concert

U2: De Vrouw, De Boom, De Schaduw en De Droom

Bono voelt zich thuis in Amsterdam. Dat weten we zeker, want hij vertelde het ons zelf, afgelopen vrijdag, toen de band bij de Westergasfabriek arriveerde voor de geheime videoshoot van hun nieuwe single. Welkom thuis, riepen we hem schalks toe. En hij hield even in. ‘You know, it really feels that way…’, klonk het zowaar. Toen draaide hij zich nog eens om. ‘Alleen al vanwege the fucking weather!’ En vrolijk liep Bono verder, zijn toekomst tegemoet.

The fucking weather is er in de 24 uur sinds OOR’s kortste interview ooit niet beter op geworden, slagregens waar ze in Ierland trots op zouden zijn teisteren Amsterdam al de hele dag. Toch trotseren ruim vijftigduizend man de elementen, om voorbij de doorweekte, opeengepakte rijen voor de Johan Cruijff Arena in het andere uiterste te belanden: de woestijn. In 1987 verscheen The Joshua Tree, album nummer vijf voor het toen nog piepjonge U2 en de definitieve doorbraak naar het grote publiek. Bono, Edge, Adam en Larry hadden in de voorbije jaren hun fascinatie voor de mythe van Amerika keihard zien botsen met de dagelijkse realiteit van hun beloofde land en zetten hun confrontatie met deze twee gezichten om in een robuuste, grillige plaat, oogverblindend licht en aardedonker tegelijk. Te midden van de eindeloze leegte, allesverzengende hitte en levenloze droogte stond De Boom overeind als baken van hoop: zelfs in dit klimaat is leven mogelijk. En met een beetje fantasie kon je in het woestijndecor en z’n dappere, standvastige bewoner ook de spirituele zoektocht van de mens naar verlichting, geluk en betekenis ontwaren. De Boom, dat is het leven zelf.

Dat U2 z’n Joshua Tree na dertig jaar opnieuw doet herrijzen is niet zo verwonderlijk. Grote platen vieren grote verjaardagen, Springsteen toerde met The River, Waters met The Wall. En terwijl U2 z’n best doet om de langverwachte nieuwe langspeler Songs Of Experience op een zo passend mogelijke wijze in het huidige multimediale muzieklandschap te plaatsen, blijft dat iconische beeld uit dat andere landschap ook maar overeind staan. Toen Anton Corbijn dertig jaar geleden de hoesfoto van The Joshua Tree schoot, vond de wereld dat ze er slecht aan toe was. Hollywood-president Reagan in het Witte Huis, de onvermurwbare Thatcher die de werkende Brit het leven zuur maakte, honger in Afrika, de verspreiding van AIDS, een muur in Berlijn, een groot man in een cel op Robbeneiland… Maar er was hoop. En uitzicht. De kersverse wereldster en ambitieuze activist die de 27-jarige Bono in ’87 was, zag de wereld elke dag een stukje beter worden.

En U2 een stapje groter, zij het in zevenmijlslaarzen. De eerste plaathelft knalde er in met drie wereldhits op rij (Where The Streets Have No Name, I Still Haven’t Found What I’m Looking For, With Or Without You), de grote sporthallen werden in no-time verruild voor de stadions en zes-en-een-half jaar na debuut Boy stonden de jongens als Rock’s Hottest Ticket op de cover van Time Magazine: U2 had Amerika veroverd en was ineens onderdeel van hun eigen fascinatie geworden. En de grootste rockband ter wereld bovendien – een stempel dat ze sindsdien nooit meer zijn kwijtgeraakt wat impact, geldingsdrang en kaartverkoop betreft. Ook deze twee avonden in Amsterdam raakten makkelijk uitverkocht, het publiek dat U2 in 1987 met The Joshua Tree bereikte is er namelijk nog steeds. Maar van pure nostalgie is tijdens deze tweede Joshua Tree Tour, ondanks alle overduidelijke vingerwijzingen en mooie ronde getallen, nauwelijks sprake. U2 grijpt namelijk niet terug op The Joshua Tree; de plaat dient zich simpelweg opnieuw aan in de wereld van 2017.

Dat blijkt maar weer als we de Arena binnenwandelen. Zou het immense, goud-oranje gekleurde videoscherm hier ook hebben gestaan als de presidentsverkiezingen van vorig jaar anders waren afgelopen? Dat valt te betwijfelen. Er zit weer een showbizzfiguur in het Witte Huis, Engeland wordt ondertussen van Europa afgedreven met een stugge dame aan het roer, het gevaar van verre brandhaarden reikt tot in de plaatselijke concertzaal, door virussen besmette computers dreigen de halve wereld plat te leggen en aan een nieuw IJzeren Gordijn wordt, door alle partijen, druk genaaid. In Rolling Stone legde Bono uit wat de doorslag gaf om De Boom toch weer van stal te halen: anders dan in ’87 lijkt de hoop te zijn verdwenen, de droom te zijn vervlogen. The Joshua Tree voorafschaduwde eind jaren tachtig grote gebeurtenissen: De Muur viel, Mandela kwam vrij, AIDS en honger werden misschien niet verdreven maar zeker bestreden en de geboorte van het digitale tijdperk beloofde een open wereld, innig verstrengeld, vanzelfsprekend gelijkwaardig. Even leek het erop dat de mensheid zichzelf had gered. Anno 2017 zijn we dat allemaal weer vergeten. De Boom lijkt uit het landschap te zijn verdwenen, wat rest is uitzichtloosheid in een onherbergzame Umwelt. Dus, dacht Bono, laten wij onze Joshua Tree in ieder geval weer eens opzetten. Baat het niet, dan schaadt het niet. 

En daar staat ie dan, aan de linkerkant van het enorme gevaarte in de verte. Het overbekende silhouet steekt een eind boven de rand van het scherm uit, recht daarvoor ligt het b-podium, als een schaduw van De Boom zelf. En daar, in die schaduw, trapt U2 even voor negenen doodleuk af alsof het 1987 is: vier klassiekers uit hun formative years komen in chronologische volgorde voorbij. Opener Sunday Bloody Sunday levert de bandleden één voor één af op de takken van De Boom, slechts gesteund door wat spots en een knoerthard geluid. Een paar stipjes in de verte, zo zag je U2 in de jaren tachtig. New Years Day volgt en de massale vreugdedans op vloer en tribunes woedt voort; het lijkt alsof U2 vandaag met de uitsmijter begint, zeker als Bono meteen voorprogramma Noel Gallagher bedankt en na het tweede nummer ook al enkele aanwezige familieleden namecheckt. Bad volgt (met een stukje Heroes), waarin de kreet ‘wide awake’ in de context van de avond blijft hangen. ‘I’m not sleeping.’ Er wordt niet gedroomd. Daarna Pride, dat juist in het teken staat van de droom. Martin Luther Kings I Have A Dream-speech rolt aan het eind zelfs over het scherm, dat zich voor het eerst deze avond doet gelden. En dan wordt alles rood, blood red. De Boom tekent zich af, evenals de vier poppetjes die zich op de mainstage naast de stam posteren. Buckle up, we gaan de woestijn in.

De volgorde is bekend, de songs zelf staan bij alle aanwezigen diep in het collectief geheugen gegrift. De confrontatie met The Joshua Tree in z’n geheel is er echter niet minder om – en dat komt grotendeels op het conto van de visuele begeleiding. Anton Corbijn maakte speciaal voor deze tour een beeldverhaal dat de kijker aan het denken zet. Bij Streets rijden we over een verlaten weg, Still Haven’t Found toont een verbrand bos, With Or Without You schakelt ineens in kleur naar Zabriskie Point in Death Valley, waar de wolken een Koyaanisqatsi-achtig schaduwspel spelen met het land. Subtiel en ruimtelijk gefilmd lijken het wel dream landscapes – zoals Bono ze zelf in A Sort Of Homecoming bezingt (op avond twee hopelijk ook in de Arena).

Maar de droom krijgt al snel nachtmerrie-achtige trekjes. ‘Here comes trouble’, schreeuwt Bono veelbetekenend als Larry Mullen de loodzware drum van Bullet The Blue Sky inzet. Twee jaar geleden in de Ziggo Dome nog het punt waar Innocence en Experience bij elkaar kwamen, nu vrij trouw aan de plaatversie, inclusief het gesproken gedeelte aan het eind. Op het scherm zien we een vervallen hut met verweerde Amerikaanse vlag, waarvoor een groep mensen één voor één een legerhelm opzet. De gezichten, vol ernst, spreken meer van ervaring dan van onschuld. Kun je nog dromen met een helm op? Alleen de jongste van het stel zet ‘m aan het eind van Bullet ook weer af. Aan hem de toekomst. En verrek, ook U2 maakt hun debuut op het scherm. We hebben nog geen oude beelden van de boys gezien (en die zullen de rest van de avond ook uitblijven), pas na een uur doen ze zelf hun intrede in de visuals. Running To Stand Still is zelfs Corbijn-loos, in het voor deze tour nooit live gespeelde Red Hill Mining Town blaast een orkest van het Leger Des Heils band en publiek tegemoet. En de Arena kijkt (en luistert) ademloos naar het kraakheldere schouwspel. 

We zijn dan inmiddels diep in de nachtelijke woestijn aanbeland, letterlijk en figuurlijk. Terwijl we bij In God’s Country De Boom weer in giftige kleuren zien afsteken tegen een inktzwarte hemel, bevindt de setlist zich ook in fan territory. Trip Through Your Wires, One Tree Hill, Exit, Mothers Of The Disappeared – grote goudklompen voor de vele kenners, want zelden live gespeeld door U2. En de tweede plaathelft legt het werkelijke zwaartepunt van The Joshua Tree op tafel. Trip… is nog hoopvol: een dame in cowboykleding (gespeeld door de echtgenote van Edge!) schildert een verse, kleurrijke stars and stripes op het houten hutje van drie nummers geleden. De vrouw heeft de oplossing en brengt kleur in het bestaan. Dan slaat de nacht weer toe: One Tree Hill, geschreven voor U2-roadie Greg Carroll die in de aanloop naar de plaat overleed door een motorongeluk, wordt door Bono opgedragen aan prins Friso. De song klinkt gloedvol als op plaat, een rode maan steekt af tegen het donker, de dood zweeft in het rond, De Boom werpt z’n schaduw.

In Exit klimt Bono zowaar in de huid van een personage. The Shadow Man, met grote zwarte hoed, vervult de rol van de moorddadige psychopaat uit het nummer. De enige directe referentie naar het huidige bewind in de VS gaat er direct aan vooraf: een filmpje uit de 50’s tv-show Trackdown, waarin een onheilsprofeet de inwoners van een woestijnstadje belooft hen te zullen beschermen door een muur te bouwen. De man heet, stomtoevallig, Trump. Boosaardig kijkt hij nog even de zaal in, waarna The Shadow Man het stokje overneemt. Het lijkt of alle geesten uit Bono’s podiumverleden in deze figuur samenkomen: de hoed van Lovetown, het zwart van The Fly – hij dwarrelt zelfs net als in ’92 over de catwalk, richting de camerakraan – en de spirit van MacPhisto: volgens de thematiek van Exit schuilt er een duivel in iedereen. Met een haast manisch opgediend stukje Eeny, Meeny, Minie, Moe haalt de menselijke gedaante van de duivel uiteindelijk de trekker over, en raakt kennelijk alleen zichzelf. Want na Exit is The Shadow Man in z’n eigen schaduw opgegaan en komt Bono terug, zonder bril, met de opmaat voor de échte boodschap van de avond.

Mothers Of The Disappeared is een heel ander beestje dan One Tree Hill en Exit, maar minstens even zwaar en donker. Moeders die treuren om hun verloren kinderen zijn een universeel verschijnsel, hun verdriet verbindt het El Salvador van toen en het Syrië van nu dwars door tijd en ruimte. Op het beeld verschijnt een rij vrouwen, kaars in de hand en terwijl U2 vanaf het podium de plaat zachtjes toedekt, blazen de moeders één voor één hun kaarsjes uit. In plaats van een wake ontpopt Mothers Of The Disappeared zich echter als een awakening: terwijl de mannen druk bezig zijn de wereld in brand te zetten, zijn het de vrouwen die de boel blussen. U2 legt de oplossing ondubbelzinnig in de moederschoot – en dat een hele toegift lang.

Eerste encore Miss Syria (origineel Miss Sarajevo, officieel hernoemd, aldus een speciaal doorgestuurde notitie vanuit U2’s management), draait helemaal om het Syrische meisje Omaima, dat ons vanuit het vluchtelingenkamp Zaatari toespreekt: ze heeft een droom, ze wil advocaat worden. Net als twee jaar geleden glijden de verwoeste straten van Syrische steden voorbij, met spelende kinderen tussen de puinhopen en in de eindeloze kampementen: als wildbloempjes in de woestijn dartelen ze uit de stenen omhoog, slechts bezig met de blauwe lucht en de dag van morgen. De jeugd droomt in ieder geval. En de rest? ‘De vrouwen van de wereld moeten de geschiedenis herschrijven!’, concludeert Bono, voordat we in Ultraviolet de beeltenissen ontwaren van de vrouwen die Nederland hebben veranderd: Anne Frank. Majoor Bosshardt. Aletta Jacobs. Prinses Mabel. It has happened before, it will happen again.

En zo kent The Joshua Tree, dertig jaar na release, toch nog een open einde in plaats van de prachtige, heldere, doch in mineur dovende bonfire die het al die decennia toch geweest is. De vooraf zo gevreesde nostalgie speelt slechts een bijrol; het is een middel, niet een doel. U2 wil de mensheid weer laten dromen en wijst wat dat betreft in de juiste richting: dromen en vrouwen zijn namelijk een mooie combinatie. Ja, er is hoop. Ja, er is uitzicht. De Boom staat nog steeds, ergens diep in die woestijn. Je moet alleen weten waar je moet kijken. En als Amsterdam in de toekomst niet té genderneutraal wordt, komt het nog helemaal goed ook…

Fotografie: Paul Barendregt

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Regeerperiode Slayer ten einde
concert
Slayer

Regeerperiode Slayer ten einde

Met de woorden ‘The end is near’ kondigde Slayer op 22 januari zijn naderende afscheid aan. Na 37 jaar, 12 ...
Le Guess Who? 2018: Nachtbrakers en excentriekelingen
concert

Le Guess Who? 2018: Nachtbrakers en excentriekelingen

Le Guess Who?, het immer uitdijende festival met het alsmaar duizelingwekkender wordende blokkenschema. Een cultdingetje is het al lang niet ...
Anders (Different)
album
De Jeugd Van Tegenwoordig

Anders (Different)

Een creatief hoogtij-jaar voor De Jeugd van Tegenwoordig. Na Luek uit februari is er gewoon alweer een album. Anders (Different) ...

Recensie: U2: De Vrouw, De Boom, De Schaduw en De Droom (concert) | OOR