interview

Akwasi: 'Discriminatie is pijnlijk, maar ik ben geen boze zwarte man'

Nu ons kikkerlandje wel wat opwekkends kan gebruiken, komt Akwasi (32), bekend van hiphopcollectief Zwart Licht, maar ook als incidenteel tafelheer bij DWDD, met Sankofa. Een heerlijk album, opzwepend, opbeurend en feestelijk, dat barst van de sprankelende energie en zonnige levenslust. Bijgestaan door bevriende rappers Fresku, Typhoon en Kenny B. én idem producers Hayzee (ook van Zwart Licht), Mucky, Benny Hunna, Drummakid en Humphrey Dennis, mengt Akwasi Nederlandse hiphop met highlife uit Ghana, het land van zijn afkomst. Daarbij richt hij zijn vizier zowel op zijn Ghanese roots als op het ‘gelijkmaken van drempels’ binnen de Nederlandse samenleving. Intelligente teksten, rake raps, onweerstaanbare muziek, elke track klinkt alsof de Ghanese zon je hart, hoofd en heupen verwarmt. De ideale plaat om je corona-isolatie dansend mee door te komen. Een interview met een van de grote hiphopdenkers van Nederland.

HOE ZOU JE highlife typeren? 

‘Als feelgoodmuziek uit de jaren zeventig. Highlife werkt automatisch op je heupen. Het wekt energie op. Het zorgt voor de zon in huis. Je gaat ervan willen bewegen. Je gaat ervan willen lachen. Highlife bestaat uit traditionele Ghanese geluiden, vermengd met jazz, soul en afrobeat. Met blazers die tetteren en spetteren. En met percussie. Het is van oorsprong koninklijke muziek uit Ghana. Op de hoes van mijn album zie je mij verkleed als een Ghanese chief. Op 7 maart mocht ik een prijs in ontvangst nemen van de Ghanese gemeenschap in de Ghanese ambassade. Daar waren veel mensen van de eerste generatie Ghanezen. Ik ben tweede generatie Ghanees. Mijn vader en moeder zaten naast me. Er werd highlife gedraaid en hiplife, dat is de nieuwe variant waar alle jongeren naar luisteren. Toen veranderde de muziek. Ik hoorde heel veel drums. Een beetje Coming To America-achtig. De scène waar de vader van Eddie Murphy in New York komt en er rode rozen worden uitgestrooid. Toen kwamen alle in Nederland wonende chiefs de zaal binnen. Die functie heeft highlife ook. Als je de trommels hoort, dan weet je: er komt hoog bezoek.’

Je begon aan Sankofa na een bezoek aan Ghana in 2016. Was je er toen voor het eerst?

‘Nee. Ik was er voor het eerst in 1997. Toen was ik een jaar of acht, negen. We gingen geregeld op familiebezoek. Dan zie je dus niets van Ghana, alleen je familie. In 2016 ben ik zelfstandig gegaan. Wat betekent Ghana voor mij? Wat betekent het om een Ghanees overzee te zijn? Dat wilde ik ervaren zonder mijn familie. Ik wilde ook de toerist uithangen in eigen land. Toen zei iemand tegen mij: Je zegt wel dat je Ghanees bent, maar je bent geen Ghanees, want je komt uit Nederland. Dat doet dan ook wat met je. Ik was 28, ik kon wel wat hebben, maar die nacht heb ik liggen malen. Formeel gezien had die man gelijk. Ik ben in Nederland geboren. Mijn vader is Ghanees, dat maakt mij een Ghanees in Nederland. Ik voel me Ghanees. Het deed pijn dat die man mij een Nederlander noemde. Maar pijn, daar moet je doorheen. Op een gegeven moment dacht ik: wat boeit het mij nou, wat een ander van mij vindt? Sindsdien voel ik me Ghanezer dan ooit. Op mijn hoesfoto zie je een echte Ghanees. Je ziet vanzelf dat dit een koninklijk iemand is, uit Ghana. Daar heb je geen rocket science voor nodig.’

MAAK JE IN Ghana wel vaker een cultuurshock mee?

‘In 2016 was ik er met twee vrienden die wit zijn. Bart, hij is regisseur en had een camera bij zich. We draaiden een documentaire van mijn trip daar. En Lieve, zij produceerde. Vrijwel overal merkte ik dat mijn witte vrienden als wandelend goud werden behandeld. Dat was gek, voelde een beetje raar. Zij genoten een voorkeursbehandeling, alsof zij de verlossers waren. White saviours. Vaak dachten de mensen daar dat ik een Afro-Amerikaan of een Fransman was. Ze schrokken als ze erachter kwamen dat ik hun taal verstond. Ik hield vaak wijselijk mijn mond, tot het echt nodig was. Als prijzen verviervoudigd werden bijvoorbeeld, dan kon ik die mensen in het Ghanees op het matje roepen. Dan zei ik tegen hen: Witte mensen zijn geen wandelend goud. Ze zijn gewoon hier om te kijken hoe dit land is. Ik heb ze op sleeptouw meegenomen om het geboorteland van mijn ouders te laten zien. En dan doe je dit. Ben je trots op jezelf?’ 

Kunnen Nederlanders wat leren van Ghana?

‘Absoluut. Ghana is één van de snelst groeiende economieën op de wereld. Als je nog nooit in Afrika bent geweest, dan is Ghana een prima instap-land. Er zijn geen burgeroorlogen, de mensen zijn aardig, ze zijn lief. Het is veilig. Je kan overal lopen, ook ’s nachts. Niks aan de hand. En in Ghana bestaat depressiviteit niet. Althans, we hebben daar geen woord voor. Dat zegt heel veel. Ghana is de belichaming van het gezegde it takes a village to raise a child. Iedereen zorgt voor elkaar. Als je een probleem hebt, dan willen mensen je maar al te graag helpen. Als je geen eten hebt of geen slaapplek, dan zijn de Ghanezen altijd wel zo gastvrij om met je te delen. Daar kan Nederland veel van leren. In mijn boek Laten We Het Er Maar Niet Over Hebben [een bundel van teksten, gedichten en overpeinzingen, uit 2018] heb ik hierover geschreven. Ik voetbalde vroeger altijd met mijn buurjongens Kevin en Wesley, die twee etages beneden mij woonden in Osdorp. Ik kwam vaak bij hen over de vloer. Ze gingen een keer eten. Het rook heerlijk. Spaghetti met gehakt en geraspte kaas. Ik ging er al van uit dat ik mee kon eten. Want zo hoort dat dus bij ons in het gezin. Je deelt altijd. Ook als er gasten zijn. Maar toen ze aan tafel gingen, kreeg ik een afstandsbediening in mijn handen gedrukt. Toen mocht ik naar Fox Kids kijken. Ik schrok. Want omgekeerd… Of het nou nasi was, lasagne, patat of frikadellen, zij aten bij ons thuis altijd mee. Later zeiden ze: We hadden er niet op gerekend. Dat is super Nederlands: We hadden er niet op gerekend.’

EEN VAN DE hoogtepunten op je plaat is het nummer Je Bent Nodig, waarop ook Fresku en Typhoon meedoen. 

‘Ik vind dat heel belangrijke woorden om te zeggen. Je bent nodig. Misschien wel belangrijker dan ik hou van je. Als mensen tegen je zeggen dat je nodig bent, dan weet je: ik ben van waarde. We zeggen dat te weinig tegen elkaar. Tenminste, ik vind dat ik dat te weinig zeg tegen mijn naasten en dierbaren. Er zit zoveel in. Zoveel dankbaarheid. Zoveel geluk. Dat mag je wel delen. Dat mag je zeggen tegen je beste vriend, je ouders, je kinderen, je geliefde, of iemand in de zorg die op dit moment je moeder of een familielid aan het verplegen is. Je voelt het aan je hart, wanneer je dat tegen iemand kunt zeggen. Daarom rap ik ook: Het zijn de drie woorden die je moet horen.’

Er zijn ook mensen die tegen jou, of tegen andere niet-witte Nederlanders zeggen: ga terug naar je eigen land. Je Bent Nodig is eigenlijk het tegenovergestelde daarvan.

‘Met die gedachte heb ik het nummer niet geschreven. Maar het klopt. Ga naar je eigen land, dat hoor ik sinds mijn veertiende ieder jaar wel een keer. Dat is net zo’n traditie als de viering van Sinterklaas en Zwarte Piet. Nu kan ik erom lachen. De volgende die het zegt krijgt een bosje bloemen van me. Ik word daar niet bitter door. Maar het is waar: de grootste consument van mijn muziek is de witte Nederlander. Als ik optreed, of het nu is in Den Bosch, Apeldoorn, Sittard, Amsterdam of Rotterdam. Of de mensen thuis die naar me luisteren. Ik maak natuurlijk muziek in de Nederlandse taal. Ik ben ontzettend blij en trots op het feit dat ik gewoon kan schrijven en zeggen wat ik denk en wat ik voel. Dat ik mensen daarbij kan raken met mijn woorden. Als ik applaus krijg, dan word ik gewaardeerd. Als ik brieven krijg, cadeautjes, lofzangen of complimenten, dan is dat ook: je bent nodig. Een dame gaf me die woorden een keer na een optreden in Rotterdam. Zij vroeg mij: Akwasi, waarom doe je eigenlijk wat je doet? Toen had ik het over representativiteit. Ik wil me beter vertegenwoordigd voelen. Iedere keer als er verkiezingen zijn, voel ik me niet echt vertegenwoordigd. Als ik televisie kijk, voel me niet echt vertegenwoordigd. Ik vind het ook heel moeilijk om naar hiphop te luisteren vandaag de dag. Want ook daarin voel ik me niet vertegenwoordigd.’

BEDOEL JE nu dat de Nederlandse hiphop in jouw ogen door witte mensen is overgenomen? 

‘Ik denk dat witte mensen makkelijker scoren. Als Gers Pardoel of een Snelle een hit scoren, dan blijft dat langer bij. Hen hoor en zie je sneller bij zoiets als 538 of 100% NL. Terwijl mijn vocabulaire beduidend groter is dan dat van die twee heren. Mijn Nederlands is nu zo goed dat ik beter Nederlands spreek dan de gemiddelde Nederlander. Ik heb een academische studie gevolgd en ben al jaren alleen maar met woorden bezig, dus ik ben bijzonder geschoold in de taal zowel buiten als binnen mijn disciplines. Maar ik lijk niet op de typische buurjongen. Ik lijk op een losgewrikte asielzoeker. De typische buurjongen is meer iemand als Lil’ Kleine, Gers of Diggy Dex. Ik ben iets anders. Ik ben toch wat vreemder.’

Je doet jezelf tekort. Je bent geen buitenstaander. Je houdt de maatschappij een spiegel voor en legt de vinger op zere plekken. 

‘Ja, dat doe ik ook bewust in mijn werk. Ik probeer gewoon zo veel mogelijk drempels met de grond gelijk te maken. Soms kan je dat genuanceerd doen, soms moet je dat confronterend doen. Dat ligt echt aan het medium. Aan de discipline. Maar je hebt gelijk, ik ben niet meer die vreemdeling. Ik moet dat corrigeren. Ik ben nu iemand. Ik ben een bekender gezicht geworden in Nederland. Dat heb ik te danken aan mijn authenticiteit. Aan het feit dat ik altijd mezelf ben gebleven. Ik ben geen boze zwarte man. Dat ben ik nooit geweest. Ja, het is pijnlijk dat ik ben gediscrimineerd, dat ik lelijke dingen heb meegemaakt vanwege mijn huidskleur of mijn afkomst. Maar ik heb dat op een bepaalde manier weten te transformeren naar iets waar ik vrolijker van werd. Daardoor heb ik mensen spiegels voor kunnen zetten en hun denken kunnen veranderen. Ik zeg al sinds 2008, in mijn tijd dat ik in Maastricht woonde, dat Zwarte Piet niet door de beugel kan. Ik zei dat tegen een meisje dat ik leuk vond dat Sinterklaas vierde. Ze reageerde erg boos en we spraken daarna niet meer. Twee jaar later bood ze haar excuses aan. Ze zei, Akwasi, ik zie het, je hebt gelijk, ik zeg het nu ook tegen mijn familie. Die zijn nu nog boos, maar ik verwacht dat het overwaait. Bij steeds meer Nederlanders waait het over. Er zijn trouwens ook weer mensen die mij verkaast noemen. Omdat ik ABN spreek. Als je als zwarte man ABN spreekt noemen ze je verkaast. Dat zegt niets over mij, maar over hen. Dat hun zelfbeeld uitzonderlijk laag is. Hoezo kan een zwarte man niet welbespraakt of erudiet zijn?’

ER STOND een verhaal in de Volkskrant over de Amsterdamse rapper Bokoesam. 

‘Ja, die ken ik, hij is half Ghanees.’ 

Daarin stond dat ook bepaalde stammen in Ghana zich bezig hielden met slavenhandel. Dat het allemaal niet zo simpel is, niet zo zwart-wit ligt. Bokoe, dat woord komt trouwens ook op jouw plaat voor, is een scheldwoord van Surinamers voor Ghanezen.

‘Ja, als je mij op de middelbare school een Bokoe noemde, dan waren we geen vrienden. Dat zag ik echt als een diepe belediging. Zo moest je me gewoon niet noemen. Bokoe is een woord dat Surinamers aan Afrikanen gaven. Het komt van bokking. Een vis die enorm stinkt. Als Afrikaan was je vast per boot naar Nederland gekomen en daarom rook je zogenaamd naar vis. Je bent gewoon een stinkvis. Als iemand mij Bokoe noemde, balde ik mijn vuisten, dan wilde ik altijd matten, dan moest ik mijn eer als Ghanees verdedigen. Over de stammen in Ghana die zich bezighielden met slavenhandel trouwens, dat was vooral in samenspraak met de Nederlanders in de zeventiende eeuw. Ghanezen en andere bevolkingsgroepen in Afrika staan namelijk niet bekend vanwege het imperialisme of kolonialisme in de geschiedenis. Nederland wel. Heel veel Surinamers van nu zijn door de Nederlanders via Ghana naar onder andere Suriname verscheept. Daar is vanuit de Ghanese staat en stammen excuses voor aangeboden. Er is zelfs gevraagd of iedereen woonachtig in de Amerika’s terug wil komen in Ghana om het land te herontdekken. De Nederlandse staat is tot de dag van vandaag muisstil gebleven en doet jammer genoeg alsof de neus bloedt.’

Kenny B. vervult een gastrol in het nummer Odo, waarin je de verwantschap tussen Suriname en Afrika benadrukt. 

‘In het Ghanees betekent odo schatje, in het Surinaams wijsheid. Kenny B. komt uit het binnenland van Suriname. Hij is een afstammeling van de Marrons. Die vertikten het om slaaf te zijn. Ze vochten tegen de slavenhandelaren. Ze renden weg en vestigden zich in het binnenland, waar ze moeilijk te traceren waren. Marrons waren koppensnellers, als ze een slavenhandelaar te pakken kregen, dan ging zijn kop er af. Toen ik voor het eerst door Surinamers werd uitgemaakt voor Bokoe was ik een tiener. Ze wisten niet dat ze dat beter niet konden zeggen. Het was ook niet bekend dat de voorouders van de Surinamers vooral Ghanezen zijn. In mijn tienertijd was het niet cool om Afrikaans te zijn. Vandaag de dag lopen heel veel mensen juist weg met de Afrikaanse cultuur. Afrikaanse muziek is ook groter dan ooit. Luister maar naar Boomplay, de Afrikaanse Spotify. Ook in de tech en in de fashion floreren steeds meer Ghanezen en andere Afrikanen: Virgil Abloh met Off-White en Louis Vuitton, Iddris Sandu die de techwereld verovert dankzij Google. Met Odo zeg ik: Ik ben trots op mijn roots. Noem me geen Bokoe. Weet je dan niet, we zijn familie. Er bestaan juist enorme overeenkomsten en raakvlakken tussen Ghanezen en Surinamers. Kenny zegt: Ik ben nog nooit in Ghana geweest, ik wil het heel graag zien. Ikzelf ben nog nooit in Suriname geweest, ik wil het ook heel graag zien. In 2016 was ik in Ghana met een Surinaamse vriend, Hayzee, de producer van Zwart Licht. Hij zei ook echt: Wow, dit lijkt echt op Su. Zo noemen ze Suriname. Dit lijkt echt op Su.’ 

JE ZEI NET dat je je niet vertegenwoordigd voelt door de hiphop in Nederland. Wat vind je eigenlijk van het subgenre drill, dat geweld en agressie verheerlijkt? Het is ondergesneeuwd door corona, maar drill inspireerde ertoe dat jongeren op middelbare scholen met (nep)wapens rondlopen. 

‘Ik ken het, zeker. Ik heb die kanten van de straat ook gezien. Schrijven is mijn redding geweest. Maar ik weet hoe het is om op straat te leven. Ik praat veel met Typhoon over de telefoon. Hij zei laatst tegen mij: Ik ben wat genuanceerder, jij bent wat rauwer. Klopt, ik heb nog steeds dat rauwe in me. Ik heb een tijdlang een goede vriend van me in de gevangenis in Lelystad bezocht. Het verbaasde me hoeveel mensen die binnen zaten mij steeds groetten. Ze wilden bij wijze van spreken met mij op de foto. Omdat ze weten wie ik ben. Ik ken nog steeds mensen die van alles doen op straat waar ik niet achter sta. Meer dan tien jaar geleden heb ik gezegd: Nee, dat wil ik niet. Wat die Nederlandse drill rappers doen is niet echt van de straat. Drill komt oorspronkelijk uit Chicago. Daar heb je een variant met Chief Keef en zo. Je hebt ook een variant in de UK, met onder andere Headie One. Die Britse variant is het kleine broertje van grime. Tijdens de grime-tijd liep iedereen ook al met messen rond. Kwam je in het verkeerde postcodegebied, hup, mes tussen je ribben, want wat heb je daar te zoeken? In Londen waren knife crimes aan de orde van de dag. De drill van Nederlandse rappers klinkt ook agressief en percussief. Die snares! Die kicks! Het gaat best wel hard, klinkt lekker boos. De woede moet eruit. Ik snap dat. Ik voel die vibe soms ook. Er zijn verschillende groepen die drill-dingen doen, bijvoorbeeld in Groningen. Ze kijken vooral naar wat ze in het buitenland zien. Jongens van 14 jaar gaan ineens met slagersmessen in hun broek lopen. Dat vind ik erg verontrustend. Want voor wie moet je dat doen? Wij leven niet in een land als Engeland, waar het grimmig is. Nee, je gaat jezelf bezeren als je niet uitkijkt. Ik maak geen drill, want dat is niks voor mij. Ik wil positiviteit delen.’

Eigenlijk brengen zij het omgekeerde van de positieve boodschap van jouw plaat. Misschien kunnen ze iets van je leren.

‘Maar vergeet niet: hiphop bestaat voor een groot gedeelte uit fake it till you make it. Net zo lang doen alsof, tot iedereen je gelooft. Het is ook een quote van Hitler. Hitler zei: Als je een leugen maar genoeg herhaalt wordt het vanzelf de waarheid. Dat is gewoon zo. Er zijn ook genoeg artiesten die in de beginfase van hun carrière naar de Bijenkorf gingen met een creditcard en zo veel mogelijk dure spullen kochten om die in hun clip te laten zien. De dag na de clipshoot brachten ze al die kleding weer terug. Mensen houden erg van het rijke leven, als je doet alsof je ineens een Lamborghini hebt in je clip, dan geloven mensen dat maar al te graag. Het gebeurt constant. Ik ga geen namen noemen, dat gebeurt continu. Zo is het ook met die drill rappers. Ze kijken af en doen het na. De echte messentrekker praat niet, die pocht niet. Mensen die dit soort dingen echt doen, scheppen er niet over op. Want dan worden ze zo opgepakt. Dat zou een hele domme zet van ze zijn. Maar ik ben geen wijkagent, die in Groningen of Rotterdam met die drillers gaat praten. Zij moeten sturing krijgen van hun ouders of van een surrogaat-ouder, of van school of een sportclub. Die hebben daarin een verantwoordelijkheid en mijn afstand is net iets te groot. Ik geef af en toe masterclasses of workshops aan jongeren, vooral jonge aspirerende rappers. Ik leer ze dan zichzelf positief te wapenen door middel van creatief schrijven. Zo kan ik invloed uitoefenen op de nieuwe generatie. Maar ik kan en wil dat niet te vaak doen, want ik ben een creëerder. Full time les geven is niet per se waar mijn ambitie ligt. Ik ben een maker, ik moet gewoon maken.’

SANKOFA is eind maart verschenen. Woensdag 12 mei geeft Akwasi het eerste concert op Hometour, live vanuit het Amsterdamse Bitterzoet.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket
abo-actie

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket

OOR deelt uit! Neem een halfjaar- of jaarabonnement op OOR en kies je eigen cd-pakket. We hebben de keuze uit ...
Een halve eeuw zonder Jimi Hendrix: zijn 20 beste nummers
special
jimi hendrix

Een halve eeuw zonder Jimi Hendrix: zijn 20 beste nummers

Jimi Hendrix schuift in 1969 aan bij de Dick Cavett Show in een blauwe kimono. Het kledingstuk lijkt op een ...
'ESNS gaat door! Maar je vraagt je toch af: hoe dan?'
muziek in coronatijd

‘ESNS gaat door! Maar je vraagt je toch af: hoe dan?’

Ook voor de popmuziek zijn het ongekende tijden. In dit blog signaleert en bespreekt OOR-columnist Hooijer de ontwikkelingen in de ...

Akwasi: 'Discriminatie is pijnlijk, maar ik ben geen boze zwarte man' (interview) | OOR