verslag

De donderdag van ESNS20: de klasse van Celeste, het ongemak van Dry Cleaning

Even tellen: op het drukste punt van de donderdag (rond 21.30 uur) spelen er zo’n vijftien acts tegelijk. Ga er maar aan staan. Gelukkig hebben we vier reporters ter plaatse deze avond, die zich tactisch door Groningen verspreiden op zoek naar onverwacht of reeds aangekondigd supertalent. Laten we maar beginnen met die laatste categorie. 

Celeste (openingsfoto), winnares van de BBC Sound Of 2020, krijgt de Stadsschouwburg muisstil met een optreden dat in alle opzichten imponerend is. Hoe ze opkomt, hoe ze achter de microfoon gaat staan. Statig, serieus, een struise, stijlvolle vrouw met een afrokapsel dat door een scheiding midden op haar hoofd in twee delen uiteenvalt. De hele show zal ze nauwelijks bewegen, op een hand- of armgebaar na. Alsof meer ook niet nodig is, want ze hoeft haar mond maar open te doen en er stroomt pure magie uit, zonder dat ze daar ogenschijnlijk moeite voor hoeft te doen. Wat een stem! Ja, Amy Winehouse, ja – veel meer nog – Billie Holiday, ja, een getergde Maria Callas van de Britse soul-jazz. Maar geen moment krijg je het idee dat ze haar voorbeelden imiteert of zelfs naar de kroon poogt te steken. Zij is gewoon Celeste. Met die stem dus, warm, licht rokerig, soepel, volstrekt naturel, soms bijna fluisterend – aankondigingen doet ze bedeesd -, dan weer met enorme power. Maar dat laat ze slechts een of twee keer middels een uithaal horen, heeft ze niet eens nodig om je omver te blazen. Dit is pure zangkunst van wereldklasse. Goede band achter zich ook (topsaxofonist!). De verzaligde, bewonderende blikken van de muzikanten naar de vocaliste spreken boekdelen. Het tempo gaat maar een paar keer omhoog, zoals in het gedreven en groovende Stop This Flame, dat ze met felheid uit haar mond slingert, maar het grootste gedeelte van de show houdt Celeste het klein en ingetogen. Al helemaal in het afsluitende Strange, haar prijsnummer, dat ze samen met haar toetsenist vertolkt, waarna we de Groningse nacht ingaan in de wetenschap dat we getuige waren van iets heel bijzonders. (TE)

De manier waarop Florence Shaw, zangeres van Dry Cleaning, de tekstvellen van haar lessenaar op de grond legt na elk nummer, daaraan zie je dat het haar menens is. Héél voorzichtig, opdat ze niet kreuken, of per ongeluk van het podium afwaaien. Alsof ze met fluwelen handschoentjes door een antiek boek bladert en de pagina’s aflegt. Lang sluik haar, gezicht op doodserieus en tikkeltje triest, beweegzaam als een lantarenpaal. Ze is een rare verschijning in de wereld van de rock & roll, zeker naast de twee getatoeëerde, langharige beesten op bas en gitaar die haar flankeren. Onderkoeld-poëtisch draagt Shaw (eerder beeldend kunstenaar, fotoarchivaris en universitair docent) haar teksten voor over haar dagelijkse ergernissen en persoonlijke neuroses, en meisjes met prachtig blond Vikingenhaar: ‘She was beautiful, she’s got Viking hair / She’s a tragic heroine, I’m in love’. En dat dan zó emotieloos dat je je afvraagt of ze überhaupt in staat is tot iets van passie. Maar dat kan een act zijn. Dan acteert ze goed. Slechts één keer is ze op een voorzichtige glimlach te betrappen, een onbewaakt ogenblik op het einde van de concert. Dat de Londenaren net als hun 3voor12 radiosessie in de Martinikerk eerder die middag (waar ze twee nummers doen) afsluiten met Conversations, een nummer als een doodsaai telefoongesprek. Letterlijk. Niet de uitsmijter die Dry Cleaning verdient. (Een band die niet weet wat zijn beste nummer is, is één ding, een band die niet weet wat z’n slechtste nummer is, dat is best pijnlijk.) Ze blijft nog wel even op ons netvlies gebrand staan, deze Shaw, bang ijskonijntje starend in het licht dat haar zo gaat vermorzelen, tussen twee jongens die liever met Dave Grohl in een band hadden gezeten. En dus doen alsof ze Wembley afbreken. (KP)

En dan zitten we even later op de houten banken van de prachtige Nieuwe Kerk om Lankum te zien en te horen. De kerk zit vol! Met onder andere veel Ierse collega’s, die hun respect komen betuigen aan de band uit Dublin die ‘trad’ (traditionele folkmuziek) weer in de frontlinie van de alternatieve muziek heeft weten te plaatsen (met dank aan het Britse Rough Trade-label, luister naar Lankums fantastische album The Livelong Day) door er drone-effecten aan toe te voegen die je eerder met avant-garde zou associëren. Het viertal, drie knoestige mannen en een blonde zangeres, speelt op akoestische traditionele instrumenten (o.a. uilleann pipes, concertina) en doen dat zittend, zangeres (Radie Peat, prachtige folkstem!) vaak zelfs op de grond, wanneer ze zich uitleeft op een harmonium-achtige klankkast. De heren houden het bij een stoel. Grappig zijn de dwarse praatjes tussendoor (over het ontmoeten van moeder Theresa en mensen die weglopen bij ‘wat nu juist ons het beste nummer is’). Dit is muziek die teruggaat op een eeuwenoude traditie en oergevoel, maar ons tegelijkertijd het hoge distopische gehalte van het moderne bestaan onder de neus wrijft. Het weer buiten is ongewoon zacht, de stad Groningen bruist mediterraan en maakt zich op voor weer een nieuw nachtelijk fiesta. Daarom valt Lankum vanavond misschien wat zwaar op de maag, maar gelukkig buigt de hartverscheurende klaagzang Katie Cruel tegen het einde af naar een blij en opwindend gefiddle, waarbij het bijzonder goed voetstampen is. (TE)

Traditiegetrouw staat het publiek in de Stadsschouwburg op het onmetelijke podium en de band in de zaal. De Zwitserse Sophie Hunger is beslist onder de indruk van deze ietwat chique setting. Sinds kort treedt ze als duo op met de uitstekende drummer Julian Sartorius. Hunger houdt van afwisseling. Het ene nummer is semi-akoestisch en in het volgende gaat ze lekker tekeer op haar gitaar. Helaas heeft ze niet zo’n bijzonder stem. Maar dat gezegd hebbende gooit ze haar gitaar op de rug en begint a-capella een (oud?) Zwitsers volkslied dat naadloos overgaat in een originele coverversie van Le Vent Nous Portera (van Noir Desir). Mooi maar niet opwindend. (OS)

Opwinding genoeg in O’Ceallaigh, de Ierse pub die ieder jaar gastheer is van een festivalletje genaamd The Sound Of Young Holland. Op een minipodium spelen hier dan de meest uiteenlopend bands, vooral opgediept uit de underground van de vaderlandse gitaarmuziek. The Irrational Library uit Haarlem is beslist geen gewone (gitaar)band. Van buiten kan je al duidelijk de fuck-up-kreten van zanger/dichter Joshua Baumgarten horen. Het is zo’n beetje zijn stopwoordje in de razende poëzie die hij over ons uitstort, begeleid door een drietal heren die funk, rock en soms soul op een energieke manier tot songs kneden. De band duikt eind van de maand weer de studio in voor een derde album dus werden er een aantal nieuwe nummers gespeeld zoals We Are Doomed, een korte, heftige en funky song. (OS)

Later op de avond is er nog een niet-gitaarband verrassing in dezelfde pub: Hunter Complex, het synthesizer project van Lars Meijer. Met vier Korg en Roland sythesizers plus de nodige effectapparatuur legt hij een indrukwekkend klankentapijt neer dat uiteenloopt van krautrock, jaren 80 wave tot het serene ambient-slot. Amusant is het om te zien dat hij op het kleine podium voortdurend bukkend en knielend moet spelen, omdat hij anders zijn eigen visuals in de weg zit. Binnenkort komt zijn vierde album uit op het Engelse label Burning Witches. Helaas is het publiek in de Ierse pub vooral gitaarmuziek gewend en laten ze Hunter Complex en masse in de kou staan. (OS)

Aanwezigen weten niet goed wat ze moeten verwachten bij een vrouwelijke rapper uit Oekraïne. Het is geen profiel dat hoge verwachtingen schept. Alyona Alyona laat zich er niet door intimideren en blaast vanaf de eerste tel het dak eraf. Ondanks dat de Oekraïense teksten onverstaanbaar zijn, heeft ze een sterk gevoel voor ritme en een overtuigende uitstraling — stoer tijdens het rappen en tussen de nummers door een verlegen lach waarmee ze haar menselijkheid toont. Haar hypewoman is beweeglijk – soms ook wat stuntelig – en zoekt regelmatig de interactie op met het publiek. Meermaals zie ik bezoekers elkaar aankijken met een blik die zegt: ‘Nou, dit is nog helemaal zo slecht nog niet.’ En terecht, want Alyona Alyona is inderdaad niet slecht. Verre van. Daarmee laat ze de charme zien van dit festival: hoe vaak luisteren we naar vrouwelijke rappers uit Oekraïne? (BD)

Dan de elektropop van de Tsjechisch-Vietnamese zangeres Viah. Het begin is wat twijfelachtig. Dat komt deels door de context. Viah zingt over kolossale popproducties, ondersteund door twee jonge danseressen. In hun hoofd staan ze op een enorm poppodium met duizenden fans. In de werkelijkheid staan ze achterin een kroegje met in het publiek voornamelijk mannen van middelbare leeftijd. Uiteindelijk winnen ze toch respect. Ze laten zich niet afleiden en gaan volledig op in de performance die deels uit theater bestaat. De producties zijn met vlagen experimenteel en boeiend, waar de zang niet beter wordt dan middelmatig. Je loopt het tegen het lijf, je blijft even staan, maar je ziet ook dat dit niet de volgende Charli XCX wordt. (BD)

In Huis De Beurs een stukje meegepakt van Silverbacks. Het kwintet uit Dublin onder aanvoering van de praatzingende zanger Daniel O’Kelly laat zich inspireren door de CBGB-sound: New Yorkse new wave en postpunk anno 1977, met name het album Marquee Moon van Television. Live doet de band vooral stevig denken aan Pavement en Parquet Courts. De op stuiterende repetitieve riffs gebaseerd nummers zitten vol gitaarerupties die elkaar nu weer aanvullen en dan weer juist tegen de haren in strijken. Wat wil je ook met drie gitaristen op het podium. Het resultaat is opwindend, maar soms ook wat eenvormig. De prachtige hoge tweede stem van de blonde bassiste Emma Hanlon steelt de show, terwijl de sympathiek-ironische O’Kelly zich zo af en toe een David Byrne-achtige uitbarsting veroorlooft van bijna-gekte. (TE)

Ook zijn we getuigen van een geweldig optreden van JNR Williams. Een toetsenist, twee fantastische achtergrondzangeressen en een al even fantastische zanger, die gezien de biceps geen vreemde is in de sportschool. Samen maken ze superbevlogen, zachtaardige synthpop/r&b met gospelinvloeden. Alles draait natuurlijk om de zanger, onze JNR dus, een jonge Londenaar die met zijn fluwelen stem (af en toe Kiwanukaans) en zijn ontwapenende en goudeerlijke voordracht Simplon totaal inpalmt. Of het geloof een heel grote rol speelt, wordt niet helemaal duidelijk (het ligt er in ieder geval niet dik bovenop), maar na zo’n overtuigende show als hij vanavond aflevert in Simplon geloof je maar al te graag in JNR Williams. (TE)

Het Rotterdamse Lewsberg maakt serieuze muziek. En dat tegen een backdrop met plaatjes van de Powerpuff Girls. Het blijft lastig om te bepalen wat je van de band moet vinden. De liedjes zijn bijvoorbeeld prima, en ook de ruige lo-fi sound, de nonchalante stagepresence en de onwijs koele bassiste. Maar er zijn ook wat dingen die niet genegeerd kunnen worden. Het praatzingen van de zanger, bijvoorbeeld, dat door het Nederlandse accent wat knullig is. Is een accent per se verkeerd? Nee, maar wel als je bij benadering heel dicht in de buurt komt van een van de grootste Amerikaanse bands aller tijden: The Velvet Underground. Lewsberg mist daarmee originaliteit door een band te imiteren die er juist alles aan deed om uniek te zijn. (BD)

Wie Lewsberg wel eens heeft zien optreden en dus bekend is met de strapatsen van gitarist Michiel Klein, weet wat een avontuurlijke gitarist vermag. Liam Bates van Eyesore & The Jinx, een jong trio uit Liverpool, heeft eenzelfde expressieve stijl, soms autistisch strak en minimaal, op het oog gevoelloos, soms manisch wild, als een straaljager door de geluidsbarrière. In het Werkman Stadslyceum zijn alle ogen op Bates (die oogt als de jonge Mark E. Smith) gericht, zeker als hij al in het tweede nummer alle registers opentrekt. In de geest van Captain Beefheart werpen de Liverpudlians de ketenen van zich af en herschrijven de hoofdstukken Garagerock, Punk en Postpunk in het songbook. Heftig, hard, soms funky als de Gang Of Four in hun beste dagen, retestrak. Deze jongens kunnen spelen. En lijken zich niks te interesseren voor het circus eromheen. Hip zijn ze niet bepaald, ze werden onlangs niet eens getipt in de lijst van 100 (!) bands die het volgens de NME dit jaar gaan maken. Toch maakt Eyesore & The Jinx precies het soort muziek waar de NME ooit bekend om stond. Het vette Scouser accent van Josh Miller (zang, bas) maakt het grimmige plaatje af. Hoor hem ‘on an island’ brullen, de longen uit het lijf, in de gelijknamige single; ‘een nummer over Engeland’. De toon is er één van woede, of zelfs walging, een toon die dit weekend verder ver te zoeken is. Daniel Fox van Girl Band leent als producer zijn botste kartelmes aan dit trio, mocht je nog twijfelen. Gruwelijke band, gedoemd tot obscuriteit. Maar ons hebben ze gewonnen. (KP)

Op het kleinste podium in de kleinste tent speelt om 22:45 de kleinste artiest van ESNS20: Ronan Kealy uit Killarney, Count Kerry, Ierland. Als hij zijn gitaar omgespt, zijn (versterkte) tamboerijn aan zijn voeten legt om – met beide voeten! – als drumstel te gebruiken en in opperste extase zijn liedjes brabbelzingt, is hij Junior Brother, vanavond versterkt met twee muziekvrienden uit aanpalende Counties (waarvoor we best even heel hard boe mogen roepen, want geen County Kerry). Op Spotify kun je Pull The Right Rope vinden, een plaat die de midtwintiger vorig jaar in kleine kring uitbracht. Maar je moet hem zien. Een dwerg bijna, zo klein, in zijn rode broek en trui (bijna een onesie), de sokken over de broekspijpen opgetrokken, alsof hij zo van het land komt gelopen en geen tijd heeft gehad zich om te kleden. Hij gaat helemaal op in zijn muziek en geeft alles, maar dan ook echt álles. En dat is traditionele Ierse muziek, met tradiotionele Ierse instrumenten waarvan we de naam niet eene kennen, maar man, wat wordt hier tegelijkertijd gespot met de traditie. Van lang geleden herinneren we ons Nyah Fearties, zo onstuimig en knotsgek is deze Junior Brother. Brother Danielson, de man die verkleed als boom optreedt uit de entourage van Sufjan Stevens, zo’n type. Een gekkie, maar een geniaal gekkie. Hij zorgt voor het leukste concert van de avond, misschien wel het hele weekend. Voor veertig stamgasten van café Lola en twee verdwaalde journalisten, die zo gek waren om het er met mij op te wagen. Ze hebben we geen spijt van gehad. (KP)

Bij de Duitse gitarist Martyn Heyne is het rustig donderdagavond. Dat geldt zowel voor de publieksopkomst als voor de muziek. De 17e eeuwse Nieuwe Kerk is misschien wel de meest sfeervolle ESNS- locatie. Het interieur, met groot op een zuil vermeld  ‘Geloof hoop en liefde’, nodigt direct uit tot ingetogen muziek. Martyn Heyne kun je het best vergelijken met The Durutti Column, die in de jaren tachtig zijn rustige muziek uitgaf op Factory Records. De Duitser speelt gitaar zonder al teveel hoorbare effecten. Zijn langzaam getokkel met hier en daar een echo of wah wah klank is perfecte downtempo muziek voor deze gewijde omgeving. Jammer dat hij dit doorbreekt door twee nummers met een veel te luid spelende drummer te doen. (OS)

De bastonen van French 79 blazen de pijpen van je broek. Helemaal niet erg als je lekker wil dansen. Maar hij klinkt zo macho en mega dat het lijkt of je op een gigantisch open-air technofeest bent. Dreunen en beats zonder subtiliteit. Van dik hout zaagt men planken. Niet bijzonder en zeer teleurstellend. Het bovenstaande geldt min of meer voor het met veel buzz omgeven optreden van Cobrah uit Zweden. Voor club Kokomo, een soort ouderwetse discotheek, staat een flinke rij. Eenmaal binnen blijkt Cobrah een wat ordinair uitziende en schreeuwende blondine die vooral veel met haar tits en ass staat te pronken. Haar DJ doet wel zijn best met electro en grimebeats maar hij kan de zaak niet redden. (OS)

Echt leuk is het in Simplon bij de bescheiden Franse electroproducer/muzikant Ouai Stephane. Om te beginnen heeft hij al een foute Waynes World-kersttrui aan! Zijn instrumentarium heeft hij zelf gemaakt, maar dat is in de duisternis nauwelijks te zien. Zo lijkt het alsof hij een toetsenbord bespeelde, maar het blijkt een gewoon wasrek te zijn en heeft hij ook een soort zelfgebouwde theremin. Zelfs de decoratief opgehangen klok heeft muzikale wijzers. En dan de muziek, een soort cut up-house met veel tempowisselingen en onverwachte elektronische intermezzo’s. Stephane heeft er duidelijk plezier en zin in. Dat wordt door de zaal opgevangen en er wordt flink gedanst. Deze sympathieke Fransman is voor mij de held van de avond. (OS)

Daar kunnen de twee dames van Oktober Lieber niet meer tegenop. Zij zijn een van de laatste liveacts uit het officiële ESNS-programma en worden aangekondigd door mister Vera himself, Peter Weening. Hij weet er een leuke draai aan te geven door te vertellen dat het duo genoemd is naar een song van Chris & Cosey (ex-Throbbing Gristle), een groep die hij in 1983 al voor Vera boekte. Vervolgens barsten de twee Franse vrouwen los in een loeiharde orgie van monotone beats en industrial noise, die doet denken aan jaren tachtig-acts als Severed Heads, DAF of inderdaad Chris & Cosey. EBM anno 2020! (OS)

Gezien: Donderdag 16 januari 2020 in Groningen

Verslag: Bas Disco, Tom Engelshoven, Oscar Smit, Koen Poolman

Fotografie: Jan Westerhof, Bart Heemskerk, Jorn Baars

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit ...
De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord
concert

De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord

The Black Crowes zijn terug op het oude nest. Chris en Rich Robinson hebben oud zeer bijgelegd en vieren het ...
Nieuwe Pearl Jam te beluisteren door telefoon op de maan te richten
nieuws

Nieuwe Pearl Jam te beluisteren door telefoon op de maan te richten

Zag je donderdagavond mensen met hun telefoon naar de maan zwaaien? Dat waren Pearl Jam-fans. De band heeft een single aangekondigd ...

De donderdag van ESNS20: de klasse van Celeste, het ongemak van Dry Cleaning | OOR