interview

Karl Hyde (Underworld) op drift: 'Ik doe gewoon pinky ponky als ik daar zin in heb'

Een pláát? Nee, aan iets ordinairs als een album waagt het immer inventieve Underworld zich anno 2019 echt niet meer. Al had het zomaar gekund: lange tijd werd gedacht dat het één jaar omspannende Drift-project (wekelijks een nieuwe release, met tientallen nummers, verhalen en video’s als resultaat) zou culmineren in Drift Songs. Welnu, Karl Hyde en Rick Smith zetten inderdaad een uittreksel van hun tour de force op een enkele schijf, maar verder gaat de gehéle worp de boeken in als de nieuwe Underworld: Drift Series 1, de boxset. En het illustere duo heeft ’t zo naar de zin in zijn nieuwe werkmodus dat ze doodleuk doorgaan met een tweede serie. Een glunderende Karl Hyde vertelt in Amsterdam hoe ’t allemaal zo kwam.

‘HET VERHAAL begint bij Rick’, grijnst de enigmatische grijns aan de overkant van de tafel. We kennen Karl Hyde nog van eerdere vergaderzaaltjes en weten dat zijn présènce van iedere omstandigheid een levend kunstwerk maakt. Hyde, met 62 jaar nog altijd de beweeglijke blikvanger van Underworld, vindt bijzondere dingen namelijk gewoon – en gewone dingen bijzonder. Droogjes kan hij praten over de meest wonderlijke avonturen met vreemde figuren in exotische oorden, terwijl zijn ogen juist oplichten als hij vertelt over het verlaten schoonmaakkarretje op het vliegveld, de eenzame stofzuiger in z’n hotel of de krijtstrepen op het wegdek bij de werkzaamheden, even verderop aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Eerdergenoemde grijns gaat gepaard met een zachtaardig, zwevend stemgeluid dat op samenzweerderige toon doet vermoeden dat er méér aan de hand is. Meer dan wát precies, dat weet alleen Karl Hyde. 

Maar er is altijd meer, zo luidt de gedachte achter Drift, het monsterproject waar Hyde en kompaan Rick Smith (de man van de beats en de sounds en de knoppen) zich het afgelopen jaar vol overgave in stortten. ‘We zaten vast’, aldus Hyde. ‘En we voelden het allebei. Je denkt dat je in volledige vrijheid leeft als artiest. Elke drie jaar een plaat. Schrijven, opnemen, afmaken, promoten, toeren. En dan het hele circus weer van voor af aan. Eigenlijk is dat heel beperkend, zeker als je ziet hoe ongelooflijk productief we kunnen zijn. Nou heb ik zelf genoeg manieren om me te kunnen uiten: mijn dagboek dat dagelijks op de site wordt gepubliceerd, ik schrijf boeken, zet tentoonstellingen op, maak foto’s, werk met mensen als Brian Eno. Rick werd dan altijd achtergelaten in onze studio in Essex met een enorme berg materiaal. Weken, maanden aan schrijfwerk, dat op een of andere manier op een plaat van een uur moest passen. Een eenzame klus, al doet Rick niets liever dan in de studio zitten. Dagen van twintig uur zijn geen uitzondering. Uiteindelijk leverden al die werkuren dus slechts een uur of vijf kwartier aan resultaat op. Er zit echter zoveel in Underworld, hoe krijgen we dat er óók uit? Die vraag houdt ons al langere tijd bezig. Het liet ons niet meer los en werd weer actueel toen er wat puzzelstukjes in elkaar vielen.’

EEN COLLEGIAAL praatje met lichtontwerper Haydn Cruickshank zette Rick Smith aan het denken. ‘Haydn doet aan drift racing’, legt Hyde uit alsof het om een postzegelverzamelaar gaat. ‘Die auto’s vliegen dwars over de weg, slippen door de bochten heen en het oogt heel chaotisch. Terwijl het juist de controle van degene achter het stuur is die ze zo laat zwieren. Dat zit ook in ons: Rick en ik werken al veertig jaar samen en weten wat we doen. De auto op de ideale lijn houden, dat kunnen we wel. Maar wat nou als je het stuur een zwiep geeft, op hoge snelheid bovendien? Rick had al eens opgeworpen dat wanneer wij voor een andere partij werkten, aan een film of een toneelstuk, of met de Olympische Spelen van 2012, we hele korte klappen maakten. We werkten heel snel en heel scherp en het resultaat leed er niet onder. Alsof de snelheid de focus niet in de weg zat, misschien juist wel versterkte. Dat plantte bij hem het idee om met korte deadlines te gaan werken. Misschien wel iedere week een nieuwe track, from scratch. Een race tegen de klok. En hoe dan precies, wat werd het uitgangspunt? Daarvoor riep hij mij op een dag bij zich. Ik heb je hulp nodig, zei hij. Rick die hulp nodig heeft? Dat was nieuw. Ik dacht nog: o jee…’

Wat het woord drift bij Karl Hyde opriep, wilde Rick Smith graag weten. ‘Mijn gezicht moet zijn gaan gloeien’, herinnert Hyde zich. ‘Want voor mij is driften de absolute kern van het creatieve proces. Ik ben eigenlijk de hele dag aan het driften. Op straat, op reis, door de woorden en klanken, door het leven zelf. Of je nou wandelt of een boek leest, alles komt binnen. Je bewustzijn staat open voor alles om je heen, het is de totale vrijheid. Brian Eno en ik spreken al jaren over dit verschijnsel, we hebben het letterlijk over driften. Sterker nog: we sturen elkaar erop uit, schijnbaar doelloos, met als enige opdracht iets te maken van wat je onderweg of op het eindpunt aantreft. Ik heb Brian op een ochtend gezegd: ga vandaag naar Newcastle, met de trein, heen en weer. Oh fuck, really? Yep. Dat spelletje hebben we een paar keer gedaan, om onszelf te bevrijden van de patronen waar we toch weer in waren gevallen. Je gaat ergens heen, zonder objectief, en stelt je open voor wat er gebeurt. Brian en ik zien het als levensbeschouwing. En nu kwam uitgerekend Rick met diezelfde term. We moeten dit doen, Karl, zei hij. Mijn mond viel open van verbazing. Een jarenlange droom kwam uit. We gaan op drift! Yes!’

EN DAAR stonden ze dan, vorig jaar oktober, in de startblokken voor de race van hun leven. Regels: geen. Ideetjes: liefst nieuw. En met elke week een stok achter de deur (en een wereld inmiddels vol verwachting) móesten ze wel. ‘We zijn vanaf een nulpunt begonnen met als enige doel dat er geen doel was. Geen lijn om te volgen, alleen het vastleggen van het punt tussen waar je net was en straks bent, elke week weer. Daardoor zit je in een constant nu. Ik doe nu dit, ik doe nu dat. Overmorgen hoort de wereld het. En dan ben ik alweer aan het volgende bezig, al weet ik nog niet wat. Je zit altijd precies op het punt tussen waar je vandaan kwam en waar je naartoe gaat. Dat is voor een kunstenaar een heel prettige wetenschap. Ondertussen kan je alle kanten op. En je ziet wel waar je uitkomt. Dat je niet gestuurd wordt, wil ook niet zeggen dat je stuurloos bent. Zonder kaart ben je nog niet verdwaald.’

Een makkie dus. Hyde gniffelt even minzaam. ‘Ha! Allesbehalve. Het hoge tempo en de constante druk waren zeker in het begin flink wennen. Rick is streng, hè. En een perfectionist. Vindt Rick op dinsdag de track niet goed genoeg om donderdag uit te brengen, dan kunnen we niet anders dan een nacht doorwerken om ‘m wél goed te maken. We kwamen er gelukkig snel achter dat de kwantiteit niets afdeed aan de kwaliteit. Onze creativiteit werd danig op de proef gesteld, maar floreerde bij elke overwinning. Want vrijheid of niet, je hebt nou eenmaal niet elke dag evenveel inspiratie. Op een ochtend kwam ik de studio binnen, leeg. Ik zei tegen Rick: ik heb helemaal niets. Diepe zucht. Rick zei: hé, doe dat nog eens! Diepe zucht, in de microfoon. Nou, dat was weer een beginnetje. Het probleem werd de oplossing. Daar hou ik wel van.’

IN DE WEEK waarin Hyde Amsterdam aandoet, staat het sluitstuk van het laatste hoofdstuk op stapel: het eigenzinnige S T A R, gebaseerd op een oud kinderrijmpje – een wereld die Smith en Hyde al langer bezighoudt. ‘Rick kwam rond de Olympische Spelen al met die oude kinderliedjes aanzetten en het fascineerde me meteen. Die liedjes en rijmpjes zijn heel krachtige tijdcapsules, ze geven precies de tijd weer waarin ze geschreven zijn. Als een protestsong, bijna. Ring Around The Rosies gaat over de pest, bijvoorbeeld. Er is eigenlijk niks kinderlijks aan en toch lijken ze zo simplistisch en naïef. In mij maakten ze de vijfjarige weer wakker, wat een heel prettig perspectief oplevert. Want er is niets mis mee om, in alle naïviteit, als vijfjarige te denken. Tuurlijk, ik ben 62, maar moet ik daarom denken als Bob Dylan? Nee hoor. Als ik zin heb in pinky ponky pinky, dan doe ik pinky ponky pinky. Dan maar geen hogere kunst. En wat is hogere kunst überhaupt? Tekende Picasso niet als een klein kind als z’n gevoel hem dat ingaf?’ 

S T A R is gebouwd rond Each Peach Pear Plum met daarop een rijmende stoet aan beroemdheden, vrijelijk associërend van Assepoester tot Tom Cruise, van Danny Boyle tot Iggy Pop. ‘Die wil ik, zei Rick toen de vinger over dat rijmpje ging. Mijn ego dacht nog even: ho wacht, dit is een probleem. Terwijl ik de hele dag door de stad zwerf met m’n notitieboek, Ginsberg onder de ene arm en Kerouac onder de andere, gaat meneer Smith zich nu ineens met de woorden bemoeien? Maar het bleek ontzettend leuk, eigenlijk driften we in die song van de ene associatie naar de andere. Dat idee van al die beroemdheden, allemaal helden van ons, kwam dus van hem. Ik leefde me ondertussen ongecompliceerd uit op de eenvoud ervan. Je kan dus David Beckham in een tekst zetten en daar nu eens geen Grieks-filosofische bespiegeling op loslaten. Beckham rijmt op Peckham. En klaar is kees. Je bent immers vijf, dus alles mag! Het vijfde hoofdstuk van Drift heet niet voor niets Game: het is allemaal een spelletje.’

TIJD, INDERDAAD, voor een spelletje. We gaan het gesprek eens laten afdrijven, willekeurig hoppend van het ene aanknopingspunt naar het ander. Hyde veert op. ‘Ik doe niet anders, dacht ik toch?’ Weer die jongensachtige grijns. De titels van de vijf hoofdstukken bieden de springplank: nummer twee heet Atom. Nummer drie Heart. Van nummer vier hadden we toch op z’n minst Mother verwacht. Maar nee, dat is Space geworden. ‘Ik was me wel van die implicatie bewust. Ik ben nooit een uitgesproken Pink Floyd-liefhebber geweest, Rick wel, al heb ik ze ook een paar keer live gezien. Ik kan de hoes van Atom Heart Mother zeer waarderen, maar op welke staat nou dat busje met al die uitgestalde apparatuur op de achterkant?’ 

Dat is Ummagumma (1970), een plaat eerder. ‘Ummagumma! Alsof ze vijf jaar oud zijn… En dat zijn ze daar ook, want zo trots laten ze al hun speelgoed zien. Ik weet nog dat ik gebiologeerd naar al die spullen kon staren. En nu hebben wij er een veelvoud van in onze bezemkast staan, haha! Ik ben vooral gefascineerd door Live At Pompeii [concertfilm uit 1972]. Een sinister geheel, al valt ook daar vooral de apparatuur me op. Volgens mij zit in Echoes zo’n lang shot van de achterkant van de backline – verzin het maar eens! – en op al die versterkers staat Pink Floyd. London gekalkt. Alsof er ergens anders nóg een Pink Floyd is. Of iemand vindt zo’n kabinet op het vliegveld van Rome en denkt: die sturen we dan maar naar Londen.’

OVER VLIEGVELDEN gesproken: in episode 4 prijkt de titel Schiphol Test. ‘Over verloren bagage gesproken, zul je bedoelen! De absolute terreur als je waardevolle en dierbare spullen de wereld over sleept. Op een of andere manier trekt Schiphol dat bij ons aan. Misschien moeten we overal gewoon Underworld. Romford op zetten. Die track ontstond toen Rick met z’n iPad zat te wachten op Schiphol, op z’n vlucht, niet op z’n bagage. Het is vrij gebruikelijk om een ideetje dat op een specifieke plek geschreven is onder die naam op te slaan. Schiphol is voor Engelstaligen bovendien een fascinerend woord.’

Dat weten we inderdaad van Bill Bailey, die er ooit een sketch over maakte. De douanebeambte vroeg de komiek wat er in z’n gitaarkoffer zat. ‘Nou, een gitaar.’ Hij opende de koffer. ‘Dat is geen gitaar’, zei de beambte. ‘Dat is een Gibson ’71 met een flying pickup!’ Hyde lacht, hij herkent het tafereel. Of is er meer aan de hand? ‘Ik moet denken aan de avond dat ik Born Slippy schreef. Ik zat in The Ship aan Wardour Street met Graham Wood van Tomato [aan Underworld gelieerd kunstenaarscollectief] en zijn vriendin, de blondste vrouw die ik ooit had gezien. Er hing nog een of andere vage gast om ons heen, die ik niet kende. Ik waggelde op gegeven moment het toilet uit met een tientje in m’n hand, want ik was aan de beurt voor een rondje. Maar ik voelde dat ik naar huis moest. Dus ik gaf dat tientje aan die snuiter en zei: koop hier nog maar wat pints van. De blik in z’n ogen was er een van absolute verwildering. Op z’n t-shirt stond Bastard Bunny, een stripfiguur, en terwijl ik naar Tottenham Court Road strompelde, zoals in de song, veranderde die zonderling in mijn hoofd ook in Bastard Bunny. Nog lange tijd heb ik tegen vrienden volgehouden dat ik Bastard Bunny kende uit de kroeg, waarop ze steevast moesten lachen, maar ik meende het. Twintig jaar later deed ik een live-interview op BBC Radio en kwam dit lang vergeten verhaal weer in me op. En terwijl ik het vertelde, besefte ik pas wie Bastard Bunny in werkelijkheid geweest is: Bill Bailey! Toen nog onbekend, ondertussen een van de grootste comedians van Engeland. We hebben een beller, zei de dj. Ja hoor, Bill Bailey, vanuit de auto. Hij bevestigde het hele verhaal. En of hij het misschien mocht gebruiken voor z’n nieuwe show? Ik besefte ineens ook: voor hetzelfde geld had Born Slippy wel Bastard Bunny geheten!’

HET SEIN ‘afronden’ beëindigt de kleine drift session en brengt ons terug in het Underworld-universum van 2019. ‘Een heel nieuwe wereld’ volgens Hyde, en één waaruit het duo eigenlijk nog lang niet wil ontsnappen. ‘We wanted to do what we wanted to do when we wanted to do it. Volgens mij het uitgangspunt van iedere artiest. Ik kan al die vakbroeders en zusters op het hart drukken: stap uit die oude plaatcyclus! Ik had er echt geen idee van hoe gevangen wij zaten, vooral in andermans planningen en belangen. Ondanks alle ontwikkelingen is de muziekbusiness nog steeds a scheduling of art. Een enorme tegenstelling. Als tegenhanger startten wij iets wat doorlopend was, misschien zelfs wel eindeloos. Want dat ene jaar, waar alles mee begon, worden er sowieso twee. Vanochtend sprak ik Rick, die uiteraard in de studio aan het werk is. Hij zei: we gaan hiermee door totdat we tot stof vergaan. I like thaaaat…’

En dus gaat Underworld door met driften, sowieso nog een jaar, wellicht tot in de eeuwigheid. ‘Want ik wil niet dat het ophoudt. Ik vind dit leuk, deze druk, deze constante stroom aan ideeën en energie. Het stimuleert. Ik heb me nog nooit zo levend gevoeld als mens, zo waardevol als kunstenaar. Dus waarom dit ‘oneindige project’ stoppen? Dat zou idioot zijn. I like it and I don’t want to go back. Ik ga nog liever een baantje zoeken bij de supermarkt dan na een half jaar radiostilte weer eens een EP’tje inplannen of zo. Ik wil door. En wat zei Rick? Ik ook! Laten we doorgaan. Until we’re dust. Inderdaad, Dust is ook de titel van hoofdstuk 1. We gaan voor de extreme full circle, die hopelijk gigantisch wordt.’ 

HET EINDE is dus nog niet in zicht. Karl Hyde is ondertussen daar waar hij wil zijn: exact tussen het vorige en het volgende, op de blinde kaart des levens. Al heeft het Drift-project hem na een jaar toch op een aanwijsbare plaats gebracht. ‘Dichter bij Rick. Het komende jaar wil ik samen wat roadtrips maken, met de trein het vasteland van Europa door, om te kijken wat voor muziek dat oplevert. En ik wil per se dat we dat met z’n tweeën doen, zonder studio of tour om ons heen. Ik heb namelijk gemerkt dat we er sinds kort ook heel goed in zijn om elkaar menselijk te maken. Vroeger niet, we werkten elkaar vooral op de zenuwen. In professioneel en creatief opzicht wisten we exact wat we aan elkaar hadden, de persoonlijke kant hobbelde daar altijd nogal achteraan. It’s kinda mental. We mochten elkaar gewoon niet, soms haatten we elkaar zelfs. Zoals alleen Britten dat kunnen, op een heel beleefde manier, kijk weer eens naar Pink Floyd. We hadden echter de understanding dat we elkaar niet aardig hoefden te vinden om toch te kunnen werken. Als artistiek verbond heeft Underworld zo jarenlang prima gefunctioneerd. Nu is de dynamiek anders. We zijn naar elkaar toe gegroeid en zelfs vrienden geworden.’

EEN SLEUTELMOMENT of keerpunt durft Hyde niet aan te wijzen, maar een jaar of vijf geleden is de kentering ingezet. ‘Zelf merkten we het nauwelijks. Het waren de veteranen in de crew die ons erop wezen dat we weer eens samen de stad in zijn geweest. Gesignaleerd in een galerie of een winkel, als oude maten, gniffelend, hanging out. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Toen ik een keer met Rick zat te ontbijten, gingen de alarmbellen helemaal af, want in de regel ontbijt ik in m’n eentje. Ze dachten dat er iets ernstigs aan de hand was, haha! De bom zou eerder vallen dan dat Rick en ik het met elkaar konden vinden, luidde de consensus. Zo trokken we steeds meer naar elkaar toe en ook daarin is Drift essentieel geweest. Aan de ene kant was het een katalysator: Drift dwong ons tot nóg intenser samenwerken. En zonder die hernieuwde vriendschap had dat ook weer niet gekund, want we hebben meer samen in de studio gezeten dan in de voorgaande vijftien jaar bij elkaar. Dus we staan nu helemaal op één lijn, als collega’s, als kunstenaars, als mensen. Anders was een van ons na drie weken zeker gillend weggelopen. En nu mis ik hem, tijdens de interviews, normaal gesproken puur míjn ding. Vanochtend zei Rick nog iets wat me enorm helpt: We’re working out a realistic and practical way to do what we keep being told is impossible. Dat geldt op alle fronten. Blij word ik daarvan. Dit is zijn boodschap. Níets is onmogelijk. En zo eindigt het verhaal ook weer bij Rick.’

DRIFT SERIES 1 is op 1 november verschenen als boxset en als enkelvoudige cd, de zogenaamde Sampler Edition.

UNDERWORLD: 22 nov Lotto Arena, Antwerpen (B) | 23 nov Ziggo Dome, Amsterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Pearl Jam brengt nieuwe single 'Dance of the Clairvoyants' uit
nieuws

Pearl Jam brengt nieuwe single ‘Dance of the Clairvoyants’ uit

Pearl Jam kondigde op 27 maart zijn nieuwe album Gigaton aan. Nu geeft de band ook een eerste voorproefje van ...
Eefje de Visser: 'Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme'
interview

Eefje de Visser: ‘Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme’

Ze zeggen dat empatische mensen sterker geneigd zijn dialecten en accenten over te nemen. Als dat waar is, dan zit ...
The Strokes derde headliner op Best Kept Secret
nieuws

The Strokes derde headliner op Best Kept Secret

The Strokes zullen de zaterdag van Best Kept Secret headlinen. Dat kondigde de nieuwe festivaldirecteur Maurits Westerik woensdagavond live aan op ...

Karl Hyde (Underworld) op drift: 'Ik doe gewoon pinky ponky als ik daar zin in heb' (interview) | OOR