concert

North Sea Jazz dag 1: Burt Bacharach, Joe Jackson, The Internet e.a.

Over smaak valt eindeloos te twisten, maar jazz? Daar lijkt de meerderheid het wel over eens. Jazz is hectische pleurisherrie voor kniftige mensen, zoals Homeland-hoofdpersonage Carrie Mathison. Je zou het aan de hand van je directe omgeving wellicht niet zeggen, maar gelukkig bestaan er anno 2019 nog genoeg van die gekkies om Ahoy mee te vullen. Tijdens North Sea Jazz kunnen jazzcats en andere muziekminderheden (soulsjappies, bluesbaasjes, afroalto’s, discodudettes) daar een dimensie betreden waar levenslang tot de Kleine Zaal-veroordeelde artiesten ineens Grote Namen zijn. Drie dagen lang bevinden ze zich in een omgeving waar vurig snerpende trompetten worden bejubeld in plaats van beklaagd. North Sea is een verademing, ieder jaar weer.

Openingsfoto: zangeres/percussioniste Dobet Gnahoré, dochter van meesterpercussionist Boni Gnahoré. Afropop anno 2019

Een mooi voorbeeld van hoe apart North Sea Jazz eigenlijk is vinden we bij aanvang al in de Maas, één van de grote podia van het festival. Daar staat soul- en jazzcrooner José James (15.30), normaliter goed voor een halfvolle clubzaal hartje Amsterdam, voor een megapubliek alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En om geen enkele reden anders dan dat deze man zo’n begiftigd muzikant en fantastisch performer is, pakt hij dat publiek volledig in. Tuurlijk, James heeft het grote Noordpool Orkest bij zich om hem een handje te helpen. Muzikanten uit Groningen, die weten wel hoe ze een zaaltje moeten opschudden. Daarnaast bracht de zanger met zijn nieuwe Bill Withers-coverplaat genadeloze feel good-hits als Just The Two Of Us and Lovely Day met zich mee. Maar de sterkste momenten waarop dit publiek hem het hardst omarmt, zijn juist de momenten waarop James zijn ondergewaardeerde eigen werk zingt, zonder al teveel hulp van buitenaf. Knallers als Trouble, gevoelige gitaarliedjes als Come To My Door en zo nog wat ogenschijnlijk willekeurige grepen uit de tal van platen die hij de laatste jaren zo stilletjes uitbracht worden razend enthousiast ontvangen. James bindt in zijn songs jazz, hiphop, pop en rock samen met niets meer dan een kopje soul en zijn diepe stem, die de tand des tijds zeker weten zal doorstaan. Prachtig.

Soullegende Anita Baker was er ook.

Ook prachtig, altijd weer: het ontdekken van nieuwe muziek. Van Braxton Cook (16.15) had ik gek genoeg nog niet eerder gehoord, terwijl dit echt een artiest is waarbij je zou verwachten niet om de hype heen te kunnen. Cook leerde saxofoon spelen onder de geestelijke zoon van Miles Davis, Christian Scott, maar is tevens een door Frank Ocean geïnspireerde r&b-zanger. Hij combineert jazz en r&b in de solomuziek die hij nu maakt op de meest directe manier mogelijk: met gladde doch moderne r&b-songs vol saxsolo’s en strakke jazzimprovisaties over r&b-beats. Het is een fifty-fifty brouwsel dat zeer lekker wegdrinkt. Cook is daarnaast een charmante, benaderbare gozer met humor. Hij vertelt over de betekenis van zijn jazzinstrumentals zoals Katy Perry over de betekenis van haar diepste popballad vertelt. Zo heet één van zijn tracks Fuck Juilliard, naar de prestigieuze muziekschool waar Cook niet kon aarden, omdat hij het er te oubollig vond. Dan snap je meteen waarom er zo’n hippe beat in het nummer zit en waarom het tempo een keer of drie lekker rebels verandert. Het is natuurlijk wat laagdrempelig wat Cook doet, maar juist daarom zo leuk.

Quiana Parler van Ranky Tanky uit Charleston, South Carolina

In de Nile, de opperzaal van North Sea, zet Curtis Harding (16.45) ondertussen iets neer wat aanvoelt als een moetje. De Amerikaan brak een jaar of vijf geleden – voor zover mogelijk voor een soulartiest in Nederland – door met Soul Power, een soulvolle rockplaat of rockende soulplaat met linkse directes als Drive My Car en Next Time. Lekkere liedjes, maar net als die andere middelgrote zwarte zanger en gitarist, Gary Clark Jr., is Harding gewoon geen gezellige liveperformer. Hij staat daar maar, te zingen en te spelen. En zonder zichtbaar enthousiasme of iets van interactie met zijn publiek, valt des te meer op dat dit festival zich op het moment nog in de beginfase begeeft. Dat betekent onder meer: geluid dat nog niet optimaal is afgesteld. En een mensenmassa luidruchtig zoekend naar alle faciliteiten. Aan het einde van de dag herinneren we ons dus bijna niet meer dat Curtis Harding dit jaar óók op North Sea Jazz speelde.

Blood Orange (17.45) vergeten we dan weer niet. Dev Hynes, zoals de r&b-held in het echt heet, maakt uitermate breekbare liedjes over al z’n onzekerheid en verdriet, ontstaan door een leven waarin hij tot nu toe zichzelf niet echt mocht zijn. Herkenbaar voor velen, vandaar dat hij zo populair is en vanavond in een reuzenzaal mag optreden. Verrassend genoeg komen al Hynes’ zachte songs daar heel goed uit de verf. De zanger is een mysterieus type en het is behoorlijk spannend om hem bezig te zien, in zichzelf gekeerd op een minimaal verlicht podium, een intrigerend talent op gitaar, achter zijn piano of zingend, stiekem altijd licht schuilend achter zijn extra vocalisten, als een soort achtergrondvocalist voorin de mix. De setlist is daarnaast slim opgesteld. Een aantal ingetogen liedjes achter elkaar, opgevolgd door hits als Chamakay en Best For You, zodat het nooit té rustig wordt.

Over Makaya McCraven (18.15) hadden wij van OOR het al vele malen eerder, en dat zegt wat, gezien onze pagina’s nou niet bepaald uitpuilen van de jazzschrijverij. Deze Amerikaan is niet alleen één van de beste en bekendste jazzdrummers van de laatste jaren; hij is één van de grotere vaandeldragers van de new jazz en grootste vernieuwers van het genre. Zo maakte hij twee jaar terug een sensationeel dancealbum door fragmenten uit lo-fi liveopnames van één van zijn optredens uit elkaar te knippen en weer aan elkaar te plakken. Tijdens zijn optreden op North Sea vergroot Makaya één van de vele thema’s van zijn laatste bijna epische album, Universal Beings, uit. Brandee Younger en Joel Ross vergezellen McCraven gedurende de hele rit en voorzien zijn langzaam opbouwende grooves gaandeweg van steeds meer zachte klanken uit hun vibrafoon en harp. Er worden ook zinderende tracks gespeeld waarin Makaya voor de variatie spart met zijn saxofonist, maar dit optreden bereikt z’n hoogste hoogtes wanneer de drummer en zijn vrienden In A Silent Way-achtige nummers spelen, die hypnotiserend zijn van begin tot eind.

Wie nog wat kan leren van McCraven’s rustige aanpak is Rag’N’Bone Man (18.45). Deze obese en zwaar getatoeëerde baardman schreeuwt popsongs met minimale blues-, soul- en gospelinvloeden. Wat mij betreft is zijn show vooral een mooie bliksemafleider om de grote mensenmassa’s weg te houden bij de kleinere doch veel betere optredens. Ik kan daarnaast ook niet zoveel met artiesten die een bijna debiele vorm van bepaalde genres brengen, puur zodat de niet-liefhebber ook kan zeggen van die genres te houden. Wat de grote mensenmassa in de Nile betreft is Rag’N’Bone Man overigens wel echt superleuk. Let’s agree to disagree.

Burt Bacharach (midden) en Trijntje Oosterhuis (rechts)

Geen meningsverschillen over het optreden van de legendarische Burt Bacharach (19.30). Tranen biggelden over álle wangen toen de 91-jarige componist, pianist, songschrijver, zanger, producer en noem nog eens wat muziekbanen ineens krakend begon te zingen tijdens de afsluitende medley van zijn filmmuziek. A House Is Not A Home. Wát een song. Ook was er collectief kippenvel in de zaal tijdens Elvis Costello-samenwerking This House Is Empty Now, zelfs al werd er voor de afwezige Elvis ingestaan door de Amerikaanse René Froger. Eveneens waanzinnig mooi was de stem van Bacharach-fan Trijntje Oosterhuis die Falling Out Of Love mocht komen zingen aan Burts piano. In iets meer dan een uur tijd bracht Bacharach vanavond een prachtig overzicht van de tientallen jaren waarin hij onmisbare bijdrage na onmisbare bijdrage aan de popmuziek leverde. Zijn mooiste liedjes zijn zó mooi dat het niet eens uitmaakte dat er vanavond vaardige nobody’s op het podium stonden om ze te zingen. De emotie druipt uit de tekst en de compositie. Staande ovatie voor Burt.

Wie ook een staande ovatie verdient is Robert Glasper (20.30), die in de Congo-tent laat zien nog steeds tot de coolste jazzmuzikanten van vandaag te behoren. De pianist en zijn vaste vrienden (bassist Derrick Hodge en drummer Chris Dave) hebben de perfecte hiphop-meets-jazzsound ontwikkeld. Hun geluid werd al door tientallen andere jonge jazzcats (tevergeefs) gekopieerd. Het heeft iets nonchalants, iets I-don’t-give-a-fuck’s, het geluid dat Glasper uit zijn toetsen tovert. Gezien de pianist dit jaar artist in residence is en dus drie unieke optredens geeft, heeft hij vandaag Yassin Bey, de rapper en zanger die u ook kunt kennen als Mos Def, bij zich. Die voorziet de relaxte instrumentalen van het trio van nog meer old-school hiphopimpulsen, waarmee Glasper vanavond weer eens slaagt in zijn levensmissie: het verfrissen van de volgens hem ‘stoffige’ jazzscene.

Over de stoffigheid van jazz kan men goed discussiëren. Maar dat Joe Jackson (21.00) stoffig is, weet iedereen. De oude Brit mag net als Rag’N’Bone Man als bliksemafleider fungeren in de grote Nile-zaal. Hartstikke leuk hoor, de oude liedjes die Joe vanavond speelt, waaronder Is She Really Going Out With Him? en It’s Different For Girls. Hartstikke saai zijn de onbekende nummers van een gezapig nieuw album dat helaas ook gepromoot moest worden. Achteraf concludeer je dat het leuk was deze relatief bekende muziekman ook eens te hebben gezien, maar tevens dat Joe Jackson helemaal niets met jazz of soul of ‘groot muzikaal vakmanschap’, wat ook een North Sea Jazz-boekingscategorie is, te maken heeft. Hij heeft stiekem niets op dit festival te zoeken, maar goed, zo’n programmering moet natuurlijk helemaal gevuld.

We sluiten af met een band die juist geboren is voor North Sea. The Internet (22.45) draait inmiddels alweer een paar jaar mee, maar omdat de leden van deze soulgroep nog steeds zo jong zijn, lijkt het iedere keer dat je ze ziet weer alsof je met een nieuwkomer te maken hebt. Dat komt natuurlijk ook door de ‘hangjongerige’ uitstraling en werkwijze van deze band, die ooit begon als een Odd Future-zijproject. The Internet maakt minimalistische soul die loom en sexy kan zijn dankzij de bijna buitenaards mooie stem van zangeres Syd, maar die tegelijkertijd cool en nonchalant over kan komen door de kale productie en holle retrogitaarlijnen van indieheld Steve Lacy. Niet ieder nummer van de band valt vanavond even goed, maar memorabele momenten zijn er meer dan genoeg. Zo blijft de chille funk van La Di Da nog lang nahangen en was het bijna onmogelijk te ontkomen aan de bedwelmende werking van Syds stem in slotsong Get Away. We zweven kortom de nacht in, langs de vele afterparty’s waar North Sea Jazz om bekend staat, morgen hopelijk weer fris genoeg voor nog een dag soul en all that jazz.

Gezien: 12 juli 2019, Ahoy, Rotterdam

Fotografie: Dimitri Hakke

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Erykah Badu breekt uit haar bubbel in 013
concert
Erykah Badu

Erykah Badu breekt uit haar bubbel in 013

22. Een angeliek getal in de spirituele wereld, een symbool voor gidsing en doelmatigheid. Ook is 22 de huidige leeftijd ...
This Is Not A Safe Place
album
Ride

This Is Not A Safe Place

Even de oude succesnummers oppoetsen, rondje om de wereld, cashen en weer terug naar moeder de vrouw. Zo ging het ...
Black Midi
Club OOR
Black Midi

Black Midi

Lees alle inter­views, achter­grond­verhalen, recensies, columns en agenda­tips van OOR nu ook op OOR.NL. Exclusief voor abonnees. ABONNEE EN WIL ...

Recensie: North Sea Jazz dag 1: Burt Bacharach, Joe Jackson, The Internet e.a. (concert) | OOR