reportage

ESNS20: Dublin, broeinest van rock & roll en sociale onvrede

‘Dublin in the rain is mine / A pregnant city with a catholic mind.’ De eerste zin van Big van Fontaines D.C. Met hun album Dogrel hebben ze, samen met The Murder Capital (en hun album When I Have Fears), Dublin in 2019 weer muzikaal op de kaart gezet. Maar hoe zit het met de veelbesproken Dublin scene en hoe hecht is die? En hoe ligt de hoofdstad van Ierland er überhaupt bij anno 2020? We hingen er een paar dagen rond, bezochten de hotspots en spraken met muzikanten en andere sleutelfiguren.

NAAST EEN avondwinkel zit een voorovergebogen man op een stukje karton hardop te huilen van ellende met een papieren bekertje voor zich. Bedelend. Elf uur ’s avonds, hartje Dublin. Het is koud en het miezert. Ik gooi twee euro in het bekertje. Ik schaam me. Op iedere hoek tref je wel iemand die bedelt, met een natte slaapzak om de schouders geslagen. Wanhopige daklozen. Hongerige, lege blikken. Dublin is een heel prettige stad voor the have’s. Jammer genoeg zijn steeds meer have nots. De kloof tussen arm en rijk is groter dan we in Nederland gewend zijn. De bevlogen postpunk van Fontaines D.C. en The Murder Capital past bij die kloof. Voorheen was de stad de muzikale stronghold van U2 en Sinéad O’Connor. Oké, ook van Villagers en Lisa Hannigan. En dáárvoor nog, even lekker kort door de bocht, van de traditionele folkgroep The Dubliners en – hoewel zij helemaal niet uit Dublin komen – The Pogues, wier Dirty Old Town en A Pair Of Brown Eyes hier nog immer onophoudelijk door de pubs schallen. Klassieke drinkliederen waarmee sloebers ‘kiss my ass’ (op zijn Gaelic: ‘póg mo thóin’) zeggen tegen hun lot. Met een lach en een traan. Zinderend van romantiek én zelfverachting. De Ierse ziel vind je in een halfleeg glas Guinness. Geen volk kan lijden zo overtuigend omzetten in muziek waar je spontaan bij wilt inhaken. De ironie wil dat schrijnende armoede de Ierse popmuziek anno nu opnieuw een street credibility verleent die haar naar een hoger plan tilt. 

IK NEEM een kijkje in The Liberties, de wijk waar Fontaines D.C. over zingt. Even ten westen van het rijke stadscentrum. Oude mensen op straat. Antiekwinkels op Francis Street. Meath Street, Thomas Street, Park Terrace. Arbeidershuisjes, bijna poppedijnerig. Bookmakers, veel armoedige kledingwinkels, kappers, fish & chips, pubs, maar ook hippe tentjes (Coffee Brunch Yoga), Pilates, studenten-accommodatie. Een sjofele, maar best gezellig aandoende wijk met een eigen charme. De ‘gewone’ Dubliners bepalen hier nog het straatbeeld, maar de gentrificatie rukt op. Ik stuit op een groot gebouw, opgetrokken uit rode bakstenen. Het BIMM. Het British and Irish Modern Music Institute, de Dublinse vestiging. Er zijn er ook in onder meer Londen, Manchester, Hamburg en Berlijn. Aan de muur hangt een zwarte banner met ‘Ireland’s Most Connected Music College. Your career starts here’. Ik vind het wel grappig. Hier studeerden de leden van Fontaines D.C. en The Murder Capital.

In een hip lunchtentje in een rustige buurt in het zuiden van de stad spreek ik Nialler9, dj, manager, concertorganisator, prominent blogger (www. nialler9.com, de best gelezen website over Ierse muziek) en ook schrijvend voor de Irish Times. Hij is 37 en heet voluit Niall Byrne. Autoriteit op het gebied van de Dublin scene. Hij komt fietsend van zijn kantoor bij de Guinness-brouwerij en steekt meteen van wal.

‘WE ZITTEN in een goede periode, dat is zeker. Wat nu gebeurt is een beetje aanschoppen tegen de vorige generatie en wat toen populair was. Een logische reactie op James Vincent McMorrow, Lisa Hannigan en Hozier. Je ziet het ook in andere landen gebeuren. Daar zijn punk- en garagebands weer helemaal terug. Een natuurlijk proces. Onderdeel van een cyclus. Waarom specifiek in Dublin? Wij wonen in een stad die niet goed zorgt voor zijn mensen. We hebben hele hoge huren en een groot tekort aan huizen. Weinig perspectief. Zelfs een universitaire opleiding biedt geen garantie voor een zonnige toekomst. Deze stad heeft geen respect voor kunst, creativiteit of algemeen welzijn. Historisch gezien zijn dat allemaal goede voorwaarden voor punk en garagerock. Kicking against the pricks. Fontaines D.C. legt de focus op deze stad en hoe het met zijn inwoners gaat. De laatste vijf jaar wordt hier ook veel gesproken over geestelijke gezondheid en het hoge zelfmoordpercentage. Dat vind je weer terug op het album van The Murder Capital. Ik ben benieuwd naar de volgende stap van de Fontaines. Dat eerste album was echt een eerste album. Heel erg Dublin. Ze volgden hier hun muziekopleiding. BIMM is pas iets van de laatste vijf, zes jaar. Daarvoor hadden we hier geen opleiding waar mensen konden leren over de muziekindustrie en hoe je songs schreef. Je ziet nu dat dat vruchten afwerpt.’

Leren ze bands in Dublin op BIMM dan ook street credibility? Niall: ‘De Fontaines willen liever niet over hun opleiding praten. Geen van deze bands. James [McGovern], de zanger van The Murder Capital, verliet BIMM expres drie maanden voor het einde van zijn opleiding. De band begon een vlucht te nemen en hij wilde niet dat de school daar de credits voor kreeg. Maar ik weet zeker dat hij er veel geleerd heeft. De punkscene in Dublin gaat veel bedachtzamer te werk dan die in Belfast. In Belfast zijn ze boos en rammen gewoon drie akkoorden weg. Meer vanuit de onderbuik. Maar in Dublin denken ze goed na waar ze over schrijven en hoe ze eruit gaan zien. Het volledige pakket! Dat wordt ze op BIMM wel bijgebracht.’

GAAT Grian Chatten, de zanger van Fontaines D.C., in Dublin net zo door voor ‘gecompliceerd’ als wij denken dat hij is? Niall: ‘Nee. Dat dikken ze expres een beetje aan. Het zijn allemaal hele normale jongens in die band. Net als die van The Murder Capital. Misschien speelt er de laatste tijd een beetje meer ego op. Logisch voor een zanger als James, die zijn populariteit ziet groeien. Normaal verdedigingsmechanisme. Het is heel snel gegaan met The Murder Capital. Toen ik hoorde dat ze een album uitbrachten, twijfelde ik of ze er wel klaar voor waren. Maar dat waren ze wel degelijk. In Dublin zijn veel mensen trots op hen. Anderen zien hen als fake. James speelde vroeger akoestische songs, die hebben ze op Soundcloud gevonden. Toen zeiden ze: kijk hem eens, wat hij nu doet is niet echt, want hij deed vroeger iets heel anders. Wat mij betreft een oliedom argument.’

Niall vindt niet dat Fontaines D.C. veel concreets zegt over wat er mis is in Dublin. ‘Vergelijk dat eens met Mango & Mathman, een rapgroep uit Dublin [hun album Casual Work is net uit], die hebben het heel specifiek over hoe zwaar het is om hier op te groeien. Hun kritiek is heel realistisch. Fontaines D.C. romantiseert de Dublinse werkelijkheid een beetje. Doen ze ook met The Liberties. Het past ook wel een beetje bij hun jonge leeftijd: kijk, hier komen we vandaan! Veel mensen houden daar niet van. Die vinden het poeha. Die zeggen: het zijn net dichters die met een aantekenblokje over straat lopen. Dat vinden ze pretentieus. Mensen in Dublin houden niet van pretentieus. Typisch Iers. Zeker in de muziek, vergeleken bij andere kunstvormen, wordt er hier van je verwacht dat je authentiek bent.’

IN DUBLIN verdwijnen in hoog tempo creatieve broedplaatsen. Daarvoor in de plaats verrijzen vooral hotels. Een nachtmerrie, stelt Niall. ‘Twee van onze grote popzalen, Tivoli Theatre/District 8 en Hangar, zijn recent gesloten en tegen de vlakte gegaan ten koste van hotels en kantoren. Er zijn hier ook nog nooit zoveel toeristen geweest. We vragen ons af: bouwen we een stad voor de mensen die hier wonen? Of voor de mensen die hier op bezoek komen? Zo meteen treffen de toeristen hier alleen nog maar hotels aan. Alle creativiteit wordt vermoord. Niks tegen toerisme op zich, maar het evenwicht is helemaal weg. We maken onze eigen cultuur met de grond gelijk. Straks is alleen nog Temple Bar over, de toeristenstraat met pubs en traditionele folkmuziek. Dat is de Paddy-versie van onze cultuur. Niet de echte, levende. En het is ook niet ieders smaak. Als ik in het buitenland op bezoek ga, mijd ik het toeristenstraatje ook het liefst. Daarin sta ik niet alleen, heel veel mensen willen gewoon échte cultuur zien. Dat is hier het gesprek van de dag. Twaalf jaar geleden zaten we hier met een enorme recessie. Toen hebben we de grote techbedrijven binnengehaald, met allemaal belastingvoordelen. Houdt dat in dat we nu onze stad zomaar moeten weggeven aan Facebook en Google? Of Amazon, Twitter en LinkedIn? Die hebben hier hun Europese hoofdkantoren. Airbnb nam laatst een culturele broedplaats over. Zo gaat ‘t hier aan de lopende band.’ 

IN DUBLIN worden de namen Fontaines D.C. en The Murder Capital altijd in één adem genoemd met Thumper, de band van zanger/gitarist Oisin Leahy Furlong. Ook hij heeft op de BIMM gezeten. Je kunt Thumper gaan bekijken op Eurosonic. Zeven man sterk, vier gitaristen, kneiterhard, een lineair stuiterende mix van bubblegum, hardrock, noise en psychedelica. Er is een album onderweg en afgelopen zomer verscheen hun EP Out Of Body Auto-Message, geproduceerd door Daniel Fox van Girl Band. Oisin is een welbespraakte, hippe gast, die mij aanspreekt met dude. Zo ziet ik hem ook: als een sympathieke, levenslustige dude. Vijf jaar geleden begon hij Thumper. Het is de naam van het konijn uit de film Bambi, maar betekent tegelijkertijd ‘stomper’, zeg maar gerust: hij die vuistslagen uitdeelt. Het zachtaardig-melodische en het agressief-beukende gaan bij Oisin samen. Hij begon Thumper als een soloproject, demo’s makend in zijn slaapkamer, daarna kwamen er steeds meer bandleden bij. In hun muziek zit een tongue-in-cheek element dat bij Fontaines D.C., Girl Band en The Murder Capital ver te zoeken is. Oisin: ‘Al die bands balanceren op de dunne lijn tussen zelfspot en zichzelf dodelijk serieus nemen. Dat balanceren is typerend voor de Ierse cultuur. Wij nemen onszelf heel serieus en geloven erg in wat we doen, maar als we optreden is er niets fijners dan mensen met een zekere luchthartigheid verbinden.’

DE MUZIEK van Thumper mag dan niet zo overduidelijk over Dublin gaan als die van Fontaines D.C., hun bekendste nummer heet AFL. ‘En dat staat voor Abso Fucking Lutely. Een Irishm van jewelste, dat zeggen we hier in Dublin als we ongelofelijk zeker van onze zaak zijn.’ Ik vraag hem naar zijn tijd op BIMM. ‘Ik kwam erop in het allereerste jaar van het bestaan van de opleiding. Ze hadden geen street credibility, maar boden cursussen aan die hoog aangeschreven stonden. Heel klassiek van aanpak en niet helemaal op mij gericht. In Dublin schreven zich, in vergelijking tot andere steden met een BIMM-opleiding, opvallend veel studenten in voor de cursus singer-songwriter. Dat zegt wel iets over het type mens dat hier naar de BIMM gaat. Ik genoot vooral van de gelegenheid om samen te zijn met geestverwanten. De nadruk lag niet op wat cool was of niet. En ook niet op datgene waar Dublin momenteel muzikaal de aandacht mee trekt.’ Er was, kortom, geen populaire leraar die zei: jongens, laten we eens postpunk gaan maken? ‘Nee, er was geen specifiek noise-onderwijs. Over postpunk werd ons evenveel verteld als over funk of welk ander genre dan ook.’

DE SHOWS van Thumper hebben een wilde reputatie. ‘Het afgelopen jaar verkopen onze shows uit, op festivals stond het bij ons vol. Maar daarvoor had vier jaar lang bijna niemand aandacht. Niemand gaf een fuck om ons. Dat is een romantisch verhaal om te vertellen. Maar het was erg moeilijk. Ik stond op het punt om ermee te stoppen.’ En toen werden zijn studiemaatjes ook nog eens wél beroemd. ‘Wij hebben jarenlang opgetreden met de jongens van Fontaines D.C. en The Murder Capital. Het lijkt nu net alsof zij plotseling succesvol werden. Maar zo is het helemaal niet. Zij hebben ook jarenlang gesappeld. Toen het gebeurde met Fontaines sprong ik een gat in de lucht. Een paar van mijn beste vrienden zitten in The Murder Capital. Natuurlijk vond ik het geweldig voor hen. Maar het was wel lastig. Ik had geen cent te makken. Toen het album van Fontaines uitkwam, stond ik een huis te schilderen. Ik hoorde op de radio dat iedereen er wild van was. Toen dacht ik: fuck this shit, wanneer komt mijn eigen album uit? Ja, als huisschilder, ik verdiende 50 euro per dag. En nu? Nu leef ik zo ongeveer van de muziek, niet zozeer van Thumper alleen. Ik heb nog een paar andere ijzers in het vuur. Ja, de sociale dienst helpt soms ook.’

Ieren, zegt Oisin, misgunnen landgenoten vaak hun succes. ‘Het klassieke geval is U2. Bono spreekt niet namens ons. Dat is voor veel mensen hier echt een ding. Nu heb je Fontaines D.C. Zij probeerden met Dogrel een muzikaal portret te maken van Dublin. Dit succes hebben ze helemaal niet verwacht, maar onbedoeld werden ze de spreekbuis van wat de stad op dit moment is. En dat vinden mensen niet leuk. Daar houden ze hier niet van. Mensen zeggen dan: waarom spreken zij voor mij? Anderzijds zijn we natuurlijk apetrots dat die bands succes hebben en geweldige muziek maken. Die twee reacties zijn er tegelijkertijd.’

OISIN HOOPT dat de leiders van Ierland luisteren naar wat Fontaines D.C. en The Murder Capital te zeggen hebben. ‘Elke week wordt er weer een nieuw hotel bijgebouwd en worden allerlei culturele plekken gesloopt. Grafton Street [de winkelstraat van Dublin] heet nu The Grafton Quarter, het Grand Canal Dock heet nu Silicon Dock. Al dat geld is een totale façade. Ze slopen alles wat deze stad zo geweldig maakt. Met armoede is ‘t precies hetzelfde. Er wordt niets aan gedaan. Mensen wonen in tenten aan het fucking Royal Canal. Het is niet fijn om hier over straat te lopen en mensen honger te zien lijden, terwijl ikzelf ook geen cent op zak heb, omdat ik in een band zit. Driekwart van de Ierse regering bestaat uit huiseigenaren. Ze willen alles houden zoals het is en al die hotels uitbaten. De rest interesseert ze geen bal. Hoe langer dit doorgaat, hoe kleiner de kans wordt dat het ooit nog goed gaat komen. Maar ik ga niet de hele tijd zitten denken hoe moeilijk het allemaal is, ik ben liever bezig met muziek maken waar ik van hou en hopelijk andere mensen ook. Ik ben vooral bezig met schrijven, met de band. Dan valt alles weg, al die ergernissen, al dat georganiseer met zes of zeven bandleden. Of het shitbaantje dat ik heb.’

IEDEREEN DIE ik hier spreek, zegt dat Girl Band de wegbereider is geweest voor wat er momenteel muzikaal gaande is in Dublin. Nialler9 voorop. ‘Beste band in Ierland! Ze zijn alles wat Fontaines D.C. niet is. Die laten hun oren hangen naar de rockmagazines en kleden zich zoals een band als zij eruit hoort te zien. Girl Band doet dat niet. Zij zijn authentieker. Muzikaal veel interessanter dan Fontaines D.C. en The Murder Capital. Ze hebben zich ontwikkeld van een doorsnee indieband tot een keiharde technorockband. Met teksten over paniek. Een oerschreeuw.’

Ik tref Alan Duggan (28), gitarist van Girl Band (hij doet ook hun management), in een oude, rustige pub, The Lord Edward, op Christchurch Place aan het randje van The Liberties. Alan is een weloverwogen spreker, geen spoortje poeha. Girl Band heeft twee albums uitgebracht, Holding Hands With Jamie (2015) en The Talkies (2019). De lange tussenpauze houdt verband met mentale problemen van zanger Dara Kiely. Het zijn volstrekt eigenzinnige platen van een band die muzikaal gezien voortdurend het avontuur zoekt. Dynamisch, dissonant, intellectualistisch, keihard, wild om zich heen beukend, confronterend en experimenteel, maar ook menselijk, zeer communicatief en meeslepend. Zelf spreekt Alan van gecontroleerde chaos. ‘Als mensen denken dat onze muziek van toeval en chaos aan elkaar hangt, prima, maar we weten precies wat we doen.’

HET VLEIT hem dat de huidige, succesvolle Dublin-bands Girl Band als invloed noemen. Toen zij zelf begonnen, waren ze beïnvloed door Turning Down Sex. ‘Een noisy postpunkband uit Dublin. Ze speelden soms vier nummers in vijf minuten, zoiets hadden we een Ierse band nog nooit zien doen. Dat was in 2011. Ze hebben nooit veel bereikt buiten Ierland. Dat was dus onze droom: wij wilden toeren, van dit eiland af, buiten Ierland optreden.’ Dat past goed bij hun muziek, die zich los lijkt te willen scheuren, ergens van wil bevrijden. ‘Dat is nooit ons plan geweest. We willen gewoon iets oorspronkelijks maken. Iets toevoegen aan de muziek wat er nog niet was.’ Dat valt niet bij iedereen in de smaak. ‘Sommige mensen haten ons. Ik herinner me nog een optreden hier in Dublin, wij in het voorprogramma. Ineens zei iemand in het publiek heel hard: shut the fuck up! Dat hebben we vaak meegemaakt. In een zaaltje in Engeland hoorde ik iemand in het publiek hardop tussen twee nummers door zeggen: that was the worst thing I heard in my life. Haha! Maar dat is prima. Ik houd van muziek die uiteenlopende reacties oproept. Dat mensen van je houden of je echt haten: alleen maar goed.’ Was hun muziek ook bedoeld als provocatie? ‘Misschien wel ja, toen wij begonnen hadden veel bands in Dublin een typisch NME-indiegeluid, of ze klonken als Radiohead, die hadden destijds net In Rainbows uit. Wij wilden niemand op stang jagen, maar we wisten in ieder geval precies wat we níet wilden.’

TOCH IS Girl Band ook weer niet zó onconventioneel. Ze hebben bewust gewerkt aan het opbouwen van populariteit. ‘Hard gewerkt zelfs, veel getoerd. We waren een poosje hot, als een band momentum heeft duiken mensen op je. Ik ben ook de manager. Vind ik interessant: hoe de industrie werkt. We zijn daarin erg obsessief, hebben complete controle over wat we doen. We zijn het zelden met elkaar oneens. In de tien jaar van ons bestaan hebben we één keer ruzie gemaakt. Dat ging over een spelletje Uno, haha! Een kinderkaartspel. We verdienen ons brood hier niet mee. We hebben er allemaal een baan naast. Dat is wel eens lastig, qua managen. Leven van de muziek is moeilijk als je uit Ierland komt. Als je wilt toeren, betaal je je blauw aan reizen. De ferry naar Engeland kost je als band zo 400 euro. Naar het Europese vasteland ben je zo 700 euro kwijt aan een retourticket. Als je niet oplet, verlies je op vijf shows in Engeland zo 2000 euro. Maar je móet naar het buitenland, want het Ierse publiek wil graag naar een band komen kijken die in het buitenland getoerd heeft. Dat heb je echt nodig om hier een solide fanbase te bouwen. Wij zijn op z’n hoogst een grote band binnen een niche. Laatst deden we twee grote shows in Dublin, dan bereiken we in totaal 3000 mensen. Dat is veel, maar dat is wel het plafond.’

IN PROLIX, het eerste nummer van The Talkies, horen we zanger Dara Kiely een hyperventilatie-aanval krijgen. ‘Dara voelde zich die dag ongemakkelijk. Ik stelde hem voor: doe wat ademhalingsoefeningen, misschien gaat het dan beter. Toen kreeg hij een paniekaanval. Die hebben we opgenomen. Bleek heel geschikt om de toon te zetten voor het album. Muziek is zijn uitlaatklep, het geeft hem verlichting. Voor ons is het vaak hartverscheurend om te zien hoe moeilijk hij het heeft. Maar ik weet dat wij de beste momenten van ons leven hebben meegemaakt met ons vieren, als lid van deze band uit Dublin, in onze oefenruimte of in een busje naar een plek waar we nog nooit eerder zijn geweest. Als je zogenaamd punk maakt, zoals wij, dan verwachten mensen dat je een mening hebt over allerlei politieke zaken. Vóór dit, tegen dat. Maar voor ons gaat het vooral om persoonlijke politiek. Als Dara iets zegt of schrijft over zijn problemen met geestelijke gezondheid, dan heeft hij het gewoon over zijn eigen leven. Hij denkt niet: laat ik dit taboe hierover eens opheffen voor Ierland. Ik weet wel dat veel mensen er iets aan gehad hebben en dat is geweldig. Veel mensen, opnieuw in onze niche, zijn Dara dankbaar dat hij er zo open over spreekt.’ Recent rondde Dara Kiely zijn opleiding Geestelijke Gezondheidszorg af aan de Universiteit van Dublin.

IN DUBLIN, zegt Alan, raakt het working class-element steeds meer in de knel. De arbeidersstand wordt uit de stad verdreven. ‘De huren zijn krankzinnig gestegen. De gemiddelde huurprijs in het centrum is 2000 euro. Wat er gebeurt: iemand met een gezin wordt ontslagen, kan zijn huis niet meer betalen, gaat met vrouw en kinderen in een hotel wonen en belandt op den duur op straat. De regering doet niets om hen te helpen. In plaats daarvan leggen ze de techbedrijven in de watten. De gemeente heeft net voorgesteld om een wildwatercentrum voor rafting te bouwen voor 22 miljoen euro in het centrum van Dublin. Krankzinnig! Terwijl er zoveel daklozen zijn. Ook veel kunstenaars en muzikanten verlaten de stad, het is te duur voor hen om hier nog te wonen.’ Toch ironisch, dat juist armoede de Ierse popmuziek weer zo veel credibility geeft. Alan: ‘Maar er zijn ook heel veel rijke mensen in Dublin! Soms baart het dwepen met arme mensen me ook weer zorgen. Het idee arm te willen zijn, zonder dat je het bent. Het gaat niet om arm of rijk, maar om eerlijkheid. Neem de folkgroep Lankum. Zij komen ook allemaal uit The Liberties, zijn hier opgegroeid. Door en door oprechte mensen en dat hoor je aan hun muziek. Working class is helemaal geen doorslaggevende factor. Als de muziek niet oprecht is, heeft de luisteraar dat zo door.’

ENKELE DAGEN later zie ik Thumper spelen – inderdaad knoerthard en stevig stampend – aan de andere kant van Ierland, in County Kerry, in het uiterste zuidwesten van het land, op het festival Other Voices. De hippe Dublin scene lijkt grotendeels te zijn geteleporteerd naar het prachtig gelegen kustplaatsje Dingle, waar de Ierse tv in het kleine, pittoreske kerkje St. James’ Church twee avonden achter elkaar heel smaakvol intieme concerten opneemt. Dit jaar onder meer van de Amerikaanse band Whitney, de ons welbekende Editors, The Murder Capital en talenten als Arlo Parks (uit Londen), Soak (Derry, Noord-Ierland) en Angie McMahon (Melbourne).

Het beroemdste optreden op Other Voices vond plaats op 3 december 2006. Toen stond Amy Winehouse, 23 jaar oud, in St. James’ Church. Er is zelfs een documentaire van gemaakt, The Day She Came To Dingle. Rondom de opnames in het kerkje barst gelijktijdig het zogenaamde Dingle Gin Music Trail los. De voornaamste straatjes van Dingle staan vol pubs en hotels, waar de ene na de andere Ierse act optreedt – van indie tot dance tot traditionele folk – en de Guinness en cider zich goed laten smaken. Het plaatsje lijkt te zijn geschapen voor een muzikale pub crawl. Nialler9 draait er in de afgeladen, centraal gelegen pub Paul Geaney’s. In een tent daarachter staat iedereen ’s nachts met een pint in de hand uit z’n dak te gaan op techno. Dassen, mutsen en winterjassen aan, want de frisse Atlantische Oceaan is nabij. Een en al Ierse uitbundigheid en gezelligheid.

OP DE ZATERDAGMIDDAG van het Other Voices-weekend heb ik een kort interview met James McGovern, zanger van The Murder Capital. Tijdstip en locatie zijn niet optimaal, zeker niet voor diepgravende vragen. Dat zit zo: tien minuten eerder vloog James nog door de lucht, op handen gedragen door het uitzinnige publiek in een soort open schuur achter de pub NellieFred’s. Ondertussen schopt hij wild en epileptisch om zich heen en de vrees dat hij hard in aanraking komt met het lage plafond is reëel. Wanneer hij tegenover me zit op een tochtig en kil binnenplaatsje achter de schuur giert de adrenaline hem nog zichtbaar door het lijf. Zijn blik is altijd al de intensiteit zelve. Ik rijg de citaten uit ons gesprek hieronder voor het gemak maar aaneen tot een monoloog.

Gevraagd naar de gevolgen van het succes, ook internationaal, voor The Murder Capital: ‘Ik voel geen druk, maar je moet wel goed je kop erbij houden. De meeste mensen die in Dublin in bands zitten, zijn vrienden. Er zijn heel veel goede bands in Dublin, ik weet niet waarom. Er is geen onderlinge competitie: elke band heeft z’n eigen identiteit. Elke keer als een band iets bereikt, ervaar ik dat als inspirerend.’ 

More Is Less, elke keer als we dat spelen voelt dat voor mij als een catharsis. Veel Ierse muziek is historisch getekend door lijden. Onze generatie heeft nooit zoiets meegemaakt. Geen grote hongersnood of overheersing door de Engelsen. Om daar tegen te rebelleren, moesten de Ieren hun eigen stem vinden. Die zoektocht naar authenticiteit heeft de Ierse literatuur en muziek gevormd. Wij proberen als band niet het wiel opnieuw uit te vinden, het is niet ons doel om iets te maken wat je nog nooit eerder gehoord hebt. Wij willen onze waarheid vertellen. Onze authenticiteit berust op onze ervaringen, op persoonlijk drama, op momenten in het leven waarop je perspectief totaal verandert, je de controle verliest en je realiseert dat je sterfelijk bent. Cultureel gezien is Dublin een zwart gat. Ik heb gelukkig nog een huis. Mijn vrienden kunnen het zich nauwelijks veroorloven om er nog te wonen. Veel mensen voelen zich verwaarloosd. Per maand komen tachtig families op straat te staan. We hebben een daklozencrisis, een huizencrisis en een geestelijke gezondheidscrisis, het loopt totaal uit de hand en er wordt niets aan gedaan. De rijker worden alleen maar rijker, it’s fucking sad, man. Als iemand in Dublin op straat ligt, laten ze hem gewoon doodgaan. Wij zijn nooit gevraagd door de Ierse tv om hierover onze mening te geven. Daar zijn wij als band niet groot genoeg voor. Onze boodschap moet overkomen via de muziek. Als het op die manier aankomt bij individuele mensen, dan is dat al heel mooi.’

THUMPER: 16 jan Eurosonic, Groningen

LANKUM: 16 jan Eurosonic, Groningen | 17 apr Motel Mozaïque, Rotterdam | 19 apr Roadburn, Tilburg

THE MURDER CAPITAL: 6 feb Vera, Groningen | 7 feb Grauzone, Den Haag | 8 feb Melkweg, Amsterdam | 11 feb Botanique, Brussel (B) | 3-5 jul Down The Rabbit Hole, Beuningen

FONTAINES D.C.: 12-14 jun Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Met dank aan Tourism Ireland en Angela Dorgan, Suzette Das en Liza Geddes van First Music Contact.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket
winactie
xxxl platenbeurs

Winnen! Tickets voor XXXL Platenbeurs en een vinylpakket

In de IJsselhallen in Zwolle komen zondag 23 februari meer dan 100 internationale standhouders samen voor de XXXL Platenbeurs ...
De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord
concert

De Crowes versus het gekraai in Paradiso Noord

The Black Crowes zijn terug op het oude nest. Chris en Rich Robinson hebben oud zeer bijgelegd en vieren het ...
The Slow Rush
album
Tame Impala

The Slow Rush

Tien jaar geleden was Kevin Parker nog een anonieme psychonaut uit het Australische Fremantle, die net zijn debuutalbum Innerspeaker had ...

ESNS20: Dublin, broeinest van rock & roll en sociale onvrede | OOR