking zijn gelaat, en geen wonder, want de gitarist en drijvende kracht van ’s werelds beste podiumgroep The Who zit vrijwel onafgebroken te tobben over zijn levenswerk. Toch is een gesprek met hem steeds een groot genoegen, want hij is één der weinige popmusici met een visie op het hele gebeuren; voor hem zijn begrippen als status, contact met het publiek en vakmanschap elementen die een hoofdrol spelen bij het opbouwen van nieuw repertoire. Die elementen zijn, zou je zeggen, nauwelijks een probleem voor een groep als The Who. Maar bovendien is Townshend zich zeer bewust van de evolutie die in de pop (of rock, of hoe je ’t ook betitelt) constant plaatsgrijpt. Aan die evolutie wil hij meebouwen – en het tobben draait voornamelijk om de vraag: hoe?

Op 17 augustus komt de groep weer naar Nederland als inleiding op een ruime tournee door het westelijk halfrond. Het is voor iedereen nog een verrassing wat de nieuwe koers gaat worden, nu Tommy, het 1,5 uur durende pop-opera geheten meesterwerk, niet langer deel van het repertoire uitmaakt, hoogtepunten als Pinball Wizard en See Me Feel Me daargelaten. Veel houvast geeft het sedert Tommy door de groep op de plaat gezette werk niet: er kwam een live-elpee (Live At Leeds), een studio-album met 9 nieuwe, tamelijk korte songs (Who’s Next) en vier singles: The Seeker, Won’t Get Fooled Again, Let’s See Action en, zojuist, Join Together. Bovendien ligt er nog vrij veel materiaal op de plank, en er werd een mislukte poging gedaan om een film rond de groep, verwikkeld in een aantal geënsceneerde situaties, te vervaardigen. ‘Dat veroorzaakte bijna het uiteenvallen van The Who’, zei meester-zanger Roger Daltrey later. 

Wanneer we Pete Townshend in Londen spreken heeft hij z’n gewone, wat gekwelde gelaatsuitdrukking. We namen met hem de toestand door, noteerden wat filosofieën en ontvingen hints over een eventuele soloplaat van Townshend. Die is net in Engeland verschenen onder de titel Who Came First en bevat geen nieuw werk maar allerlei al lang circulerende privé-opnamen van Townshend, sommige gemaakt naar aanleiding van de Indiase filosoof Meher Baba van wie hij een overtuigd aanhanger is. 

‘Ik was wel tevreden over Who’s Next, in zoverre dat ik blij was dat we met al dat gedoe rond die film er toch nog in geslaagd waren om een album voor elkaar te krijgen. Aan die film zijn we ongeveer 6 maanden bezig geweest en we hielden et allemaal nogal een kater aan over. Maar aan de andere kant vond ik ’t jammer dat we niet méér in staat waren om richtingen uitgekristalliseerd te krijgen waarin we in de toekomst gaan werken.’ 

Wat voor richtingen? 

‘Eh… ’t Is erg moeilijk om ’t in een paar woorden te zeggen… Maar we zijn er momenteel erg op gebrand om ons te bevrijden van de beperkingen en vooroordelen die rond de groep hangen. Omdat we al zo lang bij elkaar zijn, en omdat we succesvol zijn, en om Tommy, hebben we geloof ik een hoop ketenen aan ons hangen. En dat betekent dat we óf doorgaan met wat we nu aan het doen zijn, óf dat we ons er van losmaken en ons gaan ontwikkelen in een volkomen nieuwe richting. En om ons in een nieuwe richting te gaan ontwikkelen lopen we het risico dat we falen, en dat ’t uitloopt op een rampzalige toestand… We kunnen natuurlijk ook succes hebben en de jinx doorbreken die aan ons kleeft… Elke groep heeft die jinx dat er een opkomst en een ondergang is. Daar zou ik graag van af willen.’ 

Laten we bij het begin beginnen. Hoe zie je nu het ontstaan van de groep? 

‘We startten eigenlijk zoals iedereen in de rock & roll, ik bedoel we begonnen omdat we succesvol wilden zijn and we wanted to top the boy next door, weet je… We waren erg ambitieus en eigenwijs en we wisten dat we succes zouden hebben. En eigenlijk vormden we de groep omdat we helden hadden, Johnny Kidd, Eddie Cochran, Chuck Berry, en blueshelden als Jimmy Reed, en Mose Allison en Engelse helden als Cyril Davies… We probeerden die mensen te benaderen, en we wilden de liefde en respect die we aan die mensen gaven laten terugkomen naar ons, begrijp je. We wisten hoeveel wij om die mensen gaven, als publiek… Dus we wisten dat rock iets verbijsterends was als je op een podium stond, te oordelen naar hoe wij ons voelden. En langzaam maar zeker hebben wij net zo’n publiek gekregen.’

Wat waren de hoogtepunten voor de groep? 

‘Ik geloof dat het belangrijkste hoogtepunt culmineerde in Tommy. Tommy heeft ons een hoop extra status bezorgd… Maar wat we meer nodig hebben dan status is feedback. Ik bedoel, we hebben ’t nodig om van tijd tot tijd de verzekering te krijgen dat we succes hebben, en dat we in een behoefte voorzien met onze muziek. Ik ben bang dat de status die we momenteel hebben kunstmatig is. ’t Zit ‘m niet in de hoeveelheid platen die we ver- kopen of de toegiften aan het eind van concerten, ’t Gaat me om de status die we hadden toen we nog aan onze opkomst bezig waren. Kijk, wanneer je met je opkomst bezig bent blijven alleen je loyale fans bij je, mensen die zich werkelijk interesseren voor je muziek, en voor de groep. Maar als je eenmaal beroemd bent, als je die barrière genomen hebt, krijg je publiek dat veel minder realistischer is, en vluchtiger . . . Mensen die afkomen op het feit dat je zoveel platen verkoopt, om te kijken wat voor mensen wij nou eigenlijk zijn. En in concerten is de harde kern van fans geneigd te verzuipen in zo’n publiek. Dat nieuwe publiek is niet echt geïnteresseerd in de groep .. . En de groep reflecteert hun gevoelens ook niet. De groep reflecteert het meer gefrustreerde en extreme gedeelte van het publiek.’

Hoe vergelijk je My Generation met Tommy? 

‘Ik dacht dat My Generation een verbijsterend gebeuren was. Ik bedoel, vandaag betekent ’t niet zoveel, ik wou alleen dat ’t indertijd een nog grotere hit was. ’t Was geen nummer één-hit, ’t was ook niet echt een hit in de States en op het continent… Maar ’t is waarschijnlijk onze belangrijkste opname geweest. Voor ons was ’t de eerste doorbraak. En ’t was de beste rock and roll- song van alle Who-songs… Daarmee werden we gevestigd als een rockgroep, in plaats van een muziekgroep of eh… een circus-act. Maar zo’n song kan niet lang meegaan, al was ’t alleen maar om het feit dat we zwak staan omdat we er nog steeds zijn… Tenslotte ging ’t er in My Generation om dat we er vandaag niet meer zouden zijn! 

Wat waren de beste singles van de Who?

‘Eh… My Generation, Substitute, I Can See For Miles, eh… I Can’t Explain, de eerste… Ik geloof dat I Can See For Miles de grootste teleurstelling was die we ooit hebben gehad. Dat was geen hit en ’t zou er een geweest moeten zijn. Dat was zo’n beetje de beste die we ooit hebben gemaakt, en ’t was dé samenvatting van wat ’t was om Who-singles te maken. We hebben die opname bewaard om nog eens uit te brengen als ’t slecht met ons ging, als we ’t nodig hadden. En toen ging ’t inderdaad slecht met ons en we zeiden tegen elkaar, wacht maar, nu komen we weer terug. En ’t werd niks. We waren er toen dicht bij om op te breken, we zagen ’t gewoon niet meer. We felt that the rock and roll audience at that time was as thick as cow-shit. Misschien was ’t ook wel zo. ’t Was een erg negatieve tijd. In die tijd had je de Monkees, en hun succes van toen zegt eigenlijk al genoeg.’

Wat vind je van de rockscene nu?

‘Eh… Men schijnt te wachten op iets, op een explosie of zo. Allerlei groepen proberen tegen de heuvel op te komen en ze rollen steeds maar weer terug. Ik geloof dat Rod Stewart en de Faces een goeie poging hebben gedaan maar die zijn oók al weer terug op de bodem. Wij zijn óók op de bodem. Elke keer als we een concert geven komen we weer halverwege… Maar ik geloof dat rock in z’n huidige vorm de wereld niet méér zal veranderen dan in het verleden gebeurd is. ’t Zal nooit meer zóveel veranderen.’ 

Wie is er in de Who ’t meest vooruitgegaan sinds ’t begin? 

‘Individuele leden? Ik geloof dat de groep als geheel vooruitgegaan is. Ik bedoel, ’t is adembenemend om te horen hoe de groep veranderd is sinds ’t begin, maar ’t is misschien niet zozeer een vooruitgang. ’t Is misschien meer een rijping. Rijping is niet altijd vooruitgang. Soms rijp je door sommige dingen te winnen maar andere te verliezen. Ik geloof dat Rogers zang verbeterd is, en zelfs onze stage-act’. 

Hoe schrijf je je songs? Begin je nog steeds met de titel? 

‘Ik geloof dat ik nog steeds met titels begin, ja. Titels geven gemoedstoestanden weer, en daar begin ik mee. Als ik begin met schrijven probeer ik het gevoel weer te geven dat ik heb gekregen door een bepaald incident, iets van het publiek, of iets dat iemand heeft gezegd of zo. Soms kunnen een paar woorden ’t beter weergeven dan een heleboel woorden, en daar werk ik dan aan.’

Waar ging bijvoorbeeld The Seeker over? Over jezelf? 

‘Nee ’t was niet over mezelf, ’t ging over de Soefi, de wanhopige geestelijke zoeker, die bereid is alles op te geven, en die niet alleen naar een hemel zoekt maar ook het wereldse onderzoekt om voor zichzelf een waarheid te vinden. Ik wou er graag een song over schrijven maar ’t resultaat is, vind ik achteraf, pijnlijk.’

En Won’t Get Fooled Again? 

‘Dat was een song die ik schreef in een ogenblik van negativiteit denk ik. Ik voelde me altijd bestookt door de eh… extremisten, de linksen, want zij vonden dat ik een standpunt moest innemen in politieke zaken, zoals Jean-Paul Sartre en zo, of eh… Hij is geen rock and roll-musicus natuurlijk. Maar mensen zoals hij. Ik bewonder hem enorm. Eerst begonnen lui als Jerry Rubin en Abbie Hoffman erover te zeuren en later Londense hippie-organisaties. Ze verwachtten dat ik, en The Who, een duidelijk standpunt zouden innemen ten opzichte van de jeugd op straat en zo, ook al ging ’t in tegen mijn gevoelens van geestelijke vrijheid. Ik was ’t er niet mee eens want ik vond dat ik ’t recht had om een politiek standpunt in te nemen, maar dat ik ’t onafhankelijk zou moeten kunnen doen, en dat ik geen standpunt zou moeten innemen over de negatieve aspecten van de kapitalistische maatschappij, al ben ik ’t er in de grond niet mee eens, maar over wat ik van binnen voel. En ik dacht dat dit de gemakkelijkste manier was, om er een uitspraak over te doen in de vorm van rock and roll. Een hoop lui in die linkse hoek bleken later nogal gebelgd te zijn over die song, wat aantoont dat ’t gewerkt heeft. De follow-up daarvan is Let’s See Action, die is wat meer revolutionair geloof ik. Ik weet ’t niet.’ 

Er is sprake van een soloalbum. 

‘Soms denk ik daar wel over, ja. Wat ik graag zou doen is een verzameling maken van alle demo tapes die ik van m’n songs gemaakt heb voordat ze in de studio worden opgenomen. Er zitten hele goeie dingen bij. Maar ’t zou alleen interessant zijn voor de echte fans denk ik, en voor mensen die verstand hebben van recorders, en wat je ermee kan doen. John (Entwistle, Who-bassist) maakt ook demo’s… Zijn versie van Boris The Spider is bepaald opmerkelijk. Ik heb een album gemaakt voor vrienden, met wat eigen opnamen er op. Ter gelegenheid van de sterfdag van Meher Baba. Misschien dat die nog eens in omloop komt.’ (Dat is inmiddels gebeurd. P.O.) 

Wat is uiteindelijk je doel in de muziek? 

‘Muzikaal heb ik eigenlijk geen speciaal doel… Wat ik wèl zou willen is het karakter veranderen van de wijze waarop rock uitgevoerd wordt. Een musicus op het podium voelt tegenwoordig niet meer dat-ie ’t toneel op moet om rock and roll te spelen, hij voelt dat-ie het publiek waar voor z’n geld moet geven. En het publiek komt niet meer om ’t naar z’n zin te hebben, to have a good time, maar om waar voor z’n geld te krijgen. Daar zit ethisch iets verkeerd in. We moeten geen circus-act worden’. 

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

'Voorlopig is ons livecircuit even helemaal Dutch'
muziek in coronatijd

‘Voorlopig is ons livecircuit even helemaal Dutch’

Ook voor de popmuziek zijn het ongekende tijden. In dit blog signaleert en bespreekt OOR-columnist en mede-thuisblijver Hooijer de ontwikkelingen in ...
OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment
11-tal

OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment

Elke maand selecteren we de beste en belangrijkste albums van het moment. Een elftal niet te missen platen, hand-picked door de ...
Notes On A Conditional Form
album
The 1975

Notes On A Conditional Form

Het moge duidelijk zijn dat het ontstaan én de rappe verspreiding van het coronavirus een van de eerste grote, voor ...

The Who: Townshend over de nadreun van 'Tommy' (1972) | OOR