concert

Dansen op de vulkaan bij Genesis in Ziggo Dome

Bijna vijftig jaar na hun allereerste voetstappen op Hollandse bodem (Paradiso, 7 juli 1972) sluit Genesis deze week de cirkel, wederom in Amsterdam. Een uitverkochte Ziggo Dome was maandagavond het toneel van The Last Domino?-tour, waarin zeventigers Phil Collins, Mike Rutherford en Tony Banks nog eenmaal de hits afvuren en de klassiekers oppoetsen. Voor superfans en late beslissers is er vanavond nog een herkansing, een écht allerlaatste uitzwaaimoment. OOR toog alvast naar het front.

Fotografie Bert Treep

Vechten en overwinnen. Het zijn termen die ons vandaag de dag weer om de oren vliegen. Niet alleen in het nieuws, maar ook in de trein, in de rij bij de supermarkt en zelfs in de gangen van de Ziggo Dome, bevolkt door een legioen van gedistingeerde vijftigplussers. De ene crisis lijkt net bezworen (de laatste corona-stuiptrekking betekent dat alleen de staanplaatsen nog moeten testen voor toegang), de volgende, mogelijk nog veel ingrijpender crisis ontspint zich as we speak. Er hangt oorlog in de lucht, de onrust is voelbaar – en hoorbaar, want de Oekraïne is overal om ons heen het gesprek van de dag. Het domino-effect vormt plots weer een reëel gevaar, al zijn er nog grotere zorgen. 

That’s one heck of a nurse’, zei de karikatuur van Ronald Reagan in de clip van Land Of Confusion, nadat hij per ongeluk op NUKE drukte in plaats van NURSE. Wel, de knop hangt er weer, ergens in Moskou, inclusief onberekenbare machthebber met jeukende vingers. Het merendeel van de concertgangers heeft de Koude Oorlog bewust meegemaakt en kent het gevoel maar al te goed. Lachen we het weg? Nope, too soon, te onzeker, te serieus, te ernstig. Dus vallen we terug op een eeuwenoud concept, in tijden van wanhoop en naderende rampspoed: dansen op de vulkaan.

Al ontbreekt uitgerekend Dance On A Volcano in de setlist van The Last Domino?-tour, die Genesis na vijftien jaar weer naar ons land brengt. In 2007 stonden Phil Collins, Mike Rutherford en Tony Banks nog aan de overkant in een uitverkochte ArenA. Een wereld van verschil, alleen al omdat Collins in de Ziggo Dome niet meer staat, maar de hele avond zít. Waar de groten (en talenten) uit de hedendaagse popmuziek vooral gebukt gaan onder breed uitgemeten mental health issues, is het bij de 71-jarige zanger en voormalig drummer juist het lichaam dat niet meer wil. 

Amsterdam houdt z’n hart vast als het drietal het podium beklimt. De rijzige gestalte van Rutherford neemt met lichte tred z’n positie linkshalf in, waar hij de komende twee uur karakteristiek op en neer zal blijven veren. De zilverwitte Tony Banks posteert zich stoïcijns en geconcentreerd achter z’n toetsenbatterij op de rechterflank. Daartussendoor, leunend op een wandelstok, schuifelt een kromgebogen Collins naar z’n krukje center stage. Je hoopt nog op een grap, of een plotselinge koprol zoals Willy Wonka die maakte. Maar nee: een klapvoet, een zenuwenprobleem aan z’n handen en meerdere zware operaties hebben de energieke popster/symfogigant gereduceerd tot een broze oude man. 

Maar het gaat er om wat de oude man nog kán. En Phil Collins heeft geen NURSE-knop naast z’n kruk, Genesis drukt zelfs meteen op NUKE. Of liever gezegd: Duke. Want met Behind The Lines trekken ze moeiteloos een aanvalslinie van jewelste op. Bijgestaan door oudgediende (bas)gitarist Daryl Stuermer en Collins’ drummende zoon Nic blijkt de muzikale machinerie na een podiumpauze van vijftien jaar nog als vanouds te werken. De stem van Collins, op filmpjes van eerdere concerten tijdens deze The Last Domino?-tour nog een pijnpunt, lijkt ook een booster te hebben gehad. Hij komt Turn It On Again soepel door en kruipt in Mama glansrijk in de griezelrol met z’n diep grommende ha-ha’s en een sardonische blik in het helrode licht. 

Het venijn in z’n ogen spreekt boekdelen: achter de breekbare facade schuilt nog steeds die gedreven grappenmaker, het drumbeest van Firth Of Fifth, de podiumclown met z’n tamboerijn-acrobatiek, de gesjeesde popster die de draak stak met Michael Jackson, op zoek naar z’n sleutelbos. Phil Collins is hier, hij kijkt strijdbaar de zaal in en spuwt vuur, in de rug gesteund door de vertrouwde muur van geluid, twee achtergrondzangers die de hoge noten naadloos van ‘m overnemen en de tactische close-up beeldvoering op de grote schermen. Alleen zit al zijn geestdrift nu gevangen in een creatie die Peter Gabriel vijftig jaar geleden al op het publiek losliet: de oude man in The Musical Box. Ironie ten top – en weer een cirkeltje dat zich vanavond in Amsterdam sluit, nota bene in een overmaatse muziekdoos. 

Vechten en overwinnen. De eerste slag is duidelijk voor Collins, die na een geslaagd openingsoffensief de actualiteit aanhaalt. Want ze zijn er weer, the marching feet, moving into the street. Genesis schreef Land Of Confusion in de tijd van Thatcher en Reagan, de symboliek laat zich echter naadloos plaatsen in dit interbellum tussen covid en, tja, de toekomst. ‘That Putin’s a bit of a fuck, isn’t he?’, sneert Collins, ergens tussen lach en traan. Dan beukt Genesis de monsterhit de zaal in en dansen we verder op de vulkaan. 

In de twee uur durende tijdreis die volgt, pingpongt Genesis heen en weer tussen de ingenieuze klassiekers uit de jaren zeventig en het popwerk uit de daaropvolgende decennia. Dat levert een aardige wissel op wanneer Fading Lights, de reflectieve afsluiter van laatste trioplaat We Can’t Dance, met een donderslag overgaat in het geweld van The Cinema Show. Hoezo afscheid, hoezo dovende lichten? Knallen met die hap – een trucje dat even later bij No Son Of Mine en Firth Of Fifth wordt herhaald. Collins junior mept de boel vakkundig aaneen, vader Phil slaat zijn 20-jarige zoon ademloos gade. De ogen die zo even nog vuur spuwden, stralen nu van de pret. 

Ja, Phil Collins heeft een goede avond. Je wil niet speculeren op hoe een off-night er in deze opstelling aan toegaat, maar Amsterdam treft het. Collins wiegt en draait, wijst en zwaait, stampt af en toe met de klapvoet, pakt in I Know What I Like (In Your Wardrobe) ook de tamboerijn er nog even bij voor een korte reprise van het legendarische dansje. Grinnikend en grappend weet hij zelfs bij de immer onbeweeglijke Tony Banks een glimlach op het gezicht te toveren, als hij aan het begin van een akoestisch setje (met ingetogen versies van That’s All, The Lamb Lies Down On Broadway en Follow You, Follow Me) impliceert dat Banks nu iets gaat spelen uit zijn solowerk. Wanneer titelstuk Domino zich tegen het eind van de hoofdset aandient, kiest Genesis voor de veilige afslag: het belezen, wereldwijze publiek in Amsterdam weet het grillige middenstuk, met ‘blood on the windows, millions of ordinary people are there’ ook zonder extra neus-op-de-feiten wel te plaatsen. 

Dus dansen we verder op de vulkaan, dwars door tijd en ruimte, over de kraterrand van het bestaan. Tijdens Throwing It All Away is het nostalgie troef: korrelige beelden uit vervlogen tijden schuiven voorbij, we zien de oude, pardon, jonge Collins in drumduet met Chester Thompson. Snarentovenaar Steve Hackett. Peter Gabriel als bloem. Dezelfde stoïcijnse, geconcentreerde Tony Banks als die nu voor onze neus zit. Dezelfde op en neer verende Mike Rutherford als die hier maar blijft grijnzen. Dezelfde pretoogjes bij Phil Collins, op het scherm en in het echt. En zowaar de oude man van Peter Gabriel in The Musical Box. Dan ziet Collins er toch nog beter uit, vanavond in Amsterdam. Ze zíjn hier en doen het nog altijd. En dat is toch best wel een wonder.

Vechten en overwinnen. De muziekdoos sluit zich met een een-tweetje uit die goede oude tijd: het intro van Dancing With The Moonlit Knight gaat over in The Carpet Crawlers van The Lamb…, waar Genesis ook de stadiontour in 2007 mee afsloot. Toen stroomde de ArenA vroegtijdig leeg, het grote poppubliek kende het nummer simpelweg niet. Nu blijft Amsterdam aan de grond genageld, in de wetenschap dat dit de definitieve uitzwaai wordt.

De laatste domino is gevallen, Collins, Banks en Rutherford blijven echter nog even staan. Ze hebben gevochten tegen fysiek ongemak, ouderdom en de meest bizarre buitenwereldlijke omstandigheden, maar nemen na tweeënhalf uur afscheid als winnaars. Nog knapper: er is oorlog in Europa, onze helden lopen op hun laatste benen en toch stuurt Genesis ons met een goed gevoel de Amsterdamse nacht in. Waar de lente in de lucht hangt en de bloemetjes en blaadjes in de knop staan – de enige ‘knop’ waar ieder weldenkend mens op dit moment blij van wordt. Al is die rewind-knop ook zo gek nog niet. The Last Domino? bewijst zich een tijdreis die alle wonden heelt. Ronald Reagan zei het al: ‘That’s one heck of a nurse.’ 

Gezien: 21 maart in Ziggo Dome, Amsterdam.

Meer Genesis?

Bestel de nieuwe OOR, waarin we op zoek gaan naar het begin van een halve eeuw Genesis in Holland. Kijk hier.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Wilco speelt lachend de tent leeg op Down The Rabbit Hole
Down The Rabbit Hole
wilco

Wilco speelt lachend de tent leeg op Down The Rabbit Hole

Waar is het feestje? Niet hier! Niet bij Wilco. Voor aanvang van het grootse en gretig gewilde nachtprogramma, doet Wilco ...
Queen groots en meeslepend in Ziggo Dome
concert

Queen groots en meeslepend in Ziggo Dome

Queen + Adam Lambert hadden in 2020 al met hun The Rhapsody tour in de Ziggo Dome moeten staan, maar ...
George Kooymans: 'Jullie zijn nog niet van me af'
interview
golden earring

George Kooymans: ‘Jullie zijn nog niet van me af’

‘Met George!’, klinkt het monter, aan de andere kant van de lijn. Slechts eenmaal ging de telefoon over en de ...

Recensie: Dansen op de vulkaan bij Genesis in Ziggo Dome (concert) | OOR