verslag

De vrijdag van ESNS20: glibberen bij Squid, shirt uit bij Working Men’s Club

De vrijdag van Eurosonic. Voordat we omschakelen naar Noorderslag, eerst nog een volgekliederd blokkenschema met bands en acts uit alle uithoeken van Europa. Ook vandaag moeten we het voornamelijk van de Britten hebben, al komt er ook goed nieuws uit Brussel en Rotterdam.

Noteer maar voor de festivals, te beginnen met Motel Mozaïque in april: Working Men’s Club, drie jongens en één meisje uit Manchester die vorig jaar door Fat White Family op sleeptouw werden genomen en na twee singles klaar lijken voor het grote werk. Frontman Sydney Minsky-Sargeant, achttien pas, is er zeker klaar voor. Hij is zo’n branievol type dat geboren is voor het podium, dat niet zonder aandacht kan, hij móet shinen. En schitteren doet hij, in de spotlights, tijdens de PIAS Nites-presentatie in Kokomo, daags nadat de groep al de Hooghoudt Barn op de Grote Markt helemaal vol en plat speelde. Na twee nummers gaat het shirt al uit en duikt hij in het publiek   ̶  met blote buik, zilveren kettinkje, oorbelletje, wilde dansbewegingen en de blik op wie-doet-mij-wat, de rebel die de tijden van de Haçienda doet herleven. Mechanische beats, diepe wave-bassen, hoekige gitaren en pakkende refreinen denderen onderwijl uit de speakers, die trillen onder de dansbare, New Order-achtige vibraties. Zoals in single Teeth, een hit zoals ze vroeger alleen in Manchester gemaakt werden. De traditie in goede handen. En de toekomst ook. (KP)

Een nieuwe trend onder Britse bands, Peter Weening van Vera zegt het wel goed in zijn aankondiging van Squid (openingsfoto): sinds er sprake is van Brexit, zijn er geen grenzen meer, qua muziek dan. Grenzeloosheid is – net als bij Black Country, New Road twee dagen eerder en Black Midi vorig jaar – het kenmerk van de muziek van Squid. Het kwintet uit Bristol slingert de luisteraar alle kanten op en hun optreden is even sensationeel als verwarrend. Weening voegde er in zijn aankondiging nog een Funkadelic-citaat aan toe (‘Free you mind… and your ass will follow’) en een vrije geest heb je zeker nodig om te verhapstukken wat het uitermate geconcentreerd opererende Squid het gebiologeerde Vera vanavond voorschotelt. Vinnige funk is de basis, dat is zeker, maar even opvallend zijn de uitstapjes naar (free)jazz (trompet), de vreemde tempowisselingen, abrupte overgangen en spoken word-achtige intermezzi. De vergelijking met LCD Soundsystem is gemaakt (de dancepunk van het DFA-label) en Squid lijkt ook duidelijk inspiratie te hebben opgedaan bij de Britse funk uit het postpunktijdperk (eind jaren zeventig/begin tachtig). De voordracht van de schreeuwzingende drummer Ollie Judge, de motor van de band, met schuim op de bek, doet ook sterk denken aan The B-52’s, David Byrne (Talking Heads) en – stukje obscuurder – James Chance and The Contortions. Het is fascinerend om getuige te zijn van de intrinsieke spanning tussen de vijf jonge muzikanten, die voortdurend op zoek zijn naar oplossingen, stuwing, grooves en onverwachte wendingen, waarbij ze het intensiteitslevel gedurende het hele optreden eng hooghouden. Dit onder andere met dank aan diverse percussie-instrumenten, die de bandleden wisselend ter hand nemen, houtblokjes, cowbells en dergelijke. Soms zou je willen dat ze even wat langer in zo’n waanzinnige punky groove blijven hangen, want dan kun je je zorgeloos overgeven aan je neiging tot dansen, maar dan zijn deze rusteloze zielen alweer naar een volgende muzikale ijsschots gesprongen en sta je te glibberen. Squid is je altijd een stap voor. Maar of Squid erop uit is om je voortdurend op het verkeerde been te zetten, is toch ook niet helemaal duidelijk. Krankzinnig is het einde, waarbij Ollie – in een t-shirt van Yellow Magic Orchestra – zijn drumstel verlaat om voor op het podium op een bekken slaand een mantra (warm in the summer?) tot een briesende climax te declameren. Ze hadden kunnen kiezen voor een makkelijke oplossing, hadden de zaal dansend in totale euforie achter kunnen laten, maar ze eindigen met het oogsten van verwarring. Geweldig optreden van een band van wie je niet weet wat je hen het meest toewenst: tot vermoeienis door blijven experimenteren of iets luier worden en de luisteraar net iets meer houvast bieden. Kom nou maar op met dat album! (TE)

In een uitpuilend Huize Maas laat ook de nummer vier van de BBC Sound Of 2020-beloftenlijst zien wat ze waard is. Veel dus. Joy Crookes, eenentwintig, uit Zuid-Londen en van Bengaals-Ierse afkomst, is een ander type dan het serene, ingetogen zangwonder Celeste, de nummer één van diezelfde lijst, die een dag eerder zoveel indruk maakte in Groningen. Beide zangeressen werden vooraf – wat een vervelend en uitgemolken predicaat is dat inmiddels – geafficheerd onder de noemer ‘nieuwe Amy Winehouse’, maar ze hadden niet meer van elkaar kunnen verschillen. Joy heeft pit. Vlecht die uitloopt in rode oriëntale tressen, zwarte tanktop, kakikleurige safaribroek en bijpassende tasjes die om onduidelijke redenen ter hoogte van haar buik bungelen. Ze is de uitbundigheid zelve. Uiterst communicatief, strijdbaar, vrolijk en er steeds nadrukkelijk op uit om ons te laten dansen en bij haar show te betrekken. Waar Celeste stokstijf achter de microfoon haar stem het werk laat doen (indrukwekkend), is het bij de bewegelijke Joy juist een plezier om haar energiek en enthousiast over het podium te zien darren. Veel meer dan bij Celeste is haar stem ingebed in het bandgeluid (gitarist, bassist en drummer, erg goed). Soul en funk vormen het fundament, met af en toe een zweem van ska-light, maar uiteindelijk zijn haar songs toch vooral knappe popliedjes met een hoog entertainmentgehalte. In een praatje-tussen-door betreurt ze het verdwijnen van multiculturalisme in het Engeland van Boris Johnson (‘It feels like I‘m losing my country, so let’s keep my city’), gevolgd door een liedje waarin ze haar liefde voor Londen betuigt. Ze zingt over psychische problemen en lastige mannen (‘Sometimes men piss me of and I wrote a song about that’), hitst de zaal voortdurend op en wordt daarvoor beloond als we allemaal eendrachtig meedeinen (en zingen) bij het smakelijke popwalsje Don’t Let Me Down, dat na een opzwepende solo van haar gitarist verandert in een semi-rockballad. Zeer effectief voor op festivalweiden. Hartverwarmend en vitaal optreden van een – terecht – stralende ster in spe. (TE)

Voormalig livedrummer en voetballer Georgia trekt een volle zaal in Simplon. Na het tweede nummer veegt ze het zweet van haar voorhoofd: ‘M’n album is net een week uit, Eurosonic, waardoor ik elke dag heb moeten optreden. Ik ga m’n best doen!’ Ze zal het maar druk hebben. In haar eentje staat de Engelse achter een elektrisch drumstel waarop ze meespeelt op een backingtrack met agressieve en galmende synthesizers. De industriële beats en scherpe popmelodieën komen samen in hymnes van het nachtleven, ondersteund door flitsende, fluorescerende spotlights. De zang is adequaat maar maakt niet het verschil, wat ook niet hoeft bij de rauwe elektropop die op de dansvloer het beste tot zijn recht komt. De setlist blijft echter trouw aan één type geluid, waardoor de muziekliefhebber ongetwijfeld verlangt naar meer dynamiek. Georgia neemt ook geen afstand van haar drumstel, waardoor het niet altijd even boeiend blijft, hoe indrukwekkend het kunstje ook is. (BS)

Aan het begin van het concert van de Belgische rapper Zwangere Guy kun je nog makkelijk bij Simplon naar binnen, maar geleidelijk aan vult de zaal zich volledig met een enthousiast publiek. De Brusselaar heeft vorig jaar indruk gemaakt met zijn persoonlijke album Wie Is Guy? Dat is ook te merken aan het groot aantal fotografen dat aan de rand van het podium staat. Zwangere (betekent ‘goed’) Guy wordt begeleid door twee uitstekende muzikanten achter toetsen en elektronica. Ze toveren loopzuivere, niet te harde, relaxte beats tevoorschijn met een melodieuze ondertoon, waarover heen Guy in een mengelmoes van straattaal, plat Brussels en Engels zijn ding doet. Hij is niet het type macho rapper, maar staat rustig op het podium en vraagt voortdurend aan het publiek om dichterbij te komen om zo een intieme sfeer te creëren. Hij oogt bescheiden en breekbaar en begint Beter Leven gewoon driemaal opnieuw, omdat de tekst hem toch nog steeds iets doet. Sociaal betrokken en strijdbaar als hij het over zijn stad Brussel heeft. Zwangere Guy is OK! (OS)

Back by popular demand, zouden we willen zeggen, maar zo vanzelfsprekend is het niet dat een Britse grime-mc ook het vasteland verovert, laat staan een vrouwelijke grime-mc. Flohio mag het na vorig jaar (diep in de nacht in het Platform Theater) opnieuw proberen, ditmaal als eerste in het Grand Theatre. En dat is werken geblazen, voor al die nuchtere Groningers. ‘Ten, ten, ten’ laat ze de zaal scanderen, maar de enthousiaste echo’s reiken niet verder dan de eerste rijen, waar het handjevol urban ESNS-bezoekers verzameld staat. Dit is geen match, Flohio moet je op een festival als Woo-Hah zien. Dit gezegd hebbende: Funmi Ohiosumah (Zuid-Londen) verwarmt ook hier ons hart, met venijnige raps en bruut zware bassen. Ten More Rounds explodeert, zelfs in deze ambiance, en ook laatste hit Way2 blijkt een testosteronbom met circle pit-garantie. De vriendelijke, feminiene uitstraling van de, mind you, beslist stoere Funmi (dit jaar in de rug gesteund door een vrouwelijke dj, een all female hiphop aangelegenheid dus) doet de rest. (KP)

Wie halverwege de act binnenkomt, treft in het Forum een muisstille zaal. Niemand wil iets missen van de engelachtige stem van Alice Boman en haar subtiele en spannende liedjes. Niets is overdone en de composities bewegen op natuurlijke wijze, met hier en daar een verassend akkoord, waardoor de Zweedse singer-songwriter je non-stop blijft boeien. De muziek van Boman heeft filmische eigenschappen. Het is dus niet vreemd dat ze is te horen in Netflix-series 2als 13 Reasons Why, Suits, Papers Towns en meer. Af en toe neemt de band afstand, zodat ze alleen met keyboard en zang haar prachtige liedjes ten gehore brengt. Je kunt de persoon naast je horen ademen, als die zijn adem niet inhoudt tenminste, want iedereen luistert aandachtig naar de magie van Boman. Waar veel acts inzetten op energie, kiest zij ervoor de liedjes te laten spreken, en zodra dan het slotakkoord klinkt, mag iedereen tijdens het applaus eindelijk weer uitademen. (BS)

Toen Naaz met band op het podium verscheen, had ze net twee prijzen in ontvangst genomen bij de Music Moves Europe Talent Awards: beste popact en de publieksprijs. Het is tekenend voor de groeiende carrière van de Rotterdamse zangeres. Op het eerste oog lijkt ze met haar 21 jaar timide en ongekunsteld, maar ze laat vanavond zien dat ze bij de volwassenen aan tafel hoort. Ze zingt met een geloofwaardige intensiteit mee op het geweld dat haar band levert tijdens Words, Taped en Damage. Tijdens een cover van Kanye West’s Ultralight Beam neemt ze de raps van Chance The Rapper op haar rekening, wat eclectisch en stoer is bij haar meisjesachtige verschijning. Ze klinkt misschien wel op haar best wanneer ze ruimte krijgt van haar band. Ze is namelijk een uitstekende zangeres met zowel een zwoele kopstem als een scheurende borststem, wat soms wegvalt in de imposante muur van geluid achter haar. Haar performance levert veel dynamiek en kent weinig dalen. Van slaapkamerpop naar een liveact die staat als een huis. Naaz is er nog niet helemaal, maar heeft goud in handen, en dat beginnen ze ook buiten Nederland te zien. (BS)

In de fraaie Nieuwe Kerk zijn de banken nauwelijks gevuld, want ja, wie is Keeley Forsyth? Ik weet dat er net een album van haar uit is op het Britse The Leaf Label, een label dat veel aan hedendaagse folk en elektronica doet. Dat Forsyth ook actrice is en veel te zien is in BBC-series, wist ik dan weer niet. Ze wordt begeleid door een akoestische gitarist, pianist en violist. Dit drietal begint in het bijna donker te spelen, rustige serene muziek. Forsyth komt op in een rode fluwelen jurk en gaat direct op de grond liggen om, zo lijkt het, oefeningen te gaan doen. Ze kruipt wat rond en begint intussen in haar microfoon te fluisteren. Ze lijkt in trance over het podium te schuiven. Haar jurk wordt uitgetrokken en ze gaat verder in zwart gekleed. Wel houdt ze continu haar rode jurk vast of gaat er bovenop liggen. Haar muziek doet denken aan een kruising tussen Antony (Hegarty) en Nick Cave. Zware teksten waarin het woord ‘Lord’ regelmatig voorkomt. “Oh, Lord I hear you”, roept ze en vervolgens “I’ve been surrounded by savages”. Het klinkt allemaal als oude Engelse folk, of als murder ballads, vermengd met religieuze muziek. Bij navraag blijken het echter haar eigen teksten. Intussen loopt en kruipt en ligt ze in het halfdonker op het podium. Haar trio speelt indringende, fascinerende nieuwe muziek. Daar gaan ze nog even mee door als Forsyth zonder iets te zeggen van het toneel verdwijnt. Wij blijven achter met een intense ervaring en als ik buitenkom voel ik me even niet meer van deze wereld. (OS)

Geen Eurosonic zonder The Homesick, dit jaar weer eens als onderdeel van het officiële festivalprogramma, sterker nog: als een van de bands waar reikhalzend naar uitgekeken wordt, door landgenoten maar zeker ook boekers van festivals elders in Europa. Er staat onmiskenbaar druk op de drie uit Dokkum, aan de vooravond van de release van tweede album The Big Exercise, hun eerste voor het grote Sub Pop in Amerika. De onbevangenheid van de eerste shows, grappend en grollend met publiek en elkaar, heeft plaatsgemaakt voor strakke koppies, zwijgzaamheid en, dat vooral, opperste concentratie. Een logische ontwikkeling. Dat heet groei. Daarbij: hun nieuwe plaat vergt aandacht, van band en publiek. Het zijn lange, complexe stukken, vol repeterende patronen en gestapelde lagen, wie even niet oplet is de draad kwijt. Zo dendert men van acquit door de eerste drie nummers van de plaat, What’s In Store, Children’s Day en Pawing, ononderbroken, als een rock suite uit de jaren zeventig, maar dan wel van het meest avontuurlijke soort. Deerhunter en Animal Collective zijn nog steeds tastbare invloeden, maar meer en meer vinden de Friezen hun eigen cadans, op de mathematische microritmes van Erik Woudwijk, een drummer als een metronoom, stoïcijns en betrouwbaar. Prijsnummer I Celebrate My Fantasy en nieuwe single Male Bonding zijn daar fraaie voorbeelden van. Het zijn popsongs zoals alleen The Homesick ze maakt, heel herkenbaar maar zelden gehoord. Elias Elgersma, als Yuko Yuko-frontman aanvankelijk nog de blikvanger van de band, kruipt steeds meer in zijn gitaar, de kleinste frutseltjes spelend, virtuoos, als een psychedelische gitaarwizard, ondertussen nog steeds de zangpartijen delend met bassist Jaap van der Velde. Maar Jaap lijkt de rol van blikvanger op zich genomen te hebben, als stormafleider voor Elias. Laat Elias maar freaken, als gitarist maakt hij ongekende stappen, en de band met hem. Nu nog de schroom van zich afwerpen, de branie terugvinden. Ze zijn volwassen. Ze zijn goed. Er wordt naar ze gekeken, en niet alleen maar met de gunfactor van de underdog. Er zijn verwachtingen. Er is druk. Het is een fase waar ieder talent doorheen moet. In de studio is ze dat glansrijk gelukt. The Big Exercise is precies dat, méér dan een proeve van bekwaamheid. Een Grote Nederlandse Plaat. De eerste integrale uitvoering (hoewel, sommige nummers spelen ze al meer dan een jaar, zoals de openingstrits) voelt nog wat onwennig, maar alles went. Hup The Homesick! Laat het buitenland een Friese wind ruiken! (KP)

Bij het binnenkomen van het Der AA-theater staat er op het lege podium een lange saxofonist wat in te blazen. Ik vraag aan iemand van de backstagecrew of dat de pauze-act is. Het antwoord laat niet lang op zich wachten. Binnen een paar minuten gaat het licht uit en spot aan en komt dezelfde persoon weer het podium op. De Noor Bendik Giske draagt schoenen met hoge hakken, waardoor hij er als een soort reus uitziet. Om hem heen is leegte, zelfs geen effectpedalen. Hij begint te spelen en lijkt niet op te houden. Hij blaast continu en met het tikken van zijn kleppen geeft hij ritme aan zijn muziek. Deze varieert van melodieus, drones tot minimal. Jazzy klinkt het bijna nergens, terwijl hij toch door Evan Parker beïnvloed schijnt te zijn. Na een kwartier mag hij van zichzelf even opzichtig adem halen. Dan hou ik het voor gezien, want meer dan een curieuze tussenact is het niet. (OS)

De nieuwe locatie in het pas opgeleverde, monumentale Forum-gebouw is groot en ruim, maar toch ook intiem. Het duo Balkan Taksim profiteert daar heel handig van met een enorm geprojecteerde en daardoor indrukwekkende backdrop vol bomen en struiken. De beide heren uit Boekarest nemen hun Balkan-roots serieus, maar geven er wel een psychedelische draai aan. Vooral de zanger met zijn zelfgebouwde kleine, driesnarige saz is bij tijd en wijle behoorlijk aan het freaken, zoals in het afsluitende Turkse nummer. De man achter de elektronica doet dat serieus en is er niet op uit om goedkope Balkanhouse te maken. Hun songs komen overal vandaan, zoals uit Bosnië of de Karpaten. Geen slappe Balkanbeats, maar serieuze psychedelische Balkanmuziek waarop zelfs, weliswaar schuchter, nog wat gedanst wordt. (OS)

Gezien: vrijdag 17 januari 2020 in Groningen

Verslag: Bas Disco, Tom Engelshoven, Oscar Smit en Koen Poolman

Fotografie: Jan Westerhof, Ben HoudijkSiese Veenstra.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket
winactie
xxxl platenbeurs

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket

In de IJsselhallen in Zwolle komen zondag 23 februari meer dan 100 internationale standhouders samen voor de XXXL Platenbeurs ...
Rage Against The Machine kondigt Europese data aan
nieuws

Rage Against The Machine kondigt Europese data aan

We keken al een beetje jaloers naar de overzeese concerten die werden aangekondigd voor de reünietour van Rage Against The ...
De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord
concert

De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord

The Black Crowes zijn terug op het oude nest. Chris en Rich Robinson hebben oud zeer bijgelegd en vieren het ...

De vrijdag van ESNS20: glibberen bij Squid, shirt uit bij Working Men’s Club | OOR