concert

Rewire 2018: van Upside Down tot Grote Kerk

Om je op het avontuurlijke Rewire te vermaken moet je wat gewend zijn. Je moet niet raar opkijken van overstuur gillende saxofoons en kille horror-elektro gespeeld in verlaten fabriekspanden. Je moet niet al teveel geven om presentatie en soms bereid zijn je ogen te sluiten en je oren te spitsen. Je moet ook zeker niet al teveel volgens een rooster handelen en gewoon eens een zaal inwandelen. ‘Explore the overlooked and the unheard, celebrate the visceral and the cerebral’, vraagt de organisatie van zijn bezoekers. OOR was dit weekend in Den Haag en dook in het diepe.

Te beginnen met dieper dan diep: The Upside Down! Locatie en muziek matchen op Rewire vaak naadloos, zo merken we al snel. In de oude Elektriciteitsfabriek hangen de takels nog, zijn de muren grauw en versleten en leiden de trappen je naar duistere hoeken. Daarnaast draait de rookmachine vandaag ook overuren in dit oude fabriekspand. Het is kortom de perfecte sfeer en locatie om de muziek die de  campy Netflix-hit Stranger Things inkleurde door de ruimte te doen galmen. Er is wat werk voor nodig geweest om tot de gedateerde horrorsynthsound te komen die Kyle Dixon & Michael Stein  (vrijdag, 21:00, Elektriciteitsfabriek, openingsfoto) voor de serie ontwikkelden: beginnen vanuit productiesoftware Logic, eindeloos geconverteer om de oude en nieuwe Korgs, Prophets en analoge sequencers goed samen te laten komen tot een liveshow. Het is dan ook aanvankelijk aftasten met een stroeve start voor het duo: het duurt minuten voordat we geluid horen en alles goed getimed loopt, maar uiteindelijk zweven de tofste stukken uit de soundtrack in golfbewegingen – van intens dreigend tot onheilspellend kabbelend – door de fabriekshal. Precies niet zoals je het verwacht, eigenlijk: het duo maakt ook nog doom-electro in het viertal S U R V I V E, maar klinkt vanavond minder dansbaar doch meer ambient dan hun andere project. Deze show is er een om de ogen bij te sluiten en je in een jaren tachtig-film te wanen. Tussen al die rook en rood/blauwe lichten zie je de mannen op het podium immers niet zo vaak. Wij zijn nog wel even ondersteboven van deze monsterlijke trip. (DC)

In het Koorenhuis volgde een van uw verslaggevers ooit nog een cursusje Excel, maar dit weekend staat het cultuurcentrum in het teken van de moeilijkere kunsten. Arriverend in de lobby leren we Ben Vince (21.45, Koorenhuis Foyer) kennen. Een experimentele saxofonist uit Londen, het meest op zijn gemak met een saxofoontuit op zijn snuit en z’n ogen gefixeerd op een Macbook-scherm. Het geluid van Vince zou je in ieder opzicht kunnen omschrijven als een light-variant van de muziek waar Colin Stetson zijn solocarrière mee aftrapte. Op een sax kleiner dan de mammoethoorn van Stetson blaast de Brit patronen zachter en gevoeliger dan die van Stetson. Al deze laagjes stapelt hij vervolgens middels computersoftware op elkaar tot één geheel. Hoe komt ‘ie erop, vraag je je af. Hoe kom je er überhaupt op om dít te gaan doen? Da’s geen kritische vraag overigens. Vince maakt uitermate fijne soundscapes waarin dreigende wolkenmassa’s en stralende zonnen elkaar evenredig afwisselen. (RT)

Maar eigenlijk waren we hier niet eens voor Vince. We waren op weg naar Joshua Abrams & Natural Information Society (22.15, Koorenhuis Zaal). Deze bebaarde gigant uit Chicago is verantwoordelijk voor één van de meest verslavende jazzalbums van vorig jaar. Simultonality heet het werkje, een plaat met een hoofdrol voor Abrams gimbri. Dat is een soort driesnarige bas die vooral in de Marokkaanse muziek voorkomt. Gezien de zwaarte en grootte van dit roeispaanachtige instrument kun je er overigens ook een grizzlybeer mee bevechten. Dat is echter niet stoerder dan wat Abrams ermee doet. Hij bespeelt de knuppel in de eerste plaats als een basgitaar. Thunk, thunk, dung-plung-tung-tung-THUNK, gaat het een kwartier lang. Hypnotiserende ritmes dikker dan het achterste van drie Kardishians. En net als die ellendige realityserie eindigt de muziek bij Abrams nooit. Met een saxofonist, accordeonist en drummer introduceert hij steeds nieuwe klanten in zijn verslavende grooves. En steeds net wanneer de plaat dreigt vast te lopen introduceert het collectief spirituele freejazz-intermezzo’s die naar de sterkste wierook rieken. Waaruit vervolgens weer zo’n nieuwe spek-groove opstijgt. Na drie kwartier landt het schip, koop je een plaat maar snak je naar een sigaret. (RT)

De Duitse Sven Kacirek  (22:00, Zaal 3) is van huis uit jazzdrummer, maar laat zijn vaardigheden liever los op deksels, pannen, shakers, looppedalen en een marimba. Geïnspireerd door zijn reizen naar Afrika en het volledig vervormen van stemsamples tot melodieën, mag Kacirek na zijn laatste werk  Interview  gerust een innovatief artiest genoemd worden. Zijn live-setting is al net zo klein, vooruitstrevend, en volledig gestoeld op improvisatie. Een beat wordt volledig ingekleurd met mysterieuze marimba-akkoorden, losse elementen worden met een mixer later subtiel ingebracht en een enkele keer komt Kacirek naar voren om een heel nieuwe drumfill gespeeld op een stoel(!) te leggen over de al hoorbare beat. Mensen zitten op het puntje van hun stoel hier in het kleine Zaal 3: wat er voor hun neus gebeurt is moeilijk, maar bijzonder knap en meeslepend. Kacirek maakt de soms torenhoge lat van muzikale complexiteit op Rewire compleet kapot, en neemt de luisteraar mee in zijn boeiende, nevelige universum. (DC)

Het standaardtekstje wanneer je geen zin hebt om echt iets over Kaitlyn Aurelia Smith (23.15, Paard I) te zeggen, is dat deze zangeres en elektronicasleutelaar ‘synthscapes’ maakt waarin je, als je écht héél goed luistert, een klein popliedje zult ontdekken. Bullshit, natuurlijk. Deze Amerikaanse maakt namelijk muziek die je nooit eerder hoorde, waarin de elektro, pop- en dancelementen juist evenredig samensmelten tot één bizar geheel. Dat ze al dat publiek in de grote zaal van het Paard niet volledig mee krijgt komt niet door haar de kracht en knapheid van haar kunsten, maar meer omdat de muziek gewoon te moeilijk is voor menigtes. Smith gebruikt zware stemvervorming waardoor ze klinkt als een Android die popzangeres werd. Die roze zoetigheid van haar zang is omheind met de trillende zwarte pudding van de computermanipulatie. En naast haar vocals voorin de mix, hoor je op hetzelfde volume dus die hoog experimentele elektronicaklanken, waaronder synthstromen zó ijzig dat je bijna brainfreeze voelt, alsmede beat die meer kletteren dan bonken. Smith zingt terwijl ze aan haar equipment sleutelt. Ze lijkt, zo zingend met vijftig meter kabel voor haar neus, de meest zelfverzekerde bomontmantelaar in de geschiedenis. Haar muziek knalt en klapt, is door de epileptieopwekkende visuals soms een heuse trip, maar is bij vlagen ook wonderschoon, op een manier zowel gek alienesque als toegankelijk. Prijsnummer: An Intention. I feel everything, zingen artieste en denkt publiek. (RT)

Soms zijn de optredens waar je als bezoeker geheel, eh, blanco op afstapt de grootste verrassingen. SOPHIE’s optreden wordt op de eerste festivaldag last-minute gecanceld, maar in queer rapper Mykki Blanco  (0:15, Paard I) heeft Rewire een toevalstreffer gevonden die misschien nog meer vuur kan brengen dan SOPHIE zelf. Amsterdams DJ/produce-talent LYZZA mag opwarmen en knalt enkel op hoog energieniveau haar eigen mix van dancehall, hiphop, trance en house uit de decks. De zaal is al warm voor steekvlam Blanco, die na een stortlading aan statements over zelfbeeld, hiv en gender ook even tussendoor nieuw werk voor 2019 aankondigt. Voor nu doen we het met de harde Danny Brown-achtige producties van Woodkid op debuutplaat  Mykki  uit 2016. Blanco zelf is scherp, energiek en keihard tijdens deze tracks. Op de booth klimmen, de bar op om een emmer ijsblokken over het hoofd te gieten, het publiek in duiken en een eigen  runway  plus pit creëren: niks is te gek, Blanco drukt het gaspedaal zonder pardon volledig in. En de mensen die transcultuur komen uitlachen? Die worden door aanwezigen en Blanco zelf naar achteren geduwd. Een uitbundige, inclusieve sfeer zoals het hoort, zonder ruimte voor haters en met een climax die niemand ziet aankomen: Blanco heeft na de show namelijk nog niet genoeg gehad. Hup, het publiek in, pruik af en pogo’en, terwijl LYZZA de tent nog even mag afbreken vanaf het podium. Waarmee? Nou, met perfect getimede reworks van Kernkraft 400’s Zombie Nation en Cardi B’s Bodak Yellow. En wat blijkt? Dit is precies wat het publiek wil. Fuck limieten, fuck hokjes: concessieloos knallen met Mykki Blanco en LYZZA is het eerste échte hoogtepunt van Rewire 2018. (DC)

Wat dan nog heel is van de grote zaal van het Paard, mag  Floating Points  (1:30, Paard I) gaan afbreken. Althans dat is de verwachting als je de Engelse neurowetenschapper en elektrolegende op Lowlands, Best Kept Secret of Dekmantel zag, maar Sam Shepherd weet dat hij hier ook de fijnproever voor zich heeft. Subtieler en uitgebreider dan normaal bouwt hij zijn live-set die steunt op een dromerige mix van house en techno. Waar die  drop  dan in godsnaam blijft, vraagt een groep Britse kaakschaatsers vooraan zich al na een kleine 2 minuten af. Geduld is echter het nodige ingrediënt vanuit het publiek om deze show te laten slagen, en toegegeven, dat is tijdens het grootste deel van deze set lastig op te brengen. Fijne tracks als  ARP3  zijn wat het dancepubliek nodig heeft op dit tijdstip, maar enkel de doorgewinterde liefhebber komt aan zijn trekken met de lange, uitgebouwde soundscapes, live visuals en knip- en plakwerk van meneer Shepherd zelf. Noem het een lastige show, noem het uitgebalanceerd: Floating Points doet in ieder geval de moeite om zijn shows zo goed mogelijk op zijn publiek af te stemmen en toont daarmee, ook vandaag weer, zijn vakmanschap. (DC)

Ongevraagd primitieve emoties uiten, wie is er niet groot mee geworden? Van het complete oeuvre van Eminem tot de reacties van een NU.nl-Facebookpost; de invloed van ongefundeerde haatdragers en -zaaiers kom je overal tegen.  Irreversible Entanglements (zaterdag 20:00, Koorenhuis Zaal) heeft de oeremoties ook hoog in het vaandel, maar zij staan aan de goede kant van het spectrum: dit free jazz-vijftal uit Philadelphia heeft het gehad met de politieke boeven, raciale onderdrukking, trauma, en de gevestigde wereldorde, en wil u ook verrijken met soortgelijke  wokeness.  Wat vonken van het kleine Koorenhuispodium laten spatten is dan zo slecht nog niet: de poëzie van vocaal aanvoerder Moor Mother is gestoeld op repetitie en kordate kernzinnen met een messcherpe articulatie. De partijen zijn daarnaast zo wild, onnavolgbaar en vrij als jazz kan zijn. Een mooie formule op papier, maar het blijkt lastiger dan gedacht om te voelen wat er op het podium wordt overgebracht. Irreversible Entanglements maakt slechts zelden onderling connectie: strak uitgespeelde solo’s glippen langs elkaar heen. Ook de chemie met de haast volle zaal mist: de blikken van de bandleden staan op oneindig of zijn gericht op het notitieboekje, de rug is vaak te recht om het publiek eens aan te kijken en die boosheid op de wereld te laten vóelen (als dat niet al het geval was). Dat terwijl er hier bijna net zo vakkundig wordt gespeeld als op het vorig jaar verschenen titelloze debuut, met als tekstueel en muzikaal hoogtepunt  Fireworks . Een band gestoeld op onderbuikgevoelens, het is een risicovolle en gedurfde zet. Die boosheid maakt van de bandleden vijf eilanden, en kan de podiumchemie verder slijten dan ooit de bedoeling was. En isolatie, dat is toch juist het tegenovergestelde wat Irreversible Entanglements ons vandaag probeert te bereiken? (DC)

Met z’n energiedrankbrouwsel van indie, krautrock, techno, elektro, jazz en z’n liefde voor dansbaar minimalisme en experiment is SUUNS (20.45 Paard I) op papier één van de weinige ‘gitaarbandjes’ die écht thuishoort op Rewire. En zoals dat eigenlijk maar zelden gaat, pakt het optreden van de Canadese in de praktijk ook geweldig goed uit. Suuns biedt in de eerste plaats namelijk een lekkere, gitaargedreven energiestoot waarmee het festival halverwege deze tweede dag ineens weer als nieuw aanvoelt. Maar in de muziek worden eveneens alle elementen waar de meeste andere acts op Rewire hun hoofdvertier van maakten in één klinkend klankenballetje gevat. Bij Suuns krast men in het ene nummer oorverdovend op de gitaren, vuurt men in het andere nummer een wiskundig hyponoseritme begeleid door flitslichten op je af en last men tussendoor menig experimenteel rustmoment in, waarbij een saxofoon abstract mag zingen, of waarin zanger Ben Shemie met eenzelfde soulvolheid als Thom Yorke de slimste vrouwtjes uit hun slipjes tracht te zingen. Nieuwe song Make It Real is bijna sexy. (RT)

Nog zo’n optreden die we niet eens hadden omcirkelt en ons dus totaal onverwacht van de sokken blaast: Arto Lindsay & Zs (Paard II, 21.45). Niets subtiel aan deze muzikantengroep, bestaande uit een bossanova gitarist en solozanger (Lindsay) en een jazz-improvtrio. Eerstgenoemde ragt er lustig op los op een elektrische gitaar met overeenkomsten met een roestig vrachtschip, tweede groep blaast en drumt zich schor en op terwijl hún gitarist lijpe geluidjes en dansbare ritmes uit z’n snaren tovert. Hoewel Lindsay ook mooi en toegankelijk zingt (hij klinkt met zijn lichte reggaestem soms als Sting), is de muziek in z’n geheel way out there, met ook hier veel duizelingwekkend free jazz gefreak, meditatieve rustmomenten, uniek vermengd met Lindsay’s arty gitaargekreuk. We houden tien seconden stil voor Cecil Taylor en mogen vervolgens bijna twintig minuten doordansen op een Afrikaans ritme bedekt met allerlei heerlijke teringherrie. (RT)

Missers, minpunten, teleurstellingen. Je hebt ze op iedere avond, tijdens iedere film en ook op ieder festival. Er bestaan ongetwijfeld Instagram Stories die beweren dat Rewire aan dit feit ontsnapt en van begin tot eind perfect was. Maar nee hoor. Terwijl iedereen zich lijkt te vermaken doet Panda Bear (Paard I, 22.30) namelijk iets wat ik een ‘Justin Biebertje op Pinkpop 2017’ zal noemen. Alleen het huispak met broekzak waarin ‘ie z’n hand kan steken ontbreekt. De Animal Collective-zanger lijkt er weinig zin in te hebben. Ongetwijfeld blij dat ‘ie met zijn manier van muziek maken achter een desk kan staan. Maar ook vanaf die comfortabele positie zingt Noah Lennox bij vlagen vals, lopen zijn dromerige liedjes niet lekker in elkaar over en klinken die liedjes na jaren zonder echte vernieuwing sinds meesterwerk Person Pitch sowieso nogal eentonig en gedateerd. Een echte panda aan een stronk bamboe zien kauwen is veel leuker dan dit. (RT)

De Lutherse Kerk is de kleinste van de twee kerken die Rewire in gebruik neemt, maar wel de kerk waar je de grootste schoonheid kunt aanschouwen. We waren aanvankelijk overigens niet eens van plan om die grote schoonheid zelf te aanschouwen, maar deden wat dit festival je als vanzelfsprekend laat doen: het pad dat je voor ogen had verlaten en een gokje wagen. Bij binnenkomst bij Stephan Meidell (22.35, Lutherse Kerk) wisten we meteen de jackpot te hebben gewonnen. De sfeer alleen al: een en al magie. Voor de gelegenheid zijn alle stoelen en banken in de Lutherse Kerk een klokslag gedraaid, wat de ruimtelijkheid en lichtval heeft bevorderd. En de muziek: één en al pracht en praal, opnieuw als op maat gemaakt voor de locatie. Meidell is een componist en instrumentalist die op zijn ambitieuze laatste plaat Metrics een weelderige geluidswereld schiep, met als kern de minimalistische klassieke muziek van Steve Reich en de traditionelere folk uit Noorwegen. Maar samen met een heel ensemble dat diverse groepen uit zijn thuisland combineert, brengt hij ook dreigende elektroklanken naar voren die alle schoonheid tijdelijk opbreken. Een machtige ervaring. (RT)

Wie tijdens het eerste kwartier van de show van  FAKA  (23:15, Paard II) Paard II binnen komt lopen, zou kunnen denken getuige te zijn van een Afrikaans zuiveringsritueel. En dat zou niet eens zo’n gekke gok zijn. ‘Don’t worry, this is some African spiritual shit.’, roept Fela Gucci, de ene helft van het Zuid-Afrikaanse duo dat de kruispunten van muzikaliteit, gender, seksualiteit en spiritualiteit opzoekt. Andere helft Desire Marea danst er net zo zwoel en  sassy  bij, met een bos krullen waar de gezusters Knowles jaloers op zouden zijn. Na een uitgebreide ceremonie vol laag gebrom en tongklikken en is het tijd voor een turnup : DJ LYZZA (is ze weer hoor!) mag  Isende Lendlela  en  Uyang’khumbula inzetten, knallers van dancenummers waarin traditionele afrofunk à la Fela Kuti en Francis Bebey worden gecombineerd met duistere synths en dancehallritmes. Weer zo’n heerlijk frisse act die  black queer culture  op de kaart zet, de grenzen overal opzoekt, en een tegenwicht biedt aan het cis-heterotopia van postkoloniaal Afrika. Broodnodig, sterk, én een goed feestje. Wie nog lag te snoozen bij Panda Bear, heeft een keiharde boost sterker dan een dubbele espresso gemist. (DC)

Heel stilletjes is James Holden (Paard I, 0.00) één van de grotere jazzvernieuwers van de laatste jaren. De voormalige tranceman vond dat de muziek wel een update gebruiken. Hij richtte een nieuw groepje op: The Animal Spirits. En hij begon zelf jazz te maken. Gezien de hoge moeilijkheidsgraad van het genre is het ongelooflijk dat het nog goed klinkt ook! Vanavond staat de Brit garant voor zowel een schitterende show (door de vele visuele kunstjes uit zijn danceverleden) als een heerlijke muzikale ervaring. Holden en The Animal Spirits laten moderne, elektronische klanken en ouderwetse invloeden van spirituele jazzgrootheden als Sun Ra en Sanders naad- en moeiteloos in elkaar overvloeien. Genregrenzen worden overschreven, risico’s worden genomen. Een aantal van de freaky free jazz-uitspattingen halverwege de set jaagt de exclusieve liefhebber van Holden’s vroegere werk immers met de vingers in de oren de zaal uit. Morgen nemen we allemaal ontslag en kopen we een sax. Blijkbaar kan dat gewoon. (RT)

Tijd voor een beuknacht met enkel vrouwen aan het stuur. Als eerste de beurt aan de Britse Karen Gwyer  (1.15, Paard I), die met haar  high energy  leftfield techno mag openen. We horen eenzelfde opgepompte housebeat gedurende de drie kwartier dat Gwyer aan de knoppen draait, maar ze laat de invulling daarvan subtiel ontwikkelen van ambient-achtige synthakkoorden tot psychedelische acidmelodieën. Een soort  super extended version  van haar anthem  The Workers Are on Strike , eigenlijk. Het blijft een uitdaging om dit soort gewaagde sets boeiend te houden, en dat lukt Gwyer prima door de energie constant hoog te houden voor het happige nachtpubliek dat wil dansen. (DC)

130 BPM blijkt overigens het minimumtempo voor de komende uren. De Siberische technogodin  Nina Kraviz  (2:00, Paard I) doet daar nog een paar flinke scheppen bovenop: volume omhoog, sigaret in de mond, BPM naar 140, en meedogenloos knallen met een stapel rave- en  industrial  techno-platen. De beats zijn lomp, en zo zijn haar mixes dat soms ook – wat wellicht aan wat duidelijke technische mankementen kan liggen – maar het Rewire-publiek lijkt het prima te slikken. Iedere keer als je denkt weer uitgekeken te zijn op het minimale beukwerk van Kraviz, bewijst ze toch weer het tegendeel met platen vol beitelgeluiden, akelig gemompel en de meest onverwachte breaks. Deze mevrouw is een onverslaanbare beukmachine. (DC)

De derde en laatste dag van het festival lijkt alles anders. Het is zondag, en weg is het Haagse nachtleven dat het centrum zo mooi met de Rewire-gangers deelde. Het is nog licht en opvallend rustig op straat wanneer we afreizen naar een locatie die we dit weekend nog niet eerder bezochten: Korzo, een theater in een straat achter Florenzia, waar iedere Hagenaar en Hagenees weleens drie bolletjes met slagroom at. Daar doen we wéér een nieuwe prachtontdekking, de zoveelste van het weekend. Park Jiha (zondag 18.45, Korzo Zaal) komt helemaal uit Zuid-Korea en maakt muziek die je onmogelijk in een paar genres kunt vangen. Ze speelt instrumenten die je zelden tot nooit bespeeld ziet worden, zoals de piri (een fluit van bamboe), de yanggeum (een soort Koreaanse variant op de slide guitar) en het allermooist: de saenghwang, een soort Koreaanse doedelzak, maar dan een blaasinstrument dat van een afstandje lijkt op iets uit Game Of Thrones. Park laat zich daarnaast begeleiden door een jazzgroep: een saxofonist, bassist en man achter de vibrafoon. Haar muziek valt in de meerdere categorieën op te delen. Ze heeft kleine Koreaanse folkliedjes waarin ze zingt en een instrument bespeeld. Haar band voorziet deze liedjes van een jazzy aankleding, met onder andere prachtig ingetogen saxofoonsolo’s. Park maakt echter ook ambachtelijke ambientnummers en jazzinstrumentals, waarin haar ‘gekke’ instrumenten de hoofdrol spelen. Waar ze zich ook aan waagt: de stille, ietwat verlegen muzikante stopt er haar hele ziel en zaligheid in. Tijdens een solo gespeelde yanggeum-instrumentaal denken we haar heimwee in ieder clustertje noten te horen. Sprookjesachtig mooie muziek maakt deze dame. (RT)

Hoe droomachtig de setting van de Grote Kerk, roze rookwalmen, sterrenlichten en een dromerige harp ook lijkt, de inhoud van Juliana Huxtables Triptych-shows (19.00, Grote Kerk) zijn serieuze kost. Haar stem stapt in langzame pas over het rijkelijke vocabulaire en het prachtige metrum, waardoor ze haast zeurderig klinkt, maar het siert de performance. Met stemvervormers, pads en aan weerszijden drummer Joe Heffernan en harpiste Ahya Simone creëert Huxtable de sonische blauwdruk voor een geheel eigen wereld vol straightforward boodschappen over hyperseksualering van vrouwen, gender en het digitale tijdperk, en dat allemaal bijzonder scherpzinnig verpakt in verwijzingen naar game-karakters, het vlogtijdperk en culturele knipogen. Al maakt de niet ijzersterke geluidsversterking Huxtable soms moeilijk te verstaan en gooit de galm roet in het eten van opzwepende drumpartijen, er komt veel verrijkend materiaal en food for thought op ons af in deze drie kwartier. En dit is nog maar een tipje van de sluier van Huxtables artistieke universum: ze is ook visueel kunstenaar, DJ, LBGT-activist, schrijfster en model. Genoeg mooi materiaal om in te duiken in het leven na dit indrukwekkende Rewire-optreden. (DC)

Bij binnenkomst bij Za! (19.15, Koorenhuis Zaal) valt het ons op dat de zitplaatsen die bij eerdere optredens hier aanwezig waren, nu volledig zijn verdwenen. De tribune is gewoon vloer. En die vloer is lava! Bij de muziek van Za! kan namelijk niemand stilzitten. Dit duo uit Barcelona maakt feestmuziek op zijn experimenteelst. Allerlei verschillende instrumenten en muzikale benaderingen uit iedere uithoek van de wijde wereld worden ingezet met één enkel doel: voetjes van de vloer. We gaan los op (onder andere) afrobeat, drones, jazzuitspattingen en het gerecyclede gebrul van de langharige clown Papa Dupau. Drummer Spazzfrica Edh, het zweet glimmend op z’n blote bast, speelt op dezelfde moeilijkheidsgraad van Can-percussionist Jaki Liebezeit en maakt grappen, tegelijkertijd! Waanzinnig. (RT)

Van de Spaanse zomerzon naar de woestijn. Maryam Saleh, Maurice Louca & Tamer Abu Ghazaleh (Paard I, 20.00) kun je omschrijven als een Egyptische supergroep, maar laten we eerlijk zijn: we kenden de helft van deze muzikanten niet voordat we hier kwamen en het woord ‘supergroep’ klinkt nóg stommer dan de film Justice League is. Saleh en co. maken daarnaast geen ‘supermuziek’, maar vrij doorsnee desertrock met hier en daar een licht experimentele tint, in de vorm van wat subtiele jazz en elektro. Dat we hier niet het meest extraverte optreden van het festival meemaken is overigens helemaal geen klacht. Zeker op zo’n laatste dag is het heerlijk vertoeven bij het lome tempo en de oosterse sferen die dit collectief met zich mee heeft gebracht. (RT)

De grens tussen gewaagd experiment en gefaald probeersel is flinterdun op festivals als deze. Dat bewijst een optreden van de Egyptische producer en visual artist Kareem Lofty (20:15, Korzo Club) in een geheel verduisterd zijzaaltje van theater Korzo maar weer. Zijn visuele achtergrond en zijn op dance leunende productie Fr3sh schiepen hogere verwachtingen dan Lofty vandaag waarmaakt – in een setting waarin niets meer te zien is dan duisternis en het zwak verlichte hoofd van the man himself achter zijn laptop, verdwaasd naar zijn scherm kijkend, vaak met niet meer dan een hand op het apparaat. Alsof je een uur lang een accountant in zijn kantoorhokje gaat observeren. Zo gaat de interactie tussen artiest en publiek met muziek als medium compleet verloren en voelt het alsof Lofty ons tijdens een geleide meditatie zijn nieuwe mindfulness-soundtrack laat horen. Het werkt helaas eerder benauwend dan verrijkend, en hoewel de ambient soundscapes met vreemd geritsel helemaal niet zo slecht zijn, dwalen we na een kwartier al compleet af naar de keuze van avondeten en de laatste overlappingen in het blokkenschema. Een gemiste kans voor een veelbelovende naam. (DC)

Veel artiesten op Rewire 2018 willen niet louter te boeken staan als performance artist en creëren hun eigen interdisciplinaire artistieke geheel om bloot te geven aan het publiek, maar als er een artiest is die de kroon spant in het synthetiseren van kunstvormen voor een optreden, is het Laurie Anderson (21:15, Grote Kerk) wel. Aan de hand van verhalen, monologen, liedjes, soundscapes en publieksexperimenten gidst de 70-jarige Anderson ons door haar All The Things I Lost In The Flood heen. Alle onderdelen zijn verbonden door dreigende synthesizers op de achtergrond en rauwe visuals van landschappen en krijtbordteksten. Van collectief schreeuwen om de huidige chaos in de wereld, tot een verhaal over de storm aan de Hudson die haar leven op de kop zette, tot een bijzondere vocale ‘bijval’ van wijlen partner Lou Reed in het slotstuk. En dat is niet eens het meest indrukwekkende materiaal: dat komt wanneer Anderson haar viool pakt en stemmige partijen vervormt tot een geheel nieuw geluid. Het is echter niet allemaal fijne kost vanavond, en zelfs een levendige innovator als Anderson betrap je op behoorlijk wat clichés (metaforen over een border wall, really?) en naïef pessimisme. Al is niet alles verrijkend of boeiend om te horen, Anderson laat de nodige emotionele indrukken achter en stelt vragen over onze tijd, wie we zijn en wat we willen, en schudt ook aan de grondvesten van wat een mens op een podium kan doen. Oosterse vechtsport en yoga combineren middenin de show? Anderson doet het gewoon. Een innovator om niet te vergeten en een mooie afsluiter van Rewire 2018. (DC)

Door Dave Coenen & Randy Timmers / Fotografie: Juri Hiensch (Nina Kraviz), Pieter Kers (openingsfoto, Laurie Anderson, Juliana Huxtable), Bram Petraeus (ZA!) en Parcifal Werkman (overig)

Gezien: 6-7-8 april 2018, Rewire Festival, Den Haag

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Coup De Grace
album
Miles Kane

Coup De Grace

Miles Kane zou een uitstekend romanpersonage zijn. Hij gaat door het leven als ‘die andere van The Last Shadow Puppets’ ...
Dave Grohl lanceert PLAY, een tweedelige mini-documentaire
nieuws
Foo Fighters

Dave Grohl lanceert PLAY, een tweedelige mini-documentaire

Foo Fighters-frontman Dave Grohl heeft PLAY online gezet. PLAY is een tweedelige mini-documentaire waarin Grohl in 23 minuten een nummer ...

Recensie: Rewire 2018: van Upside Down tot Grote Kerk (concert) | OOR