achtergrond

David Bowie's Lazarus in Nederland: de songs van de musical verklaard

Zes maanden lang – vanaf aankomende zondag (première) tot en met 5 april 2020 – is de musical Lazarus te zien in het Amsterdamse DeLaMar Theater. Vervolgens gaat de voorstelling naar Heerlen, Rotterdam en Groningen. De belangstelling is enorm; er zijn al meer dan 70.000 kaartjes verkocht. Het is de musical die David Bowie altijd had willen maken. Onder regie van Ivo van Hove, net als in New York, waar Lazarus in december 2015 in première ging. Bowie benaderde hem destijds persoonlijk voor het ontwikkelen van de voorstelling. Lazarus is geen standaard musical. Het verhaal is wellicht even ongrijpbaar als Bowie zelf was. De regie van Van Hove belooft natuurlijk visueel spektakel in overvloed, maar over één ding is iedereen – lees: alle critici en eerdere bezoekers in bijvoorbeeld Londen en New York – het hartgrondig eens: het zijn de songs die Lazarus maken. Een analyse van de setlist.

HELLO MARY LOU (GOODBYE HEART)

Geschreven door Ricky Nelson, oorspronkelijk uit 1961

Bij wijze van ouverture betuigt het Amerikaanse tieneridool Ricky Nelson uit de prille sixties hier zijn liefde aan ‘zijn’ Mary Lou. I’m so in love with you. Zij is het eeuwige tienermeisje, de muze, beschermengel en grote liefde van de androïde Thomas Jerome Newton. Maar misschien is ze ook wel een hersenschim. De musical Lazarus pakt de draad op waar de roman The Man Who Fell To Earth van Walter Tevis uit 1963 eindigt. Én de verfilming daarvan uit 1976, met David Bowie in de hoofdrol. Thomas Newton is naar de aarde gekomen om water te halen voor zijn door droogte geteisterde thuisplaneet. Op aarde wordt hij verliefd op het ‘mensenmeisje’ Mary Lou. Met zijn watermissie loopt het slecht af en Mary Lou loopt bij hem weg. Zo treffen we hem dertig jaar later aan in New York, een verslonsde zuiplap, die nooit over het verlies van Mary Lou heen heeft kunnen komen.

LAZARUS

Van Bowie’s zwanenzang Blackstar. Het nummer kwam uit als single op 17 december 2015. Blackstar op 8 januari 2016, twee dagen voor zijn overlijden

Je hoeft alleen maar te kijken naar de videoclip, uitgekomen op 7 januari 2016, om de hartverscheurende dramatiek achter dit nummer meteen heel diep te voelen. Dat komt door het geheim dat de man die daar op dat bed ligt met zich meedraagt. Met een linnen verband om zijn hoofd en twee knoopjes ter hoogte van zijn ogen zingt hij: ‘Look up here, I’m in heaven /  I’ve got scars that can’t be seen’. In november 2015 – de opnames van de clip zijn dan in volle gang – hoort hij dat de dokters niets meer voor hem kunnen doen. Ze staken de behandeling van zijn leverkanker. Het geheim is dat zijn leven er bijna op zit. Doordrongen van die wetenschap zingt hij Lazarus met een bijzonder complexe intensiteit. De crew weet het niet, regisseur Johan Renck evenmin. Alleen Bowie zelf. ‘I’ve got drama, can’t be stolen.’ De video sluit helemaal aan bij wat Enda Walsh – co-schrijver van de musical en een van de insiders die wél op de hoogte is dat Bowie zwaar ziek is – in gedachten heeft tijdens het werken aan het scenario: hoe moet het zijn als je David Bowie bent en doodgaat? Ben je dan echt dood? De thematiek is natuurlijk universeel. Walsh: ‘Stel je de laatste momenten van je leven voor. Het verdriet, het gevecht met jezelf, verder willen, rust willen. (…) Hoe ga je om met het feit dat je er over drie maanden niet meer zal zijn?’ Bowie’s persoonlijke antwoord op die vraag zit vervat in de tekst van Lazarus. ‘This way or no way / You know, I’ll be free / Just like that bluebird / Now ain’t that just like me.’ Bowie de ongrijpbare. Opvallend genoeg noemt hij de naam Lazarus niet in het liedje. In de Bijbel is twee keer sprake van een figuur die Lazarus heet. Een keer is hij een straatarme man die in de hemel rijkelijk wordt beloond (versus een rijke man die in de hel terechtkomt), de andere keer is hij een gestorven vriend van Jezus die door hem weer tot leven wordt gewekt en opstaat uit het graf. Om echt dood te gaan, moet deze Lazarus minimaal twee keer sterven. Als inspiratiebron voor deze musical diende nog een andere Lazarus, namelijk de onbekende Amerikaanse dichteres Emma Lazarus. Op haar is het vrouwelijke personage Elly gebaseerd (in de Nederlandse voorstelling gespeeld door Noortje Herlaar), de assistente van hoofdpersoon Thomas Newton. In de musical introduceert de acteur die Newton speelt, Dragan Bakema, zichzelf met het liedje Lazarus. Bowie heeft het zélf nooit officieel live gezongen. Wel informeel voor de crew en acteurs in New York. Pitchfork plaatste Lazarus op nummer vijf van de lijst van beste honderd nummers van 2016. Cruciaal is de rol van saxofonist Donny McCaslin, solerend alsof hem is opgedragen een kolkend, allesverzwelgend zwart gat te verbeelden. Bowie zelf laat zijn gitaaraanslagen klinken als chirurgische messen waarmee hij het heelal in stukken wil snijden. Hij bespeelt een Fender Stratocaster die Marc Bolan hem in 1977, een paar weken voor diens dood, heeft gegeven. ‘Look up here, man, I’m in danger / I’ve got nothing left to lose / I’m so high it makes my brain whirl.’

IT’S NO GAME (NO. 1)

Van het album Scary Monsters (And Super Creeps) (1980)

Verdwaasd ontwaken voor een flikkerende tv. Beelden van dictators, presidenten, protesten, vluchtelingen, reclame. Dit is dus geen spelletje, maar de werkelijkheid die ‘extraterrestrial’ Thomas Newton omringt. ‘De man die op aarde is gevallen’, de buitenstaander, Bowie’s alter ego. De realiteit is onbegrijpelijk, geestdodend en onthutsend. It’s No Game is een protestsong op z’n Bowies. Mogelijk beïnvloed door John Lennon, met wie hij dan veel optrekt en die aan het eind van datzelfde jaar door een gek wordt doodgeschoten. Een visionair nummer ook of, zo je wil, tijdloos qua thematiek. Alsof Trump, Poetin, Bolsonaro en #MeToo er in 1980 ook al waren. Als aanklacht tegen het seksisme brengt Bowie een martiale Japanse vrouwenstem in stelling, die van Michi Hirota. Je kunt haar kennen als het rechter geisha-meisje op de beroemde hoes van het album Kimono My House van Sparks uit 1974. Bowie: ‘Het geisha-type is lief, zedig en leeghoofdig, precies het tegenovergestelde van hoe vrouwen echt zijn.’ Daarom vraagt hij Michi Hirota zich te laten horen als een krachtige, strijdbare Samurai.

THIS IS NOT AMERICA

Van de soundtrack van The Falcon And The Snowman (1985)

Basis hiervoor is een instrumentaaltje, dat oorspronkelijk Chris heet. Pat Metheny en Lyle Mays, gitarist en toetsenist van fusionjazzkwartet Pat Metheny Group, schrijven het voor John Schlesingers film The Falcon And The Snowman. Naar verluidt koppelt platenmaatschappij EMI hen aan Bowie. Metheny noemt diens gezongen tekst ‘diepgravend, betekenisvol en absoluut volmaakt voor de film’. Bowie, wiens eerste instrument de saxofoon is, wendt zich voor zijn zwanenzang Blackstar eveneens tot jazzmuzikanten. Wanneer de hoofdpersoon van de film, een spion en drugsdealer van rijke Californische komaf, in Mexico door de politie in elkaar wordt geslagen, protesteert hij dat hij een Amerikaans staatsburger is. Waarop hij te horen krijgt: ‘This is not America’. This Is Not America gaat over verloren onschuld, tekortschietend idealisme en het failliet van de American Dream. Het liedje sluit aan bij de steriele desillusie en stuurloosheid van de jaren tachtig, de materialistische Reagan-jaren. In Noordwest-Europa wordt This Is Not America een grote hit (nummer 1 zelfs in Nederland), de rest van de wereld is de song, die zich goed leent voor een musicalvertolking, eigenlijk alweer vergeten, totdat P. Diddy het in 2001 (het George W. Bush-tijdperk) samplet – met nieuwe zang van Bowie – voor het nummer American Dream van de soundtrack van Training Day.

THE MAN WHO SOLD THE WORLD

Van het album The Man Who Sold The World (1970)

Voer voor psychologen. Een cryptische tekst vol gestolen of geparafraseerde citaten. Over een ontmoeting – ze passeren elkaar op de trap – tussen de ik-figuur en zijn gewetenloze dubbelganger. Vleugjes science fiction van Robert Heinlein, horror/fantasy van J.P. Lovecraft en Tweede Wereldoorlog-poëzie van William Hughes Mearns. Gaat het hier over de vervreemding van een gespleten persoonlijkheid? Bowie kiest als tekstschrijver vaak het perspectief van de zichzelf in twijfel trekkende buitenstaander. Hij zet de puntjes, leg de verbinding zelf maar. Met deze methodiek geeft hij zijn zinnen een enorme zeggingskracht mee, maar ook een hoge vervreemdingsgraad. Luisteraar én zanger, we zijn immers allemaal slechts pluisjes in het heelal, zo lijkt hij te willen zeggen. Jaren later omschrijft Bowie The Man Who Sold The World als een typisch jeugdige zoektocht naar een deel van zichzelf dat hij nog niet in kaart heeft gebracht. ‘Als jongere heb je immers een grote behoefte om te weten wie je werkelijk bent.’ Bowie’s laconieke, lamgeslagen voordracht contrasteert danig met de gepijnigde, zelfverachtende zang van Kurt Cobain in de coverversie door Nirvana voor MTV Unplugged In New York (1994). Cobain maakt er een liedje van over de slopende werking van roem. Waarbij de celebrity zich niet meer in zijn eigen ik herkent (en vice versa). Door de impact van Cobains cover splitst het nummer zich eigenlijk af van de maker (Bowie). Die baalt, nu hij door vele jongeren wordt geprezen omdat hij (‘cool’!) een nummer van Nirvana covert en doet begin deze eeuw verschillende pogingen (o.a. een minimalistische elektronische) om het eigendomsrecht van een van zijn ultieme signature songs terug te claimen.

NO PLAN

Van de postume, vier songs tellende EP No Plan, uitgebracht op 8 januari 2017, een jaar na zijn dood, op de dag dat Bowie zeventig zou zijn geworden

In tekst een dwarrelende overpeinzing, over de doelloosheid, gesitueerd op Manhattan. ‘Here Second Avenue / Just out of view.’ In muziek een echte Broadway-showtune. Het nummer is dan ook speciaal voor de musical Lazarus geschreven en voor het eerst opgenomen met en door de cast voor de officiële soundtrack van de musical. De versie van de EP stamt van de sessies voor Blackstar en is dus een outtake. In de studio wordt aanvankelijk gewerkt op basis van een demo van Bowie-met-gitaar, later wordt uitgegaan van een demo met arrangeur Henry Hey op piano en een theatrale, voor musical geschoolde vrouwenstem. Zo herinnert saxofonist Donny McCaslin het zich, de leider van het jazzensemble waarmee Bowie de Blackstar-sessies uitvoert.

LOVE IS LOST

Van het album The Next Day (2013)

Vertaal dat maar gerust als Liefde Is Een Last. Aldus oordeelt de oude man terwijl hij zich richt tegen zijn jongere zelf. ‘It’s the darkest hour, you’re twenty-two / The voice of youth, the hour of dread / The darkest hour and your voice is new / Love is lost, lost is love.’ Deze woorden hebben een autobiografische achtergrond, want op zijn 22ste wordt Bowie aan de kant gezet door de danseres Hermione Farthingale, die hij als de liefde van zijn leven beschouwt. Zijn eigen Mary Lou, ‘the girl with the mousy hair’ uit zijn hit Life On Mars? uit 1971. Eerder schreef hij al het nummer Letter To Hermione, te vinden op zijn tweede album David Bowie uit 1969. Hoe traumatisch hun breuk voor hem ook is, vanaf dat moment begint zijn artistieke carrière een vlucht te nemen. In 1976 vertelt hij aan interviewer Cameron Crowe: ‘Ik ben misschien één keer verliefd geweest en dat was een verschrikkelijke ervaring. Het verteerde me en zoog me leeg. Een afschuwelijke ziekte, dat was het.’ Love Is Lost kan echter ook verwijzen naar het leven van Bowie’s vrouw, het Somalische fotomodel Iman Abdulmajid, met wie hij in 1992 trouwt en tot zijn dood samen is. Hun dochter Lexi (Alexandria Zahra) Jones, tiener ten tijde van Bowie’s sterven, is inmiddels 19 jaar oud. Op háár 22ste trouwde Iman met de Amerikaanse basketballer Spencer Haywood, met wie ze trouwens ook een dochter heeft. ‘Your country’s new / Your friends are new / Your house and even your eyes are new / Your maid is new and your accent too.’ Maar je angsten zijn hetzelfde, alle symptomen en ellende die horen bij de plaag die liefde heet, blijven altijd en overal hetzelfde. Liefde is een doolhof zonder uitgang. De finale hartenkreet van het liedje (‘Oh, what have you done?’) suggereert ook een oordeel van de ‘oudere ik’ over zijn eigen onvermogen om duurzaam lief te hebben. Of juist omgekeerd: hoe hij deze ‘plaag’ toch zijn leven heeft laten bestieren. James Murphy van LCD Soundsystem maakt een remix, speciaal voor de promotie van bonus-cd The Next Day Extra. Deze zogenaamde Hello Steve Reich Mix For The DFA bevat samples van Steve Reich (Clapping Music uit 1972) en Bowie zelf (Roy Bittans keyboardlijntje uit Ashes To Ashes uit 1980).

CHANGES

Van het album Hunky Dory (1972)

Hét manifest van de kameleon. Hij die zich voorneemt tot zijn laatste adem van kleur te verschieten en steeds andere gedaanten aan te nemen. Die belooft zichzelf steeds opnieuw uit te vinden. Voor wie er maar één keuze is: constante artistieke vernieuwing. Met een al net zo eeuwige drijfveer: ‘Strange fascination, fascinating me’. Ook wel: ‘Turn and face the strange’. Hij begrijpt de tijdgeest zoals Dylan dat een generatie eerder deed (The Times They Are A-Changin’). Hij begrijpt de essentiële dynamiek van het jong zijn. En het belang daarvan voor de maatschappij en de cultuur. Niet voor niets roept het gestotter in het refrein (‘Ch-ch-ch-ch-changes’) het ultieme jongeren-anthem van The Who in herinnering (‘I’m just talkin’ ‘bout my g-g-g-generation’). Zij, jongeren, zijn de verandering! Ouwe lullen, dimmen! ‘And these children that you spit on / As they try to change their worlds / Are immune to your consultations / They’re quite aware of what they’re goin’ through.’Aan hen verbindt de kameleon zijn artistieke lot. Changes wordt hét tieneranthem van de vroege jaren zeventig, zeker in Engeland. Onbedoeld roept Bowie met dit nummer ook een grote tragiek af over zijn latere zelf. Ondanks zijn verwoede pogingen om op het dwangmatige af te ‘veranderen’, wacht ook hem het moment waarop hij de vernieuwingsdrang van de jeugd niet meer kan bijbenen. Dat is het onafwendbare lot van de ouder wordende popster, als die niet, zoals The Who hoopte, het loodje legt ‘before I get old’. In 2002, sprekend over Changes, ziet hij de bui al hangen. ‘In Changes was ik wat arrogant. Ik was het publiek een beetje aan het provoceren. Kijk mij eens, ik ben zo snel, jullie kunnen me nooit bijhouden. Dat is de parmantige arrogantie van de jeugd. Als je jong bent, denk je dat je overal mee wegkomt.’ Bowie is 25 als hij Changes uitbrengt. Een opwindende periode in zijn persoonlijke leven. Ook hij gaat dan ‘through changes’. Zijn vrouw Angie is zwanger van hun eerste kind Duncan. Het plezierige optimisme dat hij daarbij voelt, klinkt in het nummer door. Wie beweert dat de Hunky Dory-versie van Changes eigenlijk best oud en vertrouwd aandoet, heeft helemaal gelijk. In eerste aanzet was het ‘een wegwerpparodie op een nachtclubliedje’, aldus Bowie. Sfeerbepalend is de piano. Bespeeld door Rick Wakeman (van Yes) in de Trident Studio’s te Londen. De bewuste piano is een legendarische. Een honderd jaar oude Bechstein, ook gebruikt door The Beatles en Elton John.

WHERE ARE WE NOW?

Van het album The Next Day (2013)

Op dat moment heeft David Bowie tien jaar lang geen muziek uitgebracht. Zijn laatste release dateert van 2003 (Reality). Op 2 juni 2004 wordt hij getroffen door een hartaanval op het Duitse Hurricane Festival. Zijn leven speelt zich vervolgens af buiten de schijnwerpers. Zijn broze gezondheid verdrijft hem letterlijk en figuurlijk van het toneel. Maar dan, op 8 januari 2013, op zijn 66ste verjaardag, verschijnt op iTunes plots ‘zomaar’ Where Are We Now? De eerste single van zijn 24ste album The Next Day. Een zogenaamde surprise release. Door vers materiaal op deze nieuwe, hippe manier uit te brengen, sluit de gelouterde veteraan weer moeiteloos aan bij het grote peloton. Radiohead flikt het kunstje van de verrassingslancering al in 2011 met The King Of Limbs, maar Beyoncé – die haar vijfde album later dat jaar onaangekondigd uitbrengt – geeft hij toch maar mooi het nakijken. Where Are We Now? wordt Bowie’s laatste grote successingle en Top 10-hit in Engeland. Dit maakt hem tot een artiest die in vijf verschillende decennia de Britse Top 10 haalt. Alleen in de jaren 2000-2010 lukt dat hem niet. In het liedje – en de video – is hij een oudere man die wandelt door het Berlijn waar hij ooit gewoond heeft. Aan het eind van de clip zien we hem in een T-shirt met het opschrift ‘m/s Song Of Norway’. Laat Song Of Norway nou net de titel zijn van een film uit 1970, waardoor destijds ‘indirect’ zijn hart brak. Immers: zijn grote jeugdliefde Hermione Farthingdale verliet hem, om in juist die film een rol te spelen. Waar zou zij nu zijn? De eeuwige vernieuwer komt onverwacht nostalgisch uit de hoek. Ook omdat hij met dit melancholieke liedje nadrukkelijk aansluiting zoekt bij zijn Berlijnse trilogie uit de jaren zeventig (Low, Heroes en Lodger). Zijn ex-vrouw Angie laat geen spaan heel van de ‘retro-introspectieve’ sfeer van Where Are We Now? ‘Het nummer heeft maar één boodschap: ik heb niet lang meer, laten we het daarom maar over vroeger hebben. David romantiseert hier een periode uit zijn carrière waar ik met walging op terugkijk. Van die drie jaar in Berlijn in de seventies herinner ik me vooral het vele rondhangen in nachtclubs, waar David deed alsof hij een figurant was in de film Cabaret, toekijkend hoe de nazi’s aan de macht kwamen.’ Bowie betreurt later dat hij zich in zijn Berlijnse periode nooit publiekelijk tegen het fascisme heeft uitgesproken: ‘Ik was knettergek. Ik functioneerde op dat moment voornamelijk op mythologie.’

ABSOLUTE BEGINNERS

Van de soundtrack van Absolute Beginners (1986)

Deze grote hit uit 1986 (gemaakt voor de gelijknamige, enigszins geflopte film van Julien Temple, een vriend van Bowie) betekent zijn einde als ster die een brug weet te slaan tussen vernieuwing en pop. Dit is allerminst een nummer waarmee hij de wereld versteld doet staan. Absolute Beginners is een pleaser, een monter en elegant popliedje, met dat lichte soul- en kitchen sink-gevoel waar Belle And Sebastian hun carrière op hebben gebaseerd. Beetje ABBA ook. Een niks-aan-de-hand-deuntje, waar ook tekstueel niets van Bowie’s vroegere ‘Strange fascination, fascinating me’ aan ten grondslag ligt. Integendeel, Absolute Beginners is een vrolijk pleidooi voor de burgerlijke, degelijke, evenwichtige liefde. Geen plaag, geen ziekte, geen aberraties. Hier gaat het om volwassen mensen (geen onervaren tieners), die absoluut zeker van hun zaak zijn als ze besluiten samen het liefdespad te gaan bewandelen. ‘I’m absolutely sane’, zingt Bowie, ‘as long as we’re together.’ Dat hij voor de achtergrondzang expliciet laat zoeken naar een vrouwenstem die klinkt als een winkelmeisje spreekt boekdelen. De tijd dat de naam Bowie synoniem staat voor biseksueel, androgyne en decadent ligt voorgoed achter hem. Zijn shock value is verdampt. De Aladdin Sane (lees: insane lad) van begin jaren zeventig is midden jaren tachtig getransformeerd tot een alleszins acceptabele én geaccepteerde mainstream-artiest. Daar verandert de wetenschap dat Absolute Beginners in de studio werd geconcipieerd op een dieet van sigaretten, koffie en cocaïne helemaal niks aan.

DIRTY BOYS

Van het album The Next Day (2013)

Opdat het niet té braaf gaat lijken, wordt de schijnwerper juist gericht op de wilde periode van begin jaren zeventig, als het eerdergenoemde ‘synoniem’ hem voortrekker maakt van de zogenaamde glamperiode en hij als ’s werelds meest beroemde gender-bender man/vrouwmoedig liberaliserend én emanciperend werk doet voor eenieder die zich ‘anders’ voelt. Van onschatbare waarde is de invloed van díe David Bowie – en de glamrock ten algemene – op de westerse cultuur én maatschappij geweest. Producer Tony Visconti noemt Dirty Boys een ‘eufemisme en een song voor alle glamrocksterren die ooit hebben bestaan’. Bowie zelf gebruikt de associatiereeks ‘geweld, ondergronds, intimidatie’. Dirty Boys voert ons terug naar die grauwe, eenzame tijd (‘I will pull you out of there’) waarin homo-erotische opwinding (‘We all want men, we all want you’) alleen in het geniep kon worden gezocht en gevonden. Kom mee met Bowie (of zijn alter ego), hij koopt een hoed met veren en steelt een cricketbat, mee naar de befaamde kermis van Finchley. Als de zon ondergaat is er geen houden meer aan. ‘And you have no choice: we will run with dirty boys.’

KILLING A LITTLE TIME

Van de EP No Plan  (2017)

En dan nu: Thanatos. Opnieuw een outtake van Blackstar. De muzikanten waarmee hij aan die plaat werkte, wisten ‘niet per se’ dat Bowie ten dode was opgeschreven, zo verklaart toetsenist Jason Lindner van Donny McCaslins ensemble in november 2016, als OOR hem interviewt in de kleedkamer van het Bimhuis. ‘Dat hij gezondheidsklachten had, wisten wij wel. Maar niet hoe ernstig. De gedachte dat dit zijn laatste album zou gaan worden, speelde totaal niet.’ Lindner betwijfelt of Bowie een uitgedacht masterplan klaar had liggen, toen hij met McCaslins band aan Blackstar begon te werken. ‘Bij onze eerste ontmoeting zei hij: we zien wel wat het gaat worden, laten we gewoon plezier maken.’ Desondanks staat Killing A Little Time onder de bandleden van meet af aan te boek als ‘this angry pissed-off song’, aldus saxofonist en bandleider McCaslin. Het is ook het enige nummer waarbij Bowie vooraf een muzikale ‘regieaanwijzing’ uitdeelt aan Dexter-acteur Michael C. Hall, die in New York de rol van Thomas Newton vertolkt. Hall: ‘De tekst is lomp, zei David, maar dat is ook de bedoeling. Breng ‘m alsof de wereld deze rottekst verdient, kots ‘m als het ware uit!’ Een tekst over woede op het sterfbed. ‘I lay in bed / The monster fed, the body bled.’ Hij weet het. Nog maar weinig tijd, tijd die hij moet doden, tot de ziekte hém komt doden. ‘I’m falling, man / I’m choking, man / I’m fading, man / Just killing a little time.’ De kanker (‘this furious reign’) woedt in hem. Nog maar ‘a handful of songs to sing / To sting your soul / To fuck you over.’

LIFE ON MARS?

Van het album Hunky Dory (1971)

‘Inspired by Frankie’, aldus de liner notes van Hunky Dory. Sinatra heeft My Way, Bowie Life On Mars? Beide nummers hebben praktisch dezelfde akkoorden en komen uit dezelfde bron: een Frans liedje van Claude François en Jacques Revaux uit 1967, Comme d’Habitude. In 1968 schrijft Bowie daar een Engelse tekst bij (Even A Fool Learns To Love), maar zijn versie wordt niet uitgebracht. Dan koopt de Amerikaanse zanger Paul Anka de rechten van het Franse origineel en maakt er My Way van. Dat ontpopt zich al gauw tot het lijflied van Ol’ Blue Eyes, maar van lieverlee ook tot het ultieme begrafenislied van de blanke westerse machoman. De hoofdpersoon van Life On Mars? is juist de antipode daarvan. Na een ruzie met haar ouders gaat ze naar een film, die eindigt met de zin: is er leven op Mars? Deze ‘girl with the mousy hair’ zou dus Hermione Farthingale zijn, Bowie’s grote jeugdliefde. Hij noemt het liedje ‘de reactie van een gevoelig jong meisje op de media’. Op tournee in 1990 kondigt hij het liedje aan met ‘als je verliefd wordt, dan schrijf je een liefdesliedje, dit is er een’. In 1997 licht hij het verder toe. ‘Volgens mij stelt de werkelijkheid haar teleur. Haar leven is saaie routine, maar er wordt haar verteld dat er ergens anders een veel grootser leven is, waar ze – tot haar bittere teleurstelling – geen toegang toe heeft.’ De tekst is surrealistisch. Bij het schrijven heeft Bowie gebruikgemaakt van de zogenaamde cut-up-techniek van de Amerikaanse junkiepoëet William S. Burroughs. Door bestaande zinnen en fragmenten uit hun context te ‘knippen’ en opnieuw te rangschikken, ontstaat een andere tekst met nieuwe verbanden. Bowie in 2008: ‘Deze song ging zo gemakkelijk. Zo gaat dat als je jong bent. (…) Een heldin die buiten de maatschappij staat. Middenklasse-extase. De werkruimte was een lege oude kamer met een chaise longue, een goedkoop art nouveau kamerscherm, een uitpuilende asbak en een vleugel. Meer niet. Ik begon het liedje uit te werken op de piano en had de hele tekst en melodie af aan het eind van de middag.’ Gezien de plek van dit liedje in de musical, volgend op de aankondiging van zijn aanstaande dood, maar ook gezien het feit dat het nummer in het teken staat van de nietigheid van de mens in het universum, mogen we Life On Mars? eigenlijk best zien als Bowie’s My Way.

ALL THE YOUNG DUDES

In de oorspronkelijke versie te vinden op het album All The Young Dudes (1972) van de Britse groep Mott The Hoople

Pas in 1974 verschijnt dit nummer voor het eerst in een uitvoering van Bowie zelf, op het album David Live. Zijn eigen studioversie dateert van december 1972 (gedurende de sessies voor Aladdin Sane), maar wordt pas 23 jaar later uitgebracht op het album RarestOneBowie (1995), in mono. Maar eigenlijk had hij All The Young Dudes bedoeld voor het conceptalbum The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars. Het zinnetje ‘All the young dudes carry the news’ past bij de verhaallijn, waar de alien Messiah annex biseksuele rockster Ziggy Stardust en zijn band The Spiders From Mars ‘the news’ komen brengen dat de mensheid nog slechts Five Years te leven heeft. Bowie benadrukt de verwantschap tussen Ziggy Stardust en Thomas Newton. De gin slurpende Newton uit de musical is in wezen een voortzetting van Ziggy Stardust. Bowie: ‘Iemand die hier is neergeplant, zich onze manier van denken eigen heeft moeten maken en zichzelf uiteindelijk te gronde richt.’ All The Young Dudes is dus bepaald geen hymne voor de jeugd, zoals velen denken. Eerder het tegenovergestelde, benadrukt Bowie. Inderdaad: al in het eerste couplet belooft young dude Billy zich op zijn 25ste van kant te maken. Bowie heeft All The Young Dudes in een gebaar van mededogen gedoneerd aan de Britse groep Mott The Hoople. Hij is fan van hen, maar zij staan op het punt om uit elkaar te gaan vanwege gebrek aan succes. Eerder heeft hij hen al Suffragette City aangereikt, maar dat gulle aanbod slaan ze af. Ze zeggen echter geen nee tegen All The Young Dudes. Stomverbaasd zijn ze wel, want ze voelen meteen dat ze goud in handen hebben. Waarom geeft Bowie ons in godsnaam zijn beste song? Omdat hij zichzelf in 1972 graag wil presenteren als succesvol songschrijver. Homoseksueel zijn de leden van Mott The Hoople allerminst, maar vanwege de Lucy die er in de tekst sweet uitziet omdat ze zich kleedt als een queen – en omdat een young dude nu eenmaal een jonge knul is – wordt dit afdankertje van Bowie al gauw een gay anthem van jewelste. Lou Reed destijds: ‘Natuurlijk is het een gay anthem. Het is een wervende oproep aan alle jonge knullen om de straat op te gaan en trots te laten zien hoe mooi en gay ze zijn.’ Daarmee is All The Young Dudes min of meer het spiegelbeeld van Dirty Boys. Wat bij Dirty Boys nog taboe is, clandestien, onderdrukt en ‘vies’, mag bij All The Young Dudes trots, triomfantelijk en extravagant worden gevierd. All The Young Dudes neemt ook afstand van de jaren zestig. De ik-figuur uit het liedje voelt zich heel anders dan zijn oudere broer ‘with his Beatles and his Stones’. Hij hoort bij een andere ‘wij’. ‘We never got it off in that revolution stuff, what a drag.’ Mede hierom is All The Young Dudes de geschiedenis ingegaan als hét anthem van de jonge glamrockers van de vroege jaren zeventig. Glam zijnde de (voornamelijk) Britse rockstroming, waarbij de muzikanten make-up en vrouwelijk aandoende kledij dragen, met Bowie als hun grote inspirator en initiator.

SOUND AND VISION

Van het album Low (1977)

De uitvoering op de Original Cast Recording van Lazarus, oftewel de soundtrack van de musical, duurt slechts veertig seconden. Man zit in een koude, steriele kamer, de muren blauw (‘blue, blue, electric blue’), gordijnen dicht. ‘Nothing to do, nothing to say.’ Zijn grootse zorg betreft sound and vision. Zal hij ooit nog in staat zijn om muziek te schrijven? Bowie’s ultieme afkicksong. Voor Low is hij teruggekomen naar Europa. Vanuit Los Angeles naar Berlijn. Om los te komen van de roem en de cocaïne en weer een normaal mens te worden, ergo het klemmende korset van The Thin White Duke van zich af te werpen, moet hij heel low gaan.

ALWAYS CRASHING IN THE SAME CAR

Van het album Low (1977)

Een stuwende midtempo rocksong uit dezelfde periode als Sound And Vision, een tijd waarin Bowie worstelt met zijn verslaving. Twee incidenten met door hem bestuurde auto’s vormen de inspiratie, hij heeft ze in de tekst losjes samengevoegd. Een daarvan vindt plaats in Los Angeles, waar hij zijn Mercedes zou hebben geboord in die van een drugsdealer die hem heeft belazerd. Het andere speelt in Berlijn, waar hij – opnieuw in een Mercedes – als een dolleman rondjes rijdt in de ondergrondse parkeergarage van zijn hotel en zich gemakkelijk te pletter had kunnen rijden. De ‘Jasmine’ uit het tweede couplet zou Iggy Pop zijn, zijn medepassagier in de auto. Always Crashing In The Same Car is een metafoor voor hoe Bowie op dat moment (Low) zijn carrière ziet: als een roekeloze dodemansrit, een uit de hand gelopen aaneenschakeling van elkaar veel te snel opvolgende Changes, die hem murw hebben geslagen. Er was nog een derde couplet, grappig bedoeld, waarin Bowie Bob Dylan imiteerde. Dylan ja, die van het beroemde motorongeluk in 1966, op het hoogtepunt van zíjn roem. Maar dat couplet laat Bowie – wijselijk – door producer Tony Visconti verwijderen.

VALENTINE’S DAY

Van The Next Day (2013)

Ogenschijnlijk betreft het hier een voor Bowie’s doen bijzonder felle politieke aanklacht tegen de mass shootings op Amerikaanse scholen (zoals Columbine). Sommigen zien er een aanval in op de National Rifle Association, de machtige lobbyorganisatie van de Amerikaanse wapenhandel, die zich inzet voor het recht van burgers om vuurwapens te mogen bezitten. Maar er is meer aan de hand. Twee van de neergeschoten slachtoffers worden met name genoemd (‘Benny and Judy down’). Producer Tony Visconti ziet hier een duidelijke verwijzing in naar het nummer Waterloo Sunset van The Kinks, waarin het liefdespaartje Terry en Julie het haast idyllische symbool vormen van de verburgerlijkte sixtiesdroom. ‘Millions of people swarming like flies ‘round Waterloo underground’, zingt Ray Davies. ‘Terry and Julie cross over the river where they feel safe and sound.’ Die droom, die veiligheid is weg. Aan diggelen geschoten door Valentine, het personage in de musical dat ‘de pyschopaat’ verbeeldt. Hij is schijnbaar doodnormaal, kleurloos, zonder zelfvertrouwen of vrienden, en geïsoleerd. Maar ook gedreven door agressie, geweld en wrok. Ook hij zoekt aandacht, ook hij wil gehoord worden, ook hij wil het verschil maken. ‘Valentine told me so, he’s got something to say.’ We kennen het type onderhand nog veel beter dan toen Bowie dit nummer schreef: de lone wolf, de Breivik, de terrorist van de onthoofdingsvideo. Door aan jezelf te werken en je te veranderen, kan ook jij – onbeduidend individu – een popster worden en het middelpunt zijn van ieders aandacht, dat was ooit Bowie’s overtuiging en boodschap. Daar is Valentine mee aan de haal gegaan. Valentine is een uitwas, die zijn plek heeft opgeëist in onze tijd. Om hem kunnen we niet heen. Hij is de geperverteerde versie van de droom die Bowie het individu in de jaren zestig en zeventig voorspiegelde.

WHEN I MET YOU

Van de EP No Plan (2016)

Speciaal geschreven voor de musical, waar het een duet is, in dienst van de (ingewikkelde) plot. Zonder veel weg te geven: een duet tussen Newton en het tienermeisje tot wie hij zich gedurende het hele stuk heeft gericht. In zijn versie op de postuum uitgebrachte EP voegt Bowie beide rollen samen tot een zangpartij. Zij opende zijn ogen, zijn mond, zijn hart – voor hij haar ontmoette, kon hij niet spreken, leefde hij niet. Een andere (kritische) stem in zijn hoofd biedt hem weerwoord: nu je voelt, kom je om van de pijn, ze heeft je verscheurd, littekens en vlekken krijg je sowieso, je kon niet bestaan, je was bang. Maar nu, zo luidt de synthese van die twee stemmen in zijn hoofd, in het aangezicht van de dood, doet het er allemaal niet meer toe. ‘Now it’s all the same.’ De zon is verdwenen. Als Newton Lazarus is, dan is zij (Mary Lou? Hermione? Iman? Wellicht zijn tienerdochter Lexi? Of een combinatie van al deze vrouwenfiguren?) de muze die hem tot leven heeft gewekt. Hem heeft bevrijd van zijn gekte, van zijn dwalingen. ‘When I met you I was too insane.’ Zij bracht hem – best ontroerend en veelbetekenend dat Bowie daarover begint in een van zijn laatste opnames – een nieuwe waarheid, zij bracht hem bij God. ‘I was off my head / I was filled with truth / It was not God’s truth / Before I met you.’

HEROES

Van het albums Heroes (1977)

Door het raam van de controlekamer van de Hansa Studio in Berlijn ziet David Bowie zijn producer Tony Visconti tongzoenen met de Duitse achtergrondzangeres Antonia Maass. De Muur dient als decor, symbool van de Koude Oorlog, die de door achtereenvolgens nazidom en communisme gegeselde stad in tweeën klieft. Terwijl Visconti toch echt getrouwd is met Mary Hopkin, een andere (achtergrond)zangeres. Ziehier in een oogopslag de inspiratie voor Heroes. Een nummer dat Bowie dus niet wilde als eindstation van Lazarus. Zijn beroemdste song, zeker in Europa (in de VS deed ie veel minder), maar naar zijn smaak toch te zeer een anthem. Te gloedvol. Liever had hij een afsluiter waarbij de toeschouwer zich de polsen wil doorsnijden, aldus producer Robert Fox. Regisseur Ivo Van Hove en schrijver Enda Walsh hebben Bowie ervan moeten overtuigen dat een gestripte, sobere pianoversie van Heroes wel degelijk als finale van de voorstelling kan fungeren. Natuurlijk kent Heroes veel meer inspiratiebronnen. I’m Waiting For The Man van The Velvet Underground bijvoorbeeld. En het korte verhaal Een Graf Voor Een Dolfijn van de Italiaan Alberto Denti Di Pirajno, over de gedoemde liefde tussen een Italiaanse soldaat en een Somalisch (!) meisje tijdens de Tweede Wereldoorlog (vandaar ‘Like dolphins can swim’). Het schilderij Liebespaar Zwischen Gartenmauern van de Duitse schilder Otto Mueller. Drank (‘And you, you can be mean / And I, I drink all the time’). Maar vooral de toenmalige Berlijnse context, waarin twee verliefde individuen zich – verenigd in een kus (‘Cause we’re lovers, and that is a fact / Yes we’re lovers, and that is that’) – onttrekken aan het dictaat van een van de grauwste en kilste hoofdstukken uit de Europese geschiedenis. ‘I, I can remember standing by the wall / And the guns, shot above our heads / And we kissed, as though nothing could fall.’ Ze verheffen zich, dankzij de vonk van hun liefde staan op ze uit de naargeestigheid, zoals Lazarus in het Bijbelverhaal opstaat uit het graf. Zij zijn helden. Even zijn ze onkwetsbaar. Al is het maar voor een dag.

Bronnen: Billboard, The Guardian, GQ, New York Times, NRC, Het Parool, Pitchfork, Pushing Ahead Of The Dame, Slate, Songfacts, De Volkskrant, Wikipedia.

LAZARUS is t/m 5 april 2020 te zien in het DeLaMar Theater, Amsterdam. Voor speellijst zie www.delamar.nl/voorstellingen/lazarus

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Pearl Jam brengt nieuwe single 'Dance of the Clairvoyants' uit
nieuws

Pearl Jam brengt nieuwe single ‘Dance of the Clairvoyants’ uit

Pearl Jam kondigde op 27 maart zijn nieuwe album Gigaton aan. Nu geeft de band ook een eerste voorproefje van ...
Eefje de Visser: 'Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme'
interview

Eefje de Visser: ‘Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme’

Ze zeggen dat empatische mensen sterker geneigd zijn dialecten en accenten over te nemen. Als dat waar is, dan zit ...
The Strokes derde headliner op Best Kept Secret
nieuws

The Strokes derde headliner op Best Kept Secret

The Strokes zullen de zaterdag van Best Kept Secret headlinen. Dat kondigde de nieuwe festivaldirecteur Maurits Westerik woensdagavond live aan op ...

David Bowie's Lazarus in Nederland: de songs van de musical verklaard (achtergrond) | OOR