Nederlandse popjournalisten hadden in 1973 geen hoge pet op van The Dark Side Of The Moon. Het achtste album van de symfonische rockband Pink Floyd eindigde in de OOR-jaarlijst op plek 63. Maar de plaat werd wel het op drie na succesvolste popalbum ooit, met wereldwijd zo’n vijftig miljoen verkochte exemplaren. Daar zijn er dit jaar vast de nodige bij gekomen, want in maart verscheen The Dark Side Of The Moon als 50th Anniversary Edition Box Set.
Zonder zijn oude maten David Gilmour (grote onderlinge ruzie), Nick Mason (neutraal in het conflict) en Rick Wright (overleden in 2008) had Roger Waters (79) zich toen al ontfermd over hun gezamenlijke mijlpaal. Het verhaal van die plaat was volgens hem nog niet af. Vandaar nu The Dark Side Of The Moon Redux, een sterk staaltje door megalomanie ingegeven heiligschennis. De nieuwe versie is een kabbel-babbel-album, een oudemannenplaat. De muziek is van haar scherpte ontdaan. Gitaarsolo’s ontbreken, hoewel Waters beschikte over Jonathan Wilson, toch niet de minste op dat gebied. De zang kent ook een hoog seniorengehalte, want Waters zingt vooral in een bedaarde Leonard Cohen-modus.
Hij verliest zich op dit album – met als beginzin ‘The memories of a man in his old age, are the deeds of a man in his prime’ – in een overdaad aan gesproken woord. Zo uitgesproken als de controversiële Waters zich de laatste jaren heeft opgesteld in heikele kwesties (Poetin, Oekraïne, Israël-Palestina), zo poëtisch-pretentieus is hij in de nieuwe teksten die hij heeft toegevoegd aan bestaande songs (kras voorbeeld: Time) of gekoppeld aan voorheen instrumentale stukken. Dat laatste leidt tot de verminking van The Great Gig In The Sky. De hemelse, woordloze zang van Clare Torry hierin is vervangen door anekdotisch geklets. Is er dan niets goed aan deze herinterpretatie? Jawel. De plaat kent nogal wat nummers die bejaardencentra meer keuze geven in hun muziekaanbod bij het gezamenlijk drinken van thee en koffie.