concert

Panic! At The Disco vraagt wel erg veel van Ahoy

Het nieuws kwam afgelopen januari als donderslag bij heldere hemel: Panic! At The Disco stopt. De poppunkband onder leiding van Brendon Urie gooit na achttien jaar de handdoek in de ring en daarmee werd de al aangekondigde Europese tour plotsklaps een afscheidstournee. Zaterdag maakte de band een stop in Ahoy, waarmee de laatste Nederlandse show ooit ook meteen de grootste was. Een goedgevulde zaal werd getrakteerd op een gelikt afscheid, waarbij het venijn hem vooral in de staart zat.

Fotografie Joyce van Doorn

Al duurt het een kleine anderhalf uur voordat Urie zich überhaupt uitspreekt over het feit dat dit waarschijnlijk de laatste Panic!-show is die de aanwezigen zullen zien is. Daarvoor voelt het optreden in alles aan als een gewone show uit de tour voor Viva Las Vengeance, het vorig jaar verschenen zevende album van de band, en het derde waarop Urie het enige actieve lid is. Panic! Is namelijk al een aantal jaren uitgegroeid tot een veredeld soloproject, waarbij de frontman op elk album iets verder wegdrijft van de poppunksound waarmee de band halverwege de zeroes doorbrak. Ook dat merken we vanavond, want het duurt eveneens bijna anderhalf uur voordat we een nummer horen dat de band vóór 2013 uitbracht.

Maar dan lopen we op de zaken vooruit. Rond kwart over negen trapt de band af met een spervuur aan greatest hits, alleen dus wel exclusief van de laatste tien jaar. De twee songs van het zeer pop-gefocusde zesde album Pray For The Wicked waarmee de band aftrapt, zetten nog niet veel zoden aan de dijk, maar het lekker rockende Don’t Threaten Me With A Good Time en de galmende synthpopballad This Is Gospel zorgen ervoor dat de sfeer er al snel goed inzit. Urie kan zich vooral in dat laatste nummer uitstekend uitleven. Hoewel hij op de laatste paar albums zichzelf dus ook bewezen heeft als getalenteerd multi-instrumentalist, blijft zijn elastische stem zijn belangrijkste wapen. De uithalen in het refrein (‘If you love me LET ME GOOOOOOO’) knallen heerlijk uit de speakers. 

Naast Urie staan er twaalf man op het podium – vijf gitaristen, drie blazers, drie strijkers en de drummer – maar de show wordt dikwijls gestolen door de visuals op een metershoog LED-scherm. Het helpt niet dat de geluidsmix vaak een beetje een brei is. Zo zijn de bijdrages van de strijkers en blazers vaak amper te ontwaren. Niet dat het Ahoy veel kan schelen, want het overwegend jonge publiek zingt alles alsnog woord voor woord mee en vult de wat ongemakkelijke pauzes tussen veel nummers moeiteloos met oorverdovend gejoel en applaus. Tenminste, in het begin. Na een kleine vijfentwintig minuten, net als het begint op te vallen dat er nog niets van het nieuwe album gespeeld is, zet de band het titelnummer van Viva Las Vengeance in, waarmee het startschot wordt gegeven aan een integrale vertolking die het gros van de setlist in beslag neemt.

Dat is niet de meest verstandige zet. Hoewel Viva Las Vengeance behoorlijk goed ontvangen is (OOR’s Tim Veerwater was eveneens enthousiast) en barst van de meeschreeuwbare refreinen, vraag je met zo’n integrale uitvoering van zo’n jong album wel veel van je publiek. Te veel, blijkt al snel, want hoewel de eerste paar nummers nog goed ontvangen worden, kakt de energie halverwege genadeloos in. Aan de erg Queen-achtige ballad God Killed Rock & Roll lijkt haast geen einde te komen en behalve het zorgeloos rockende Say it Louder weten maar weinig songs van de tweede album-helft live de aandacht vast te houden. Dan maakt het weinig uit hoe hard het LED-scherm overuren draait, of hoe hard Urie staat te zwoegen. 

Net voordat dit blok van de show tot zijn einde komt met albumafsluiter Do It To Death richt de frontman zich voor het eerst tot het publiek voor meer dan een vluchtig bedankje. Hij vertelt dat deze tour bitterzoet aanvoelt, gezien het aankomende afscheid en bedankt de fans voor alles wat ze de afgelopen achttien jaar voor hem en de band hebben betekend. Zeer waarschijnlijk zegt hij dat iedere avond, maar toch, het is fijn dat hij even probeert een connectie met het publiek te maken. Het vormt een goede aanloop naar het afsluitende blok van de setlist, waarin we naast opnieuw veel recente hits ook eindelijk eens iets van de eerste twee albums te horen krijgen. 

Vooral signature song I Write Sins, Not Tragedies van het debuut A Fever You Can’t Sweat Out (wat ondergetekende betreft nog altijd Urie’s magnum opus) is daarbij uiterst welkom. De zaal zingt harder mee dan voorheen, maar ook op muzikaal gebied gebeurt er gewoon veel meer interessants. De twinkelende, circus-achtige instrumentatie van de coupletten gaat hand in hand met de ronkende gitaren in het refrein, wat zorgt voor een gevoel van dynamiek dat we de rest van de avond niet vaak hebben gevoeld. Als het nummer tot het einde komt lijkt Urie daadwerkelijk onder de indruk van de publieksrespons. ‘Thank you for this, thank you for eighteen years of this’, schreeuwt hij de zaal in. Zo zat er in de eindsprint toch nog een klein kippenvelmomentje. Zeker voor fans van het oudere werk zal dit geen gedroomd afscheid geweest zijn, maar behalve het wat moeizame middenstuk toch een redelijk geslaagde.

Gezien: 25 februari 2023 in Ahoy, Rotterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

De nieuwe OOR is uit! Bestel 'm nu in onze shop of lees digitaal
oor-shop

De nieuwe OOR is uit! Bestel ‘m nu in onze shop of lees digitaal

Nothing But Thieves, Keane, The Analogues, S10, Palaye Royal, Stanley Donwood & Thom Yorke, Jane’s Addiction, Mdou Moctar, Arooj Aftab ...
'Pinkpop is gewoon meer popfestival dan rockfestival geworden'
interview

‘Pinkpop is gewoon meer popfestival dan rockfestival geworden’

Programmeur Rob Trommelen vindt dat Pinkpop vooral vrolijkheid moet oproepen. 'Als het te ingewikkeld wordt, gaat zo’n festival als een ...
Samen Tegen Elkaar
pop
Goldband

Samen Tegen Elkaar

In Grand Hotel Europa, de bekende roman van Ilja Leonard Pfeijffer, maakt het naar de schrijver vernoemde hoofdpersonage een documentaire ...

Panic! At The Disco vraagt wel erg veel van Ahoy