De jonge popster Tom Odell laat op zijn tweede album Wrong Crowd een ik-figuur zeggen dat die wordt gesteund door diens moeder en broer. Pa ontbreekt. Is dit een niet eens subtiele wraakoefening? Want vader Odell meende er goed aan te doen om bij de NME te klagen over het feit dat Toms debuutplaat Long Way Down in een recensie een 0 had gekregen. Waarmee hij het alleen maar erger maakte voor zijn zoon. Hilarische bespreking overigens. Pa zal zich binnenkort wel weer in woede wentelen, want Wrong Crowd biedt munitie voor beschietingen van recensenten die van een grap houden.
Zijn zoon maakt het hen gemakkelijk door zijn uitgevoerde wens om de zaken ‘big and dramatic’ aan te pakken, maar dat heeft er niet toe geleid dat de liedjes, een enkele uitgezonderd, groots zijn. Odell hoeft zich op zijn 25ste niet te manifesteren als de oud-Griekse filosoof Socrates, maar ook deze keer bedient hij zich van teksten van bakvissenniveau. Aanstekelijk zijn de liedjes vaak wel. Dat is ook een verdienste. Odell ontplooit echter de meeste zeggingskracht in zijn meer ingetogen songs, zoals het met gepaste orkestratie opgetuigde Somehow en het soulvolle Concrete (Prince ontmoet Marvin Gaye). Ze zijn, bij wijze van spreken, de slagroom op supermarktgebak. Pa Odell hoeft trouwens niet naar OOR te bellen, want Wrong Crowd krijgt een 6.5.