achtergrond

Een historie in honderdtallen: OOR #100 (1975)

In het kader van de duizendste OOR doken we eens grondig de archieven in, op zoek naar eerdere (ongemerkt gepasseerde) jubilea. OOR #100, 200, 300 et cetera – wat waren dat voor edities en wat zeiden ze over de (muzikale) tijd waarin we leefden? Zie hier: OOR #100 van 23 april 1975.

DE WERELD

In Albuquerque, New Mexico richt Bill Gates samen met compaan Paul Allen de firma Micro-Soft Inc. op | In Saigon wordt op de laatste dag van april 1975, na bijna twintig jaar, de Vietnam-oorlog beëindigd: Zuid-Vietnam geeft zich officieel over aan Noord-Vietnam | In Top 40-land haalt Una Paloma Blanca van de George Baker Selection de bovenste positie en blijft daar vervolgens wel een tijdje, om uiteindelijk te worden verstoten door Love Is All van Roger Glover.

DE COVER

Keuzestress – het is van alle tijden. Ex-Beatle Ringo Starr en ex-Cream-bassist/zanger Jack Bruce zijn anno 1975 blijkbaar vergelijkbare grootheden, dus mogen ze de OOR-voorkant delen. Maar als feitelijke coverstory dient toch echt het verslag van de veredelde persconferentie die Ringo in Londen organiseert, want er wordt groot mee geopend op pagina 1. Wat wil het geval? Ringo is een eigen platenlabel begonnen – Ring O’Records – en komt op het Londense hoofdkantoor van Polydor tekst en uitleg geven aan de internationale muziekpers. OOR’s Harry van Nieuwenhoven is aanwezig en blijkt niet te worden gehinderd door enig gebrek aan vooringenomenheid. Ring O’Records is wat hem betreft ‘een nieuwe telg in de volwassen platenbusiness waarvan wij het groeiproces met bijzonder veel belangstelling zullen volgen! Tenslotte hebben in het verleden door artiesten opgerichte platenlabels altijd voor veel hilariteit gezorgd’. Als Ringo samen met zijn eerste signing – ‘synthesizerbespeler’ David Hentschel – eenmaal is aangeschoven aan de interviewtafel noemt Harry dit ‘een haast ontroerend tafereeltje, waarvan ik negen jaar geleden waarschijnlijk een brok in mijn keel had gekregen’. Het komt die middag niet meer goed tussen Ringo (‘De ongekroonde koning van de oppervlakkigheid, een sympathieke tuinkabouter’) en Harry. Na een uiterst ongemakkelijk interviewtje (Harry: ‘Ik vind de plannen met Ring O’Records nogal vaag’) wordt Ringo tot slot nog even op zijn kennis van Nederlandse popgroepen getest. ‘The Earring? Is dat die groep met die gekke fluitist? O, is dat Focus. Eerlijk gezegd weet ik niet zoveel van Nederlandse groepen. Ik heb ze natuurlijk wel eens gehoord, maar ze maken mijn soort muziek niet. Ze interesseren me ook eigenlijk niet. Ik ga überhaupt al weinig naar concerten, maar naar een concert van een Nederlandse band zou ik helemaal nooit gaan.’ Voor wie het weten wil: Ring O’Records wordt in 1978 weer opgeheven wegens gebrek aan commercieel succes.

DE PLAAT

Opnieuw een hoofdrol voor de ‘synthesizerbespeler’. Yes-toetsenist Rick Wakeman ditmaal, wiens zoveelste hoog gegrepen conceptalbum The Myths And Legends Of King Arthur And The Knights Of The Round Table prominent wordt uitgelicht in de recensierubriek (die dan Hoort Zegt ’t Voort! heet). Kosten noch moeite worden door ‘toonladdergeweldenaar’ Wakeman gespaard: er zijn de ‘tientallen sopranen, alten, tenoren en bassen’ van het English Chamber Choir, er is een vijftigkoppig orkest, er is ook nog de Nottingham Festival Vocal Group en er is dus Wakeman (plus band). Kortom, dat zijn plaat ‘vol massieve, af en toe bombastische klankbeelden staat’, klinkt als een raak understatement. Gelukkig krijgt Peter van Bruggen halverwege zijn recensie alsnog de geest. ‘Wakeman heeft een onbescheiden poging gedaan een plaat te maken als een met diamanten en saffieren ingelegde Graal’, ronkt hij. ‘Al blijken alle ingelegde edelstenen zo kitscherig als het maar kan.’ Zijn slotconclusie mag er ook zijn. ‘Een Koning Arthur bestaat niet meer. Wel zijn er nog af en toe mensen die je iets laten terugvoelen van de armoede of de glorie. Wie zijn twintigste-eeuwse diamanten mini-zwaardje in de groeven van deze plaat met die lange naam laat zakken, weet wat ik bedoel.’

DE PODIA

Weinig ‘synthesizerbespelers’ op de Nederlandse podia voorlopig, maar des te meer opvallende namen. Zo worden in de Verwacht-rubriek The Osmonds en Barry White in Ahoy aangekondigd, evenals Frank Sinatra en Don MacLean in het Amsterdamse Concertgebouw. Aan de andere kant van het spectrum neemt OOR zelf het voortouw. Een oproepje op de nieuwspagina’s maakt melding van ‘de volgende Nederlandse Groepenpresentatie’, waarvan de voorbereiding in volle gang is. ‘Musici die graag in aanmerking willen komen om gepresenteerd te worden aan de gezamenlijke clubhouders en leden van programmacommissies dienen zo snel mogelijk een tape en informatie over de groep (zo uitgebreid mogelijk) naar Muziekkrant OOR te zenden. Pop, jazzrock, western swing, folk, het doet er niet toe wat, stuur maar op.’

DE VRAAG

OOR’s Fer Abrahams interviewt Earth & Fire over hun aanstaande (concept)album To The World Of The Future en vraagt of die inderdaad over een toekomstige wereld gaat. Gitarist Chris Koerts: ‘Ja, dat is zo gegroeid. De vraagstukken die zijn opgeworpen, zijn… De generaal leert z’n soldaten de vijand te doden en de priester zegt op hetzelfde moment dat ze dat niet moeten doen. Nou, dan rijst er dus een vraag: waarom? En ook: de wetenschapper onderzoekt een bloem en maakt hem kapot. De dichter beschrijft hem en laat hem heel. En zo ga je verder: de man neemt de vrouw… Hij néémt haar dus, hij trouwt haar niet of houdt niet van haar, nee, hij neemt haar. In wezen wordt die liefde uitgebrand en daartegenover staat dan degene die verliest – en in wezen een gever is. Die tegenstrijdigheden, daar gaat de plaat over.’

DE KANTLIJN

Toch weer die synthesizer. Een steeds spannender ding, zeker nu Kraftwerk zich aan het front heeft gemeld (hun Autobahn verscheen in 1974, Radio-Activity komt er spoedig aan) en ook hun landgenoten van Tangerine Dream op stoom raken. ‘Duitsmuziek / Synthesizer-special’, meldt de OOR-cover dan ook. In voorafgaande edities is de technische kant van het nieuwe speeltje uitputtend besproken, nu zet redacteur Jan Libbenga ‘de meest interessante platen op dit gebied’ op een rij. ‘Want 1975 mag dan het jaar van de vrouw zijn of van de soul of opnieuw van de nostalgie, het is zeker ook het jaar van de synthesizer.’ Waarna we kennis maken met albums van Walter Carlos (die in 1968 al met synths in de weer is), Beaver & Krause, Tonto, White Noise, Seventh Wave, Tomita en Klaus Schulze. Verder is er een kort interview met het centrale duo van Kraftwerk, Ralf Hütter en Florian Schneider. De heren vertellen over de moeilijkheden van het toeren met al die elektronische apparatuur (‘een zware opgave’), maar blijken vooral opgetogen over het elektronische slagwerk dat ze onlangs hebben ontwikkeld. ‘We hadden altijd gelazer met drummers, omdat die ons hele geluid kapot sloegen. Nu is dat geen probleem meer en lopen we ook niet meer de kans dat die jongens, plotseling door emoties bevangen, als losgeslagen wildemannen op de trommels tekeergaan.’

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Pearl Jam brengt nieuwe single 'Dance of the Clairvoyants' uit
nieuws

Pearl Jam brengt nieuwe single ‘Dance of the Clairvoyants’ uit

Pearl Jam kondigde op 27 maart zijn nieuwe album Gigaton aan. Nu geeft de band ook een eerste voorproefje van ...
Eefje de Visser: 'Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme'
interview

Eefje de Visser: ‘Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme’

Ze zeggen dat empatische mensen sterker geneigd zijn dialecten en accenten over te nemen. Als dat waar is, dan zit ...
The Strokes derde headliner op Best Kept Secret
nieuws

The Strokes derde headliner op Best Kept Secret

The Strokes zullen de zaterdag van Best Kept Secret headlinen. Dat kondigde de nieuwe festivaldirecteur Maurits Westerik woensdagavond live aan op ...

Een historie in honderdtallen: OOR #100 (1975) (achtergrond) | OOR