verslag

De zaterdag van ESNS20: de mystiek van Altin Gün, La Loye's warme bad

De internationale bobo’s die Eurosonic bezochten zijn naar huis, tijd voor ons eigen feestje: Noorderslag. Het gaat uitstekend met de vaderlandse popmuziek, zo bevestigde Buma Cultuur afgelopen week nog maar eens: de exportwaarde van de Nederlandse popmuziek is voor het eerst boven de 200 miljoen euro uitgekomen. Maar cijfers zijn voor boekhouders en EDM-dj’s. Welke acts overtuigen met muziek, performance, originaliteit? Een dagje Oosterpoort levert het volgende op.

Halverwege het optreden richt singer-songwriter Lieke Heusinkveld zich direct tot het publiek. Op zich verrassend, want tot dan toe was ze de introvertheid zelve. Maar wat ze zegt komt allerminst als een verrassing. ‘Ik ben echt heel timide, ik bijt niet.’ La Loye (openingsfoto), dat is Lieke, vanavond frontvrouw van een zeskoppige band die zich met bewonderenswaardige precisie en discipline, voortreffelijk musicerend, in dienst stelt van haar dromerige, intieme folkpop. Muziek als warm bad, met kaarsjes rondom. Ga maar liggen en laat het over je heen komen. De gitarist streelt met een kwastje over de snaren. De begeleiders leveren soms aanzwellende koortjes die als warme golven door de Bovenzaal trekken. Liedjes vol weldaad en melancholie. Goed gearrangeerd. Alles draait dus om Lieke met haar prachtige, schuchtere, intrigerende stem. Maar haar performance en voorkomen (de bril, de gitaar, het zwarte haar, de bedeesde onbeweeglijkheid) verhogen de indruk van ondoorgrondelijkheid. Wat ze denkt of voelt, dat laat zich niet makkelijk raden. ‘Heel erg fijn dat jullie er allemaal zijn en luisteren’, zegt ze enkele liedjes later, bijna formeel. En zo is het. Mooi optreden.

Een Grammy-nominatie en een plekje op Coachella. Het gaat goed met Altin Gün. Vanavond staat de band in de grote zaal om te laten zien waar alle commotie over gaat. De band interpreteert traditionele Turkse muziek van soms wel een eeuw oud. Vier Nederlandse muzikanten en twee Turkse zangers, die bovendien allerlei andere instrumenten op hun rekening nemen. Het mystieke mixt moeiteloos met de rappe ritmes, waardoor bezoekers binnen de kortste keren dansen. Het is bekend dat Nederlandse bands tegenwoordig grijpen naar overzeese pareltjes en deze omtoveren naar festivalvoer, en ondanks dat Altin Gün voornamelijk schittert in de openlucht, laten het zien meer te zijn dan een feestband. Frontman Erdinç Ecevit Yıldız steelt op momenten de show wanneer de band een stap terugneemt en hij soleert op de bağlama en zingt in de meeslepende Turkse taal. Maar ook de Westerse elementen houden het boeiend, zoals de grove gitaargeluiden en snerpende synthesizers. De band is een succesverhaal en voegt Noorderslag moeiteloos toe aan het huidige hoofdstuk.

Litzberg dien je uit te spreken op z’n Limburgs. Alter ego van Mathijs Peeters (o.a. ook gitarist van Sandusky en The Gasoline Brothers). Hij en zijn begeleiders beleven een valse start (gitaarversterker weigert dienst!), maar dat lost Mathijs knap op door meteen zijn typerende mengeling van branie en zelfspot in de strijd te werpen. ‘Gaan we een feestje maken?’, roept hij, niet van zijn stuk te brengen. Zijn liedjes, zo lees je overal, klinken rafelig en het wiel gaat hij niet uitvinden. In bedekte termen wordt daarmee bedoeld dat Mathijs Neil Young-achtige gitaarmuziek maakt die pendelt tussen rock, pop en nog net niet-grunge. Denk aan Neil Young met Crazy Horse (ja, die rafeligheid!). Maar dan wel eigen composities, geen covers. Mathijs heeft zijn eigen Rare Paard (die naam verzin ik hier terplekke hoor!), die ondersteunt hem bijzonder adequaat, wat een fijne stevige rockband is dat! Ze performen met zoveel plezier en overgave dat de vlam voortdurend in de pan slaat. Ja, Litzberg dendert, jamt en stampt als een op hol geslagen kudde bizons. Mathijs haalt Neils jankstem moeiteloos uit de kast. Ook schudden zowel hij als zijn gitarist de ziedende Danny Whitten/NY-solo’s zo uit hun mouw. Mathijs duwt een uit het publiek geplukte rauwdouwer zijn gitaar in de hand. Deze mag er zich minuten lang op uitleven (harken en klapwieken), terwijl de band bonkend doorgiert. Blijft leuk! Het wiel wordt niet uitgevonden, maar er gebeurt wel degelijk iets heel echts en opwindends als Litzberg het rockbeest uithangt. Het schuurt, het rockt, het zindert. En Mathijs trekt er ook nog de perfecte kop bij (uitzinnig). 

De Amsterdamse Pip Blom begon in 2016 met het schrijven en opnemen van haar eigen muziek. Ze stelde een band samen en ging de planken op met haar energieke rockgeluid. De rauwe poprock die meteen doet denken aan Franz Ferdinand – waarmee ze op tournee ging – doet het goed in Engeland en begint ook in Nederland op te vallen. De toon wordt meteen gezet als Pip Blom herhaaldelijk hetzelfde akkoord speelt op haar elektrische gitaar en daar krachtig overheen zingt, bijgestaan door een fanatieke drummer en een nog fanatiekere bassist, die bijna door het plafond lijkt te springen. En terecht, want momenteel lijkt niets te hoog gegrepen voor Pip Blom en haar band. In levende lijve klinken de gitaar- en basriffs dik en volmaakt, zeker op nummers als Come Home. Het lo-fi gitaargeluid wordt gesierd door een nonchalance die gedurende het optreden nooit slordig wordt, wat ongetwijfeld een valkuil is als je springend op je instrumenten ragt. Pip Blom maakt het waar op de avonden dat het moet en schaart zich naast Altin Gün tot de acts die vanavond hun doorbraak kennen.

De Nederlands-Sudanese Gaidaa maakt neo-soul met een samenstelling van Engels en Arabisch. Een rauwe stem die in uitvoering doet denken aan Erykah Badu. Gaidaa wordt door haar band begeleid met meevoerende jazz en r&b, waarover zij nonchalant haar persoonlijke teksten zingt. Met dit geluid loop je gauw het risico monotoon te worden, maar door afwijkende maatwisselingen en andere interessante muzikale foefjes weten Gaidaa en haar band dit te vermijden. Het type muziek dat Gaidaa ambieert werkt door een overtuigende stagepresence, en ondanks haar beperkte podiumervaring laat ze zien niet bang te zijn om in de spotlights te staan. Ze oogt authentiek en vrij van pretentie. En als ze écht goede liedjes kan toevoegen aan haar repertoire zal ze ongetwijfeld haar bereik vergroten.

De non-Nederlandse slaapkamerpop van Lo-fi Le-vi hoort in het straatje Mac DeMarco en The Internet. Kampvuurliedjes voor ’s avonds op het strand, als in de verte de horizon paars kleurt bij zonsondergang. Tyler, The Creator liet in 2015 via Twitter al weten fan te zijn. De producties zijn rommelig, de gitaar licht ontstemd, de zang bijna op fluistertoon en de drums zitten er geregeld naast. Het past allemaal net binnen de dromerige en apathische liefdesliedjes die je meevoeren en bedwelmen onder muzikale narcose. Net als Tyler is Lo-fi Le-vi een lolbroek. Net als zijn liedjes is zijn voorkomen onbekommerd. Hij draagt een roze, satijnen bowlingshirt en om zijn hals een reeks gouden kettinkjes. Hij speelt onder andere You, dat al twee miljoen views heeft op YouTube, en ook een nieuw nummer: ‘En… vonden jullie het wat?’ Lo-fi Le-vi is een kind van deze generatie, opgegroeid met het internet, wat terug te zien is in zijn humor, kledingstijl, liefde voor Japanse anime en muziek. Na het laatste nummer klinkt er applaus. Of nee, dat was toch niet het laatste nummer: ‘Ho, vergissing, ik speel er nog één.’

Roxeanne Hazes combineert hypermoderne synthwave met het Hollandse levenslied. Haar band is compleet in het wit en schroomt er niet voor om pure popmuziek te maken. Ze zingt over liefde, vreemdgaan en moederschap, persoonlijke teksten gezongen met Amsterdams bravoure. Dat de woorden wat eenvoudig zijn, voegt alleen maar authenticiteit en charme toe aan de volgestouwde producties, die volzitten met pakkende melodieën en syncopische gitaarlikjes. Ondanks haar aspiraties om de hitlijsten te beklimmen, blijft ze zichzelf en gaat ze op natuurlijke wijze het gesprek aan met het publiek. ‘Sorry, jongens, ik ben de tekst vergeten’, zegt ze tijdens een nummer, en wanneer ze zelf in de lach schiet wordt het foutje haar meteen vergeven. Even later zegt ze dat ze niet kan wachten om met het publiek een drankje te doen na haar show. Haar performance is prima, al lijkt ze wat te worstelen met het slechte geluid in de zaal. Ook in haar nieuwe single Bonnie & Clyde is haar potentie hoorbaar, net als in het oudere Ik Was Toch Je Meisje en Verdovend Middel, waarmee ze bouwt aan een indrukwekkend catalogus.

Gezien: zaterdag 18 januari 2020 in Oosterpoort, Groningen

Verslag: Bas Disco, Tom Engelshoven

Fotografie: Jan Westerhof

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket
winactie
xxxl platenbeurs

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket

In de IJsselhallen in Zwolle komen zondag 23 februari meer dan 100 internationale standhouders samen voor de XXXL Platenbeurs ...
Rage Against The Machine kondigt Europese data aan
nieuws

Rage Against The Machine kondigt Europese data aan

We keken al een beetje jaloers naar de overzeese concerten die werden aangekondigd voor de reünietour van Rage Against The ...
De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord
concert

De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord

The Black Crowes zijn terug op het oude nest. Chris en Rich Robinson hebben oud zeer bijgelegd en vieren het ...

De zaterdag van ESNS20: de mystiek van Altin Gün, La Loye's warme bad | OOR