concert

Slash: RobotSlash is de meester van het cliché

In dezelfde week dat het gonst rond een nieuwe Guns N’ Roses, staat Slash op eigen kracht in een uitverkochte AFAS Live. Na de tour van de gitarist zal het moederschip naar verluidt de studio ingaan om, eindelijk, nieuw materiaal uit te brengen, in een bezetting die niet enkel bestaat uit een veredeld Axl Rose-projectje. Maar voor Slash gaat de Living The Dream tour met vriend Myles Kennedy en band The Conspirators dus nog even voor.

Slash is misschien wel de meest herkenbare figuur in de rock & roll. Waarschijnlijk werd de gitaarvirtuoos geboren met een hoge hoed en zonnebril op, enkel de sigaret die jarenlang in de mondhoek hing is verdwenen. Ook de albums die Slash de afgelopen negen jaar uitbracht zijn bijna allemaal volgens hetzelfde recept geschreven. Men neme een gitaarlick, voeg daar een no-nonsense hardrockbeat aan toe en laat Myles Kennedy de hogere registers van de menselijke stem opentrekken. Enkel het solodebuut uit 2010 was iets minder formularisch, dankzij de bonte stoet aan gastzangers dat op kwam draven voor die plaat.

En Slash houdt z’n iconische uitstraling graag in stand, tot op het cliché af. Als het intro van The Call Of The Wild (tevens openingsnummer van het vorig jaar verschenen Living The Dream) wordt ingezet gooit Slash er al een duckwalk uit. De rest van de band neemt de meest krachtige powerstand aan die ze kunnen bedenken. Kennedy staat ondertussen op een podiumverhoging te krijsen. Wat ook opvalt is dat het geluid te wensen overlaat, want bij vlagen lijken de vocalen van de zanger weg te vallen en is de algehele mix niet in balans. Het publiek vind het echter geweldig, niemand lijkt zich wat aan te trekken van het feit dat er nauwelijks spontaniteit zit in de show. Ieder momentje van publieksparticipatie wordt met open armen ontvangen, iedereen wil naar de pijpen dansen van de gitaarlegende en het ene meeklapmoment volgt het andere op.

De spaarzame momentjes waarin van het draaiboek wordt afgeweken, komen op het conto van Kennedy, die als hij het publiek toespreekt oprecht overkomt. Slash lijkt een soort van robot die precies weet wat het publiek wil zien, geen nummer gaat voorbij zonder indrukwekkende gitaarsolo, met als hoogtepunt de, ruim tien minuten durende, slijtageslag aan het eind van Wicked Stone. Uiteraard is het razend knap wat de gitarist laat zien, maar het is makkelijk scoren. Er wordt inhoudelijk ook nauwelijks afgeweken van de setlist van bijvoorbeeld de show in Brussel, de dag ervoor. Hierdoor weet je als toeschouwer precies wat je kan verwachten.

Opvallend is ook hoe het werk van het eerste album het beste materiaal lijkt te zijn. Kennedy doet op Ghost de vocalen van Ian Astbury eer aan en het iets rustigere Starlight is een welkome afwisseling in het hardrockgeweld van de avond. Ook de momenten waarop bassist Todd Kerns de nummers We’re All Gonna Die en Doctor Alibi, respectievelijk gezongen door Iggy Pop en Lemmy, zingt zijn vermakelijk – met name door het haast karikaturale karakter dat beide originele zangers de song meegaven en de goede imitatie ervan door Kerns.

Enkele nieuwere songs doorstaan de lakmoesproef wel, zo zijn The Great Pretender en Boulevard Of Broken Hearts sterke nummers die zomaar mee hadden gekund op een plaat van de band waar we Slash natuurlijk oorspronkelijk van kennen. Van Guns N’ Roses horen we overigens slechts één song, tegen het einde van de set wordt Nightrain ingezet. De kijker wordt bijna overmand door nostalgie naar de tijd dat Slash nog nummers speelde die Izzy Stradlin en Axl geschreven hadden en waar hij zo creatief mocht zijn als hij wilde, mits hij binnen de lijntjes bleef kleuren. Want nu de gitarist carte blanche heeft, mondt dit meer dan eens uit in een vermoeiend cliché.

Slash geeft zijn fans wel waar voor hun geld, want na bijna twee uur wordt het laatste nummer aangekondigd. Tijdens de obligatoire voorstelronde van de band in de bridge gebeurt er iets opmerkelijks; Slash spreekt het publiek toe. Het eerste moment dat de man met de hoge hoed aantoont geen robot te zijn maar een mens van vlees en bloed. Daarna volgt er nog een toegift bestaande uit Avalon en publiekslieveling Anastasia en is het afgelopen. De band schotelt ons ruim twee uur gitaargeweld voor en speelt retestrak, maar elke noot, elke beweging en elk moment van publieksparticipatie is vooraf uitgedacht. De gemiddelde bezoeker vindt dat geen enkel probleem, maar wij kregen ietwat heimwee naar de tijd dat de gitarist nog gewoon ruzie had met Axl, wat een plaat als Use Your Illusion tot gevolg had. 

Fotografie: Luuk Denekamp

Gezien: 24 februari 2019, AFAS Live, Amsterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

De dEUS-motor ronkt als een Formule 1-wagen van Mercedes
concert
dEUS

De dEUS-motor ronkt als een Formule 1-wagen van Mercedes

Het twintigjarig jubileum van The Ideal Crash viert dEUS met een toertje door Europa. Integrale uitvoeringen van de plaat waarmee ...
I Am Easy To Find
album
The National

I Am Easy To Find

Er stonden er ongetwijfeld een paar te tongen tijdens hun laatste shows, maar het moge duidelijk zijn dat The National ...
Rammstein
album
Rammstein

Rammstein

Eindelijk, een nieuwe Rammstein. Het met een simpele lucifer getooide album is hun eerste sinds Liebe Ist Für Alle Da ...

Recensie: Slash: RobotSlash is de meester van het cliché (concert) | OOR