special

100 debuten die onze wereld schokten

Love Me Do van The Beatles was de oerknal van de moderne popmuziek. En zo zijn er wel meer knallen te horen geweest. Welke debuten kleurden onze hemel geel, blauw, rood, groen en paars tegelijk? Welke bands kwamen met een knal die nu nog steeds nadreunt? We hebben er honderd voor je op een rij gezet. Van Elvis Presley tot Frank Ocean.

ELVIS PRESLEY – THAT’S ALL RIGHT

(SUN RECORDS, 19 JULI 1954)

The King Of Rock & Roll kwam als verlegen tiener in augustus 1953 de Sun studio te Memphis binnenwandelen om een singletje voor zijn moeder op te nemen. Elvis mocht vaker langskomen om ballades in te zingen. Tijdens een vruchteloze sessie op 5 juli 1954 pakte Elvis zijn gitaar en begon Arthur Crudups That’s All Right in een snellere versie te spelen. Opeens hoorde Sam Phillips waar hij al tijden naar op zoek was: een blanke zanger met een zwart geluid. En hij had het op zijn heupen.

CHUCK BERRY – MAYBELLENE

(CHESS, 20 augustus 1955)

In de tweede wereldoorlog vochten blanke en zwarte Amerikaanse soldaten zij aan zij. Terug in de States gingen ze samen naar de kroeg. Daar had een jonge zwarte zanger/gitarist veel succes met een blank countryliedje: Ida Red. Hij schreef er een nieuwe tekst voor en zette er zijn eigen naam onder: Chuck Berry. DJ Alan Freed pikte een deel van de auteursrechten in, de prijs die hij moest betalen om zijn liedje op de radio te krijgen. Maar vanaf Chuck Berry was de elektrische gitaar het rock & roll-instrument.

JAMES BROWN WITH THE FAMOUS FLAMES – PLEASE PLEASE PLEASE

(FEDERAL, 4 februari 1956)

Na zijn vrijlating uit de gevangenis probeerde James Brown een boterham te verdienen als frontman van de band The Famous Flames. Zijn tekortkomingen als zanger maskeerde hij met een hoop theater. Hoogtepunt van de show was Please Please Please, een verhaspeling van Baby Please Don’t Go, waarin hij volledig over de top ging. De single haalde nooit de hitparade, maar ging wel meer dan een miljoen keer over de toonbank en vestigde voorgoed de naam James Brown.

THE BEATLES – LOVE ME DO

(PARLOPHONE, 5 OKTOBER 1962)

Het feit dat Love Me Do als eerste single van The Beatles werd uitgebracht, toonde al dat er karakter in de groep zat. Producer George Martin was tegen, maar liet zich overhalen door Lennon & McCartney die erop stonden dat het een eigen compositie werd. Het Everly Brothers-achtige liedje met mondharmonica-partij van John Lennon bereikte de 17e plaats op de Britse hitlijst, verreweg de laagste notering tijdens hun actieve carrière. Maar het startschot voor Beatlemania, The British Invasion en een oeuvre dat zijn weerga niet kent, was gegeven.

THE ROLLING STONES – COME ON

(DECCA, 7 JUNI 1963)

Toen Beatlemania was uitgebroken debuteerde het rhythm & blues bandje dat voor de buitenwereld de grootste concurrent van het Liverpoolse fenomeen zou worden: The Rolling Stones uit Londen. Op Decca, dat The Beatles had afgewezen. Come On is een jachtige Chuck Berry-cover, eigen liedjes gingen Jagger & Richards later pas schrijven. In het eerste jaar droegen ze vooral trots hun invloeden uit. De Stones oogden in 1963 al minder fris en aaibaar dan The Beatles, maar hielden het toen nog redelijk netjes: Chuck Berrys ‘some stupid jerk’ werd in deze versie gecensureerd tot ‘some stupid guy.’

THE GOLDEN EARRINGS – PLEASE GO

(POLYDOR, SEPTEMBER 1965)

The Golden Earrings zijn waarschijnlijk een van de weinige bands die hebben gesmeekt om hun debuutplaatje niet uit te brengen. De opname voor Please Go was met veel Haagse bluf versierd door Freddy Haayen, dan stagiaire bij Polydor. Het vijftal werd voor het eerst een professionele studio binnengeloodst en speelde timide hun liedje Please Go. De zeventienjarige George Kooymans en zanger Frans Krassenburg schrokken zich rot toen ze hun duet terughoorden: zo vals als wat. Maar Please Go werd toch uitgebracht en – mede door de steun van Radio Veronica – een dikke hit.

THE WHO – MY GENERATION

(BRUNSWICK, 3 DECEMBER 1965)

Geen onbereikbare liefdes en ander klein persoonlijk leed voor The Who: hun debuutalbum My Generation was het mission statement van de jonge Britse mods, met de titelsong en The Kids Are Allright voorop. Keith Moons beukende drums, John Entwistles gevaarlijk pompende bas en de ziedende molenwieken van gitarist Pete Townshend vormden het niet te omzeilen vehikel voor de boodschap van Roger Daltrey: wij zijn de jeugd, wij zijn de baas, er gaat iets veranderen en snel ook!

THE MOTHERS OF INVENTION – FREAK OUT!

(VERVE, 27 JUNI 1966)

De cynische titel en satirische teksten gingen indertijd aan bijna iedereen voorbij. Het debuut van Frank Zappa’s Mothers Of Invention werd opgenomen toen de hippies massaal op LSD tripten in Haight-Ashbury, Zappa haalde ze zelfs de studio binnen voor The Return Of The Son Of Monster Magnet. Het Verve-label dacht dat het ‘een witte blues band’ had getekend, maar kreeg een van de meest eclectische muzikanten met een van de scherpste tongen uit de popgeschiedenis. Een kwart eeuw lang de luis in de pels van de Amerikaanse muziekindustrie.

BUFFALO SPRINGFIELD – BUFFALO SPRINGFIELD

(ATCO, 5 DECEMBER 1966)

Slechts twee jaar was Buffalo Springfield bij elkaar, maar de impact van het vijftal was groot: ze trapten de folkrock-deur die The Byrds hadden geopend verder in en bleken achteraf een ware supergroep. Zowel Neil Young, Stephen Stills als Richie Furay (Poco) begonnen hun carrière in Buffalo Springfield. Maar ze vochten elkaar de tent uit. Op het debuut voert Stills de boventoon, Young en Furay eisten later meer ruimte op. De wereldhit For What It’s Worth (Stills) werd begin 1967 haastig aan dit album toegevoegd.

THE JIMI HENDRIX EXPERIENCE – HEY JOE

(POLYDOR, 16 DECEMBER 1966)

Hij speelde al in 1962 gitaar met zijn tanden, deed ervaring op in de bands van Sam Cooke, Jackie Wilson en Little Richard, maar een eigen carrière kwam in Amerika moeizaam op gang voor de belangrijkste gitarist uit de popgeschiedenis. Chas Chandler van The Animals haalde hem naar Engeland, waar The Jimi Hendrix Experience eind 1966 werd opgericht. Cream nam het trio gelijk mee op tournee en Hey Joe (bewerking van een blues-traditional) bleek een prima radio-single. Maar wie Hendrix live zag, werd overdonderd. Eric Clapton: ‘Toen Pete Townshend en ik hem voor het eerst zagen, wisten we dat het voorbij was. We konden wel inpakken.’

THE DOORS – THE DOORS

(ELEKTRA, 4 JANUARI 1967)

Dichterlijke woorden en apocalyptische klanken; als er één plaat per omgaande een dosis diepgang in de lichte, zonnige psychedelica van de Westcoast bracht, was het de eerste van The Doors wel. Van Break On Through tot The End, met monsterhit Light My Fire als eerste blikvanger, groeide The Doors uit tot een exemplarisch album – niet alleen binnen het eigen oeuvre, maar ook voor alles waar de sixties muzikaal voor stonden.

PINK FLOYD – ARNOLD LAYNE

(COLUMBIA/EMI, 11 MAART 1967)

Soms liggen de ingrediënten al klaar en is het wachten nog slechts op een creatief brein om ze in de juiste proportie te mengen. Syd Barrett was degene die het bloeiende popklimaat met jeugdige bravoure en een typisch Britse kwinkslag de definitieve kleurstelling wist te geven. Niet alleen The Beatles waren in staat tot briljante toverpop met een gewaagd randje (Arnold Layne stal damesondergoed van waslijnen), ook de gewone man kon het.

THE VELVET UNDERGROUND & NICO – THE VELVET UNDERGROUND & NICO

(VERVE, 12 MEI 1967)

Trendsettend debuut, deze ‘Bananenplaat’ (hoesontwerp: Andy Warhol). Het muzikale equivalent van Les Fleurs Du Mal van de dichter Baudelaire. Sloeg in z’n eigen tijd – flower power en hippies – nauwelijks aan. De legende wil echter dat iedereen die ‘m wel kocht een bandje begon, waardoor midden jaren zeventig de punk ontstond. Het oorverdovende geraas van een omkieperende vuilnisbak in European Son symboliseert een onverwoestbare plaat vol jachtige gitaarriffs en stoere straatlyriek over SM en heroïne (Lou Reed). Een diabolische viool (John Cale) en een verslaafd Duits fotomodel dat in alle onverschilligheid de Femme Fatale uithing (chanteuse Nico) verhoogden de decadente pret.

CAPTAIN BEEFHEART AND HIS MAGIC BAND – SAFE AS MILK

(BUDDAH, SEPTEMBER 1967)

Don Van Vliet alias Captain Beefheart maakte een rare mutatie van blues-muziek die 45 jaar geleden amper begrepen werd. De Captain hield zijn kaarten slim voor zich toen het A&M-label in 1965 met The Magic Band de Amerikaanse Rolling Stones dacht te hebben binnengehaald. Nou, mooi niet. Safe As Milk was te onnavolgbaar voor de oren van 1967, maar anno 2012 klinkt het album net zo vitaal als The Velvet Underground & Nico, die andere essentiële underground-plaat uit 1967.

LEONARD COHEN – THE SONGS OF LEONARD COHEN

(COLUMBIA, 27 DECEMBER 1967)

De sober klinkende eerste van Leonard Cohen is een krachtig argument tegen iedereen die meent dat poëzie en popmuziek niet samengaan. Zingen kan hij natuurlijk niet, hij praat zich plechtig boven gitaargetokkel uit. Maar deze op het eerste gehoor bijna doodse composities beginnen te flonkeren als de prachtige zinnen over wat tussen man en vrouw mogelijk en onmogelijk is tot je doordringen. Geen popzanger bezong vrouwen eerder zo levensecht als Leonard hier. Vanuit zijn poëtische universum dat Montreal heet maakte hij eigenmondig Suzanne, Marianne en de Sisters Of Mercy tot vrouwen die niet uit de popwereld weg te denken zijn. Vrouwen om van te houden.

LED ZEPPELIN – LED ZEPPELIN

(ATLANTIC, 12 Januari 1969)

In augustus 1968 moest gitarist Jimmy Page een contractuele verplichting van zijn oude band The Yardbirds afwerken: een tournee in Zweden. Hij rekruteerde daarvoor een paar muzikanten die hij overwoog voor een volgend muzikaal project: Robert Plant, John Paul Jones en John Bonham. Al jammend op het podium ontstond er pure magie. Eenmaal thuis werd er razendsnel een album opgenomen. De naam werd omgedoopt in Led Zeppelin en een supergroep was geboren.

THE STOOGES – THE STOOGES

(ELEKTRA, 5 AUGUSTUS 1969)

Iggy Pop begreep de MC5, The Rolling Stones en The Doors. Maar dat kon natuurlijk viezer en extremer, het hielp dat hij zo gek als een deur was. Stagediven, op het podium je broek laten zakken of jezelf insmeren met pindakaas, het was niet de norm in 1969. No-nonsense rauwdouwers Ron Asheton (gitaar), zijn broer Scott (drums) en bassist Dave Alexander zorgden voor een portie overstuurde en onversneden rock & roll. The Stooges is proto-punk in optima forma.

NICK DRAKE – FIVE LEAVES LEFT

(ISLAND, 1 SEPTEMBER 1969)

Wilde hij nu een gevierd en succesvol muzikant worden, of was Five Leaves Left echt het resultaat van de grootste innerlijke noodzaak tot het maken van een album tot dan toe? De sombere, jonge Brit durfde nauwelijks op te treden en bleef tot lang na zijn vroegtijdige overlijden uit de aandacht, maar de pure kwaliteit en onverbloemd hopeloze emotie die uit zijn muziek spreekt wonnen het uiteindelijk van de vergetelheid.

JACKSON 5 – I WANT YOU BACK

(MOTOWN, 7 oktober 1969)

De debuutsingle van The Jackson 5 was een schot in de roos. Heel Amerika ging plat voor die schattige broertjes en het plaatje werd nummer één. Natuurlijk was I Want You Back niet het echte debuut van de groep. Zoals zoveel zwarte artiesten maakten ze eerst lokaal naam met een reeks van singles voor kleine labels. Maar eenmaal onder de hoede van Motown en met de benjamin Michael (9 volgens de bio, in werkelijkheid 11) als frontman, was hun doorbraak snel een feit en werden de Jacksons een fenomeen.

BLACK SABBATH – BLACK SABBATH

(VERTIGO, 13 FEBRUARI 1970)

What is this that stands before me? Die vraag zullen vele platenkopers in 1970 zich ook gesteld hebben, toen het Britse viertal Black Sabbath vanuit het niets de oervariant van metal presenteerde. De vorm was zwaar en donker, de inhoud occult en onheilspellend, de uitwerking groots en historisch: een nieuw genre was geboren.

ROXY MUSIC – ROXY MUSIC

(ISLAND, 16 JUNI 1972)

Oer-Britse geboorte van de artrock! De synthesizer van Eno klinkt als een pril sci-fi speelgoedinstrumentje, saxofonist Andy Mackay friemelt er jazzy op los en gitarist Phil Manzanera zoekt de grenzen van de rock op. De composities gaan – speels en vrij – om met soul, musical, fifties, girl groups, glam, progrock en avant-garde. Met artistieke vrijheid zo hoog in het vaandel schiet dit debuut alle kanten uit. Een constante is er wel: de zang van Bryan Ferry. James Bond-style: stiff upper lip en een aardappel in de keel. De mooie dame op de hoes zou op latere Roxy-platen navolgsters krijgen.

BOB MARLEY & THE WAILERS – CATCH A FIRE

(Island, 13 april 1973)

Opgenomen op Jamaica, maar gefinancieerd door Chris Blackwell, de Britse labelbaas van Island, is dit de eerste Bob Marley-plaat die specifiek was gericht op de Westerse markt. Hoe ondenkbaar het nu ook lijkt, anno 1973 waren er weinig popliefhebbers buiten Jamaica die wisten wat reggae was. Voor velen was dit de eerste, glorieuze kennismaking met de deinende off beat ritmes en getergde rasta-lyriek van Messias Marley, die hier – lurkend aan een spliff – zijn opmars begon richting de status van grootste popster van de derde wereld.

NEW YORK DOLLS – NEW YORK DOLLS

(Mercury, 27 juli 1973)

Een smerige oerkreet uit de meest sleazy contreien van Manhattan. Bij deze in travestie optredende trashrockers, die eigenhandig de weg bereidden voor de punk (de latere Sex Pistols-manager Malcolm Mclaren kwam bij hen in NY de mosterd halen), draaide alles om Pills, Bad Girl(s) en een Personality Crisis (‘You got it while it was hot’) . Ze haalden girl groups, glamrock en ouderwetse r&b (Stones) door de wringer, met een heroïnespuit in hun arm. Zo klinken de Dolls. Schaamteloos invloedrijk. Johnny Thunders R.I.P.!

PATTI SMITH – HORSES

(Arista, 13 december 1975)

Patti grijpt de teugels

Popvrouwen waren doorgaans verleidelijke, dromerige, passieve krachten in het door mannen gedomineerde rockwereldje. Tot dichteres Patti Smith briesend, stampvoetend en spugend haar opwachting maakte. Horses vormde een ūber-New Yorkse opmaat naar de punk. Producer was John Cale (ex-Velvet Underground). Mooist denkbare openingszin: ‘Jesus died for somebody’s sins, but not mine.’

RAMONES – RAMONES

(Sire, 23 APRIL 1976)

Van verbijsterende eenvoud en zeggingskracht. Na de eerste helft van een decennium dat popmuziek alleen maar barokker, gecompliceerder, langdradiger en verrotter zag worden, was de directe, agressieve drie akkoordenaanpak van Joey, Dee Dee, Johnny en Tommy (‘broertjes’ uit het New Yorkse Queens) een verademing. Beat on the brat with a baseball bat. Blitzkrieg Bop. Now I Wanna Sniff Some Glue. Nooit sloeg rock & roll-minimalisme zo hard en doeltreffend toe. Magisch. Totale speelduur: 29.04 minuten. Elke seconde magisch.

THE DAMNED – NEW ROSE

(STIFF, 22 OKTOBER 1976)

Eerste. Punksingle. Ooit. Althans, tot het tegendeel bewezen is. En natuurlijk waren The Sex Pistols en The Clash veel belangrijker en natuurlijk sloeg de branchevervaging bij dit Londense kwartet snel toe (de punk was na twee albums verdreven door cabareteske pop, pure gothic, obligate garagerock en andere malligheid) en natuurlijk was hun imago ‒ met een clown op bas en een vampier op zang ‒ tamelijk dubieus, maar toch. Eerste. Punksingle. Ooit!

SEX PISTOLS – ANARCHY IN THE UK

(26 november 1976)

Kan een liedje een land op stelten zetten? Het Verenigd Koninkrijk daverde op zijn grondvesten door toedoen van deze debuutsingle van de Pistols. Punksater Johnny Rotten (‘I am an antichrist, I am an anarchist’) joeg het establishment op de kast, ronkende gitaren in duikvlucht deden de rest. Urgent anthem van een nieuwe punkgeneratie die de macht in de muziekwereld kwam opeisen. ‘Don’t know what I want, but I know how to get it, I want to destroy the passerby.’

TELEVISION – MARQUEE MOON

(Elektra, 8 februari 1977)

Marquee Moon verzette bakens in de gitaarrock. Melodieuze punk, jazzy improvisatiedrift en heftige, breed uitgesponnen gitaarduels tussen Tom Verlaine en Richard Lloyd zorgden voor een sprankelende, lyrische plaat, die een perfecte soundtrack is van nachtelijk Manhattan anno 1977. Wat een triomf leek, werd een molensteen om de nek. Geen der betrokkenen zou solo- of in groepsverband ooit nog iets maken wat kon tippen aan de hier geëtaleerde kwaliteit.

THE CLASH – THE CLASH

(CBS, 8 APRIL 1977)

Debuteren met een oerknal deden meer punkbands, The Clash liet die knal meteen een heel album duren. Op The Clash klopte alles: de teksten, de vaart, de woede, de scherpte, de emotie, de ironie en niet te vergeten het muzikale vakmanschap, want de songs waren even puntig als fantastisch. En het was, losgezongen van de tijdgeest, natuurlijk ook nog eens een geweldige rock & rollplaat.

ELVIS COSTELLO – MY AIM IS TRUE

(STIFF, 22 JULI 1977)

Met zijn uiterlijk – Buddy Holly meets nerd avant la lettre – zette de op een na beroemdste Elvis uit de pophistorie alvast iedereen op het verkeerde been, op zijn debuutalbum My Aim Is True deed ie er nog een schepje bovenop. Was het punk, pop, new wave, pubrock, rock & roll? Ja, allemaal. Maar het waren vooral twaalf sublieme, beknopte en messcherpe liedjes over alle valkuilen die het leven en de liefde te bieden hadden.

TALKING HEADS – TALKING HEADS: 77

(Sire, 16 september 1977)

Sleutelwoorden: schuchter, (kunst)academisch, New York. Geen opsmuk. Tikje nerdy en licht paranoia (single Psycho Killer). Zanger/gitarist David Byrne, Tina Weymouth (een meisje als bassiste, baanbrekende noviteit in die dagen), drummer Chris Frantz en Jerry Harrison (toetsen/ gitaar) waren vreemde eenden in de bijt rond de New Yorkse club CBGB’s. Met rechttoerechtaan punk heeft hun debuut niks te maken. Onder het gitaargehak, de hoekige ritmes en Byrne’s hysterische zang gaan soul, funk en zelfs caribische muziek schuil. Toch claimden ze met hun albumtitel een historisch popjaar, dat van de punk.

THE CONGOS – HEART OF THE CONGOS

(BLACK ARK, 1977)

Met de uitstekende songs en karakteristieke falsetvocalen van Cedric Myton en Roy Johnson, opzwepende ritmes van Sly & Robbie en de baanbrekende sounds en dubeffecten van producer Lee Perry was Heart Of The Congos een van de klassieke reggaealbums. Vinden we nu, want vanwege Perry’s reputatie als warhoofd wilde niemand zijn productie uitbrengen. Merkwaardig, want zelfs nu nog klinkt Fisherman als een hit. Uiteindelijk kwam de lp via de Britse skaband The Beat, die hem op haar eigen label Go Feet uitbracht, alsnog bij de fans terecht. De zeldzame eerste persing op Lee Perry’s eigen Black Ark-label is inmiddels goud waard.

WIRE – PINK FLAG

(HARVEST, DECEMBER 1977)

Tijd (1977), plaats (Londen) en imago (kort haar) dicteerden dat ze onder punk vielen, maar daar hield het ook meteen op. De ex-kunstacademiestudenten van Wire klonken zodoende dwars binnen het dwarse, maar dan zonder weer bij ‘conventioneel’ uit te komen. Popmuziek volgens Wire was innovatief, gecontroleerd, schetsmatig, minimalistisch en behoorlijk eigenwijs, maar – heel belangrijk ‒ altijd melodieus. Áls artpunk al een geboorteplek heeft, dan heet ie Pink Flag.

KATE BUSH – WUTHERING HEIGHTS

(EMI, 6 JANUARI 1978)

De naam van Kate Bush is voor altijd omgeven met een bepaalde mysterieusheid, met dank aan haar theatrale muziek, excentrieke stem en teruggetrokken bestaan. Als negentienjarige scoort ze als eerste vrouw met een zelfgeschreven liedje een Engelse nummer 1-hit met Wuthering Heights. Ze schreef het na het lezen van het gelijknamige boek van Emily Brönte over de gedoemde liefde tussen Cathy en Heathcliff. Het succes van Wuthering Heights zorgde er voor dat begrippen als compromisloos, stronteigenwijs en perfectionistisch sleutelwoorden werden in haar verdere loopbaan.

VAN HALEN – VAN HALEN

(WARNER, 10 FEBRUARI 1978)

Hoezo tijdgeest? Middenin het punktijdperk was daar ineens een van de succesvolste hardrockdebuten ooit. Grootste troef: guitar hero Eddie Van Halen en wat hij allemaal voor wonderbaarlijks met zijn instrument deed. Maar vlak ook de betekenis van womanizer David Lee Roth voor de moderne masculiene songtekst niet uit. Of het feit dat, tot op de dag van vandaag, het instrumentaaltje Eruption de ultieme vuurproef is voor elke aankomende luchtgitarist.

DIRE STRAITS – SULTANS OF SWING

(VERTIGO, juli 1978)

1978, punk en new wave stormden door Engeland. BBC-dj Charlie Gillett draaide in zijn avondprogramma een demo van een groep 25-plussers. Met een stem als Bob Dylan en een gitaarstijl à la Ry Cooder klonk bandleider Mark Knopfler wel erg old wave, maar het publiek belde massaal naar de studio. De demo van Sultans Of Swing verschijnt op single. Een hit werd het in eerste instantie alleen in Nederland, maar nadat het album hier een eclatant succes werd, ging de Engelse platenmaatschappij er ook nog eens aan trekken en brak de band in 1979 internationaal door.

BLACK FLAG – NERVOUS BREAKDOWN

(SST RECORDS, OKTOBER 1978)

Ruim een jaar nadat de Sex Pistols en The Clash de muziekwereld wakker hadden geschud met hun debuten, was daar ineens de eerste EP van een band die zichzelf Black Flag noemde. De vier nummers op Nervous Breakdown zijn qua simpelheid nog erg schatplichtig aan de Ramones, terwijl de boosheid aan de twee eerstgenoemde band doet denken. En toch hoor je al iets van de zwaardere, snellere en meer technische sound die Black Flag de godfathers van de hardcore punk zou gaan maken.

THE POLICE – OUTLANDOS D’AMOUR

(A&M, 2 november 1978)

Met een Wilders-coupe avant la lettre en een verleden in de jazzrock waren de mannen van The Police natuurlijk neppunks. Hun debuutsingle Fall Out deed helemaal niks en ook hun debuutalbum, met een verrassende mix van punkpop en reggae, dreigde die kant op te gaan. Maar in het vroege voorjaar van 1979 keerde het tij. Elvis Costello, Ian Dury en Blondie scoorden hits met muzikaal avontuurlijke songs. En zo kon het gebeuren dat in april So Lonely in Nederland en Roxanne in Engeland spontaan hits werden. Een overdonderend optreden op Pinkpop twee maanden later deed de rest. De nieuwe generatie had haar eigen supergroep.

NINA HAGEN BAND – NINA HAGEN BAND

(CBS, december 1978)

De Muur stond nog. Vrouwen moesten genoegen nemen met een dienstbare rol. Het feminisme, maar ook het Oostblok, klopte aan de deur in de persoon van Nina Hagen, kind van de DDR, maar uitgeweken naar West-Duitsland. Op de Oostenrijkse tv legde ze in een talkshow uit waar bij vrouwen de clitoris zit, op dit vergeten debuut glorieerde ze in het nummer Unbeschreiblich Weiblich: ‘Warum soll ich meine Pflicht als Frau erfüllen? Für wen? Für die? Für dich? Für mich? Ich hab keine Lust meine Pflicht zu erfülln! Für dich nich, für mich nich, ich hab keine Pflicht.’ Uitzinnig, exhibitionistisch, vocaal onderlegd als operazangeres, was Nina voor even de diva van de Europese new wave.

THE SPECIALS A.K.A./THE SELECTER – GANGSTERS

(TWO-TONE, 4 mei 1979)

Punks luisterden graag naar reggae. En wie daar eenmaal in dook ontdekte vanzelf de vrolijke variant ska. Uit Jamaica kwam ook uit het fenomeen dubbelsingle: een plaatje waarop twee acts staan. Voor het debuut van The Specials A.K.A. was dat noodzaak. Zij hadden al hun spaargeld gespendeerd aan Gangsters. Een paar vrienden hadden nog een opname liggen en die kon mooi mee als b-kant. The Selecter zou later een hit scoren met On My Radio. De tijd zou ook The Specials gelijk geven: hun Gangsters werd een grote hit en was het startschot voor de ska-rage.

THE CURE – THREE IMAGINARY BOYS

(FICTION, 11 MEI 1979)

De leukste Cure was misschien wel de vroegste Cure: zonder make-up, ontplofte kapsels en zwaarbewolkt geluidsbeeld, maar mét hoekige, bondige, rammelende punkpopliedjes. Hun albumdebuut stond er vol mee. Wel al inclusief voorzichtige sporen van jammerend vertolkt adolescentenleed, maar dat maakte The Cure nu eenmaal tot The Cure.

JOY DIVISION – UNKNOWN PLEASURES

(FACTORY, 14 JUNI 1979)

Het ultieme monument van de doemwave. Zwaarmoediger, pijnlijker, emotioneler en fatalistischer zou popmuziek nooit meer worden, al blijft de na de zelfmoord van zanger/tekstschrijver Ian Curtis uitgebrachte opvolger Closer (minder punk, meer bombast) ook voor eeuwig in de race. Zelfs het hoesontwerp van Peter Saville zou tot diep in de 21ste eeuw een iconisch beeld blijven.

THE SUGARHILL GANG – RAPPER’S DELIGHT

(SUGAR HILL, 16 SEPTEMBER 1979)

Historische woorden: ‘I said a hip hop …. and you don’t stop’ en natuurlijk ‘hotel, motel, Holiday Inn’. De eerste rapsingle, die hoog de hitlijsten inschoot, was een combinatie van Good Times van Chic en hele vroege rap. Brein achter het nummer was de geslepen labelbaas Sylvia Robinson. Het was niet de laatste keer in hiphop dat er gedoe was met samples, maar zeg nou zelf, Good Times kan niet tippen aan Rapper’s Delight.

THE FEELIES – CRAZY RHYTHMS

(Stiff, april 1980)

Dit gebeurt er als mensenschuwe zenuwenlijders (The Boy With The Perpetual Nervousness) experimentele gitaarrock gaan spelen. Met veel percussie (houtblokjes!), tergend lange stiltes tussen nummers door en hypnotiserende, repeterende gitaarriffs die onder stroom staan. The Feelies uit Haledon, New Jersey, nerds met hoornen brillen, namen onder aanvoering van het duo Glenn Mercer en Bill Million, de draad op waar de Velvet Underground hem ooit liet liggen en voerden het begrip gitaargroep naar een nieuwe – unieke ‒ dimensie.

U2 – BOY

(ISLAND, 20 OKTOBER 1980)

En boys waren het nog, de vier Dubliners die debuteerden met een sprankelende new waveplaat, die ‒ net als zijzelf ‒ stuiterde van ambitie, passie en bravoure. Bono galmde nog zonder te irriteren, The Edge leefde zich uit op z’n echopedalen en de hemelbestormende songs, gevoed door de jeugdige onschuld die de makers langzaam ontglipte, deden de rest. ‘I will follow’, riep ook het grote publiek niet veel later. De rest is, zoals dat heet, geschiedenis.

BIRTHDAY PARTY – PRAYERS ON FIRE

(4AD, 6 april 1981)

En daar strompelde hij voor het eerst ons leven binnen. Nick ‘The Stripper’ Cave. ‘A-hideous to the eye/ Well he’s a fat little insect’. Beestmens uit Australië. Oerkreten uitstotend. Vanuit Melbourne naar Londen verkast. Woest en gevaarlijk. Tribale drums, de ronkende bas van Tracy Pew (besnorde cowboy in leatherpants, op z’n 28ste dood) en jennend gitaargeraas vervolmaakten de muzikale hel, waarin de jonge Nick zich weldra liet kronen tot koning van de underground.

R.E.M. – RADIO FREE EUROPE

(HIB-TONE, 8 JULI 1981)

De single waar het voor de vier Georgians, aangevoerd door een onverstaanbaar murmelende zanger, allemaal mee begon. Ga maar na: het succes ervan leverde R.E.M. een vette platendeal op en de voor debuutalbum Murmur (1983) opnieuw opgenomen versie werd hun eerste bonafide Amerikaanse hit. Met dank aan college radio uiteraard.

MADONNA – EVERYBODY

(SIRE, 6 oktober 1982)

Na twaalf ambachten en dertien ongelukken had Madonna in 1982 eindelijk een gelukje. Als de opdringerige Italiaanse een liedje zingt aan het ziekbed van platenbaas Seymour Stein, is deze zo vriendelijk een single van haar uit te brengen. Everybody was geen wereldnummer, maar wel een eigen compositie en ze bracht het met dansmoves die we nog niet eerder hadden gezien. Een hit werd het niet, maar de track deed het aardig in de dance charts. Eindelijk had Miss Blonde Ambition een voet tussen de deur.

RUN-D.M.C. – IT’S LIKE THAT

(PROFILE, 12 MAART 1983)

De remix van Jason Nevins heeft het origineel wat naar de achtergrond gedrukt, maar die eerste single van Run-D.M.C. blijft in originele vorm ijzersterk. Joseph ‘Run’ Simmons wist zijn grote broer Russel Simmons te overtuigen dat hij en D.M.C. een demo mochten maken. It’s Like That (en Sucker MC’s op de andere kant van de cassette) gaven hiphop een nieuwe draai. Nog steeds is de invloed van Run-D.M.C. op rappers te horen.

THE SMITHS – HAND IN GLOVE

(ROUGH TRADE, 13 MEI 1983)

Op 4 maart 1983 duwde een zelfverzekerde Johnny Marr Rough Trade-labelbaas Geoff Travis een demo van Hand In Glove in handen. Marr en zijn zanger Morrissey hadden een half jaar eerder besloten de Britse muziekwereld te veranderen, en het kwam nog uit ook. The Smiths werden de archetypische indieband met volstrekt eigenzinnige gitaarpop en teksten die tot obsessies leidden. Marr sprak lyrisch via zijn gitaar, Morrissey zong verhalen die in jouw dagboek stonden, met gladiolen in zijn kontzak.

METALLICA – KILL ‘EM ALL

(ELEKTRA, 25 JUNI 1983)

Harder en sneller was het devies bij het debuut van Metallica. Cliff Burton speelde nog bas en de geest van de net vertrokken Dave Mustaine waarde rond in de muziek. Tussen het geweld wordt al het talent van de band zichtbaar om sterke melodieën in metal toe te voegen. Na Kill ‘Em All volgde wat bij iedere daaropvolgende plaat gebeurde, puristen haakten af ten faveure van een groter publiek.

CLAW BOYS CLAW – SHOCKING SHADES OF…

(HIPCAT, mei 1984)

‘De allerbeste elpee ooit in Nederland gemaakt. And that’s official!’, aldus Swie Tio in OOR. De naam van de Amsterdamse garagerockers was in één klap gevestigd. De weken daarop was de plaat niet aan te slepen: 11.000 gingen er over de toonbank. Opgenomen in drie uur voor 500 gulden, het bedrag dat was gewonnen met een talentenjacht, stelde het album geenszins teleur. Shake It On The Rocks, Hippy On The Highway en Business klonken zoals nederpop nog nooit had geklonken: rauw en rudimentair, energiek en supercool. En als kers op de taart was er die prachtige slow motion cover van de Shocking Blue-hit Venus. Er zijn veel mooie platen gemaakt in de lage landen, maar Shocking Shades Of Claw Boys Claw blijft een hele goeie.

NICK CAVE & THE BAD SEEDS – FROM HER TO ETERNITY

(Mute, 18 juni 1984)

Vanaf de hoes staart ‘Saint’ Nick ons aan als de junk die hij op dat moment was. Herrezen uit de as van The Birthday Party (eind ’83 ontbonden) maakte hij met zijn begeleiders The Bad Seeds een reeks soloalbums waarin hij zijn voorliefde voor het Amerikaanse diepe Zuiden uitbeent. Dit debuut ‒ met Blixa Bargeld van Einstūrzende Neubauten op gitaar – is wellicht de meest zwartgallige van het stel, in ieder geval de meest ongepolijste. Hoogtepunten: een spookhuisversie van Leonard Cohens Avalanche en Saint Huck, waar Cave grommend en tierend als een knettergekke Amerikaanse godsdienstfanaat Mark Twains Huckleberry Finn tot leven brengt.

Bronski Beat – Smalltown Boy

(LONDON, juni 1984)

Terwijl George Michael nog steeds miljoenen bakvissen toefluisterde, zong Jimmy Somerville (falset, kuifje) openlijk over de ontkenning van homoseksualiteit binnen het traditionele gezin, over homofobie op straat, over eenzaamheid, over pesten… en dat alles binnen één liedje. Het hartverscheurende relaas van de ongeliefde haalde in Nederland de eerste plek van de Top 40. Rozer kleurde die nooit meer.

THE JESUS AND MARY CHAIN – PSYCHOCANDY

(Blanco Y Negro, November 1985)

Twee broertjes uit Glasgow (Jim en William Reid) en o.a. Bobby Gillespie (later Primal Scream) op drums leggen hier de basis voor het latere shoegaze-genre. Hoe? Door de fuzzbox op elf te zetten. De sound op Psychocandy (veertien songs over meisjes, drugs en verveling) laat zich het best omschrijven als Phil Spector met een stofzuiger. Amerikaanse classic pop, gezongen door lamgeslagen Schotse stemmen en met de gitaren op maximum distortion. Oorverdovend en onweerstaanbaar snoepgoed.

BEASTIE BOYS – LICENSED TO ILL

(DEF JAM/COLUMBIA, 15 NOVEMBER 1986)

Het was even schrikken: drie blanke lefgozertjes uit New York die niet alleen een hondsbrutale hiphopplaat maakten, maar en passant ook nog eens doodleuk een metalgitaar in het old skool geluid gooiden, terwijl ze de MTV-jeugd wezen op hun right to party en onrust stookten op de wereldwijde podia. Onder het wilde imago school echter een innovatief en veelzijdig gedachtegoed, dat de Beastie Boys tot een van de belangrijkste acts van hun generatie zou maken.

PUBLIC ENEMY – YO! BUM RUSH THE SHOW

(DEF JAM, 26 JANUARI 1987)

Yo! Bum Rush The Show is niet eens het beste album van Public Enemy, dat verscheen een jaar later nadat ze waren getergd door de geduchte concurrentie. Het debuut was desondanks een album dat een vlijmscherpe politieke boodschap koppelde aan de sirenehiphop van producersteam The Bomb Squad en de onuitputtelijke energie van Chuck D en Flavor Flav. Rap was plots ‘CNN for black people’ en Chuck D de anchorman.

GUNS N’ ROSES – APPETITE FOR DESTRUCTION

(GEFFEN, 21 JULI 1987)

In een bange tijd van hairmetal bracht dit bonte gezelschap uit Los Angeles het gevaar terug in de hardrockscene – en ver daarbuiten. Paradise City en Sweet Child O’Mine werden wereldhits, dankzij de unieke sneerstem van Axl Rose en vingervlugge gitaartovenarij van Slash. Ook de rest van de tracklist behoort tot de onbetwiste klassiekers van de tweede generatie hardrock. En Axl probeert anno 2012 de oude magie nog altijd te hervinden; als het ’m gelukt is, hoort U van ons.

Phuture – Acid Tracks

(TRAX RECORDS, 1987)

Hier had ook Model 500’s No UFOs kunnen staan, de eerste technoplaat van Juan Atkins uit 1985, of een van de 41 voorafgaande Trax Records sinds ’85. Maar het was het debuut van Chicago trio Phuture dat de acidhouse zijn kenmerkende gierende geluid gaf: een vervormde baslijn uit de Roland TB-303 synthesizer, oorspronkelijk een apparaat voor rockbassisten om te soleren over een voorgeprogrammeerde baslijn. DJ Pierre ontdekte dat je er veel meer mee kon. Zie daar: twaalf minuten gekte op een drumcomputerbeat. En dat was nog maar het begin.

Air – Moon Safari

(SOURCE, 16 januari 1988)

In een tijd dat een hippe club eerder een zitkuil dan een dansvloer bezat, konden twee schuchtere Fransen uitgroeien tot een sensatie. Hun nostalgische debuut was als een teletijdmachine naar de jaren zeventig. And beyond: de eerste Moog-experimenten en vroege sciencefiction. Helemaal retro-cool, zoals dat toen heette. Elegant, sensueel en sexy. Nou ja, dat laatste vonden ze vooral zelf. Het is vooral de onschuld van Moon Safari die nog steeds beklijft.

N.W.A. – STRAIGHT OUTTA COMPTON

(RUTHLESS, 8 AUGUSTUS 1988)

Rechtstreeks uit Compton. Vijf ‘ Niggaz With Attitude’: Ice Cube, Eazy-E, Dr. Dre, MC Ren en DJ Yella. Nooit sloeg een debuutalbum in de hiphop harder in dan deze eerste gangstarap. En niet alleen de boodschap was een vuistslag in het gezicht, de muziek was ook baanbrekend. N.W.A werd prompt door de autoriteiten uitgeroepen tot de gevaarlijkste groep ter wereld.

THE STONE ROSES – THE STONE ROSES

(SILVERTONE, APRIL 1989)

De enige echte, nog altijd vitaal klinkende soundtrack bij het Madchester-tijdperk. Hun briljante visitekaartje Fools Gold stond er niet op, maar al die andere onverwoestbare Roses-anthems – Elephant Stone, She Bangs The Drums, Made Of Stone, I Wanna Be Adored, Waterfall, I Am The Resurrection ‒ gelukkig wel. De bijbehorende dresscode (XL-shirts, flares en malle vissershoedjes) was snel passé, maar dit debuut was voor de eeuwigheid.

NIRVANA – BLEACH

(SUB POP, 15 JUNI 1989)

Waar Nevermind de doorbraak van de grunge betekende, was Bleach een pijler in de geboorte ervan. De ruwe bolster om het talent van Kurt Cobain stond het grote succes in ’89 nog in de weg, maar met terugwerkende kracht tekende de kwaliteit en zeggingskracht van het materiaal zich af (About A Girl, School, Negative Creep). En nu staat Bleach in de boeken als de eerste van de drie monumenten van ’s werelds belangrijkste alternatieve band aller tijden.

URBAN DANCE SQUAD – MENTAL FLOSS FOR THE GLOBE

(ARIOLA, OKTOBER 1989)

Dat was me wat! Voor even wees gidsland Nederland de popwereld de weg. Met een licht ontvlambare mix (Rudeboy!) van hiphop, gogo en rock, met een scratcher! Het waren de groovy dagen ver voor de PVV. Trots was iedereen dat multiculti Nederland dergelijke crossovermuziek kon voortbrengen, vanuit een open creatieve uitwisseling van blanke, zwarte en Aziatische Nederlanders. Rage Against The Machine pikte de sound. Urban Dance Squad raakte verbitterd. De rest is geschiedenis.

MASSIVE ATTACK – BLUE LINES

(VIRGIN RECORDS, 8 APRIL 1991)

Officieus het eerste triphopalbum ooit. Ontstaan in Bristol uit soundsystem/feestcollectief The Wild Bunch en geholpen door Neneh Cherry ontstond Blue Lines, het debuut. Opgebouwd uit gelijke delen soul, hiphop, warmbloedige house en dubreggae maakt het Massive Attack een van de invloedrijkste én ongrijpbaarste groepen van de jaren negentig en verder. Zonder Massive Attack geen Portishead, DJ Shadow, Air of Lamb, en dat zijn nog maar de elektronische artiesten. Tot op de dag van vandaag is er geen band als Massive Attack en klinkt het alsof Blue Lines gisteren gemaakt had kunnen zijn.

SMASHING PUMPKINS – GISH

(CAROLINE/HUT, 28 MEI 1991)

En zo groeide een onbedoelde grungeplaat van een disfunctionerende band (zanger/gitarist/songschrijver/dictator Billy Corgan speelde vrijwel alle partijen in) uit tot een van de klassieke debuten uit de moderne Amerikaanse rockgeschiedenis. Met dank aan producer Butch Vig, die niet veel later een ander veelbelovend bandje aan het juiste geluid op het juiste moment hielp. Scherper, massiever en bevlogener zouden de Pumpkins nadien nooit meer klinken.

The Prodigy – CHARLY

(XL, 12 AUGUSTUS 1991)

De leukste dancemuziek werd gemaakt toen er nog geen hokjes waren en feesten plaats vonden in lege fabriekshallen en havenloodsen. Charly was een van de grootste hits uit dat rave-circuit, begin jaren negentig, toen de Britse bleep house, hiphop, reggae en breakbeat tegen elkaar opstuiterden en een nieuwe bass-cultuur ontketenden die tot op de dag van vandaag in dubstep voortleeft. Zo fris als toen (check ook de voorafgaande EP What Evil Lurks en debuutalbum Experience) zou The Prodigy maar kort klinken.

PEARL JAM – TEN

(EPIC, 27 AUGUSTUS 1991)

Parallel aan het succes van Nirvana vulde die ándere band uit Seattle het grunge-idioom van emotie, energie en agressie op geheel eigen wijze in: furieuze gitaarduels en robuuste rockzang waren het handelsmerk van Pearl Jam. Ten was even woedend en gefrustreerd als Nevermind, maar dat openbaarde zich via andere kanalen: persoonlijk, intens, de mensen moesten worden gegrepen in plaats van afgestoten. Het effect was echter vergelijkbaar: Seattle was aan het woord en de hele wereld luisterde mee.

OSDORP POSSE – DE ROOIE DEMO

(EIGEN BEHEER, 1991)

In 1989 toonde het VPRO-jongerenprogramma Onrust een filmpje over vier jonge blanke rappers uit Amsterdam-Osdorp. Heftige teksten, met het Amerikaanse slang letterlijk vertaald: motherfucker werd moederneuker en what the fuck werd wie de neuk. Ze maakten indruk, maar de hiphopscene was nog niet groot en de platenwereld niet alert. Een platendeal bleef uit dus debuteerden ze in 1991 met een eigen beheer cassette: De Rooie Demo. Met daarop het dan al legendarische Moordenaar en talloze prachtige, maar niet te clearen samples. Veel nummers zouden een jaar later in een andere versie op hun officiële debuut Osdorp Stijl komen, maar toen had de demo zijn weg allang naar de scene gevonden. De beste van de posse.

APHEX TWIN – SELECTED AMBIENT WORKS 85-92

(APOLLO, 12 FEBRUARI 1992)

De eerste kennismaking met het fenomeen Aphex Twin was een waterscheiding in de elektronische muziek. Selected Ambient Works bevindt zich nog voor zijn beatgekte, maar volop in de briljante melodie en sfeer. De Mozart van de elektronische muziek maakte definitief naam met deze geweldige verzameling. Dat Richard D. James in latere jaren bleef teruggrijpen naar die periode van jaren tachtig en negentig bewijst hoe productief en goed het wonderkind destijds was.

PJ HARVEY – DRY

(TOO PURE, 30 MAART 1992)

Polly Jean Harvey zelf dacht dat Dry meteen ook haar laatste album zou zijn, dus gooide de toen 22-jarige alles eruit wat ze in zich had. En zo kregen haar frustraties, haar euforie, haar woede, haar lust, haar katers, haar venijn, haar tederheid én haar selectieve manonvriendelijkheid een mooi plekje op het rauw geproduceerde Dry, met single Sheela-Na-Gig als uithangbord.

RADIOHEAD – CREEP

(PARLOPHONE, 21 SEPTEMBER 1992)

‘I’m a creep, I’m a weirdo. What the hell am I doing here?’ In de nazomer van 1992 was Creep niet van de VPRO-radio af te slaan. U2 meets Sonic Youth heette het, Creep was een raar maar verslavend liedje. Radioheads debuutsingle was een lucky shot in de studio. De band ploeterde met de opnames van het album Pablo Honey en speelde als vingeroefening een oud liedje van Thom Yorke. Producer Paul Kolderie wist niet wat-ie hoorde en eiste dat de band het nogmaals zou spelen. Creep stond er in één take op.

BETTIE SERVEERT – PALOMINE

(GUERNICA, NOVEMBER 1992)

Het is toch Bettie Serveerts Palomine dat het in dit overzicht wint van het debuut van voorgangers De Artsen. Palomine waaide over naar de Verenigde Staten en gold als hét Nederlandse visitekaartje binnen nineties alternative. Maar ook in het thuisland wist de hoes met het hondje veel huiskamers te vinden: Kid’s Allright en Tom Boy gelden als klassieke vaderlandse singles terwijl Bettie vrolijk voortraast over de (inter)nationale podia.

DR. DRE – THE CHRONIC

(DEATH ROW, 15 DECEMBER 1992)

Dr. Dre zette met zijn debuut hiphopproductie op de kaart. Voor de eerste keer werd perfectie benaderd. Een queeste die sindsdien door velen werd gevolgd en die Dr. Dre later met een soort writer’s block verlamde. The Chronic is de geboorte van G-Funk, de eerste kennismaking met Snoop Dogg en de eerste hiphop waarbij je tenminste een flinke joint kon roken.

BECK – LOSER

(BONG LOAD, 8 MAART 1993)

Voor de oppervlakkige muziekliefhebber was het makkelijk om Beck Hansen naar aanleiding van het even melige als knappe Loser als een one hit wonder weg te zetten. Maar wie zich in hem verdiepte stuitte op verbazing na verbazing. Van noise tot country, folk, hiphop en Delta-blues, het wonderkind uit Los Angeles beheerste het allemaal. En humor had ie ook nog eens! Het in een paar uur thuis opgenomen Loser was een poging om iets met hiphop te doen, trok de aandacht van Geffen en werd een van de alternatieve anthems van de nineties.

BJÖRK – DEBUT

(ONE LITTLE INDIAN, 5 JULI 1993

Tijdens een buitenlands optreden met haar postpunkband/kunstenaarscollectief The Sugarcubes ontdekte de onorthodox zingende Björk Guðmundsdóttir dancemuziek. Teleurgesteld in het gebrek aan creativiteit in rockmuziek omarmde ze de opbloeiende house, waar ze volledig op dook toen haar band in 1992 uit elkaar viel. Spontaan verhuisde ze naar Londen en gaf haar interpretatie van deze nieuwe muzieksoort op Debut, een combinatie tussen dance en pop, gezongen en gekrijst met een vet IJslands accent en gemaakt met een flinke portie kinderlijke naïviteit die het album volledig natuurlijk en eigen laat klinken. Het was het startschot voor iedere ambitieuze muzikant die graag op eigen voorwaarden buiten de lijntjes kleurt.

DJ SHADOW – IN/FLUX

(MO’ WAX, 1993)

Er moest een nieuwe term worden bedacht om de muziek van DJ Shadow te omschrijven. Ze kwamen met triphop. Die eerste nummers van Shadow zaten vol heerlijk vinylgekraak, briljante samplecombinaties en een ongekend aparte sfeer. Zijn debuutsingle In/Flux voor Mo’ Wax was, net als zijn sleutelplaat Endtroducing…, vooral geschikt om in het donker op bed te luisteren.

PORTISHEAD – DUMMY

(22 AUGUSTUS 1994)

Waar Massive Attack de triphop vanuit de reggae en dub benaderde, daar koos het eveneens uit Bristol afkomstige (maar blanke) Portishead voor jazz en soundtracks. Multi-instrumentalist Geoff Barrow koos voor een Twin Peaks-achtige, vervreemdende benadering, en had vocaliste Beth Gibbons aan zijn zijde. Nooit klonk hartzeer zo gepijnigd, doorleefd en doordringend, nog eens aangezet door de desolate, stroperige ritmes, waarop dansen haast onmogelijk was. Miljoenen mensen vielen er voor.

JEFF BUCKLEY – GRACE

(Columbia, 23 augustus 1994)

In zijn korte leven – hij verdronk op 29 mei 1997 in de Mississippi, dertig jaar oud ‒ was dit debuut de enige plaat waarover Jeff Buckley, zoon van de ook al zo jong overleden Tim Buckley, de eindregie had. Grace, waarvan de voornaamste karakteristiek de hoge, vol voor de passie gaande mannenstem is, Thom Yorke zou zich er door laten inspireren, staat als album geheel op zichzelf. De gitaren zijn vaak Oosters gestemd. Led Zeppelin is een grote invloed, maar Nina Simone is dat eveneens, net als klassiek componist Benjamin Britten. De versie van Hallelujah die Jeff covert is die van John Cale, niet het origineel van Leonard Cohen. Sexy, melancholiek, ongeremd, pijnlijk, ongrijpbaar. Grace is De Ondraaglijke Lichtheid Van Het Bestaan op muziek gezet.

OASIS – DEFINITELY MAYBE

(CREATION, 30 AUGUSTUS 1994)

Nooit was er een band opgestaan die de eigen working class achtergrond zo schaamteloos combineerde met de ambitie om de nieuwe Beatles te worden – zowel op inhoudelijk als publiek vlak. Toch lukte het de gebroeders Gallagher, ondanks de interne spanningen, om met één album het rondsluimerende verschijnsel Britpop als bepalend genre te bevestigen. Tijdloos debuut op alle fronten.

dEUS – WORST CASE SCENARIO

(BANG!, 16 SEPTEMBER 1994)

Het invloedrijke albumdebuut van de belangrijkste Belgische band aller tijden (sorry, Front 242). Daarnaast was Worst Case Scenario natuurlijk het gedroomde Gesamtkunstwerk van minimaal twee botsende creatieve karakters: zanger/gitarist Tom Barman en bassist/zanger Stef Kamil Carlens. Muzikaal was het lastig te duiden (al werd er iets gemompeld over Tom Waits, Captain Beefheart en Leonard Cohen), maar dat deerde het grote publiek niet: dat stond allang mee te deinen op de onwaarschijnlijke culthit Suds & Soda.

DAFT PUNK – DA FUNK

(VIRGIN, MEI 1995)

Naar eigen zeggen zwaar geïnspireerd door Westcoast G-Funk, maar dat hoorden alleen de twee anonieme Fransen er in terug. De rest van de wereld hoorde een radicale mix van house, disco en electro. Het werd het ijkpunt van de dancemuziek midden in de jaren negentig. Die eerste kennismaking, inclusief vermaarde videoclip van Spike Jonze met de hond en zijn gipsen been, vergeet niemand meer.

THE CHEMICAL BROTHERS – EXIT PLANET DUST

(VIRGIN, 26 JUNI 1995)

Tom en Ed waren al populaire remixers en dj’s toen ze de beste clubtracks van hun eerste 12-inches combineerden met enkele vocale nummers (Tim Burgess, Beth Orton) en een bak psychedelica en zo misschien wel het definitieve dancealbum van de jaren negentig maakten. ‘The brothers gonna work it out’, indeed. Hun chemical beats vormden de basisformule voor heel veel (en vaak heel slechte) dancecrossovers daarna. Hier klopte alles.

Goldie – Timeless

(FFRR, 12 september 1995)

Graffiti-artiest, labelbaas, dj, acteur, tv-presentator en, met hulp van wat in de studio onderlegde vrienden, ook producer/muzikant. Clifford Joseph Price. Na enkele vroege drum & bass-singles bracht hij het genre eigenhandig naar het albumkopende poppubliek met het even ambitieuze als fonkelende werkstuk Timeless. ‘Inner city life, inner city pressure’, raakte Diane Charlemagne de tijdgeest in sleutelnummer Inner City Life. Tegenwoordig schitteren de gouden tanden die hem zijn naam gaven vooral in tv-programma’s als Celebrity Big Brother en Celebrity Come Dine With Me. Kerst met Goldie. Dat de kalkoen hem maar mag smaken!

JUNKIE XL – SATURDAY TEENAGE KICK

(ROADRUNNER, 24 MAART 1997)

De één deed iets metalgitaren en industriële dancebeats, de ander rapte en zong in een band die hiphop, funk en rock versmolt. Geen wonder dat ze elkaar vonden toen het crossovervirus ook in de dance toesloeg. De vereende krachten van Tom Holkenborg en Rudeboy reikten tot ver buiten de landsgrenzen. Het huwelijk was kort maar krachtig, zoals wel vaker bij twee zulke sterke karakters, de kick des te heftiger.

ANOUK – TOGETHER ALONE

(DINO MUSIC/BMG, 15 OKTOBER 1997)

Zwaaiend met de ellebogen, tegen schenen schoppend, met de beha stoer over de schouder, baande Anouk zich een weg naar de top van de Nederlandse pop. Nobody’s Wife – ze had met niemand wat te maken. Gedecideerd en getalenteerd. En voor de duvel niet bang. Ze sloeg de discussie met de mannenwereld over, nam in één klap haar eigen plek in en baande de weg voor vele jongedames na haar. Da’s nog eens girl power.

LAURYN HILL – THE MISEDUCATION OF…

(COLUMBIA, 25 augustus 1998)

Na het uiteenvallen van The Fugees zetten de meeste fans hun geld op Wyclef Jean. Hij was immers de muzikale mastermind van de groep. Maar ondanks de titel van haar solodebuut bleek Lauryn Hill achter de schermen haar lesje te hebben geleerd. Een prachtige volwassen neo-soul plaat: spiritueel maar ook down to earth, met songs over ludduvudu, bandproblemen en haar zwangerschap. En een wereldhit, want dankzij Doo Wop (That Thing) zou ze met haar album een hele generatie nieuwe soulzangeressen inspireren. Later zou Hill het aan de stok krijgen met de katholieke kerk en de Amerikaanse fiscus, maar in 1998 stond haar ster helder aan de hemel van de soul.

COLDPLAY – PARACHUTES

(PARLOPHONE, 10 JULI 2000)

In de eerste zomer van de nieuwe eeuw meldde zich een jong Brits viertal dat de beste elementen van de grote jongens in de betere popmuziek (U2, Radiohead) omzette in een fris, eigen geluid. Het plan werkte: Yellow, Don’t Panic en Trouble werden massaal opgepikt, Parachutes zelf loste de verwachtingen van de verkennende singles ruimschoots in en de naam van Coldplay was in één moeite gevestigd tussen die van hun grote voorbeelden.

THE STROKES – IS THIS IT

(RCA, 30 JULI 2001)

De nieuwe alternatieve tendens van hypes en buzzes, gevormd door zowel muziek als uitstraling, werd ingeleid door The Strokes. Het New Yorkse vijftal trok een lijn van Velvet Underground via Television naar de Ramones, oogde alsof ze uit de coolste krochten van de seventies waren geplukt en alles wat ze aanraakten bevroor, zo cool waren ze. De status is sindsdien wat ontdooid, maar debuut Is This It staat nog altijd als een, eh, iglo.

SPINVIS – SPINVIS

(EXCELSIOR, 1 MEI 2002)

Op een zolderkamer in Nieuwegein sleutelde de creatieve huisvader Erik de Jong een tijdlang aan een muzikaal projectje, dat op de gok naar platenmaatschappij Excelsior werd gestuurd. Een aardverschuiving was het gevolg: Spinvis’ onconventionele mix van klanken, vondsten en sferen, aaneengeregen door ’s mans knip-en-plak teksten en ongekunstelde voordracht, bleek precies het voorbeeld dat de ProTools-generatie nodig had. Spinvis werd een held, z’n debuutplaat een legende.

JOSS STONE – THE SOUL SESSIONS

(Relentless, 16 september 2003)

Amy Winehouse en Adele worden gezien als de artistieke kampioenen onder de blanke souldames die de laatste jaren voor de grootste reguliere albumverkopen zorgden, maar het was de destijds zestienjarige Joss Stone, die de revival van de ouderwetse dames soul in gang zette met haar debuut The Soul Sessions. Veteranen uit de Miami-soulscene begeleidden de blondine uit het Britse Kent in covers uit de jaren zestig en zeventig (aangevuld met een soul bewerking van Fell In Love With A Boy van The White Stripes). Souldiva Betty Wright trad op vocal coach. Resultaat: Britse tiener klinkt doorleefd als oude zwarte vrouw. Dit jaar kwam Joss, 25 inmiddels, met het vervolg: The Soul Sessions Volume 2.

FRANZ FERDINAND – FRANZ FERDINAND

(DOMINO, 9 FEBRUARI 2004)

Het prijswinnende, tal van hits opleverende en in 2004 menig eindejaarslijst ‒ ja, ook die van uw lijfblad ‒ aanvoerende debuut van de Schotse redders van de intelligente gitaarpop. En dan ‘intelligent’ als in: kunstacademie, historisch besef, postpunk, dansbaar, slimme teksten, catchy deunen en ondertussen nog achteloos briljant ook. Need we say more?

ARCADE FIRE – FUNERAL

(MERGE, 14 SEPTEMBER 2004)

Funeral werd geboren uit verdriet (diverse bandleden verloren tijdens de opnames familieleden), maar alles daarna stemde hoopvol, om niet te zeggen euforisch: Arcade Fire’s triomfantelijke mix van pop, folk, (art)rock, new wave, gospel en opzwepende bombast bleek ‒ weliswaar met enige vertraging, pas in de loop van 2005 ‒ massaal aan te slaan, Funeral kreeg de klassieke status die het verdiende en Canada telde ineens weer mee als muziekland.

DE JEUGD VAN TEGENWOORDIG – WATSKEBURT?

(TOP NOTCH, 16 MEI 2005)

Wat begon als grapje groeide uit tot het meest onwaarschijnlijke succesverhaal in de Nederlandse hiphop. Voor gebbetje Watskeburt?! (een term van rapper Heist Rockah) maakte producer Bas Bron eind 2004 de beat. Leden van de Amsterdamse Spaarndammerbuurtkliek Pepijn Lanen en Freddie Tratlehner (die met Ollie het duo Baksteen vormde) rappen over de track. Na de internethype volgt de radio en binnen no-time staat Watskeburt?! op 1. De humoristische onzin, de absurditeit en de combinatie van dansbare electrobeats met hiphop: de Jeugd creëert zijn eigen genre.

ARCTIC MONKEYS – I BET YOU LOOK GOOD ON THE DANCEFLOOR

(DOMINO, 14 OKTOBER 2005)

Monkeymania noemden ze het: de totale gekte die losbarstte toen de piepjonge Arctic Monkeys ten tonele verschenen in het Britse livecircuit. Groot geworden door hun eigen MySpace, raasde hun reputatie net zo snel door muziekland als zij zelf door hun eerste single. De furieuze, opgejaagde beukpop bood zowaar ruimte aan het wereldbeeld van de jonge Alex Turner, die het jeugdige 21ste eeuwse Engeland beschreef vanuit de betrouwbaarste bron mogelijk: hijzelf. De My Generation van, eh, onze generatie.

BON IVER – FOR EMMA, FOREVER AGO

(JAGJAGUWAR, 8 JULI 2007)

Voeg Neil Youngs Harvest (qua ludduvuduh en gebutst mannelijk ego) samen met de echo van Oost-Europese dameskoren (Le Mystère Des Voix Bulgares). Leng aan met een snuf freak folk en een wolkje wolvenmelk (de kookpot stond in een hut in de ijskoude bossen van Wisconsin). Ziehier het simpele recept van het mooiste muzikale egodocument van de noughties. Boerenpot, recht uit het hart. Dat Justin Vernon (a.k.a. Bon Iver) inmiddels ook haute cuisine aankan, bewijst hij samenwerkend met Kanye West en solo (opvolger Bon Iver, Bon Iver). Overigens: het meisje Birdy ging aan de haal met Skinny Love, het mooiste liedje van ‘Emma’.

ADELE – 19

(XL, 28 JANUARI 2008)

Ten tijde van de release van 19 was de vraag of Duffy of Adele de opvolger van Amy Winehouse zou worden. Adele had geen boodschap aan die vergelijking en ging uit van haar eigen kracht. Blue-eyed soul, Motown, pop, bluesy en jazzy uitstapjes: als kind van de shufflegeneratie verenigt de bij aanvang van de opnamen pas negentienjarige Adele alles. Het verbindende element is haar machtige stem en het feit geen modepop te zijn. Het is de basis voor het gigantische succes van 21, twee jaar later.

The XX – XX

(Young Turks, 17 augustus 2009)

Met minimale middelen bereiken vier Londense late tieners maximale muzikale broeierigheid en intimiteit. The Cure, Massive Attack, Chris Isaak en Stevie Nicks behoren tot inspiratoren van dit typische iPodshuffle-generatiedebuut. Mooi is de omzichtige jongens- en meisjeszang van afwisselend Oliver Sim en Romy Madley-Croft, vol onbegrip en wederzijds aantrekken en afstoten. Het duistere nachtgevoel dat producer Jamie Smith (zware bassen) de composities meegeeft, versterkt de associatie met seks tussen tieners.

Alt-J – An Awesome Wave

(Infectious, 25 mei 2012)

Onbenoembare muziek? Het jonge Britse viertal Alt-J flikt ‘t. Op ongrijpbare wijze assembleren ze op hun debuutalbum ‘iets’ met meerstemmige folk, elektronica, indie, progrock en triphop, en het resultaat prikkelt, verrast, verwondert en biologeert. En niet alleen op plaat, zo getuigt hun zegetocht langs ’s werelds podia in 2012.

Frank Ocean – Channel Orange

(Def Jam Recordings, 10 juli 2012)

Met afstand dé r&b-sensatie van 2012. Frank Ocean (eerder actief in het geruchtmakende hiphopcollectief Odd Future) is de paradijsvogel in de kwetterende volière en grijpt je met zijn fenomenale timing en aangrijpende stem direct bij de kladden. ‘Ocean’s oprechtheid is de grote kracht van dit album. Channel Orange is slacker-r&b: realistisch.’

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment
11-tal

OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment

Elke maand selecteren we de beste en belangrijkste albums van het moment. Een elftal niet te missen platen, hand-picked door de ...
Letter To You
album
Bruce Springsteen

Letter To You

Letter To You duurt bijna een uur en grijpt sterk terug naar Springsteens glorietijd in de jaren zeventig en tachtig ...
Earth To Dora
album
Eels

Earth To Dora

Wat rijmt er op ideeënarmoe? Mark Oliver Everett weet het: 'Anything for Boo / O Boo, I do / My ...

100 debuten die onze wereld schokten | OOR