concert

North Sea Jazz dag 3: Gregory Porter, Simply Red e.a

De derde dag van het festival is er een van grote contrasten in kwaliteit. Zowel qua prestaties als het soms dramatisch beroerd afgestelde geluid. Er zijn flink wat pretenties en een overmaat aan stoplappen, maar er is gelukkig ook veel grote klasse. Heel erg veel grote klasse.

De nog altijd zeer fitte soul-opa William Bell (76)uit Memphiswas anno 1962 een van de eerste acts bij de roemruchte soulfirma Stax. Hij schreef en zong er vele klassiekers en zou er tot de ondergang half jaren zeventig vertoeven. Recent keerde hij terug bij het heropgerichte Stax-label met de formidabele country-soul plaat This Is Where I Live. Hoge verwachtingen dus voor dit optreden, maar zijn podiumpresentatie vormt een oer-saaie oldies-act vol suffe clichés en muzikale dooddoeners. De Britse begeleidingsband speelt alle nootjes braaf en netjes maar mist totaal de timing en charme van studiogroep Booker T en kompanen die met hun net niet op de tel spelen de originelen destijds zo spannend maakten. Bell is een geweldige vent wanneer je hem off-stage meemaakt of ziet in de topdocumentaire Take Me To The River. Hij is ook echt een talentvol artiest en schrijver, maar mist alle charisma op het plankier. Heel even komt de show tot leven in duet met de Britse zangeres Suzie Furlonger. Haar gloedvolle uitstraling laat precies zien waar het Bell helaas aan ontbreekt.

De stem van Anthony Hamilton heeft wat weg van een maaltje dat alleen je moeder kan bereiden. Het is lekker thuiskomen bij het warme en vertrouwde geluid van deze southern soulzanger, die ooit debuteerde als achtergrondzanger bij D’Angelo. Hamilton was altijd een traditioneel type. Zijn songs gaan voornamelijk over ouderwetse relaties en de kerk. Op zijn laatste plaat is de productie echter een stuk moderner en ook Hamiltons liveshow kent nieuwe impulsen. Zo laat de zanger zich tegenwoordig begeleiden door een groepje eigen achtergrondzangers, de Hamiltones, die een apart segment vullen met soulvolle covers, waaronder bijvoorbeeld Hotline Bling. Tevens een moment waarop Anthony zelf even een fris shirt kan aantrekken, want hij zweet wat af. Een Prince-tribute volgt in de vorm van Adore. Mooi, maar spontaner is het slot van Soul’s On Fire, waarin Hamilton reageert op de gebeurtenissen in de VS eerder deze week. ‘They wanna lock us up, they wanna shoot us down, they wanna bury us six feet underground’, improviseert de zichtbaar geëmotioneerde zanger. ‘Stop shooting our baby’s, stop shooting our baby’s, please’.

We cruisen even langs Esperanza Spalding voor haar Emily’s D + Evolution project maar het beklijft geen moment. Te bedacht en te veel pretentieus muziektheater. De traditionele gospelklanken van The Jones Family Singers zijn aardig maar erg eenvormig. De presentatie is veel te plat en toont een totale onderschatting van het North Sea-publiek. De leadzangeres spreekt ons toe alsof ze voor een kleuterklas staat die voort het eerst over muziek verneemt. Alleen voorganger en pater familias Fred Jones Sr. laat enige nuance horen in zijn voordracht en vocalen, de zo broodnodige subtiliteiten en gevoel voor climax die gospel zo aantrekkelijk kunnen maken.

De doorgaans zeer innemende Philly-soulzangeres Jill Scott begint zo’n twintig minuten te laat. De opener, het funky Coming To You van haar excellente laatste album Woman, start zo gruwelijk hard dat het publiek massaal schrikt en de vingers in de oren propt. Fijn begin. Het komt ook niet meer goed. Haar stem verzuipt liedjes lang in een bombardement aan drums en percussie. Ook haar, op zichzelf prima, drietal achtergrondzangers en de blazers zijn nauwelijks waar te nemen. Tot overmaat van ramp worden de bassen vertolkt met een heel slecht afgestelde bas-synthesizer, in dit jazzy soul-genre hoe dan ook al een totaal misplaatst instrument. Pas op het laatst, als al die hyperactieve herrieschoppers even van het podium verdwijnen en Jill alleen met piano en een echte basgitaar wordt begeleid is er even de vertrouwde warme gloed in haar performance met Hate On Me. Maar de gigantische zaal is dan al voor een flink deel leeggestroomd…

Het optreden van Candy Dulfer in de Nile laat zich hetzelfde omschrijven als de carrière van de saxofoniste: all over the place. Van soundtracks tot The Voice, van spelen met Prince tot de Ziggo Dome uitverkopen met Ladies Of Soul; Candy heeft het allemaal al eens gedaan, schaamt zich nergens voor en heeft ook nergens spijt van. Zelfs niet van de platte dancehalltrack What You Do (When The Music Hits), die vandaag in een lange en zinderende versie voorbij komt. Wat mij betreft is Dulfers saxofoonspel nogal eenvormig, vooral in de rustige nummers. Maar ja, ze komt hier al járen en pakt er toch steeds weer een enorm publiek mee in. En wanneer haar gitarist vanuit het niets een heel kort stukje Purple Rain in een solo verwerkt, staat het kippenvel toch ook op onze armen. Het blijkt de mooiste Prince-tribute van het festival.

Dat maakten we nog niet eerder mee dit jaar, dat je tijdens een optreden in de Hudson zo naar binnen kan lopen en een stoeltje vindt. En dat dan ook nog eens tijdens een optreden van een levende grootheid binnen de jazz, saxofonist en fluitist Charles Lloyd. Nu is deze diep spirituele man altijd al een aparte muzikant geweest, te makkelijk voor de moeilijke mens en te moeilijk voor de massa. Zijn optreden van vanavond valt ook weer tussen die twee lagen in. Op het ene moment speelt Lloyd, versterkt door de veel jongere Jason Moran (piano), Eric Harland (drums) en Reuben Rogers (bas), toegankelijke bebop. Om vervolgens vol avant garde te gaan, met ruim tien minuten aan abstract getoeter. 78 jaar, vol vuur en nog steeds niet te peilen, deze man.

Tom Barman, zanger van dEUS, maakte mee wat menig rockliefhebber vóór hem al meemaakte. Hij raakte een beetje uitgekeken op de muziek die hij zelf opnam en werd verliefd op het meest grenzeloze geluid dat er is: jazz. Tot voor kort bleef het bij liefhebberij, maar inmiddels is Barman zelf ook actief in het genre. Met topsaxofonist Robin Verheyen begon hij TaxiWars, een soort-van-jazzbandje. Helaas blijft het vooralsnog bij rockliedjes met saxofoonsolo’s, niet bepaald overdonderende muziek op een festival waar Pharoah Sanders straks optreedt. Maar hey, waar Barman ook met dit project heen wil, hij staat hier wel, met een eigen show op hèt jazzfestival van Nederland. Het is hem gegund.

Het begin van de avond staat in het teken van tributeshows. In de Amazon viert sterpianist Chick Corea de muziek van overleden jazzhelden. Met een speciaal voor deze gelegenheid samengesteld quintet van grote hedendaagse jazzcats, worden onder andere Bill Evans, Miles Davis en Thelonious Monk op mooie wijze geëerd. Dat er ieder jaar wel een show als deze op het programma staat, bikt wat af van de bijzonderheid. Unieker is de ode aan nog levende helden van Joe Bonamassa. De gitaarreus speelt de muziek van Eric Clapton, Jimmy Page en Jeff Beck als persoonlijk eerbetoon. Technisch gezien gaat dat feilloos, maar gevoelsmatig komt Bonamassa te kort. Hij bewijst vooral dat ruim een uur lang alleen maar virtuositeit erg saai uitpakt.

Kamasi Washington wordt dit weekend niet overtroffen, maar er was nog een ander jazzconcert dat niemand had mogen missen, namelijk dat van Pharoah Sanders. Net als Washington een saxofonist, en eveneens een man die leerde van John Coltrane. Sanders is al 75 jaar en speelde zelfs samen met de te vroeg overleden jazzlegende. Vanavond geeft hij een uniek optreden met pianist William Henderson en percussionist Trilok Gurtu. Het trio speelt spirituele jazz met Afrikaanse en Indiase invloeden. Serieuze zaak, zou je denken, maar er komt de nodige humor kijken bij het creëren van deze muziek. Zo klopt Gurtu niet alleen iedere klank uit zijn westerse- en Afrikaanse drums, maar maakt hij ook de meest geweldige geluiden met een breed assortiment aan DIY-percussie. Nooit gedacht dat een uitdruppende kralenketting zo goed zou klinken, bijvoorbeeld. Sanders speelt uiteraard meerdere magistrale saxofoonsolo’s, maar zingt vanavond ook. Als een of andere gekke sjamaan jalalalalaat en jeleleleleet de stokoude muzikant met geitensik in een microfoon. Bizarre taferelen om te zien ja, maar wow, wat klinkt het goed. Eeuwige jeugd bestaat.

Je hebt soulzangers, blueszangers, charmezangers, gospelzangers, jazzangers en je hebt Gregory Porter. Van de huidige generatie topvocalisten is er niemand anders die deze stijlen zo naadloos aan elkaar rijgt en er zoveel sfeer en persoonlijkheid in legt. Het donkerbruine stemgeluid van Porter is uit duizenden herkenbaar en voelt immer als een heerlijk warm bad. Wat hij zingt maakt eigenlijk niet zo veel uit, al is ook het meeste materiaal van zijn recente album Take Me To The Alley weer ijzersterk. Zoals het hier vertolkte titelnummer en de diepe ballad Consequence Of Love. Alles wat deze man vertolkt wordt puur goud en het gaat vaak ook nog echt ergens over. Zoals de publieksfavoriet 1960 What? Over de sixties rellen in Detroit. Na afloop zien we wederom die zwijmelende dames van gisteren na Anderson .Paak. Deze oersymphatieke teddybeer raakt plekken en emoties waar veel anderen slechts van kunnen dromen.

Wij van OOR zijn altijd erg blij met een band als Simply Red op North Sea Jazz. Best een grote naam, desalniettemin niet echt interessant voor ons verslag, maar ze houden een groot deel van het publiek weg bij zalen die voorheen regelmatig overvol zaten. Buitentent Congo bijvoorbeeld, waar we Cory Henry & The Funk Apostels al van een afstand ontzettend lekker horen funken. Bij aankomst blijkt het slechts om een soundcheck te gaan! Henry en zijn vrienden verlaten het podium, worden aangekondigd en game, set, match. De Snarky Puppy-toetsenist bespeeld exclusief de Hammond B3, een instrument gebouwd voor de vetste van alle funk. Tenminste, dat ontdekken we nu Henry erachter staat. Op momenten dat de jonge Stevie Wonder-lookalike de orgelkast met rust laat, is hij druk bezig met het opsteken van het publiek. En jamt zijn band (twee gitaristen, twee drummers) straf voort.

In de Darling treffen we GoGo Penguin, één van de grotere doorbraken op jazzgebied van dit jaar. Dit Britse trio heeft een traditionele opstelling (drums, bas, piano), maar maakt juist muziek die z’n tijd ver vooruit is. Pianojazz gedipt in een gloomy saus van electro en hiphop. Live klinkt dat nog net even iets sterker dan op bescheiden meesterwerk Man Made Object. Vooral de pianopartijen zijn heerlijk; duizelingwekkend en OORstrelend tegelijkertijd. De blitse visuals werken het podiumplaatje af. Wéér een ijzersterk optreden op deze slotdag.

Het traditionele eindfeestje is dit jaar gegund aan Malted Milk & Toni Green die vorig jaar het prachtalbum Milk & Green afleverden. De Franse funkgroep maakt al jaren uitstekende retro-soul. Daar waar de Britten die eerder op de dag William Bell begeleidden er een saaie bejaardenhuis-act van maken verklankt Malted Milk precies de juiste swing en backbeat die iedereen scherp en in beweging houdt. De groep heeft recent de southern soulzangeres Toni Green opgedoken in Memphis. Zij is daar een lokale heldin en nu de meeste van haar beroemder tijdgenoten overleden, uitgeblust of met pensioen zijn is het Toni’s moment om te stralen. Het 64-jarige bloemenmeisje heeft de oude stijl soul en blues door de aderen stromen en ook haar inzet is ouderwets gezellig en oerdegelijk. Voor ieder een handje, veel grappen en grollen en zingen vanuit haar tenen. Wat een geweldige stem heeft deze vrouw. Omdat het toch de slotact is mag er veel publiek het podium op waarmee het plaatje helemaal compleet wordt. Op dit magistrale festijn, waar al het denkbare aan spelkunst en virtuositeit reeds in containerladingen vertoond is mag het er ter afsluiting ook best even heerlijk ongecompliceerd en uitbundig aan toe gaan.

Door Kees Smallegange & Randy Timmers / Fotografie: Dimitri Hakke

Gezien: 9 juli 2016, Ahoy, Rotterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws

Word lid van Club OOR en kies je welkomstgeschenk!

Als je nu een abonnement neemt op OOR, word je niet alleen automatisch lid van Club OOR - waarmee je jaarlijks ...
album
Courtney Barnett & Kurt Vile

Lotta Sea Lice

De eerste single van de andere Courtney en Kurt, Over Everything, was de perfecte synthese van beider stijlen: aanstekelijk eigenzinnig ...
winactie
The Waterboys

Tickets voor The Waterboys in AFAS Live

Op woensdag 15 november staan de folkrockers van The Waterboys in AFAS Live. En jij kunt daarbij zijn, want OOR ...