tips

ESNS20: deze acts moet je gaan zien in Groningen

Same place, same time. Ja hoor, we zijn er weer bij, 15 t/m 18 januari in Groningen, onszelf worstelend door een vloedgolf aan nieuwe bands en popacts uit alle hoeken en gaten van Europa. Het is tenslotte feest: de 25ste Eurosonic – als we het prille begin, Euroslag, de battle van de Lage Landen, meetellen. Voor het aanpalende Noorderslag komt de teller dit jaar op 34, wat we in Amsterdam ook gedenkwaardig vinden. Kortom, hoera!

En leve de voorpret! Vier dagen ESNS is immers ook vier dagen voorluisteren, als je je werk of je hobby, of allebei, serieus neemt. Dus ja, Spotify en YouTube maar weer eens aangeslingerd, blokkenschema erbij gepakt en aankruisen en afvinken maar, langs Wit-Russische new wave (Molchat Doma), ‘Estonian stoner’ (Estoner) en Oekraïnse rap (Alyona Alyona), 280 namen lang. Wij verheugen ons nu al op de 22 afgevaardigden uit ‘focusland’ Zwitserland en alle meisjes die over een paar maanden ook een gooi doen naar deelname aan het Eurovisie Songfestival, vooral die uit Griekenland (Marina Satti) en Litouwen (Beatrich). Ben jij minder van het ramptoerisme, volg dan ons spoorboekje.

Laten we beginnen met al die Zwitsers. We strepen er meteen 21 af, al zou je Asbest (postrock) en Sophie Hunger (optredend met avant-garde jazzdrummer Julian Sartorius) een kans kunnen geven. Doen we niet. De wildcard gaat naar La Colère, zangeres/producer met een ‘tropical’ electropop-geluid. Best zwoel en sexy, het zal de Franse taal zijn. Check La Plage en La Vague van haar aankomende debuut.

Als je goed zoekt en je verwachtingspatroon her en der wat bijstelt, moet je meer van dit soort verrassingen kunnen vinden uit landen die je niet meteen met een rijke popcultuur associeert. Zoals Yawners, een indierocktrio uit Madrid. Met de kittige Elena Nieto aan het stuur en een zooi Nirvana-riffs in de kofferbak is Yawners wat je ongeveer hoopt te treffen op ESNS. Zo’n band die zich er niet voor schaamt om de bekendste riff van allemaal te jatten (Forgiveness) en er nog mee wegkomt ook. Breeders en Superchunk zijn andere nineties referenties op het alleraardigste Just Calm Down, als je het accent van Elena door de vingers ziet, want het blijft natuurlijk wel een chica en geen echte rockchick.

Meer verrassingen? Wat te denken van de authentieke sixtiessoul van Bobby Oroza, een bleke jongen uit Helsinki met Boliviaanse familiewortels, een omvangrijke platencollectie (jazz, soul, gospel, salsa en andere Cubaanse tradities) en een gouden strot. This Love, zijn debuut, bereikte ons enkele maanden geleden al via de playlist van dj St. Paul, dus dan weet je ’t wel. Voor de liefhebbers van Durand Jones, Lee Fields en Mayer Hawthorne, om maar even bij het nu te blijven.

Ook uit Finland (maar al jaren opererend vanuit de Berlijnse underground) en sinds AS (2016) vaste gast in onze eigen playlist: Amnesia Scanner. Het soort mutant pop waarop de lui van PC Music het patent hebben. Elektronisch, distorted, in yer face, zo lelijk dat het weer mooi wordt. Op Another Life (2018) werkt hij met de in Berlijn woonachtige Chinese avant-gardiste Pan Daijing, die hij opnam in een pedaalemmer.

Afrobeat uit Italië, anyone? Inderdaad, Clap! Clap!, nom de plume van danceproducer Cristiano Crisci (aka Digi G’Alessio) zodra hij de Middellandse Zee oversteekt. En er is genoeg plek in het bootje, dus schuif even door Cristiano, dan past Raffaele Costantino er ook nog bij. Deze Italiaanse muziekindustrieveteraan verkent sinds een jaar of vijf als DJ Khalab de andere kant van de business, en slaagt daar prima in. Na een handvol EP’s (veelzeggend debuut: My Africa) en een album met Baba Sissoko tilt hij zijn Afro-futurisme naar nieuwe hoogten op Black Noise 2084, een plaat met bijdragen van o.a. Tenesha The Wordsmith, Shabaka Hutchings, Clap! Clap! en Moses Boyd. Het is wereldse dancemuziek die je eerder op een hippe dansvloer dan op een wereldmuziekfestival zult aantreffen. Als de kennismaking bevalt, probeer ook eens: Ibibio Sound Machine, The Maghreban, Equiknoxx, Kokoko!

Die hippe dansvloer vult zich ook voor Cobrah, met jongens en meisjes met leren tuigjes, mondknevels, maskers en hopelijk ook nog iets om hun billen. Cobrah wordt aangekondigd als ‘the lesbian queen of Sweden’s fetish scene’, en wie EP Icon luistert kan zich daar wel iets bij voorstellen. Cobrah is hardcore. En niet per se zoals Die Antwoord, met wie ze wel vergelijken wordt. Nee, plaats Cobrah gerust in dezelfde mutant pop-hoek als Amnesia Scanner, de scene rond A.G. Cook en Danny L Harle, en ook wel Grimes en FKA Twigs (in een nukkige bui). Hardste klap: ‘Fucked my head until I got sore / Lost it, punched him down on the floor/ Fucked him back, got Stockholm syndrome / I don’t fucking know anymore’ (IDFKA). In een interview met lgbt-platform Out vertelt de Zweedse hoe ze van Kate Bush via Dresden Dolls bij Peaches uitkwam, en nooit meer terug wilde. En nu dus poseert met een octopus als pruik op haar hoofd. Of een hondenketting om haar nek, een knevel in de mond en zó nadrukkelijk zonder bh dat je er niet omheen kan kijken, ook al doe je nog zo je best. Weet waar je aan begint met je Pippi Langkous, lieve mensen.

Nee, dan Alice Boman, singer-songwriter uit Malmö in E-mineur. Deze Zweedse is een stuk aaibaarder, maar ook een dame met meerdere lagen, vooral een diepe melancholische. Don’t Forget About Me zingt ze op haar laatste single. De single daarvoor: The More I Cry. Die dáárvoor: Wish We Had More Time. En weer dáárvoor: This Is Where It Ends. De oogst van 2019, het ene liedje nog droeviger dan het ander. Ze staan allemaal verzameld op Dream On, haar debuut dat tijdens Eurosonic verschijnt. Het is één groot tranendal, stemmig getoonzet op donkere, mininale synths. Een gevalletje stille wateren, diepe gronden.

Liever nog een klap in je gezicht? FVLCRVM uit Bratislava (Slowakije) klapt er ook niet naast. Klik door zijn Spotify en de Hudson Mohawke en TNGHT vibes vliegen je om de oren. Laatste single Loose werd geremixt door Cid Rim, nog zo’n geestverwant. Het betere staafmixen dus, met hiphop, trap, techno, dubstep en jazz in de stampvolle blender.

En daarmee zijn we al bijna door onze rare smaken heen. Uit Scandinavië komt verder niks noemenswaardigs, zelfs geen gek elfenkind uit IJsland. Nu heb ik het niet zo op de (plastic) pop uit die contreien, dus ga vooral kijken als Aurora jouw idee van rock & roll is. De soort-van-grote-poplanden Frankrijk en Duitsland zijn ook wel eens sterker voor de dag gekomen in Groningen. Inluisteren betekent ook hier afstrepen. Tot er uit elk land één wie-weet-is-het-wat overblijft. Zo zijn we wel getriggerd door Catastrophe, zeven muzikanten uit Parijs, experimenterend in de geest van de Franse avant-garde, onder de hoede van Bertrand Burgalat. Op La Nuit Est Encore Jeune (2018) worden de grenzen van de pop, prog, elektronica en indie (zoals Rough Trade indie bedoelde) afgetast en waar mogelijk opgerekt.

Uit Berlijn komt Pabst, een rocktrio, zoals alle goede Duitse bands sinds Nirvana uit een zanger/gitarist, bassist en drummer bestaan, of op z’n minst zo zijn begonnen: Blumfeld, The Notwist, Tocotronic, Die Nerven… Ook Pabst schuurt en knettert in de beste indie-traditie (zoals de Amerikanen indie bedoelden). Volvette Fidlar- en Wavves-rock. Waving past Nirvana.

Verplaatsen we onze aandacht maar eens naar het Britse eiland, want daar moet het toch vandaan komen. Black Country, New Road en Dry Cleaning tippen we in OOR 1 uitvoerig op agendapagina’s (en Squid zelfs al vijf edities geleden), en dat is met reden. Ik zet ze gemakshalve op 1, 2, 3, in die volgorde. Alle drie komen ze in april ook naar Motel Mozaïque. We citeren even gemakshalve de teksten van collega Erik van den Berg, die heeft er ook best kijk op.

Qua ongrijpbaarheid zullen we ze toch ergens tussen Black Midi, Godspeed You! Black Emperor, Squid en een willekeurig freejazzcombo tijdens een met veganistische catering omlijste impro-avond in het Bimhuis moeten situeren: Black Country, New Road uit Cambridge. Concrete info omtrent het jonge studentikoze zevental – vier jongens, drie meisjes – is er mondjesmaat: een website hebben ze niet, Spotify biedt twee lange nummers (tussen postrock, emo en jazz), zanger/gitarist Isaac Wood praatzingt daarin op licht-zorgelijke toon (zou het toeval zijn dat de band vroeger Nervous Conditions heette?), er zijn toeters en violen, een naam als Slint schiet te binnen (check die al net zo abstract getitelde debuutsingle Athen’s, France) en de video bij het negen minuten durende Sunglasses biedt een diavoorstelling vol olijke vakantiefoto’s. Ga er maar aan staan. Maar mooi dat ze blijven fascineren en intrigeren, die spaarzame tracks en die beelden en verslagen van de twee shows die het collectief tot dusver in de lage landen gaf (vorig jaar zomer op het Valkhof Festival in Nijmegen, in november op Sonic City in het Belgische Kortrijk). Ja, dat vuurtje blijft nog wel even lopen. (uit: OOR 1 2020)

‘A 4-piece from South-London channeling postpunk and new wave pop with a side order of low slung Americana.’ Kijk, met zo’n zelfgefabriekt visitekaartje sta je bij ons al met 1-0 voor. En die score loopt snel op, want ze hebben nog meer troeven. Zangeres Florence Shaw bijvoorbeeld, die niet zozeer zingt als wel onderkoeld-poëtisch voordraagt en daarbij baat heeft bij haar achtergrond als beeldend kunstenaar, fotoarchivaris en universitair docent (!). Het verhaal gaat dat ze jarenlang lijsten bijhield – van dagelijkse ergernissen, persoonlijke neuroses en reclameteksten – om die ooit in haar kunst te kunnen gebruiken. Uiteraard putte ze er gretig uit voor de songteksten van Sweet Princess, de eerste Dry Cleaning-EP, met daarop trouwens in de vorm van Magic Of Meghan een oprecht loflied op de veelbesproken hertogin van Sussex. Inmiddels verscheen er ook een tweede EP, Boundary Road Snacks And Drinks, waarop het bandgeluid (zoekend en wriemelend gitaarwerk, bonkige ritmiek, sporen van eighties-anarchopunk) al bijna als een goede vriend klinkt en Shaw weer onverstoorbaar praatzingt over carrièreadvies, spoilers in tv-series, ochtendlijke opstartproblemen en tragische heldinnen met Viking Hair. (uit: OOR 1 2020)

In de lijstjes met nieuwe opwindende Britse postpunkbands nemen ze steevast een plekje in de staart in, als een van die bands waar we nog van gaan horen. Handvol singles, een serie supports voor de bands bovenin diezelfde lijstjes en een stevige NME-wind in de zeilen, zo’n band. Kijk eens naar de festivals waar Squid komt spelen en je hoort de buzz al aanzwellen. Opvallend genoeg beginnen deze nieuwe indie darlings niet in de ondergrondse rockclubs van Brighton, maar in het lokale jazz- en funkcircuit. Modale jazz, geïmproviseerde muziek, Krautrock, dát is de muziek waar Ollie, Laurie, Louis, Anton en Arthur elkaar vinden. De eerste plaat van Neu! en de catalogus van het ECM-label om precies te zijn. Op hun eerste singles hangt een dromerige, psychedelische sluier en is de ambienteske trancerock van My Bloody Valentine nooit ver weg. Pas als ze meer gaan optreden wordt hun muziek dynamischer en ook dansbaarder. The Dial en Houseplants zijn knallers van hits met een nerveuze punkfunk-drive en voor het eerst ook een wat donkerder postpunkgeluid, mede door de manische voordracht van zanger Ollie Judge. Denk: LCD Soundsystem zonder koebel en mét Jaki Liebezeits Motorik. Nog twee van die singles en ze prijken bovenaan de lijstjes. (uit: OOR 8 2019)

Meteen achter deze drie persoonlijke favorieten: Eyesore & The Jinx, rauwe garagepunkabilly uit Liverpool. Doet wel denken aan The Amazing Snakeheads, van de betreurde Dale Barclay, mede door het vette northern accent, maar ook door de grimmige energie die van de gestripte rock & roll rumble afspat. Als er in de hemel een wc staat, neemt Mark E. Smith nu een lijntje.

Pete Shelley op zijn beurt, kijkt geamuseerd toe hoe Bad Nerves uit Oost-Londen (via Essex) hem het snelheidsrecord popsongs spelen afhandig probeert te maken. Het is bijna heiligschennis, zo’n queeste, misschien dat de doorbraak daarom wel nog steeds op zich laat wachten. God houdt ook van de Buzzcocks. Al drie jaar is elke single niettemin een kneiter van een hit: Dreaming, Bad Kid, Radio Punk, Can’t Be Mine. Een kwartet gouden garagepunkdeunen. Zelfs B-kantjes Wasted Days en Last Beat schieten knallend uit de startblokken.

Working Men’s Club (ook op Motel Mozaïque) werd vorig jaar door Fat White Family uitgenodigd om hen te supporten tijdens hun Serfs Up! tour. De Mancunians zijn ‘aangetrouwde familie’ sinds Moonlandingz-gitariste Mairead O’Connor de club is komen versterken. Net als Drenge’s Rob Graham trouwens, hij op synths. Met hun komst is de hoekige postpunk van debuutsingle Bad Blood enigszins opgeblazen tot een meer dansbaar, New Order-achtig geluid, met stuwende mechanische bassen en nog steeds jakkerende gitaren. Nieuwe single Teeth had zo op Serfs Up! gepast.

Er zit een hele wereld tussen Sweat Loaf en Iron Man. Een labyrint van donkere krochten en doodlopende tunnels met namen als death, doom, sludge, grind, gore, kraut, acid en drone, goed verborgen voor de buitenwacht, bomvol leven dat nooit het daglicht ziet. In die wereld hebben ze vast ook een naam voor Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs, een band als een konvooi veewagens op weg naar de slacht. Onsmakelijk? Beslist. Vet? Nogal. Meedogenloos? Als de gehaktmolen. Pigsx7 – zoals de vijf uit Newcastle zich ook wel laten noemen – dendert door tot ze de tijd vergeten zijn, verdoofd op een mix van lsd en decibellen. Na EP Feed The Rats volgde vorig jaar King Of Cowards. Ozzy keek toe en zag dat het goed was.

Ook van Scalping verwacht je geen liedjes rond het kampvuur. Maar het had, op de gestreamde nummers althans, nog wel een tandje bruter gekund, deze industrial technopunk uit Bristol. Bas, drums, gitaar en elektronica, plus vanaf de zijkant van het podium een shock en sci-fi bombardement van het officieuze vijfde bandlid, een visual artist. Ze komen uit dezelfde scene als Fuck Buttons, Blanck Mass en Giant Swan, kerels die hun elektronica inzetten als Flying V-gitaren: om zoveel mogelijk herrie mee te schoppen. Singles Ruptured en Chamber draai je niet voor je lol, maar je hoort de belofte van een sjamanistisch dansfeest. Hopelijk hebben ze een dove geluidsman die tot 11 durft te gaan.

Iets met meer gevoel? Arlo Parks is onze tip voor de faint-hearted, en dat bedoelen we niet vervelend. De 19-jarige West-Londense singer-songwriter en bedroom producer is de zelfbenoemde stem van de Super Sad Generation, zoals ze haar eerste EP doopte. Daarop het hitje Cola en het beats gedreven Romantic Garbage, waarin Arlo zich ook als producer bewijst. Arlo is een multitalent dat rapt, zingt, gitaar speelt, keyboards, en dus produceert. Lekker elementair en lo-fi, op het grensvlak van pop, folk, indie, soul en hiphop. Type King Krule, Soko, Noname, om maar eens drie namen te noemen die we in de Spotify-playlist Arlo’s Tunes (‘these are the records I luv dearly’) vinden. Daarin overigens ook classics van The Cure, Otis Redding, James Brown, Stranglers, Velvets, Strokes, Erykah Badu, MF Doom en, en dan kan je bij ons niet meer stuk, Alberto Balsalm van Aphex Twin. Ja, Arlo heeft er kijk op. Ze leest Allen Ginsberg en Sylvia Plath, schrijft gedichten om zich te outen, werpt zich als biseksuele tiener steeds nadrukkelijker op als stem van haar generatie (de met hun telefoon vergroeide Generatie Z) en weet zich inmiddels in de warme belangstelling van de grote labels. Op haar nieuwe EP Sophie is het het breekbare Angel’s Song dat ons het meest grijpt, maar de hele EP is knap. Arlo Parks komt er wel, zonder zichzelf te verloochenen.

We sluiten deze Engelse top 10 af met Sorry, een Londens kwartet rond de 19-jarige zangeres Asha Lorenz en jeugdvriend Louis O’Bryen, die in de luwte van Domino Limited mogen werken aan hun debuut. Ze gooiden sinds 2017 al negen losse liedjes op Spotify, dus die eerste langspeler zal eerdaags wel verschijnen. Verwacht een mix van ninetiesrock-invloeden, van PJ Harvey tot Pavement en Breeders, al doen ze me vooral denken aan tijdgenoten Goat Girl en ook Sons And Daughters van een jaar of vijftien geleden. Soms venijnig rockend, soms broeierig, zoals Rock ’N Roll Star, de laatste van de reeks singles.

Sorry dus. En het is ook een sorry aan de rest van het continent. Want Britannia rules en geen honderd Eurosonics die daar iets aan gaan veranderen. Fact of life. Om dit te onderstrepen noemen we ook nog: Delilah Montagu (singer-songwriter), Celeste (soul), Barney Artist (jazzy hiphop/r&b, denk: Loyle Carner, Sampa The Great) en de Zuid-Londense Flohio, met haar vrouwelijke grime-geluid vorig jaar al een van onze ESNS-hoogtepunten. Merkwaardig eigenlijk, dat ze er nu weer staat. Flohio was volgens de jaarcijfers van het European Talent Exchange Programme (ETEP) nota bene de een na succesvolste act van ESNS19 en hield aan haar ESNS-presentatie negen festivalshows in negen verschillende landen over. Net als Black Midi trouwens. Zoals er ook dit jaar ongetwijfeld weer een paar kometen gelanceerd zullen worden vanaf Platform ESNS. Alfie Templeman? Beckie Hill? Griff? Joy Crookes? (Die al voor Down The Rabbit Hole is aangekondigd, dus dat gaat hard.) JNR Williams? Nathan Ball? Sam Tompkins? Declan J Donovan? Ga ze allemaal zelf maar luisteren. Wij werden er niet warm of koud van, maar ieder z’n meug. Beter gaat niet iederéén naar Dry Cleaning en staat er straks een rij van Vera tot de Grote Markt voor onze favorieten.

De langste rij stond vorig jaar bij die ene Ierse revelatie wier naam toen al op ieders lip lag: Fontaines D.C., de band ook die veruit de meeste festivalshows aan hun ESNS-presentatie heeft overgehouden: 14 in 14 verschillende landen, volgens het ETEP-rapport. En dat terwijl even verderop hun Dublinse matties van The Murder Capital zich in de kijker speelden (resultaat: 6 shows in 6 landen, net buiten de ETEP top 10). Ook dit jaar zijn de Ieren goed vertegenwoordigd. Kruis maar aan: Silverbacks (postpunk meets Pavement), The Clockworks (working man’s punkrock, type Rakes, Rifles), Thumper (nineties indierock met effectpedaal), Just Mustard (idem, maar dromeriger), gothic folkorkest Lankum en Junior Brother, een folkie met al even excentrieke trekken.

Speciale tip: Sinead O’Brien, uit Limerick. Dichteres dus. En performer, werkend vanuit Londen. Ze publiceerde in gerenommeerde uitgaven en was begin november al te gast op Crossing Border. Behalve door literaire grootheden als Frank O’Hara, W.B. Yeats, Joan Didion en Albert Camus laat ze zich ook inspireren door Mark E. Smith. En dat klinkt dan verrassend pittig, als een eigentijdse Patti Smith. In de Crossing Border bio viel ook de naam van Life Without Buildings, een Schotse indieband van rond de eeuwwisseling, en sinds ik dat gelezen heb krijg ik het niet meer uit mijn hoofd. Zo klinkt ze inderdaad: als een clubje kunstacademiestudenten die de postpunk dunnetjes overdoen, nog voordat dat hip werd en een carrière was geweest. Luister de sterke single Limbo, met intrigerende spoken word voordracht. ‘Do days like this hurt the head, or do days like this help?’ Ik denk het laatste. Meer van hetzelfde, bitte.

Dé Ierse attractie dit jaar is echter Inhaler, uit Dublin. Niet omdat de muziek nou zo geweldig is, die is eigenlijk best wel kut als je niet van U2 houdt, en laten wij nu net van de Simple Minds zijn, maar omdat Inhaler aangevoerd wordt door Elijah Hewson, de zoon van Paul Hewson, die zich Goede Stem laat noemen. En Elijah zingt precíes zoals zijn vader! Galmend over de tweede ring. Dé sport van ESNS20 wordt het spotten van de zoon van (en z’n pa??), kuierend over de Vismarkt op zoek naar een broodje zeewier. Benieuwd of ie ook zo’n bril draagt. Dan wordt het een makkie.

Dan, de Vlamingen. Bekendste Belg op de affiche is rapper Zwangere Guy, over wie je vorige maand uitgebreid kon lezen in OOR. Nieuwe volksheld van onze Zuiderburen, geboren op straat in Brussel. Brutaal, gewapend met dodelijke woordenschat, maar ook met een klein hartje. Fulco Ottervanger heeft een B achter zijn naam staan op de poster, maar klinkt als de nieuwslezer van het Polygoonjournaal, helder ar-ti-cu-le-rend in algemeen beschaafd Nederlands, met een wat bekakte r en ouderwetse dictie. Innemend is ie wel, deze 35-jarige Nederlander die opgroeide in Brussel en vanuit Gent naam maakte als muzikale duizendpoot in verschillende bands, zoals De Beren Gieren, STADT en BeraadGeslagen (ook op ESNS20), en ook in de theater- en danswereld. Solo maakt hij licht-absurdistische electropop, humoristisch, poëtisch en catchy; samen met drummer Lander Gyselinck (van STUFF.) krijgen zijn hersenkronkels (over De SMS’ende Mens en Hangen In De Waarheid) een iets voller en dansbaarder geluid, nog steeds vintage en electro cool als een Casio CZ. Mooi woord ook, beraadgeslagen. Je moet het tweemaal lezen om er zeker van te zijn: bestaat niet. Maar het staat er wel.

Verder kijken we uit naar Charlotte Adigéry (eerder op Lowlands, straks ook op Motel Mozaïque). Belgische met Caribische roots, tevens actief in WWWater. Zoek haar tussen FKA Twigs en onze eigen Sevdaliza: wild stuiterende beats, soulvolle vocalen en dwarse oprispingen. Zeer de moeite. Nog steeds ruimte in je schema? Kruis dan ook Het Zesde Metaal (‘e muziekgroep uut West-Vloanderen da ziengt in ’t West-Vlams’, nieuw album: Skepsels) en The Guru Guru (noiserock) maar aan.

Tot slot, de Nederlanders. In vogelvlucht, want daar schrijven we wel vaker over. Het aanbod is ruim en behoorlijk competitief. De showcase van The Homesick, vaste prik in Groningen, is zo vlak voor de release van hun Sub Pop-debuut The Big Exercise (7 februari) zelfs een van de media-events van deze ESNS. Zó competitief dus. In hun slipstream pak je ook Lewsberg, Personal Trainer, The Sweet Release Of Death, Iguana Death Cult, Karel en Lena Hessels (dochter van Ex-gitaarbeul Terrie) mee en ga je even buurten bij de feestjes van Subroutine (O’Ceallaigh/Kult) en Subbacultcha (OOST/Galerie Sign) en je hebt je eigen alternatieve mini-festival. Voor als je je muziek graag lo-fi, D.I.Y. en volstrekt compromisloos hebt.

Je rock & roll-hart haal je op bij Popronde-hit Paracetamøl, vakantieherinneringen aan tropische stranden bij Yīn Yīn, dat blijkens het ETEP-rapport in 2019 al goed boerde op de Europese festivalmarkt met hun Khruangbin-achtig Thai psych. Misschien wel dé surprise van afgelopen Nederpopjaar waren de debuutalbums van Meetsysteem en De Ambassade (met aan het hoofd Dollkraut), twee acts die een obscuur elektronisch geluid geworteld in electro, techno en (eighties) Ultra koppelen aan Nederlandstalige teksten. Een bijzonder frisse wind in het polderlandschap. Wie het op zijn heupen krijgt, gaat langs bij twee van de weinige danceacts dit weekend: Amy Root en Niels Broos. Die laatste treedt op samen met jazzdrummer Jamie Peet (ex-Pete Philly). Hun duo-EP belooft een Squarepusher-achtige freakshow. Litzberg is oud-Gasoline Brother Mathijs Peeters en nieuwe vrienden, check hun volwassen indierockdebuut In_My_Head. Naaz, Eefje de Visser en Pip Blom mag je onderhand wel kennen, nog even en ze worden ook genoemd in de lijstjes om die prijs op te halen. Die we bij dezen maar even aan De Staat uitdelen, zijn we daar vanaf.

Resteren nog twee Popronde-talenten die we kort geleden met eigen ogen op het Popronde Eindfeest in de Melkweg zagen schitteren. Om te beginnen LO-FI LE-VI (in kapitalen). Alias 21-jarige bedroom producer Levi Dronkert (zang/gitaar) uit Alkmaar plus drummer in matching roze hawaiihemden. De hemden op hun beurt matchend met Levi’s roze gitaar. En zijn muziek weer met die van zijn Amerikaanse helden Tyler, The Creator, Frank Ocean en Steve Lacy. Levi danst op het smalle koord tussen lo-fi en mainstream, r&b en pop, intiem en extravert, vals en wonderschoon. Zijn liedjes klinken als demo’s van hits, ruwe schetsen, onaf, klaar om gepolijst te worden. Maar van mij hoeft dat niet. Mooi vals is niet lelijk. En hoe korter het liedje, hoe sneller je ernaar terugverlangt.

la loye (in onderkast) had het geluk in de Melkweg Cinema te mogen spelen, een klein theater met bioscoopstoelen, ideaal om de verstilde indiefolk van Lieke Heusinkveld en haar Amsterdamse band over je heen te laten komen. Was het de ambiance? Was het de Bedhead-trip waar ik me al weken in bevond? Of was la loye gewoon echt heel erg goed? Feit is dat ik het optreden ademloos heb uitgezeten, mijmerend over al die oude slowcorehelden van begin jaren negentig. De kans is groot dat Lieke ze niet eens kent. Haar helden zijn eerder Beach House, Big Thief, Florist, etc… De sfeermakers van nu. Hopelijk krijgt ze in de Oosterpoort ook een warm plekje toegewezen. We kunnen niet allemaal voor de circle pit gaan. Soms wil je gewoon luisteren, wil je alleen muziek.

ESNS20 met o.a. Black Country, New Road, Dry Cleaning, Squid, Bad Nerves, Eyesore & The Jinx, Working Men’s Club, Sorry, Sinead O’Brien, Silverbacks, Inhaler, Flohio, Arlo Sparks, Delilah Montagu, Barney Artist, Celeste, Alfie Templeman, Beckie Hill, Griff, Joy Crookes, Jnr Williams, Nathan Ball, Sam Tompkins, Declan J Donovan, Zwangere Guy, The Homesick: 15 t/m 19 jan diverse locaties, Groningen www.esns.nl

Luisteren kan in deze Spotify-playlist. Wie alleen zijn ogen vertrouwt, klikt zich gereed door deze YouTube-playlist met nog veel meer filmpjes van onze favorieten. Scheelt een hoop gezwalk over de Grote Markt. Kruis gelijk je eigen favorieten aan in de timetables.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket
winactie
xxxl platenbeurs

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket

In de IJsselhallen in Zwolle komen zondag 23 februari meer dan 100 internationale standhouders samen voor de XXXL Platenbeurs ...
De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord
concert

De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord

The Black Crowes zijn terug op het oude nest. Chris en Rich Robinson hebben oud zeer bijgelegd en vieren het ...
The Slow Rush
album
Tame Impala

The Slow Rush

Tien jaar geleden was Kevin Parker nog een anonieme psychonaut uit het Australische Fremantle, die net zijn debuutalbum Innerspeaker had ...

ESNS20: deze acts moet je gaan zien in Groningen | OOR