The Avett Brothers hebben maar liefst acht mooie folkalbums op hun naam staan, maar Mumford & Sons, de groep die de sound van dergelijke bandjes opblies tot stadionformaat, hangt de banjo al na twee platen aan de wilgen. Aan de ene kant is dat logisch, want op Babel was te horen dat het gestamp de koek razendsnel deed verkruimelen. Maar aan de andere kant hebben de Britten nog niets gedaan om de muziek waarvoor ze zich als boerenkinkel verkleedden nieuw leven in te blazen. Op Wilder Mind verruilt de band zonder pardon de folk – vol banjo’s en mandolines, laarzen met hardhouten zolen en oubollige metaforen – voor muziek die even ambachtelijk en authentiek is als iets wat uit een 3D-printer komt.
Zo hard en opzichtig als al die copycats de laatste jaren probeerden Mumford & Sons na te apen, kopiëren de heren nu zelf de succesformule van een band als Coldplay. Hun Talk stond overduidelijk model voor het gitaarintro van opener Tompkins Square Park en ook de kristallen synthesizerklanken van Mylo Xyloto galmen hier op de achtergrond van onder andere de titelsong en eerste single Believe. Vrijwel alle ruwheid die Mumford & Sons aantrekkelijk maakte, is op Wilder Mind gladgeslepen. Brulde Marcus Mumford zijn boodschap voorheen bijvoorbeeld met de overtuigingskracht van een pater die bijklust als leeuwentemmer, hier zingt hij radiovriendelijke poprockliedjes met titels als Only Love en Cold Arms op een toon waar zelfs Chris Martin van zou geeuwen. De meest geslaagde nummers zijn die waarin Mumford & Sons heeft getracht enigszins op de oude stijl voort te borduren. Zo eindigt Broad Shouldered Beasts ouderwets uitbundig, vol folky blazers en samenzang, en klinkt The Wolf als een rockversie van I Will Wait, waarin het gevoel in Mumfords stem steeds iets verder boven de gepolijste geluidsmix opduikt. Het laatste lichtpuntje is dat dit album net als zijn voorgangers ruim voor de release is uitgetest in het clubcircuit. De plaat mag op zichzelf dan zeer middelmatig zijn, zolang Wilder Mind live aanslaat, zit Mumford & Sons gebeiteld.